Verordening Tegenprestatie ParticipatiewetDe raad van de gemeente Texel gelezen het advies van burgemeester en wethouders van Texel van 9 september 2014; gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeelb, van de Participatiewet; gehoord de raadscommissie; besluit vast te stellen de Verordening Tegenprestatie Participatiewet Hoofdstuk1 Algemene bepalingen Artikel1.Begripsomschrijving 1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht. 2.In deze verordening wordt verstaan onder: het college: Het college van burgemeester en wethouders van Texel de gemeenteraad: De gemeenteraad van Texel de wet: De Participatiewet re-integratieinstrumenten: De instrumenten die het college ter beschikking heeft voor het bieden van ondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de wet re-integratietraject: Aaneenschakeling van re-integratie instrumenten Hoofdstuk2 De tegenprestatie naar vermogen Artikel2.Inhoud van een tegenprestatie Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden: naar hun aard niet zijn gericht op toeleiding naar de arbeidsmarkt; en niet zijn bedoeld als re-integratie instrument; en worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin ze worden verricht; en niet leiden tot verdringing op de reguliere arbeidsmarkt. Artikel3.Het opdragen van een tegenprestatie 1.Het college kan een belanghebbende die geen re-integratietraject volgt een tegenprestatie opleggen. 2.Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren: de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een belanghebbende en; de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een belanghebbende moeten in aanmerking worden genomen en; indien een belanghebbende al maatschappelijke activiteiten, mantelzorg of vrijwilligerswerk verricht, wordt daarmee rekening gehouden. 1.In afwijking van het eerste lid draagt het college geen tegenprestatie op aan: De belanghebbende die aantoonbaar vrijwilligerswerk verricht dat naar aard en omvang minimaal vergelijkbaar is met een tegenprestatie als bedoeld in deze verordening De belanghebbende die mantelzorg verricht voor zover het verrichten van die mantelzorg naar het oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk is. Artikel4.Duur en omvang van een tegenprestatie 1.De tegenprestatie wordt opgedragen voor een maximale duur van 6 maanden. 2.De tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal 16 uur per week. 3.De tegenprestatie kan binnen een periode van twaalf maanden maximaal één keer worden opgedragen. Artikel5.Geen werkzaamheden voorhanden 1.Het college draagt geen tegenprestatie op indien geen werkzaamheden voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie. 2.Indien het college geen tegenprestatie opdraagt omdat geen werkzaamheden voorhanden zijn beoordeelt het college binnen een vooraf gestelde periode en in individuele gevallen of wel werkzaamheden voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie. Hoofdstuk3 Slotbepalingen Artikel6.Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening Tegenprestatie Participatiewet. Artikel7.Inwerkingtreding Deze verordening treedt na publicatie in werking met ingang van 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.