chriften voor naamgeving van de openbare ruimte en nummering van verblijfsobjecten. INHOUDSOPGAVE: Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen artikel 1 Hoofdstuk 2 Naamgeving artikelen 2 t/m 5 Hoofdstuk 3 Nummering artikelen 6 t/m 28 Hoofdstuk 4 Ingangsdatum, openbaarmaking, registratie en bekendmaking van toegekende namen en nummers artikelen 29 t/m 33 Hoofdstuk 5 Wijziging van namen en nummers artikelen 34 t/m 37 Hoofdstuk 6 Naamdragers artikelen 38 t/m 41 Hoofdstuk 7 Nummerdragers artiklen 42 en 43 Hoofdstuk 8 Slot- en overgangsbepalingen artikelen 44 t/m 46 Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepaling In dit reglement wordt verstaan onder: 1.College: Het college van burgemeester en wethouders van Zwolle 2.Commissie: Commissie naamgeving 3.Burgerzaken: Gemeentelijke sectie Burgerzaken van de eenheid Publiekszaken 4.Wijkzaken: Gemeentelijke eenheid Wijkzaken 5.Verordening: Verordening naamgeving en nummering 6.Gemeentelijk objectenhandboek: Interne schriftelijke richtlijnen voor het afbakenen van panden en verblijfsobjecten 7.BAG: Basisregistraties Adressen en Gebouwen; een registratie van authentieke gegevens voor adressen en gebouwen 8.BAG-register: Register met authentieke gegevens van adressen en gebouwen 9.Landelijke voorziening: De Landelijke Voorziening van de Basisregistraties voor Adressen en Gebouwen 10.Authentiek: Gebaseerd op rechtsgronden, waarvan een brondocument bestaat dat geregistreerd is in een systeem dat door het college onderhouden wordt. 11.Niet authentiek adres: Adres dat alleen voor interne doeleinden wordt geregistreerd in het BAG-register maar niet in de Landelijke Voorziening. 12.Pand: De kleinste, bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig constructief zelfstandige eenheid, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 13. Verblijfsobject: De kleinste binnen één of meerdere gebouwen gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige-of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik, die ontsloten wordt via een eigen toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte en dat onderwerp kan zijn van rechtshandelingen. 14. Ligplaats: Een deel van het openbaar water – en in een aantal gevallen grond dat door het college is bestemd of aangewezen voor het permanent afmeren van een woonschip of een woonark. 15.Standplaats: Een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn, die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere instellingen of van de gemeente kunnen worden aangesloten. 16.Adresseerbaar object: Een verblijfsobject, ligplaats of standplaats. 17.Hoofdgebouw: Een ligplaats, standplaats of verblijfsobject, niet zijnde een serie garagebox, garage of bedrijfspand aan of bij woning of authentiek gebouw voor openbaar nut zijnde. 18.Later geplaatst hoofdgebouw bij woning: Een hoofdgebouw dat wordt gebouwd op een terrein waar één of meer hoofdgebouwen staan die op een eerdere datum vergunt en gebouwd zijn. 19.Garage of bedrijfspand aan woning: Een verblijfsobject met de functie ‘garage’ of een bedrijfsmatige functie die op hetzelfde perceel staat als de woning. 20.Later geplaatst bedrijfspand of garage bij woning: Een bedrijfspand of garage die op een later tijdstip wordt vergund en gebouwd dan de woning of woningen welke op hetzelfde terrein staat of staan, waarbij het bedrijfspand of de garage ten dienste van de woning functioneert. 21.Serie garagebox: Een verblijfsobject met de functie ‘garage’, dat onderdeel uitmaakt van een reeks aaneengesloten garages die functioneel ten dienste staan van meerdere hoofdgebouwen. 22.Naamdrager: Bord waarop een toegekende naam is aangebracht, bijvoorbeeld een straatnaambord. 23.Nummerdrager: Bord waarop een toegekend nummer is aangebracht, bijvoorbeeld een huisnummerbord. 24.Opvolgend: Een Arabisch nummer of alfabetische letter die numeriek of alfabetisch volgt op respectievelijk het nummer of de letter van het naastliggende authentieke huisnummer met dezelfde naam voor aanliggend openbaar gebied. 25.NEN: Door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm, zoals deze luidde op het moment van vaststelling van dit uitvoeringsbesluit. Voor de overige begrippen, voorzover hier niet genoemd, wordt aangesloten bij de begripsom-schrijvingen uit de Verordening naamgeving en nummering van 2009. ONDERDEEL A: Administratieve uitvoeringsvoorschriften HOOFDSTUK 2 Naamgeving Artikel 2 Woonplaats, stadsdeel, wijk en buurt 1. Aan het gehele gemeentelijke grondgebied is de woonplaats(naam) “Zwolle” - zoals ook bedoeld in artikel 2, lid 1 van het “reglement naamgeving en nummering 2004” - toegekend. 2. De woonplaats Zwolle is verdeeld in stadsdelen, wijken en buurten, waaraan nummers kunnen worden toegekend, eventueel aangevuld met letters of namen. 3. De verdeling van stadsdelen in wijken en buurten vindt plaats op basis van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek voorgestelde werkwijze. Artikel 3 Algemene richtlijnen voor vaststelling van namen 1. Nieuwe namen worden zo veel mogelijk ontleend aan: algemeen bekende en vertrouwde, concrete zaken uit de natuur en het leven; overgeleverde veldnamen; plaatselijk gebonden persoonlijkheden, langer dan 10 jaar overleden; plaatselijke gebeurtenissen, langer dan 10 jaar geleden plaatsgevonden. 2. In de volgende gevallen kan worden afgeweken van voorwaarden voor het vernoemen van personen, als bedoeld in het voorgaande lid onder c: leden van het Koninklijk Huis kunnen bij leven vernoemd worden; oud-burgemeesters van Zwolle kunnen direct na overlijden vernoemd worden; plaatselijk gebonden persoonlijkheden die geen 10 jaar zijn overleden kunnen vernoemd worden als zij voor Zwolle een bijzondere maatschappelijke, culturele of sociale betekenis hadden; personen die meer dan 10 jaar zijn overleden maar niet plaatselijk gebonden, kunnen vernoemd worden als zij internationaal, nationaal of regionaal een bijzondere maatschappelijke, culturele of sociale betekenis. te vernoemen persoonlijkheden dienen van onbesproken gedrag te zijn, wat zonodig wordt onderzocht bij het NIOD. 3. Bij gelijknamigheid in naamgeving met elders voorkomende namen wordt gekozen voor plaatselijk gangbare en elders niet of weinig gebruikelijke achtervoegsels. 4. Namen zijn nooit langer dan 80 karakters 5. Voor een goede vindbaarheid en ter vermijding van verwarring wordt bij voorkeur gekozen voor: namen, die geen klankovereenkomst, gelijkluidendheid of verwantschap van begrip opleveren; gemakkelijk en ongedwongen uit te spreken namen; namen die niet langer dan 24 karakters zijn; het vermijden van buitenlandse namen; het vermijden van afkortingen in de naam; terughoudendheid met voornamen, voorletters en titels bij personen en waar nodig hoogstens vermelding van waardigheden of ambten; een schrijfwijze, waarvan de eerste letter van de naam met een hoofdletter begint. Artikel 4 Specifieke richtlijnen voor vaststelling van namen 1. Bij de totstandkoming van een nieuwe wijk of buurt adviseert de commissie het college in een vroeg stadium over een themakeus. 2. Na de vaststelling van de thema’s door het college stelt de commissie een groslijst van namen vast, waaruit gekozen kan worden bij de toedeling van straatnamen. 3. Zodra de stratenloop in (een deel van) de wijk / buurt vaststaat, bereidt de secretaris een collegebesluit voor tot straatnaamgeving. Bij het advies aan het college wordt geput uit de in lid 2 genoemde lijst. 4. Bij het toekennen van straatnamen wordt een systematiek gehanteerd, waarbij de straten themagewijs en zoveel mogelijk alfabetisch worden gerangschikt. 5. Als een groslijst is uitgeput wordt deze aangevuld met namen die aansluiten bij het thema dat voor de betreffende wijk of buurt is gekozen. 6. Bij vernoeming van personen wordt een verklarende tekst vastgesteld. In andere gevallen kan het college afzonderlijk hiertoe besluiten. Verklarende teksten worden beperkt tot 60 karakters. 7. Bij fietspaden wordt voor naamgeving bij voorkeur aansluiting gezocht bij de straat in welk verlengde het pad loopt, de straat waarop het pad uitkomt of bij een nabijgelegen straat. 8. Bij tunnels en bruggen wordt voor naamgeving bij voorkeur aansluiting gezocht bij de straat of het pad dat door de tunnel of over de brug voert, of bij een nabijgelegen straat. Artikel 5 Richtlijnen voor het consulteren van de bevolking bij naamgeving Bij het het toekennen van namen aan sportparken, gemeentelijke gebouwen en bossen of thema’s voor straatnamen kan het college besluiten de bevolking te consulteren. Elk verzoek om de bevolking te consulteren wordt ingediend bij de commissie naamgeving. Als het verzoek de benoeming van een ander deel van de openbare ruimte betreft dan bedoeld in het eerste lid, beoordeelt de commissie of het verzoek zich leent voor consultatie en adviseert het college hierover. HOOFDSTUK 3 Nummering Artikel 6 Toekenning van nummers 1. Door of vanwege het college worden nummers toegekend, gewijzigd of ingetrokken. 2. Een nummer bestaat uit één of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter en - als dat noodzakelijk is - nog gevolgd door een toevoeging. 3. Het toekennen van nummers geschiedt zoveel mogelijk bij toekenning van de vereiste vergunning 4. Het toekennen van nummers kan ook gescheiden op verzoek van een belanghebbende of na eigen waarneming, mits het te adresseren object in aanmerking komt voor een nummer Artikel 7 Wijze van nummeren Het nummeren geschiedt als volgt: In een straat worden rechts even nummers en links oneven nummers toegekend in een oplopende reeks. Er wordt begonnen met nummeren vanaf het beginpunt van de straat dat het dichtst bij het centrum van de stad is gelegen, of als dat niet mogelijk of logisch is vanaf het beginpunt van de straat dat het dichtst bij het centrum van de buurt ligt of vanaf een ontsluitingsweg in de buurt. In doodlopende straten wordt van het begin van de straat af, ongeacht de looprichting, rechts even en links oneven genummerd. Op pleinen wordt - met de klok mee - doorlopend genummerd Wanneer een plein onderdeel uitmaakt van een straat wordt op dat plein doorgenummerd alsof het een onderdeel van die straat is. Er wordt zoveel mogelijk genummerd aan die straat, waaraan het begin van het toegangspad is gelegen en vanwaar de kortst begaanbare route naar de (hoofd)toegang loopt. Voor ruimten tussen adresseerbare objecten, die in de toekomst mogelijk bebouwd worden, moet het maximaal te verwachten aantal nummers worden gereserveerd. Voor zowel authentieke adressen als niet-authentieke adressen is de wijze van nummering identiek. Artikel 8 Wat wordt authentiek genummerd 1. Elk verblijfsobject. 2. Elke ligplaats waar met vergunning bewoning plaats vindt op een woonschip. 3. Elke standplaats waar met vergunning bewoning plaatsvindt in een woonwagen. Artikel 9 Wat wordt niet-authentiek genummerd 1. Elk ander object dan bedoeld in artikel 8, waarvan door of vanwege het college is vastgesteld dat het gezien ligging en aard voor nummering in aanmerking komt. 2. Elk ander object dan bedoeld in artikel 8, dat voor de administratieve huishouding van de gemeente van belang kan zijn. Artikel 10 Nummeren van meergezinsgebouwen (met meerdere bouwlagen) 1. Als er in een gebouw meerdere woningen per verdieping aanwezig zijn met één gezamenlijk trappenhuis - de zogenoemde portiekwoningen - geschiedt de nummering verticaal. Daarbij wordt eerst de linkerzijde van het portiek van beneden naar boven genummerd en vervolgens de rechterzijde van beneden naar boven. 2. Als er in een gebouw meerdere woningen per verdieping aanwezig zijn en de toegangen tot die woningen gelegen zijn aan galerijen – de zogenoemde galerijflats - geschiedt de nummering horizontaal (van links naar rechts) per galerij. Daarbij wordt eerst de laagst gelegen galerij genummerd. 3. Als er op de begane grond van een gebouw als bedoeld in het tweede lid, andere objecten zijn gelegen die genummerd worden, is van belang waar de toegang tot de galerijflat is gelegen ten opzichte van de toegang van die andere objecten. Ligt de toegang van dat object vóór de toegang tot de galerijflat dan wordt eerst dat object genummerd en vervolgens de woningen van de er achter liggende galerijflat. Ligt de toegang van dat object ná de toegang tot de galerijflat dan worden eerst de woningen van de galerijflat genummerd en vervolgens het er achter gelegen object. Artikel 11 Toe te kennen authentiek nummer hoofdgebouw 1. Het authentieke toe te kennen nummer voor een hoofdgebouw bestaat uit een opvolgend nummer van het naastgelegen authentieke nummer voorzover deze gerelateerd is aan dezelfde straatnaam. 2. Als het opvolgende nummer, bedoeld in lid 1, al bestaat, wordt een opvolgende letter toegevoegd aan het te nummeren object. 3. Als ook de opvolgende letter al bestaat, wordt aan het opvolgende nummer, bedoeld in lid 1, een Arabisch cijfer toegevoegd. Artikel 12 Toe te kennen authentiek nummer aan specifieke objecten De wijze van nummering zoals bedoeld in de artikelen 13 tot en met 26 vindt niet op de daar beschreven wijze plaats als dat gelet op de vindbaarheid niet logisch is. In dat geval wordt het nummer niet ontleend aan het dichtst bij gelegen authentieke nummer. Artikel 13 Toe te kennen authentiek nummer parkeergarage Het authentieke nummer voor een serie garagebox bestaat uit het nummer van het dichtst bij gelegen authentieke nummer - alleen bestaand uit een cijfer - gevolgd door de hoofdletter A, vervolgens een koppelteken en aansluitend een getal dat een opvolgend nummer weergeeft (bijvoorbeeld 45A-1). Artikel 14 Toe te kennen authentiek nummer berging, waarvan niet vaststaat bij welk verblijfsobject het hoort Het authentieke nummer voor een berging, waarvan niet vaststaat bij welk verblijfsobject het hoort, bestaat uit het nummer van het dichtst bij gelegen authentieke nummer - alleen bestaand uit een cijfer - gevolgd door de hoofdletter B, vervolgens een koppelteken en aansluitend een getal dat een opvolgend nummer weergeeft (bijvoorbeeld 45B-1). Artikel 15 Toe te kennen authentiek nummer telefooncentrale Het authentieke nummer voor een telefooncentrale bestaat uit het nummer van het dichtst bij gelegen authentieke nummer - alleen bestaand uit een cijfer - gevolgd door de hoofdletter C, vervolgens een koppelteken en aansluitend een getal dat een opvolgend nummer weergeeft (bijvoorbeeld 45C-1). Artikel 16 Toe te kennen authentiek nummer gas- of waterdistributiestation Het authentieke nummer voor een gasregelstation of gasdistribtiestation bestaat uit het nummer van het dichtst bij gelegen authentieke nummer - alleen bestaand uit een cijfer - gevolgd door de hoofdletter D, vervolgens een koppelteken en aansluitend een getal dat een opvolgend nummer weergeeft (bijvoorbeeld 45D-1). Artikel 17 Toe te kennen authentiek nummer serie garagebox Het authentieke nummer voor een serie garagebox bestaat uit het nummer van het dichtst bij gelegen authentieke nummer - alleen bestaand uit een cijfer - gevolgd door de hoofdletter G, vervolgens een koppelteken en aansluitend een getal dat een opvolgend nummer weergeeft (bijvoorbeeld 45G-1). Artikel 18 Toe te kennen authentiek nummer kiosk Het authentieke nummer voor een kiosk bestaat uit het nummer van het dichtst bij gelegen authentieke nummer - alleen bestaand uit een cijfer - gevolgd door de hoofdletter K, vervolgens een koppelteken en aansluitend een getal dat een opvolgend nummer weergeeft (bijvoorbeeld 45K-1). Artikel 19 Toe te kennen authentiek nummer loods Het authentieke nummer voor een loods bestaat uit het nummer van het dichtst bij gelegen authentieke nummer - alleen bestaand uit een cijfer - waarna een koppelteken volgt, gevolgd door de hoofdletter L en aansluitend twee getallen een getal dat een opvolgend nummer weergeeft (bijvoorbeeld 45L-1). Artikel 20 Toe te kennen authentiek nummer nutsvoorziening Het authentieke nummer voor een gebouw voor nutsvoorzieningen bestaat uit het nummer van het dichtst bij gelegen authentieke nummer - alleen bestaand uit een cijfer - gevolgd door de hoofdletter N, vervolgens een koppelteken en aansluitend een getal dat een opvolgend nummer weergeeft (bijvoorbeeld 45N-1). Artikel 21 Toe te kennen authentiek nummer pinautomaat Het authentieke nummer voor een pinautomaat bestaat uit het nummer van het dichtst bij gelegen authentieke nummer - alleen bestaand uit een cijfer - gevolgd door de hoofdletter P, vervolgens een koppelteken en aansluitend een getal dat een opvolgend nummer weergeeft (bijvoorbeeld 45P-1). Artikel 22 Toe te kennen authentiek nummer rioolgemaal of onderbemaling Het authentieke nummer voor een rioolgemaal bestaat uit het nummer van het dichtst bij gelegen authentieke nummer - alleen bestaand uit een cijfer - gevolgd door de hoofdletter R, vervolgens een koppelteken en aansluitend een getal dat een opvolgend nummer weergeeft (bijvoorbeeld 45R-1). Artikel 23 Toe te kennen authentiek nummer stook- of ketelruimte Het authentieke nummer voor een stook- of ketelruimte bestaat uit het nummer van het dichtst bij gelegen authentieke nummer - alleen bestaand uit een cijfer - gevolgd door de hoofdletter S, vervolgens een koppelteken en aansluitend een getal dat een opvolgend nummer weergeeft (bijvoorbeeld 45S-1). Artikel 24 Toe te kennen authentiek nummer transformatorhuisje Het authentieke nummer voor een transformatorhuisje bestaat uit het nummer van het dichtst bij gelegen authentieke nummer - alleen bestaand uit een cijfer - gevolgd door de hoofdletter T, vervolgens een koppelteken en aansluitend een getal dat een opvolgend nummer weergeeft (bijvoorbeeld 45T-1). Artikel 25 Toe te kennen authentiek nummer vakantie- of recreatiehuisje Het authentieke nummer voor een vakantie- of recreatiehuisje bestaat uit het nummer van het dichtst bij gelegen authentieke nummer - alleen bestaand uit een cijfer - gevolgd door de hoofdletter V, vervolgens een koppelteken en aansluitend een getal dat een opvolgend nummer weergeeft (bijvoorbeeld 45V-1). Artikel 26 Toe te kennen authentiek nummer brugwachtershuisje Het authentieke nummer voor een brugwachtershuisje bestaat uit het nummer van het dichtst bij gelegen authentieke nummer - alleen bestaand uit een cijfer - gevolgd door de hoofdletter W, vervolgens een koppelteken en aansluitend een getal dat een opvolgend nummer weergeeft (bijvoorbeeld 45W-1). Artikel 27 Toe te kennen authentiek huisnummer garage of bedrijfspand aan woning Het authentieke nummer voor een garage of bedrijfspand aan een woning, waarbij de garage valt aan te merken als een afzonderlijk verblijfsobject, bestaat uit het authentieke nummer van de woning waaraan een opvolgende letter wordt toegevoegd. Artikel 28 Toe te kennen authentiek huisnummer later geplaatst hoofdgebouw, bedrijfspand of garage bij woning Het authentieke nummer voor een later geplaatst hoofdgebouw, garage of bedrijfspand bij een woning bestaat uit de cijfers van het authentieke huisnummer van de genoemde woning waaraan een opvolgende letter wordt toegevoegd. HOOFDSTUK 4 Ingangsdatum, registratie, openbaarmaking en bekendmaking van toegekende namen en nummers Artikel 29 Ingangsdatum van namen Toegekende namen gaan in op de datum dat het college hiertoe besluit of op de datum die in het besluit is vermeld. Artikel 30 Ingangsdatum van nummers Een toegekend nummer gaat in op de datum waarop het in het “besluit naamgeving en nummering” is vastgesteld of op de datum die voor dat nummer in het dat besluit vermeld. Artikel 31 Registratie van namen en nummers Toegekende namen voor de openbare ruimte en authentiek nummers voor verblijfsobjecten worden in het BAG-register vastgelegd en gemeld aan de Landelijke Voorziening. Artikel 32 Openbaarmaking en bekendmaking van namen 1. Nadat het college een naam heeft toegekend wordt dit openbaar gemaakt via het perscontact. 2. Nadat het college een naam heeft vastgesteld wordt dit bekend gemaakt via een “besluit naamgeving en nummering”, dat wordt afgekondigd op de gemeentepagina van de Peperbus en ter inzage gelegd bij het gemeentelijk informatiecentrum. 3. Openbaarmaking en bekendmaking als bedoeld in het eerste en tweede lid is niet toegestaan bij besluiten die niet openbaar zijn of waarop en zolang er een embargo op berust. 4. Het “besluit naamgeving en nummering” wordt tevens verzonden aan: de opdrachtgever (bij nieuwbouw) de rechthebbende en/of belanghebbende (bij bestaande bouw) interne afnemers nutsbedrijven andere externe afnemers Artikel 33 Openbaarmaking en bekendmaking van nummers 1. Nadat het college een nummer heeft toegekend wordt dit openbaar en bekend gemaakt via een “besluit naamgeving en nummering”, dat wordt afgekondigd op de gemeentepagina van de Peperbus en ter inzage gelegd bij het gemeentelijk informatiecentrum. 2. Het “besluit naamgeving en nummering” wordt tevens verzonden aan: de opdrachtgever (bij nieuwbouw) de rechthebbende en/of belanghebbende (bij bestaande bouw) aangewezen interne afnemers nutsbedrijven aangewezen externe afnemers HOOFDSTUK 5 Wijziging van namen en nummers Artikel 34 Richtlijnen voor wijzigen van namen (vernaming) 1. Bestaande namen worden in de volgende gevallen gewijzigd: als door wettelijk geregelde grenswijziging, grenscorrectie of gemeentelijke herindeling sprake is van twee delen van de openbare ruimte met dezelfde of gelijkluidende naam; in welk geval de “toegevoegde” openbare ruimte vernaamd wordt; als door spellingsherziening aanpassing van de schrijfwijze wettelijk verplicht wordt gesteld. 2. Bestaande namen kunnen in de volgende gevallen gewijzigd worden: als de loop van een openbare ruimte door infrastructurele wijzigingen, stadsvernieuwing en dergelijke zodanig wijzigt dat de vindbaarheid van (een deel van) de (toekomstige) adressen in het geding is; als blijkt dat een naam foutief is vastgesteld of gespeld; als het college hier uitdrukkelijk en onder opgave van objectief waardeerbare redenen om verzoekt. Artikel 35 Richtlijnen voor wijzigen van nummers (vernummering) Bestaande nummers worden gewijzigd als door wettelijk geregelde grenswijziging, grenscorrectie of gemeentelijke herindeling sprake is van één of meer identieke adressen; in welk geval het “toegevoegde” nummer vernummerd wordt; Bestaande nummers kunnen in de volgende gevallen worden gewijzigd: als nieuwe nummers niet op een juiste en logische wijze kunnen worden toegekend; als de vindbaarheid van één of meer (toekomstige) objecten hierdoor (beter) gewaarborgd wordt; als het college menen dat dit om andere redenen noodzakelijk is. Bij vernummering wordt - voor zover mogelijk is - rekening gehouden met het aantal te vernummeren objecten in relatie tot het aantal nieuw te nummeren objecten. Tijdens de overgangstermijn worden zonodig nummerverwijsborden aangebracht als blijkt dat tot het moment van het van kracht worden van de vernummering de vindbaarheid niet gewaarborgd is. Artikel 36 Zorgvuldigheidsnormen bij vernaming of vernummering Bij een vernaming of vernummering worden de volgende zorgvuldigheidsnormen in acht gehouden: er wordt alleen vernummerd als nummering op een logische manier - mede door gebruikmaking van letters en nummertoevoegingen - niet (langer) mogelijk is; er wordt eerst een voornemen kenbaar gemaakt aan de belanghebbende(n), zoveel mogelijk voorafgegaan door beginspraak; er wordt bij woningen een minimale overgangstermijn van 6 maanden gehanteerd, tenzij met alle belanghebbende(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.