Gemeenteblad 2014 Nadere regels non-formele taal- en rekeneducatie Rotterdam 2015-2019 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van de concerndirecteur Maatschappelijke Ontwikkeling van 28 oktober 2014; kenmerk 14MO16467; gelet op de artikelen 3 en 4 en 6 vierde lid, van de Subsidieverordening Rotterdam (SVR) 2014; overwegende, dat het noodzakelijk is om nadere regels te stellen ter uitvoering van het beleidskader: “Met taal versta je elkaar“; besluit vast te stellen: Nadere regels non-formele taal- en rekeneducatie Rotterdam 2015-2019 Artikel1Begripsbepalingen In deze nadere regels wordt (mede) verstaan onder: beleidskader: ‘Met taal versta je elkaar’; burgers: ingezetenen van de gemeente Rotterdam volgens de Gemeentelijke Basis Administratie in de leeftijd van 18 tot 65 jaar; contextgerichte samenwerking: samenwerking tussen aanbieders van taal- en rekeneducatie en professionals actief binnen de maatschappelijke context zoals benoemd in het beleidskader; een aantoonbare praktijkgerichte component maakt onderdeel uit van de samenwerking; deelaspecten eindtermen WEB: volgens Regeling Eindtermen Educatie; doorlopende leerlijn: taal- en rekeneducatie waarbij een sluitende leerlijn wordt gevormd tussen informele, non-formele en formele educatie; eindtermen WEB: zoals beschreven in de Regeling Eindtermen Educatie; eigen bijdrage: verplichting in de vorm van een (financiële) tegenprestatie van de deelnemer zoals toegelicht bij artikel 5.i van deze nadere regels; formele educatie: educatie gericht op in de WEB opgenomen eindtermen en leidt op tot een diploma; voor de uitvoering van formele educatie hebben aanbieders een diploma-erkenning nodig; gebiedsgericht: gericht op het gebied conform artikel 2.1 van de Verordening op de gebiedscommissies 2014; leefgebieden: gezondheid, werk en inkomen en integratie; maatschappelijke context: zoals beschreven in het beleidskader; non-formele educatie: niet diplomagerichte taal- en rekeneducatie, maar wel gericht op deelaspecten van de eindtermen WEB; aanbieders hebben geen diploma-erkenning nodig; outcome: het effect dat de activiteit heeft op de deelnemers. Afhankelijk van de doelstelling van de activiteit heeft outcome in dit kader betrekking op (toename van) kennis, vaardigheden en indien mogelijk doorstroom naar bijvoorbeeld (vrijwilligers)werk, een participatieactiviteit, formele educatie; output: een direct tot de activiteit herleidbaar resultaat, bijvoorbeeld het aantal deelnemers; professionele docent: persoon die beschikt over een pedagogisch didactische aantekening en een uitstekende beheersing van de Nederlandse taal en een betaalde bijdrage levert bij de uitvoering van taal- en rekeneducatie; sociaal ondernemer: ondernemer die een maatschappelijke opgave op een bedrijfsmatige manier aanpakt. In het ondernemerschap wordt blijk gegeven van een bijdrage aan het doel van deze nadere regels. De aanpak is onderbouwd met een (duurzaam) verdienmodel, waarin maatschappelijke baten opwegen tegen maatschappelijke kosten. Een sociaal ondernemer kan verschillende rechtsvormen hebben uiteenlopend van eenmanszaak tot coöperatieve vereniging; taalvrijwilliger: persoon die onbetaald en in enig georganiseerd verband ondersteuning biedt in de bevordering van de beheersing van de Nederlandse taal van burgers; unieke deelnemers: individuele deelnemers die op basis van een burgerservicenummer door een accountant geïdentificeerd kunnen worden; WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs. Artikel2Doel en vorm van de subsidie 1.Deze nadere regels zijn van toepassing op aanvragen voor eenmalige subsidies in het kader van het beleidskader ‘Met taal versta je elkaar’. 2.Subsidieaanvragen kunnen alleen betrekking hebben op bestaande of nieuwe taal- en rekeneducatie voor de burger binnen de context van de doelstellingen van het beleidskader geformuleerd in hoofdstuk vijf. Artikel3Aanvragers 1.De aanvragers van een subsidie voor het uitvoeren van taal- en rekeneducatie kunnen zijn: 2.a. taalaanbieders; b. vrijwilligersorganisaties; wijkgerichte- bewoners of belangenorganisaties; sociaal ondernemers; professionele organisaties actief binnen één of meerdere maatschappelijke contexten; 3.Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet er sprake zijn van een samenwerkingsverband van ten minste twee van de in het eerste lid genoemde organisaties. 4.De aanvrager stuurt een ondertekende verklaring door de leden van het samenwerkingsverband mee. In de verklaring is vastgelegd dat de leden akkoord zijn met het inhoudelijke plan overeenkomstig artikel 7 en dat zij hun medewerking daaraan verlenen. 5.De aanvrager is bereid kosteloos medewerking te verlenen aan onderzoek naar de kwaliteit en de resultaten van de taal- en rekeneducatie onderdeel uitmakend van de aanvraag. Artikel4Subsidiabele activiteiten 1.Een organisatie kan ten behoeve van de in artikel 2 genoemde doelstelling een subsidie aanvragen voor één of meerdere van de volgende activiteiten: non-formele educatie: niet diplomagerichte taal- en rekeneducatie, maar wel gericht op deelaspecten van de eindtermen WEB; werving en training van taalvrijwilligers voor inzet ten behoeve van taal- en rekeneducatie. Hierbij kan ook gedacht worden aan WWB’ers die een tegenprestatie voor hun uitkering moeten verrichten. De aanvrager moet vooraf aannemelijk maken en achteraf aantonen dat de taalactiviteit een bijdrage levert aan het verbeteren van de taalvaardigheid in relatie tot een of meerdere leefgebieden. De activiteiten dienen in het desbetreffende jaar te worden uitgevoerd. Informele en formele taal- en rekeneducatie zijn niet subsidiabel. Het minimaal te subsidiëren bedrag per aanvraag is € 10.000,-. Artikel5Doelgerichte criteria 1.Voor de uit te voeren en zo nodig te ontwikkelen taal- en rekeneducatie waarvoor een subsidieaanvraag wordt ingediend gelden de volgende voorwaarden, die nader zijn omschreven in het beleidskader 2015-2019 “Met taal versta je elkaar”. Er moet sprake zijn van: aantoonbare samenwerking; concreet gedefinieerd meetbaar resultaat; doorlopende leerlijn; contextgericht; bereik doelgroep; passende inzet personeel bij uitvoering; onderbouwing individuele behoefte; onderbouwing geografische behoefte; eigen bijdrage van de deelnemer, al dan niet door middel van eentegenprestatie; duurzaamheid/lange termijn effecten. In geval van bestaande taal- en rekeneducatie geldt naast bovenstaande voorwaarden ook de voorwaarde dat er sprake is van bewezen effect/succes. Artikel6Weigeringsgronden Er bestaat geen recht op subsidie op grond van de hierna volgende nadere regels: Indien de aanvraag niet voldoet aan de in artikelen 2 tot en met 5 genoemde voorwaarden en criteria. Indien er door andere partijen, al dan niet binnen het beleidskader, in afdoende mate taal- en rekeneducatie wordt aangeboden. Uitzonderingen, binnen de kaders van de doelstellingen van het beleidskader zijn mogelijk, bijvoorbeeld als het gaat om cofinanciering van landelijke of Europese projecten. Voor taal- en rekeneducatie die valt onder andere wet- en regelgeving dan de WEB. Artikel7Eisen aan de aanvraag 1.De aanvraag bevat: a. een inhoudelijk plan, van maximaal 6 pagina’s waarin alle punten genoemd in artikel 5 zijn opgenomen, inclusief een beschrijving van de resultaten van de output en outcome. Indien de aanvraag zich richt op het opleiden van taalvrijwilligers maakt een begeleidingsplan onderdeel uit van de aanvraag; b. een financiële onderbouwing. Artikel8Beoordeling subsidieaanvragen 1.Bij de beoordeling van de aanvraag worden de volgende criteria gehanteerd: kwaliteit van de aanvraag; in hoeverre het inhoudelijke plan past binnen het beleidskader; de aanwezigheid van een duidelijke kosten-batenanalyse bij de inzet van vrijwilligers in combinatie met professionele taaltrainers/docenten in geval van non-formele taal- en rekeneducatie; mate waarin aanvrager en leden van het samenwerkingsverband zoals beschreven in artikel 3 een bijdrage leveren aan de zelfredzaamheid van de burger binnen het contextgerichte taalbeleid; de mate waarin de doorlopende leerlijn voor de individuele deelnemer gerealiseerd wordt; de mate waarin wordt samengewerkt met partners zoals vermeld in artikel 3 van deze nadere regels; toereikendheid van het subsidieplafond; bij een inhoudelijk kwalitatief vergelijkbare aanvraag heeft de economisch meest gunstige aanvraag voorrang; een evenredige verdeling van de taal- en rekeneducatie over de drie maatschappelijke leefgebieden. Artikel9Subsidieplafond en verdeelsleutel 1.Het subsidieplafond wordt door het college vastgesteld. Voor 2015 bedraagt het beschikbare budget € 1,2 mln. 2.Het subsidieplafond wordt jaarlijks bijgesteld. 3.Subsidieaanvragen worden in volgorde van ontvangst van de volledige aanvraag behandeld, waarbij zoveel mogelijk gestreefd wordt naar een evenredige verdeling over de drie leefgebieden. Artikel10Wijze en tijdstip van indienen aanvraag 1.De aanvraag voor 2015 kan gedaan worden vanaf 1 januari 2015 tot 1 april 2015 via het digitale subsidieloket van de gemeente Rotterdam, onder www.rotterdam.nl/subsidies. Conform de SVR is het mogelijk om ook na deze periode subsidie aan te vragen. Deze aanvragen kunnen alleen betrekking hebben op kortdurende activiteiten die in 2015 starten en eindigen. 2.Voor de aanvragen voor de jaren 2016, 2017 en 2018 geldt dezelfde termijn als onder lid 1, aangepast naar het desbetreffende kalenderjaar. Artikel11Inwerkingtreding en looptijd Deze nadere regels treden in werking op de eerste dag na de dagtekening van het Gemeenteblad waarin zij worden geplaatst. De nadere regels kennen een looptijd tot 1 januari 2019. Artikel12Citeertitel Deze nadere regels worden aangehaald als: Nadere regels non-formele taal- en rekeneducatie Rotterdam 2015-2019. Aldus vastgesteld in de vergadering van 4 november 2014. De secretaris, De burgemeester, Ph. F. M. Raets A. Aboutaleb Dit gemeenteblad is uitgegeven op 6 november 2014 en ligt op werkdagen van 8.30 tot 16.00 uur ter inzage bij het Kenniscentrum Bestuursdienst Rotterdam (KBR), locatie Stadswinkel Centrum, Coolsingel 40 (zijde Doelwater, tegenover hoofdbureau politie) (Zie ook: www.bis.rotterdam.nl – Regelgeving of Gemeentebladen chronologisch) Toelichting Algemene toelichtingPer 1 januari 2015 wordt de WEB gewijzigd. De wetswijziging is op 8 juli 2014 door de Eerste Kamer aangenomen. Deze wetswijziging heeft betrekking op: de afbouw van de gedwongen winkelnering (75% verplichte inkoop in 2015, 50% in 2016 en 25% in 2017; een regionale inkoop met de arbeidsmarktregio Rijnmond, waarvan Rotterdam centrumgemeente is; naast formele educatie is non-formele educatie ook toegestaan binnen de WEB, waarbij de activiteiten gericht moeten zijn op de deelaspecten van de eindtermen binnen de WEB. Deze nadere regels zijn van toepassing op de meest actuele wet- en regelgeving. De nadere regels non-formele taal- en rekeneducatie Rotterdam 2015-2019 hebben als doel taal en rekenen in samenhang met andere maatschappelijke problemen aan te pakken. Onder de burgers is behoefte aan diverse vormen van taal- en rekeneducatie waarmee verschillende doelen bereikt kunnen worden, zoals het vinden van een (betere) baan, het gezond worden en blijven, geen schulden meer hebben e.d. Door non-formele taal- en rekeneducatie in deze maatschappelijke context aan te bieden, is er oog voor de diversiteit in taal- en rekenbehoefte. De informele taalactiviteiten en non-formele taalactiviteiten die geen relatie hebben met de (deelaspecten) van de eindtermen van de WEB vallen buiten deze nadere regels. Deze activiteiten zijn ondergebracht bij bewonersinitiatieven en welzijn. Bij non-formele taal- en rekeneducatie zijn naast taalvrijwilligers ook professionele docenten actief. Deze taal- en rekeneducatie dient aan te sluiten op het formele taalaanbod. Formele educatie maakt geen onderdeel uit van deze nadere regels. Artikelgewijze toelichtingArtikel 1 BegripsbepalingenIn dit artikel is een aantal in de nadere regels gebruikte begrippen gedefinieerd. Hierbij is aangesloten op de definities en uitleg, die worden gehanteerd in de WEB en in het beleidskader. Artikel 2 Doel en vorm van de subsidieDe bestaande of nieuwe taal- en rekeneducatie dient een bijdrage te leveren aan het doel dat een individuele burger wil bereiken binnen de context van de in hoofdstuk vijf van het beleidskader genoemde leefgebieden: Gezondheid Werk en Inkomen Integratie. Artikel 3 AanvragersMinimaal twee van genoemde organisaties kunnen vanuit een samenwerkingsverband een aanvraag doen. Het is hierbij niet noodzakelijk dat een van de twee partijen tot de categorie taalaanbieder behoort. Andere organisaties genoemd onder lid 1 van artikel drie kunnen immers ook beschikken over professionals en taalvrijwilligers. Een samenwerkingsverband met meerdere organisaties is eveneens toegestaan. Bij de aanvraag dient een ondertekende verklaring van de samenwerkende organisaties ingediend te worden waarin zij aangeven het eens te zijn met de uitvoering van taal- en rekeneducatie in relatie tot de maatschappelijke context en met de samenwerking in relatie tot deze nadere regels. Het doel is de samenwerking te bevorderen tussen partijen gericht op contextrijk taalleren. Vandaar dat bij de aanvraag de eis van een samenwerkingsverband wordt gesteld. Daarbij geldt dat er altijd een
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.