Huisvestingsverordening Gouda 2009inhoudsopgave hoofdstuklalgemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen hoofdstukllverdeling van woonruimte Huisvestingsvergunning Paragraaf 2.1 Werkingsgebied Artikel 2.1.1 Huurprijs- en koopprijsgrens Artikel 2.1.2 Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte Artikel 2.1.3 Nadere beperking Paragraaf 2.2 Toelating Artikel 2.2.1 Meerderjarigheid Artikel 2.2.2 Economische en maatschappelijke binding Artikel 2.2.3 Verblijfsstatus Paragraaf 2.3 Passendheid Artikel 2.3.1 Bezettingsnormen Artikel 2.3.2 Woningtype en bestemmingscriteria Artikel 2.3.3 Passendheid en huurtoeslag Artikel 2.3.4 Financiële passendheid nieuwbouw-koopwoningen Paragraaf 2.4 Woningzoekenden met urgentie Artikel 2.4.1 Urgentie Artikel 2.4.2 Register van woningzoekenden met urgentie Artikel 2.4.3 Bewijs van registratie Artikel 2.4.4 Woningzoekenden met urgentie en woningaanbieding Artikel 2.4.5 Vervallenverklaring en intrekking registratie Paragraaf 2.5 Leegmelding, wijze van aanbieding en volgordebepaling Artikel 2.5.1 Leegmelding Artikel 2.5.2 Publicatie van vrijgekomen en vrijkomende huurwoningen Artikel 2.5.3 Verantwoording toegewezen huurwoningen Artikel 2.5.4 Volgordebepaling huurwoningen Artikel 2.5.5 Volgordebepaling nieuwbouwkoop-woningen Paragraaf 2.6 Huisvestingsvergunning 2.6.1 Aanvragen van een huisvestingsvergunning 2.6.2 Criteria voor vergunningverlening 2.6.3 Vruchteloze aanbieding 2.6.4 Intrekking Paragraaf 2.7 Woonwagenstandplaatsen Artikel 2.7.1 Inschrijving en bekendmaking Artikel 2.7.2 Toelating Artikel 2.7.3 Volgordebepaling Artikel 2.7.4 Verlenen huisvestingsvergunning voor een standplaats Artikel 2.7.5 Vervallenverklaring huisvestingsvergunning voor een woonwagenstandplaats Artikel 2.7.6 Intrekking huisvestingsvergunning voor een woonwagenstandplaats Paragraaf 2.8 Ligplaatsen voor woonschepen Artikel 2.8.1 Register en toewijzing Paragraaf 2.9 Bevoegdheden Artikel 2.9.1 Overeenkomsten Hoofdstuklllverdere bepalingen Artikel 3.1 Hardheidsclausule Artikel 3.2 Strafbepaling leegmelding Artikel 3.2a Strafbepaling huisvestingsverordening Artikel 3.3 Handhaving Artikel 3.4 Restbepaling Artikel 3.5 Overleg bij wijziging Artikel 3.6 Verslaglegging Artikel 3.7 Tijdelijk maatwerk HoofdstuklVslotbepalingen Artikel 4.1 Citeertitel Artikel 4.2 Inwerkingtreding artikelsgewijze Toelichting de raad van de gmeente gouda Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 april 2009 Gelet op artikel 2 van de huisvestingswet; besluit: de ingediende zienswijzen te beantwoorden conform de bijgevoegde nota van beantwoording zienswijzen; de Huisvestingsverordening Gouda 2009 vast te stellen; de verordening na vaststelling ter goedkeuring door te zenden naar Gedeputeerde Staten. Hoofdstukl - algemene bepalingen Artikel1.1begripsbepalingen Besluit: Het Huisvestingsbesluit; BL-score: - bewoningsduur-/leeftijdscore: - een getal, gelijk aan het aantal volledige maanden dat het huishouden ononderbroken, blijkend uit de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, woonachtig is in de huidige zelfstandige woonruimte, of - een getal, gelijk aan het aantal volledige maanden dat de leeftijd van (de hoofdaanvrager van) het huishouden dat niet (meer) beschikt over zelfstandige woonruimte de 18 jaar overtreft. Economische binding: Het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub L, van de wet bepaalde; Eigenaar: Het daaromtrent in artikel 1, lid 2, van de wet bepaalde; Huishouden: Een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; Huisvestingsvergunning: De vergunning, bedoeld in artikel 7 van de wet; Huurprijs: Het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub J, van de wet bepaalde; Huurprijsgrens: Het bedrag zoals bedoeld in artikel 6, lid 3 onder B van de wet; Ingezetene: Degene die in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente Gouda of van één der regiogemeenten is opgenomen en daar daadwerkelijk zijn hoofdverblijf heeft in woonruimte (waaronder ook begrepen onzelfstandige woonruimte) die permanent mag worden bewoond; Inkomen: De gezamenlijke toetsingsinkomens, bedoeld in artikel 8 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, die in aanmerking worden genomen voor het bepalen van de draagkracht, bedoeld in artikel 7 van die wet; Inwoning: Het bewonen van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen; Kamer: Elke afzonderlijke ruimte in een woning geschikt voor woon- of slaapruimte met een oppervlakte van tenminste 5 m2; Koopprijs: Het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub K, van de wet bepaalde; Koopprijsgrens: De koopprijsgrens is voor Gouda vastgesteld op € 211.000,- ; Maatschappelijke binding: Het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub M, van de wet bepaalde, met dien verstande dat een maatschappelijke binding in elk geval wordt aangenomen ten aanzien van personen die ten minste twee jaar onafgebroken ingezetene zijn dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene zijn geweest van Gouda of de regio; Medehuurderschap: Het daaromtrent in artikel 23, lid 3 van de wet bepaalde; Onzelfstandige woonruimte: Woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; Regiogemeenten: De gemeenten Bergambacht, Bodegraven, Boskoop, Moordrecht, Nederlek, Nieuwerkerk a/d IJssel, Ouderkerk, Reeuwijk, Schoonhoven, Vlist, Waddinxveen en Zevenhuizen-Moerkapelle; Standplaats: Een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel H, van de Woningwet (Stb. 1991, 439) ; Vergunningplichtige woonruimte: Een woning waarvoor in deze verordening een huisvestingsvergunning verplicht is gesteld voor het in gebruik nemen ervan; Wet: De Huisvestingswet; Woningruil: Het door twee of meer partijen wederkerig in gebruik nemen van elkaars woning, met het oogmerk van daadwerkelijke permanente bewoning; Woonruimte: Een woonruimte met een eigen toegang, die een huishouden kan bewonen zonder dat dit huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; Woonwagen: Een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Woningwet; Zorgindicatie: Een indicatie, afgegeven door een bevoegde instantie, die noodzakelijk is voor toewijzing van een woning, bestemd voor zorggeïndiceerden. Hoofdstukll - verdeling van de woonruimte Paragraaf2.1Werkingsgebied Artikel2.1.1huurprijs- en koopprijsgrens Het bepaalde in dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op a. woonruimten met een huurprijs beneden de huurprijsgrens; b. woonruimten met een koopprijs beneden de koopprijsgrens. Artikel2.1.2aanwijzing vergunningplichtige woonruimte 1. Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning een woonruimte met een huurprijs beneden de huurprijsgrens respectievelijk een nieuw gebouwde woonruimte met een koopprijs beneden de koopprijsgrens in gebruik te nemen voor bewoning. 2. Het is verboden de in het vorige lid bedoelde woonruimte voor bewoning in gebruik te geven aan een huishouden dat niet beschikt over een huisvestingsvergunning. 3. Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning een standplaats voor een woonwagen of een ligplaats voor een woonschip in gebruik te nemen of bezet te houden. Artikel2.1.3nadere beperking Onder woonruimte, als bedoeld in artikel 2.1.2, wordt niet begrepen onzelfstandige woonruimten en woonruimten, als vermeld in artikel 6, lid 1, van de wet. Paragraaf2.2- toelating Artikel2.2.1meerderjarigheid Ten minste één der leden van het huishouden moet meerderjarig zijn. Artikel2.2.2economische en maatschappelijke binding 1.Ten minste één der meerderjarige leden van het huishouden moet economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan Gouda of een regiogemeente, dan wel behoren tot één der huishoudens, als bedoeld in artikel 13c, lid 1, van de wet. 2.In afwijking van het eerste lid geldt de eis van economische of maatschappelijke binding niet, indien zich een situatie voordoet als beschreven in artikel 6 van het besluit, dan wel indien er sprake is van vruchteloze aanbieding, als bedoeld in artikel 2.6.3. Artikel2.2.3verblijfsstatus De leden van het huishouden moeten òf de Nederlandse nationaliteit bezitten òf beschikken over een geldige verblijfstitel in Nederland. Paragraaf2.3passendheid Artikel2.3.1bezettingsnormen 1.Een huurwoning met vijf of meer kamers wordt alleen passend geacht voor een huishouden van vijf personen of meer. 2.Een huurwoning van vier kamers of minder wordt niet passend geacht voor een huishouden van zes personen of meer. Artikel2.3.2woningtype en bestemmingscriteria 1.Een ouderenwoning wordt passend geacht voor een huishouden waarvan ten minste één der leden 55 jaar of ouder is. 2.Een jongerenwoning wordt passend geacht voor een huishouden waarvan de leden van het huishouden niet ouder zijn dan 22 jaar. 3.Een zorgindicatiewoning wordt passend geacht voor een huishouden waarvan tenminste één der leden een indicatie voor zorggerelateerde huisvesting heeft. 4.Een aangepaste woning wordt passend geacht voor een woningzoekend huishouden waarvan ten minste één lid een fysieke functiebeperking heeft en op medische gronden hierop aangewezen is. 5.Een woning van het overig type wordt, behoudens het bepaalde in lid 6, voor alle woningzoekenden passend geacht, voor zover dit niet op medische of sociale gronden is uitgesloten 6.Burgemeester en wethouders kunnen woningen nader onderscheiden en daarop afgestemde bestemmingscriteria vaststellen. Artikel2.3.3passendheid en huurtoeslag 1.Woonruimten met huurprijzen boven de aftoppingsgrenzen als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag worden niet passend geacht voor huishoudens die voor huurtoeslag in aanmerking komen. 2.Burgemeester en wethouders kunnen, door het verstrekken van een gemeentelijk passendheidsadvies, in bijzondere situaties afwijken van het gestelde in lid 1. Artikel2.3.4financiële passendheid nieuwbouw-koopwoningen Nieuwbouw-koopwoningen met verkoopprijs onder de grens voor goedkope woningbouw in het kader van de regeling Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing 2 [red: voor 2009 geldt € 181.000] worden passend geacht indien het inkomen van het huishouden niet meer bedraagt dan 1,5 x het modaal inkomen, zoals vastgesteld door het Centraal Planbureau [red: op basis van prognose 2009 wordt in 2010 een grens van € 48.750 gehanteerd]. Paragraaf2.4 - woningzoekenden met urgentie Artikel2.4.1urgentie 1.Burgemeester en wethouders stellen nadere regels vast met de uitgangspunten, randvoorwaarden en criteria die worden gehanteerd bij het beoordelen van verzoeken om inschrijving als woningzoekende met urgentie. 2.De nadere regels hebben in elk geval betrekking op navolgende gronden voor aanvraag van urgentie: a. medische gronden; b. gedwongen verlaten van de woning bij calamiteit; c. onbewoonbaarheid van de woonruimte; d. woonlasten; e. echtscheiding/beëindiging samenwoning, in combinatie met het hebben van minderjarige kinderen; f. geweld of bedreiging; g. bijzondere startersproblematiek; h. economische binding en verhuisplicht; i. economische binding en reisafstand; j. bijzondere groepen (statushouders en stadsvernieuwings- of herstructureringsurgenten). Artikel2.4.2register van woningzoekenden met urgentie 1. Burgemeester en wethouders houden een register van woningzoekenden met urgentie bij. 2.Voor inschrijving in het register, als bedoeld in lid 1, komen woningzoekenden in aanmerking die voldoen aan de uitgangspunten, randvoorwaarden en criteria zoals vastgesteld door het college. 3. Bij een verzoek tot inschrijving in het register, als bedoeld in lid 1, dienen de gegevens te worden verstrekt die noodzakelijk zijn om vast te kunnen stellen dat wordt voldaan aan de door burgemeester en wethouders gestelde criteria. Indien er sprake is van medische omstandigheden wordt advies ingewonnen bij een onafhankelijke medische instantie. 4. Voor woningzoekenden met urgentie kunnen de passend geachte woningen, als bedoeld in paragraaf 2.3, worden beperkt. 5. Burgemeester en wethouders besluiten schriftelijk en gemotiveerd op verzoeken tot inschrijving in het register van woningzoekenden met urgentie. Artikel2.4.3bewijs van registratie Op het bewijs van registratie als woningzoekende met urgentie worden ten minste de volgende gegevens vermeld: de datum van afgifte van het bewijs van registratie; de reden waarom de woningzoekende als woningzoekende met urgentie wordt aangemerkt; het aantal personen waaruit het desbetreffende huishouden bestaat; de woningen waarop als urgent woningzoekende gereageerd kan worden (zoekprofiel); de gevallen waarin het bewijs van registratie vervalt of kan worden ingetrokken, als bedoeld in artikel 2.4.5. Artikel2.4.4woningzoekenden met urgentie en woningaanbieding 1.Woningzoekenden met urgentie worden geacht te reageren op het gepubliceerde woningaanbod als bedoeld in artikel 2.5.2. Voor zover zij daarbij aan de gestelde voorwaarden voldoen en de woning waarop zij reageren binnen hun zoekprofiel past, is de voorrangsregeling als bedoeld in artikel 2.5.4 lid 3 van toepassing. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de volgende categorieën woningzoekenden binnen twaalf maanden na datum inschrijving als woningzoekende met urgentie tweemaal passende woonruimte aanbieden: woningzoekenden die niet in staat blijken – of geacht worden – zelfstandig woonruimte te vinden binnen het gepubliceerde woningaanbod; woningzoekenden voor wie passend woningaanbod bijzonder schaars is. 3.Indien burgemeester en wethouders, gelet op het feitelijk beschikbare woningaanbod, niet binnen twaalf maanden tweemaal een woningaanbieding kunnen doen, wordt deze periode automatisch verlengd totdat een passende woning is aangeboden. 4.Burgemeester en wethouder kunnen voor de herhuisvesting van stadsvernieuwings- en herstructureringsurgenten, als bedoeld in artikel 2.4.1. lid J, afwijken van het bepaalde in dit artikel. Artikel2.4.5vervallenverklaring en intrekking registratie 1.Het bewijs van registratie als woningzoekende met urgentie vervalt indien een woningaanbieding is geaccepteerd. 2.Burgemeester en wethouders kunnen het bewijs van registratie als woningzoekende met urgentie intrekken indien: blijkt dat de woningzoekende niet (meer) voldoet aan de toelatingscriteria, als bedoeld in paragraaf 2.2, of blijkt dat de woningzoekende niet (meer) voldoet aan de criteria om als woningzoekende met urgentie, als bedoeld in deze paragraaf, te kunnen worden aangemerkt, of blijkt dat de woningzoekende een jaar na afgifte van het bewijs van registratie als woningzoekende met urgentie nog geen woonruimte heeft gevonden, terwijl hij aantoonbaar via het gepubliceerde woningaanbod of op andere wijze binnen zijn zoekprofiel passende woonruimte had kunnen betrekken, of de woningzoekende, als bedoeld in artikel 2.4.4 lid 2, de tweede aanbieding van een binnen zijn zoekprofiel passende woning heeft geweigerd. Paragraaf2.5 - leegmelding, wijze van aanbieding en volgordebepaling Artikel2.5.1leegmelding 1.Indien woonruimte langer dan twee maanden leeg staat, is de eigenaar van deze woonruimte verplicht deze leegstand binnen drie werkdagen na afloop van die twee maanden te melden aan burgemeester en wethouders. 2.De in het eerste lid genoemde termijn begint op het moment dat: degene aan wie laatstelijk een huisvestingsvergunning is verleend, de woning definitief heeft verlaten, dan wel: de huurovereenkomst beëindigd is, dan wel: de woonruimte niet langer als zodanig in gebruik is, dan wel: op enigerlei wijze is gebleken dat de woning te huur of, vrij van huur, te koop is. Artikel2.5.2publicatie van vrijgekomen en vrijkomende woningen 1.Voor toewijzing beschikbaar gekomen of komende woonruimten worden door of namens de eigenaren van die woonruimten bekendgemaakt door middel van openbare publicatie. Iedere potentiële woningzoekende dient daarbij, eventueel tegen betaling van een redelijke vergoeding, in de gelegenheid te worden gesteld kennis te nemen van de per publicatie aangeboden woningen, zodat hij tijdig op het woningaanbod kan reageren. 2.Door of namens de eigenaar worden woningzoekenden in de gelegenheid gesteld binnen een redelijke termijn op de aangeboden huur- of koopwoningen te reageren. 3.Door of namens de eigenaar kunnen onvolledig en/of onjuist ingevulde reacties op per publicatie aangeboden woningen buiten behandeling worden gelaten. Artikel2.5.3verantwoording toegewezen woningen 1.Door of namens de eigenaar of verkopende partij wordt, in hetzelfde medium als waarin de woning is aangeboden, de toewijzing van de woning verantwoord door middel van bekendmaking van het aantal geldige reacties dat op de woning is binnengekomen, alsmede, voor zover van toepassing, de bewoningsduur- of leeftijdscore van degene aan wie de woning is toegewezen. 2.Door of namens de eigenaar of verkopende partij worden tevens alle overige toewijzingen van vergunningplichtige woningen achteraf door middel van publicatie verantwoord. 3.De ‘verantwoording achteraf’ als bedoeld in dit artikel vindt voor huurwoningen zo spoedig mogelijk plaats, doch uiterlijk in de eerstvolgende publicatie na de feitelijke ingebruikneming van de woning. Voor koopwoningen geldt dat verantwoording plaatsvindt binnen één maand na ondertekening van het definitieve koopcontract. Artikel2.5.4volgordebepaling huurwoningen 1.Woningzoekenden die op een door publicatie aangeboden woning als bedoeld in artikel 2.5.2 reageren en voldoen aan de gestelde voorwaarden komen voor de desbetreffende woning in aanmerking in volgorde van hun bewoningsduur- of leeftijdscore (BL-score). Degene met de hoogste BL-score gaat voor. De volgorde van toewijzing tussen woningzoekenden met dezelfde BL-score wordt op basis van anciënniteit bepaald door de datum van ingebruikneming van de huidige woonruimte, respectievelijk de datum van de 18e verjaardag. 2.Woningzoekenden met een inkomen onder de doelgroepgrens voor meerpersoonshuishoudens hebben voorrang indien zij reageren op woningen met een huurprijs onder de kwaliteitskortingsgrens. De inkomens- en huurprijsgrens worden jaarlijks aangepast overeenkomstig artikel 27 van de Wet op de Huurtoeslag. 3.Woningzoekenden met een urgentieverklaring als bedoeld in paragraaf 2.4 hebben, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid en met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid, voorrang boven andere kandidaten, indien de woonruimte past binnen het voor de urgente vastgestelde zoekprofiel. De volgorde van toewijzing tussen urgenten wordt op basis van anciënniteit bepaald door de datum van afgifte van het bewijs van registratie als woningzoekende met urgentie. 4.Indien bij toepassing van dit artikel blijkt dat bepaalde (doel)groepen woningzoekenden in onvoldoende mate voor woningtoewijzing in aanmerking komen, kunnen burgemeester en wethouders woningen bij publicatie specifiek voor die (doel)groep bestemmen. 5.Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de herhuisvesting van stadsvernieuwingsen herstructureringsurgenten, als bedoeld in 2.4.1, lid 2, sub j, afwijken van het bepaalde in dit artikel. Artikel2.5.5volgorde nieuwbouw-koopwoningen 1.Voor nieuwbouw-koopwoningen is de onderstaande volgordebepaling van toepassing. 2.Binnen de in paragraaf 2.2 gestelde toelatingscriteria en het in artikel 2.3.4 opgenomen passendheidscriterium, wordt bijzondere voorrang toegekend aan woningzoekenden die: een vergunningplichtige huurwoning vrijmaken met een kale huurprijs onder de aftoppingsgrens voor 1- en 2 persoonshuishoudens, of een vergunningplichtige koopwoning vrijmaken met een koopprijs onder de grens voor goedkope woningbouw als in de regeling Investeringsbudget stedelijke vernieuwing – 2 wordt gehanteerd. Daarna komen de overige woningzoekenden die aan de gestelde criteria voldoen in aanmerking. 3.De onderlinge volgorde tussen de kandidaten wordt vastgesteld aan de hand van de BL-score. 4.Burgemeester en wethouder kunnen ten behoeve van de herhuisvesting van stadsvernieuwingsen herstructureringsurgenten afwijken van het bepaalde in dit artikel. Paragraaf2.6 - huisvestingsvergunning Artikel2.6.1aanvragen van een huisvestingsvergunning 1.Een aanvraag voor een huisvestingsvergunning geschiedt door het indienen van een daartoe door burgemeester en wethouders verkrijgbaar te stellen en door de aanvrager in te vullen formulier. 2.De aanvraag bevat in elk geval: gegevens over de woonruimte en (het huishouden van) de aanvrager; bescheiden aan de hand waarvan het inkomen van de aanvrager kan worden vastgesteld; indien de aanvraag een huisvestingsvergunning voor een huurwoning betreft, behoudens de gevallen genoemd in artikel 23, lid 3, van de wet (medehuurderschap): een verklaring van de verhuurder waaruit blijkt, dat deze bereid is de woonruimte aan de aanvrager te verhuren; indien de aanvraag een huisvestingsvergunning voor een koopwoning betreft: een afschrift van de door beide partijen ondertekende koopovereenkomst dan wel een daarmee gelijk te stellen verklaring. 3.Indien de aanvraag op een of meerdere punten onvolledig is, wordt de aanvraag geretourneerd en stellen burgemeester en wethouders de aanvrager in de gelegenheid om een volledige aanvraag in te dienen. 4.Burgemeester en wethouders beslissen uiterlijk binnen 2 weken na ontvangst van de volledige aanvraag. De beslissing wordt schriftelijk ter kennis gebracht van de aanvrager. Een weigering wordt steeds met redenen omkleed. 5.Op een huisvestingsvergunning vermelden burgemeester en wethouders: aan wie de vergunning wordt verleend, alsmede het aantal personen dat de betreffende woonruimte zal betrekken; voor welke woonruimte de vergunning wordt verleend; binnen welke termijn van de vergunning gebruik moet zijn gemaakt. Artikel2.6.2criteria voor vergunningverlening 1.Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: het huishouden dat de huisvestingsvergunning aanvraagt behoort tot de ingevolge paragraaf 2.2 aangewezen categorieën van woningzoekenden die voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning in aanmerking komen; de woonruimte wordt met toepassing van het bepaalde in paragraaf 2.3 passend geacht voor het huishouden dat de huisvestingsvergunning aanvraagt; het huishouden dat de huisvestingsvergunning aanvraagt heeft gereageerd op een per publicatie aangeboden woonruimte en komt op grond van het bepaalde in artikel 2.5.4 (huurwoningen) of artikel 2.5.5 (koopwoningen) voor de desbetreffende woonruimte in aanmerking. 2.Het in het vorige lid sub c. bepaalde blijft buiten toepassing indien zich een situatie voordoet als aangegeven in artikel 9 van het besluit (medehuurderschap en voorgenomen woningruil), dan wel indien het een huisvestingsvergunning betreft voor de toewijzing van woonruimte van een particuliere eigenaar, die in Gouda maximaal drie woonruimten in eigendom heeft. 3.In bijzondere gevallen kunnen burgemeester en wethouders een huisvestingsvergunning verlenen aan andere woningzoekenden dan bedoeld in dit artikel, zonder dat de betrokken woonruimte vruchteloos is aangeboden als bedoeld in artikel 2.6.3. Artikel2.6.3vruchteloze aanbieding 1.In afwijking van het in artikel 2.6.2 bepaalde verlenen burgemeester en wethouders de huisvestingsvergunning steeds, nadat de woonruimte door de eigenaar, overeenkomstig de in lid 2 weergegeven procedure, gedurende zes weken vruchteloos is aangeboden aan de woningzoekenden die ingevolge het eerste lid van artikel 2.6.2 voor die woonruimte in aanmerking komen. 2.De eigenaar moet de woonruimte in de in lid 1 genoemde termijn tenminste eenmaal door middel van een publicatie als bedoeld in artikel 2.5.2 te huur of te koop hebben aangeboden. Deze publicatie moet in ieder geval bevatten: het adres van de woonruimte, met vermelding van woningtype, aantal kamers en ligging; de overeenkomstig artikel 26, lid 2, van de wet bepaalde huurprijs of koopprijs van de woonruimte; de mededeling dat, in eerste aanleg, alleen degenen die voldoen aan het bepaalde in artikel 2.6.2, lid 1, in aanmerking komen. De in lid 1 genoemde termijn begint te lopen op de datum van plaatsing van de eerste publicatie die voldoet aan het hier bepaalde. Artikel2.6.4intrekking de vergunninghouder de erin vermelde woonruimte niet binnen de door burgemeester en wethouders bij de verlening van de vergunning gestelde termijn in gebruik heeft genomen, dan wel; de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren. Paragraaf2.7 -woonwagenstandplaatsen Artikel2.7.1inschrijving en bekendmaking 1.Burgemeester en wethouders maken het beschikbaar zijn of komen van een standplaats door middel van een aanschrijving van bewoners van woonwagenstandplaatsen en/of door middel van publicatie bekend. 2.Standplaatszoekenden worden tevens in de gelegenheid gesteld om op hun verzoek, tegen een redelijke vergoeding van de kosten, op andere wijze kennis te nemen van het beschikbaar zijn of komen van standplaatsen. Artikel2.7.2toelating Voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning voor een standplaats komen huishoudens in aanmerking: die voldoen aan de toelatingsvoorwaarden opgenomen in paragraaf 2.2, en die – indien van toepassing – beschikken, dan wel verklaren binnen korte termijn te kunnen beschikken, over een voor de betreffende standplaats geschikte woonwagen, en die, voorzover het een huurstandplaats betreft, beschikken over een verklaring van de verhuurder waaruit blijkt dat deze bereid is de standplaats aan hen te verhuren, en die tijdig, en onder volledige invulling van de daarbij gevraagde gegevens, hebben gereageerd op de bekendmaking als bedoeld in artikel 2.7.1. Artikel2.7.3volgordebepaling 1.Voor de toewijzing van een standplaats door Burgemeester en Wethouders komen de volgende categorieën woningzoekenden in aanmerking in de navolgende rangorde: de woningzoekende die op een woonwagenlocatie in Gouda woont, in het bezit is van een huisvestingsvergunning, en deze standplaats moet ontruimen vanwege opheffing of verkleining van die locatie; de woningzoekende die een standplaats inneemt in Gouda en in het bezit is van een huisvestingsvergunning en wiens sociale omstandigheden van zodanig ernstige aard zijn, dat verhuizing van de huidige standplaats/woning in Gouda naar een (andere) standplaats geboden is en aan wie een urgentieverklaring is afgegeven; een kind, inwonend bij familie in de eerste en tweede graad, op een woonwagenlocatie in Gouda; de woningzoekende die in Gouda in een woonwagen op een standplaats woont of heeft gewoond, waarbij de woningzoekende die een standplaats leeg achterlaat, voorgaat op de woningzoekende die geen standplaats leeg achterlaat; overige woningzoekenden, volgens volgordebepaling zoals is neergelegd in artikel 2.5.4 lid 1. 2.Indien er meerdere kandidaten binnen eenzelfde prioriteit zijn, geniet de oudste in leeftijd voorrang, of in het geval van het gestelde onder b, gaat degene voor die het langst een urgentie heeft. Artikel2.7.4verlenen huisvesitingsvregunning voor een standplaats 1.Een huisvestingsvergunning wordt verstrekt indien wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 2.7.2. 2.Een huisvestingsvergunning voor een standplaats wordt verleend voor een onbepaalde tijd, is persoonsgebonden en niet overdraagbaar. Artikel2.7.5vervallenverklaring huisvestingsvergunning voor een woonwagenstandplaats Een huisvestingsvergunning voor een woonwagenstandplaats vervalt: één maand nadat de vergunninghouder schriftelijk te kennen heeft gegeven van de vergunning geen gebruik meer te willen maken; onmiddellijk nadat de huurovereenkomst voor de standplaats is beëindigd en de vergunninghouder de standplaats heeft verlaten; onmiddellijk nadat de vergunninghouder de standplaats heeft verlaten, voorzover de betreffende standplaats niet ingevolge een huurovereenkomst door de vergunninghouder werd ingenomen. Artikel2.7.6intrekking huisvestingsvergunning voor een woonwagenstandplaats Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning voor het innemen van een standplaats intrekken indien: de vergunninghouder niet binnen twee weken na afgifte van de vergunning de standplaats inneemt; de vergunninghouder handelt in strijd met het bepaalde bij of krachtens deze verordening, de voor de standplaats verstrekte huisvestingsvergunning en/of de daaraan verbonden voorschriften; de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren. Paragraaf2.8 - ligplaatsen voor woonschepen Artikel2.8.1register en toewijzing 1.Burgemeester en wethouders houden, in volgorde van aanmeldingsdatum, een register van woningzoekenden, die in aanmerking willen komen voor een ligplaats voor een woonschip, bij. 2.In afwijking van het bepaalde in artikel 2.6.2 verlenen burgemeester en wethouders de huisvestingsvergunning voor een ligplaats voor een woonschip, indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: de ligplaats is op grond van de Verordening op de woonschepen en bedrijfsvaartuigen als zodanig aangewezen; de ligplaatszoekende behoort tot de ingevolge paragraaf 2.2 aangewezen categorieën van woningzoekenden die voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning in aanmerking komen; de ligplaatszoekende neemt op de in het vorige lid bedoelde lijst de bovenste plaats in, of de boven hem staande ligplaatszoekenden willen niet in aanmerking komen voor de ligplaats. 3.De paragrafen 2.3 (passendheid) en 2.4 (urgentie) blijven ingeval van ligplaatszoekenden buiten toepassing. Paragraaf2.9 - bevoegdheden Artikel2.9.1overeenkomsten 1.Burgemeester en wethouders kunnen met eigenaren van woonruimten overeenkomsten sluiten over het in gebruik geven van woonruimte, welke overeenkomsten voor het bezit van deze eigenaren in de plaats treden van het geheel/delen van/hoofdstuk 2 van deze verordening. De overeenkomsten dienen een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woonruimte te bevorderen. 2.De overeenkomsten kunnen ondermeer betrekking hebben op: Afspraken over slagingspercentages voor specifieke groepen woningzoekenden; Aanvullende toelatingseisen op wijk of complexniveau bij beheerproblemen; Afwijkende passendheidscriteria of volgordebepalingen bij toewijzing van huurwoningen; Maatregelen, gericht op doorstroming met voorrang voor woningzoekenden die specifieke woonruimte achterlaten; Voorrangsregeling voor doelgroep en aandachtsgroepen van beleid; Experimenten op het gebied van toewijzing van huurwoningen; Woningtoewijzing woongroepen; Toewijzing ouderenwoningen aan urgenten; Toewijzing zorgindicatiewoningen. 3.Artikel 4 van de wet is overeenkomstig van toepassing op overeenkomsten als bedoeld in lid 1. Hoofdstuklll- verdere bepalingen Artikel3.1hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen, in gevallen waarin de toepassing van deze verordening tot een bijzondere hardheid leidt, ten gunste van de aanvrager afwijken van deze verordening. Artikel3.2strafbepaling leegmelding Hij die handelt in strijd met het bepaalde in de artikel 2.5.1 lid 1 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of geldboete van de derde categorie. De genoemde strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. Artikel3.2astrafbepaling huisvestingsverordening 1.Overtreding van artikel 2.1.2, lid 1 van de “Huisvestingsverordening Gouda 2009” kan worden beboet met een bestuurlijke boete van € 340 2. Overtreding van artikel 2.1.2, lid 2 van de “Huisvestingsverordening Gouda 2009” kan worden beboet met een bestuurlijke boete van € 13.500 3. Overtreding van artikel 2.1.2, lid 3 van de “Huisvestingsverordening Gouda 2009” kan worden beboet met een bestuurlijke boete van € 340 4. Indien aan de overtreder een bestuurlijke boete is opgelegd voor overtreding van artikel 2.1.2, tweede lid en binnen één jaar opnieuw dezelfde gedraging wordt begaan kan het bedrag van de op te leggen boete worden verhoogd met € 5.000 Artikel3.3handhaving 1.De daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren zijn belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde. 2.Met de opsporing van de bij artikel 3.2 en 3.2a strafbaar gestelde feiten zijn, behalve de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering en de in artikel 75 van de wet aangewezen ambtenaren, de in het eerste lid genoemde ambtenaren belast, voor zover zij door de minister van justitie daartoe zijn aangewezen. 3.De in het eerste lid genoemde ambtenaren hebben de bevoegdheden als genoemd in artikel 76, 77 en 78 van de wet. Artikel3.4restbepaling Burgemeester en wethouders beslissen in de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, waarbij zij zich uitsluitend zullen laten leiden door overwegingen betrekking hebbende op de evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woonruimte. Artikel3.5overleg bij wijziging Bij de voorbereiding van een besluit tot vaststelling of wijziging van een huisvestingsverordening plegen burgemeester en wethouders overleg met de in de gemeente werkzame, ingevolge artikel 70, eerste lid, of artikel 70j, eerste lid, van de Woningwet (Stb. 1991, 439) toegelaten instellingen en met andere daarvoor naar hun oordeel in aanmerking komende organisaties die binnen de gemeente op het gebied van de woonruimteverdeling werkzaam zijn. Artikel3.6verslaglegging 1.De Stichting Woonwinkel Gouda brengt periodiek aan burgemeester en wethouders verslag uit over de uitvoering van hoofdstuk 2 van deze verordening, zoals bedoeld in het mandaatbesluit van burgemeester en wethouders alsmede in de tussen de Stichting Woonwinkel Gouda en burgemeester en wethouders gesloten beleidsovereenkomst. 2.Burgemeester en wethouders brengen jaarlijks aan de gemeenteraad verslag uit over de wijze waarop uitvoering is gegeven aan deze verordening. Artikel3.7tijdelijke maatwerk Het bepaalde in artikel 2.2.2 geldt tot 31 december 2010 en kan, na verkregen toestemming van het college van Gedeputeerde Staten, telkens met een jaar worden verlengd. Na deze termijn komt het artikel te vervallen. HoofdstuklVslotbepalingen Artikel4.1citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als "Huisvestingsverordening Gouda 2009". Artikel4.2inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2010. 2. Op de datum van inwerkingtreding van deze verordening vervalt de "Huisvestingsverordening 1996", vastgesteld door de raad op 12 juni 1996. 3. Op de datum van inwerkingtreding van deze verordening vervalt de “interimregeling splitsing en onttrekking”, vastgesteld door het college op 22 januari 2002. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Gouda in de openbare vergadering van 16 juni 2009 en in werking getreden op 1 januari 2010. De raad der gemeente voornoemd, , voorzitter , griffier Eerste wijziging (invoegen strafbepaling artikel 3.2.a en enkele technische aanpassingen) vastgesteld in de vergadering van 13 januari 2010. De raad der gemeente voornoemd, , voorzitter , griffier toelichting bij huisvestingsverordening Gouda 2009 Artikel 1 begripsbepalingen BL-score Van iedere woningzoekende kan de BL-score worden vastgesteld, met behulp waarvan een een rangorde kan worden bepaald. Indien het huishouden uit meerdere personen bestaat, is de hoogste BL-score van toepassing mits de woningzoekende aan de geldende toelatingseisen voldoet; Economische binding. Artikel 1, lid 1, sub l, van de wet verstaat onder economische binding aan een gebied: de binding van een persoon aan een gebied, daarin gelegen dat die persoon, met het oog op de voorziening in het bestaan, een redelijk belang heeft zich in dat gebied te vestigen, met dien verstande dat een economische binding in elk geval wordt aangenomen ten aanzien van personen die voor de voorziening in het bestaan zijn aangewezen op het duurzaam verrichten van arbeid binnen of vanuit dat gebied. Zie ook de toelichting bij artikel 2.2.2. Eigenaar. De tekst van artikel 1, lid 2, van de wet luidt: voor zover niet anders is bepaald, wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen onder eigenaar van een woonruimte of een gebouw verstaan: degene die bevoegd is tot het in gebruik geven van die woonruimte of dat gebouw. Onder "eigenaar in de zin van het Burgerlijk Wetboek" wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen mede verstaan: de erfpachter, vruchtgebuiker, gerechtigde tot een appartementsrecht als bedoeld in artikel 106 van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek, of degene aan wie door een rechtspersoon het gebruiksrecht van een woonruimte is verleend; Huishouden. Het begrip “Huishouden” is ontleend aan de VNG-modelverordening. In de tekst van de verordening worden ook de begrippen woningzoekende en woningzoekend huishouden gehanteerd. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als huishouden. Tot het huishouden behoren in elk geval één of twee volwassenen die aangeven een duurzaam, gemeenschappelijk huishouden te willen voeren. Daarnaast de (in het GBA ingeschreven) kinderen of ongeboren kinderen, aantoonbaar via verklaring van de verloskundige. Niet tot het huishouden behoren overige inwoners. Ter zake is een uitvoeringsinstructie beschikbaar. Zie ten aanzien van de begrippen medehuurderschap en co-ouderschap het bepaalde hierover in de wet en het besluit en sub p van dit artikel Huisvestingsvergunning. De tekst van artikel 7 van de wet luidt: Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een woonruimte, aangewezen overeenkomstig artikel 5, in gebruik te nemen voor bewoning. Het is verboden een woonruimte, aangewezen overeenkomstig artikel 5, voor bewoning in gebruik te geven aan een persoon die niet beschikt over een huisvestingsvergunning. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid, wordt het in gebruik nemen of geven van een woonwagen die op een standplaats staat, of van een woonschip dat op een ligplaats ligt, aangemerkt als het in gebruik nemen of geven van die standplaats onderscheidenlijk ligplaats. Met lid 3 van artikel 7 van de wet wordt bedoeld dat voor het in gebruik geven of nemen van (een woonwagen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.