LIGPLAATSENVERORDENING WOONSCHEPEN Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder: woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot, dag- of nachtverblijf van een of meer personen; ligplaats: een gedeelte van openbaar water in de gemeente Zwolle, bestemd of geschikt om door een woonschip met bijbehorende voorzieningen te worden ingenomen; bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik van het schip als woning niet goed mogelijk is, zoals een bijboot, steiger en een loopplank; ligplaatsenkaart: kaart, waarop de plaatsen zijn aangegeven waar woonschepen ligplaats mogen hebben. Bij de ligplaatsenkaart horen voorschriften met de eisen waaraan een woonschip bij het innemen van een ligplaats moet voldoen. Bij het vastleggen van ligplaatsen in een bestemmingsplan is het bestemmingsplan leidend voor de plaats waar woonschepen mogen liggen maar blijven overigens de voorschriften van de ligplaatsenkaart bindend. gebruiksoppervlakte: de gebruiksoppervlakte als bedoeld in het Bouwbesluit. Artikel 2 Verboden ligplaatsen Het is verboden met een woonschip een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een woonschip beschikbaar te stellen buiten de op grond van artikel 3, lid 1, aangewezen plaatsen. Artikel 3 Aangewezen ligplaatsen De gemeenteraad wijst plaatsen aan, waar woonschepen een ligplaats mogen hebben. Deze plaatsen zijn aangegeven op de ligplaatsenkaart, die als bijlage bij deze verordening is opgenomen. De gemeenteraad stelt voorschriften vast met de eisen waaraan woonschepen bij het innemen van een ligplaats moeten voldoen. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van de ligplaatsenkaart om deze in overeenstemming te brengen met een nieuw, onherroepelijk geworden, bestemmingsplan. Artikel 4 Ligplaatsvergunning Op de op grond van artikel 3, lid 1, aangewezen plaatsen mag een woonschip een ligplaats innemen en hebben, mits de eigenaar van het woonschip beschikt over een voor het betreffende woonschip afgegeven vergunning van het college van burgemeester en wethouders. Het college van burgemeester en wethouders beslist over een aanvraag van een ligplaatsvergunning binnen acht weken na de dag, waarop de aanvraag in behandeling is genomen. Een ligplaatsvergunning op grond van lid 1 wordt afgewezen als: voor de ligplaats al een vergunning is verleend; de aanvrager niet een natuurlijk persoon is; de aanvrager reeds een vergunning voor een andere ligplaats binnen de gemeente heeft; het woonschip niet voldoet aan de eisen die op grond van de ligplaatsenkaart, de voorschriften als bedoeld in artikel 3, lid 3, of het bestemmingsplan aan het woonschip worden gesteld; het woonschip door de slechte staat van onderhoud afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente; het woonschip belemmeringen kan veroorzaken aan het verkeer te water; het woonschip niet voldoet aan eisen van veiligheid, milieuhygiëne en gezondheid waaronder de aanwezigheid van voorzieningen die aansluiting op het rioleringstelsel mogelijk maken; het niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen 12 weken na het indienen van de aanvraag met het in de aanvraag genoemde woonschip de plaats, waarvoor de ligplaatsvergunning is aangevraagd, kan innemen; het woonschip door een dusdanig aantal personen bewoond wordt of zal worden, dat per persoon een gebruiksoppervlakte van minder dan 12 m2 resteert; de aanvraag niet in overeenstemming is met de door burgemeester en wethouders vastgestelde regels op het gebied van bijbehorende voorzieningen. Het college van burgemeester en wethouders kan afwijken van het in lid 3 onder b, c, h, j en, indien het de maatvoering van een reeds eerder bewoond woonschip betreft, van het in lid 3 onder d bepaalde indien: dat in het belang van de volkshuisvesting is, of strikte toepassing van het bepaalde leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. De ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de eigenaar van het woonschip en vermeldt de plaatsaanduiding van de desbetreffende ligplaats, de bijbehorende voorzieningen en de kenmerken van het woonschip, waaronder de naam en de maten. Burgemeester en wethouders kunnen een ligplaatsvergunning voor bepaalde termijn verlenen. Aan een ligplaatsvergunning kunnen uitsluitend voorschriften worden verbonden die betrekking hebben op: veiligheid, milieuhygiëne en volksgezondheid; het aanzien van de gemeente; het gebruik van de walkant; de maximale diepgang van het schip; de bij het woonschip toegestane voorzieningen. Bij verkoop van een woonschip ontvangt de nieuwe eigenaar op aanvraag een ligplaatsvergunning, mits wordt voldaan aan de bepalingen in deze verordening. Artikel 5 Wijziging ligplaatsvergunning Als wijziging van de ligplaatsvergunning noodzakelijk is, dient de vergunninghouder vooraf bij het college van burgemeester en wethouders een aanvraag tot wijziging van de ligplaatsvergunning in. Op een aanvraag voor wijziging van een ligplaatsvergunning zijn de bepalingen in artikel 4, de leden 2 tot en met 7 met uitzondering van lid 3, sub a, van toepassing. Artikel 6 Intrekken ligplaatsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen een ligplaatsvergunning intrekken als: de ligplaatsvergunning ten gevolge van een onjuiste opgave of informatie is verleend; de werkelijke situatie niet meer overeenstemt met de gegevens in de ligplaatsvergunning; niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften; het woonschip na een verbouwing niet voldoet aan de maatvoeringseisen, die onderdeel uitmaken van de voorschriften als bedoeld in art. 3, lid3; het woonschip door een dusdanig aantal personen bewoond wordt, dat per persoon een gebruiksoppervlakte van minder dan 12 m2 resteert; het woonschip gedurende een periode van minimaal 1 jaar niet bewoond is; het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente; het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft niet voldoet aan eisen van veiligheid, milieuhygiëne of gezondheid; het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft zonder melding aan het college van burgemeester en wethouders gedurende een periode langer dan 12 aaneengesloten weken buiten de gemeente verblijft, of de in de vergunning opgenomen voorschriften niet zijn nagekomen. Artikel 7 Nakomen aanwijzingen Burgemeester en wethouders kunnen de vergunninghouder aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. De vergunninghouder is verplicht alle door of vanwege burgemeester en wethouders gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. Artikel 8 Toezicht op de naleving Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen personen. Artikel 9 Strafbepaling Overtreding van artikel 2, artikel 4, lid 1, artikel 7, lid 2, en van de voorschriften als bedoeld in artikel 3, lid 3, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. Artikel 10 Binnentreding Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving van het in deze verordening bepaalde of met de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd om zonder toestemming van de bewoner een woonschip binnen te treden. Artikel 11 Overgangsbepaling De ligplaatsvergunningen, die zijn afgegeven op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening zoals die luidde tot inwerkingtreding van deze verordening, worden geacht verstrekt te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. Aanvragen om een vergunning op grond van artikel 4, lid 1, die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van deze verordening, worden afgehandeld op grond van deze verordening. Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel Deze regeling treedt in werking op 1 oktober 2005 en kan worden aangehaald als Ligplaatsenverordening woonschepen. Toelichting ligplaatsverordening Doel van de verordening De gemeente Zwolle heeft veel, openbaar, water in eigendom en beheer. Dit water heeft ook aantrekkingskracht als het gaat om het innemen van een ligplaats. Om verschillende redenen is het niet gewenst dat overal op openbaar water ligplaatsen worden ingenomen door woonschepen. Een algeheel verbod is ook niet gewenst, en op grond van de Huisvestingswet overigens ook niet toegestaan. Deze verordening heeft als eerste doel te regelen waar en onder welke voorwaarden ligplaatsen kunnen worden ingenomen. Voor gebouwen geldt een uitgebreid stelsel van regels die er op toezien dat gebouwen voldoen aan minimale eisen op het gebied van veiligheid, milieuhygiëne en volksgezondheid. Daarnaast geldt voor bouw en verbouw van gebouwen ter bewaking van het aanzien van de gemeente een welstandstoets. Voor bouw en verbouw van woonschepen geldt de bouwregelgeving niet. Het tweede doel van deze verordening is regels te stellen in het belang van veiligheid, milieuhygiëne, volksgezondheid en het aanzien van de gemeente. Werkingssfeer Deze verordening geldt voor woonschepen. De verordening beperkt dit begrip niet tot woonschepen waarop uitsluitend dag- en/of nachtverblijf wordt gehouden. Ook schepen die in hoofdzaak daartoe worden gebruikt (derhalve ook voor andere doeleinden worden gebruikt) vallen onder de definitie. De verordening strekt zich uit tot het openbaar water binnen de gemeente Zwolle. Dat betekent echter niet dat de gemeente overal ligplaatsen kan aanwijzen. Met name voor Zwarte Water en Vecht geldt, dat op grond van Binnenvaartpolitiereglement en Wet beheer rijkswaterstaatswerken Rijkswaterstaat respectievelijk Waterschap Groot Salland het bevoegd gezag zijn. Een besluit om in deze wateren ligplaatsen te creëren kan dan ook alleen genomen worden wanneer deze andere overheden daarvoor een vergunning c.q. ontheffing hebben verleend. Omgekeerd kan het niet zo zijn, dat een woonschip alleen met toestemming van Rijkswaterstaat of waterschap een ligplaats kan innemen in deze wateren. Aanvullend op deze toestemming moet de gemeente de betreffende plaats ook acceptabel achten als ligplaats en opgenomen hebben op de ligplaatsenkaart. Artikel 1 Onder artikel 1, lid 3 is de in lid 2 gebruikte term 'bijbehorende voorzieningen' gedefinieerd. Bij het wonen op het water horen ook voorzieningen, zonder welke het wonen daar niet goed mogelijk zou zijn (zoals een loopplank of een bijboot). Een bijboot is een klein vaartuig dat behoort bij het woonschip en bestemd en geschikt is voor het onderhoud, de voortstuwing of het kunnen bereiken van het woonschip. Zo' n bijboot is voor veel bewoners noodzakelijk. De gewenste voorzieningen kunnen bij het aanvragen van een ligplaatsvergunning op het aanvraagformulier worden vermeld. Die gewenste voorzieningen worden getoetst aan de door burgemeester en wethouders gestelde regels (zie artikel 4, lid 3, onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.