Treasurystatuut 2014Nr.RB2014008 de Raad van de gemeente Heerhugowaard; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 14 januari 2014 gelet op de bepalingen in: Wet Financiering decentrale overheden (Fido) Wet Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo) Wet houdbare overheidsfinanciën (HOF) Wet Schatkistbankieren Gemeentewet artikel 212 lid 2c Financiële verordening gemeente Heerhugowaard; besluit vast te stellen het Treasurystatuut 2014 Treasurystatuut 2014 Inleiding Dit treasurystatuut bevat de bestuurlijke infrastructuur voor de uitvoering van de treasuryfunctie. Het gaat om de beleidsmatige vastlegging van de uitgangspunten en financiële kaders. Het treasurystatuut dient, als nadere uitwerking van artikel 9 Financieringsfunctie van de “Financiële Verordening gemeente Heerhugowaard” vastgesteld door de Gemeenteraad op 26 mei 2009, te worden herzien wanneer er significante wijzigingen in wet en regelgeving plaatsvinden. De invoering van de Wet op het Schatkistbankieren en de Wet Houdbare overheidsfinanciën (Hof), per 10 december 2013, zijn dusdanige wijzigingen in wet en regelgeving dat het noodzakelijk is om het Treasurystatuut aan te passen. Dit treasurystatuut vervangt, per 1 maart 2014, het treasurystatuut uit 2009 (RB2008133), inclusief de wijziging van maart 2012 (RB2011175). Het treasurystatuut stelt de kaders en kan beschouwd worden als het beleid op treasurygebied voor de gemeente Heerhugowaard. De in de memorie van toelichting beschreven wettelijke kaders en Financiële verordening artikel 212 van de Gemeentewet zijn hierbij de basis. Beleidsregels 1.Doelstelling treasuryfunctie Treasury is de beheersing, door sturing en bewaking, van financiële posities en de aan deze posities en stromen verbonden kosten en risico’s. Concreet betekent dit voor de gemeente Heerhugowaard dat de financiering van het beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden plaats vindt en de rente en kredietrisico’s afgedekt worden. De treasuryfunctie binnen de gemeente Heerhugowaard dient hierbij uitsluitend de publieke taak en geschiedt binnen de financiële kaders van de Wet financiering decentrale overheden (fido) waarbij prudent beheer een basisvoorwaarde is. De treasury functie dient tot: Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiele risico's zoals renterisico's, koersrisico's, kredietrisico's en liquiditeitsrisico's. Het verkrijgen en behouden van toegang tot de financiële markten tegen acceptabele condities, zodat te allen tijde in de behoefte aan financiële middelen kan worden voorzien. Bij het aantrekken van de financiële producten wordt zo ver dat mogelijk is partijen benaderd die streven naar duurzaamheid. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO respectievelijk de limieten en richtlijnen van dit treasurystatuut. De treasuryfunctie wordt uitgevoerd binnen de kaders van de wet Fido 2.Risicobeheer (doelstellingen, richtlijnen en limieten) Het beheersen, beperken en spreiden van risico’s neemt in dit treasurybeleid een belangrijke plaats in. Het risicomanagement is in dit verband gericht op het inzichtelijk maken van toekomstige risico’s en deze te beheersen, te verminderen en te spreiden. Daarbij wordt tenminste voldaan aan de risiconormeringen zoals die in het statuut zijn opgenomen. Onder risico’s worden verstaan zowel renterisico’s (vaste schuld en vlottende schuld), als kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s en, zover ter zake, valutarisico’s. Om de risico’s te beheersen worden hieronder uitgangspunten weergegeven. Van deze uitgangspunten kan in noodsituaties, na overleg in de treasurycommissie, worden afgeweken. Indien er van de uitgangspunten wordt afgeweken informeert de wethouder financiën hierover de commissie middelen. 2.1.Renterisicobeheer Renterisicobeheer is het beheersen van de risico van ongewenste veranderingen van de (financiele) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen van leningen of uitzetting van gelden met een looptijd van een jaar of langer. Het renterisicobeheer kent de volgende uitgangspunten: Het renterisico op de lange schuld bedraagt maximaal de renterisiconorm volgens de Wet Fido. Het renterisico op de korte schuld bedraagt maximaal de kasgeldlimiet, gemiddeld over een kwartaal volgens de Wet Fido. De gemeentelijke rentevisie is gelijk aan die van de gemeentelijke huisbankier BNG. De rentevisie wordt verwoord in paragraaf D (Financiering) van de gemeentelijke begroting en jaarstukken. Nieuwe leningen worden afgestemd op de bestaande financiele positie, op de prognose van die positie en op de actuele rentestand. Het uitoefenen van vervroegde aflossingsmogelijkheden indien opportuun. Het gebruik van derivaten is uitsluitend toegestaan ter afdekking van financiële risico’s en worden prudent gebruikt. Voordat een derivatentransactie wordt afgesloten, wint de gemeente op grond van een collegebesluit via de interne treasurycommissie het advies in van een onafhankelijk adviseur. Indien derivaten worden ingezet ten behoeve van het verminderen of spreiding van het renterisico wordt de raad actief geïnformeerd over de door het college gemaakte afweging. Rente-instrumenten worden uitsluitend toegepast voor het verminderen of ten behoeve van een spreiding van het renterisico. Koersrisicobeheer Koersrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de financiële vaste activa (aandelen, verstrekte geldleningen en bijdragen in investeringen van derden) van de organisatie in waarde verminderen door negatieve (koers)ontwikkelingen. De volgende uitgangspunten gelden: Overtollige liquide middelen worden uitsluitend uitgezet bij de Nederlandse Staat (Schatkistbankieren) of lagere Nederlandse overheden en overheidsinstanties, zoals gemeenschappelijke regelingen en gemeentelijke diensten. Aandelen worden alleen gekocht in het kader van de uitoefening van de publieke taak. De looptijd van uitzetting wordt afgestemd met de liquiditeitsplanning. Het uitzetten van geld anders dan bij de Nederlandse Staat is toegestaan onder de voorwaarde dat de hoofdsom van de uitzetting wordt gegarandeerd. 2.3.Kredietrisicobeheer Kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer) is het beheersen van de risico’s die voorvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit. Uitgangspunt: ·Overtollige middelen worden conform de wet Schatkistbankieren uitsluitend uitgezet bij de Nederlandse Staat, lagere Nederlandse overheden en overheidsinstanties, zoals gemeenschappelijke regelingen en gemeentelijke diensten. 2.4.Valutarisicobeheer Om valutarisico’s uit te sluiten worden uitsluitend leningen verstrekt, afgesloten of gegarandeerd in de Europese geldeenheid: de Euro (€ ). 3.Financiering Financiering is een deelfunctie van treasury en omvat de activiteiten die gericht zijn op het beheren van de liquiditeitsposities en het voorzien in de benodigde liquiditeiten voor de realisatie van voorgenomen investeringen en uitvoering van activiteiten. Hiernaast valt onder financiering het onderhouden van de relatie met financiële instellingen, waarbij het zowel gaat om financiering < 1 jaar (geldmarkt) en financiering > 1 jaar (kapitaalmarkt). De basis voor het aantrekken van financiering, zowel kort als lang, is de meerjaren liquiditeitsprognose, de huidige leningenportefeuille en de rentevisie van de gemeente. Voor het aantrekken van lange financiering worden de uitgangspunten vooraf door de treasurycommissie getoetst. Voor de financiering gelden de volgende uitgangspunten: De risicobeheersingsmaatregelen worden in acht genomen; Leningen en uitzettingen vinden enkel plaats ter uitoefening van de publieke taak; Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel als mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico’s en het renteresultaat te optimaliseren; Toegestane geldmarktinstrumenten zijn: rekening-courant bij banken call-geld (daggeld) kasgeld onderhandse leningen Toegestane kapitaalmarktinstrumenten zijn: onderhandse lening (euro) medium term notes obligatie lening Het aantrekken van financiering geschiedt tegen zo gunstig mogelijke condities en de financiering wordt zodanig gekozen dat deze past binnen het risicobeleid; Bij het aantrekken / uitzetten van gelden voor een periode vanaf één jaar worden minimaal twee partijen benaderd voor een offerte; Bij het opereren op de financiële markten wordt zodanig gehandeld dat de toegang tot de markten niet in gevaar komt. 4.Kasbeheer 4.1 Geldstromenbeheer Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren wordt: Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitsplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen; Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd en op elkaar afgestemd. 4.2 Saldo- en liquiditeitenbeheer Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen: De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities; Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt normaliter - conform artikel 4 lid 1, Wet fido - de kasgeldlimiet niet overschreden; Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts de in hoofdstuk 2.3 genoemde tegenpartijen toegestaan. Leningen uitgeleend geld en garanties De gemeente verstrekt geen hypothecaire leningen en garanties aan het personeel en politieke ambtsdragers van openbare lichamen. Dit geldt voor nieuwe hypothecaire leningen en garanties. Bestaande garanties kunnen blijven aflopen zoals overeengekomen. De gemeente verstrekt geen leningen aan derden. Bij wijze van uitzondering kan de gemeente leningen verstrekken die een publiek belang dienen. Deze leningen kunnen alleen verstrekt worden aan de hand van een door de raad vastgesteld besluit. De gemeente verstrekt alleen garanties aan derden indien er een door de raad aangewezen maatschappelijk belang aanwezig is. Bij wijze van uitzondering stelt de gemeente zich garant voor leningen van: Sociale woningstichtingen voor maximaal 50% van de lening garant aan woningstichtingen op voorwaarde dat het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) zich eerst garant heeft gesteld voor de andere 50% van de lening. Sportverenigingen voor maximaal 50% van de verplichtingen van een lening tot € 250.000 voor de maximale duur van 15 jaar op voorwaarde dat de Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) zich eerst garant heeft gesteld voor de andere 50% van de lening. De raad kan hier in bijzondere situaties van afwijken. Er wordt vooraf advies ingewonnen bij de diverse waarborgfondsen over de financiele positie en de kredietwaardigheid van de desbetreffende partij. Op grond van artikel 7, lid 5 van de financiële verordening gemeente Heerhugowaard wordt bij het verstrekken van garanties aan sportverenigingen groter dan € 50.000 de gemeenteraad vooraf in de gelegenheid gesteld om zijn wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Deze bepaling geldt niet voor garantstellingen van leningen aan Sociale Woningstichtingen. Op grond van artikel 160 van de Gemeentewet heeft het College in 2008 een ongelimiteerde achtervang afgegeven aan het WSW. Hierdoor kan het WSW borg staan voor leningen aan sociale woningbouwstichtingen die willen investeren in de nieuwbouw en/of groot onderhoud van betaalbare sociale woningen in de gemeente. ·Leningen of garanties die op grond van eerder door de gemeenteraad vastgestelde regelingen zijn verstrekt, worden door dit treasurystatuut niet aangetast. 6.Relatiebeheer De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: Bankrelaties en hun bancaire condities worden ten minste een keer per vijf jaar beoordeeld. Financiele instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen enpensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht te vallen, zoals DeNederlandsche Bank en de Verzekeringskamer. ·Tussenpersonen moeten geregistreerd staan bij de Autoriteit Financiele Markten (AFM). Inwerkingtreding en slotbepaling. Dit treasurystatuut treedt in werking per 1 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.