Centrumregeling Jeugdhulp Noordoost Brabant 2015Hoofdstuk1Algemene bepaling Artikel 1 Begripsbepalingen Deze regeling verstaat onder: de regeling: de centrumregeling Jeugdhulp Noordoost Brabant 2015; de centrumgemeente: gemeente als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen: de gemeente ‘s-Hertogenbosch; de gastgemeenten: de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Grave, Haaren, Landerd, Maasdonk, Mill en St. Hubert, Oss, Schijndel, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Sint-Oedenrode, Uden, Veghel en Vught; d.regio: de regio Noordoost Brabant, bestaande uit vier subregio’s en 19 gemeenten; subregio Meierij: de gemeenten Boxtel, Haaren, ’s-Hertogenbosch, Schijndel, Sint-Michielsgestel en Vught; subregio Maasland: de gemeenten Bernheze, Maasdonk en Oss; subregio Land van Cuijk: de gemeenten Boxmeer, Cuijk, Grave, Mill en Sint Hubert en Sint Anthonis; subregio Uden/Veghel: de gemeenten Boekel, Landerd, Sint-Oedenrode, Uden en Veghel; gemeenten: de centrumgemeente en de gastgemeenten; de colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de aan deze regeling deelnemende gemeenten; medewerkers: ambtenaren, als bedoeld in artikel 1 van de Ambtenarenwet of artikel 4 van de Gemeentewet en andere medewerkers werkzaam bij de centrumgemeente; Regionaal Bestuurlijk Overleg (RBO) Jeugd: bestuurlijk overleg van de portefeuillehouders jeugd van de gemeenten in de regio Noordoost Brabant; individuele voorziening: de via een verleningsbeschikking of via een verwijsbericht van de huisarts, medisch specialist, jeugdarts, AMHK of gecertificeerde instelling, toegankelijke op de jeugdige of zijn ouders toegesneden jeugdhulp in het kader van de Jeugdwet; flexibele jeugdhulp: jeugdhulp in het kader van de Jeugdwet waarvoor geen verleningsbeschikking is vereist en die niet wordt verleend door het basisteam jeugd en gezin. In het geval sprake is van een pgb, is ook voor flexibele jeugdhulp een verleningsbeschikking vereist; inkoop van producten: inkoop van leveringen, zaken of diensten; calamiteit: calamiteit als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet; fysieke overlegtafel: op objectieve criteria door de gemeenten geselecteerde jeugdhulpaanbieders die deel uitmaken van het netwerk sociaal domein en die fysiek overleg plegen met de gemeenten; Functioneel Ontwerp Transitie Jeugdzorg Noordoost Brabant: het Functioneel Ontwerp, zoals vastgesteld in februari 2014; Regionaal Transitiearrangement Jeugdzorg (RTA) Noordoost Brabant: het Regionaal Transitiearrangement Jeugdzorg, zoals vastgesteld in februari 2014; Basisovereenkomst Jeugdwet Regio Brabant Noordoost: Basisovereenkomst d.d. 16 juni 2014, waarbij onder meer afspraken zijn gemaakt over communicatie, overleg en besluitvorming tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders. Hoofdstuk2Centrumconstructie: belangen, taken en bevoegdheden Artikel 2 Belangen De regeling is aangegaan met als doel het behartigen van de belangen van de gemeenten op het gebied van de doelmatige inkoop van de individuele voorzieningen en in ieder geval voor 2015 de flexibele jeugdhulp, volgens het systeem van bestuurlijk aanbesteden. Artikel 3 Centrumgemeente De gemeente ’s-Hertogenbosch wordt aangewezen als centrumgemeente. Artikel 4 Taken De centrumgemeente wordt belast met: aanbesteding van de individuele voorzieningen en jeugdbescherming, zoals omschreven in het Functioneel Ontwerp, volgens de methodiek van het bestuurlijk aanbesteden, evenals omschreven in het Functioneel Ontwerp en alle activiteiten die daarvoor noodzakelijk zijn, waaronder in ieder geval de organisatie/het uitvoeren van de overlegtafel, het opstellen van conceptcontracten en het bepalen van tarieven/budgetten per instelling (binnen het financiële kader van de regio); voor 2015 ook de aanbesteding van alle taken die vallen onder de flexibele jeugdhulp, zoals omschreven in het Functioneel Ontwerp, en alle activiteiten die daarvoor nodig zijn; in voorkomende gevallen het aangaan van een subsidierelatie; het afsluiten, beheren, uitvoeren van de contracten die voortvloeien uit de aanbesteding en alle activiteiten die daarvoor noodzakelijk zijn, waaronder controle, monitoring, uitbetalingen en relatiebeheer; voor 2015 ook het afsluiten, beheren en uitvoeren van alle contracten in de flexibele jeugdhulp; het zorgdragen voor een goede aansluiting met het lokale veld. In opdracht van de centrumgemeente verzorgt de gemeente Oss een deel van de in het eerste lid genoemde taken, waaronder in ieder geval het voorbereiden en organiseren van de aanbesteding van de individuele voorzieningen en jeugdbescherming, zoals omschreven in het Functioneel Ontwerp en alle activiteiten die daarvoor noodzakelijk zijn, zoals de organisatie/het uitvoeren van de overlegtafel. Artikel 5 Opdracht De gastgemeenten verlenen opdracht aan de centrumgemeente tot het aangaan van overeenkomsten met aanbieders van de individuele voorzieningen en (in 2015) flexibele jeugdhulp. De gastgemeenten verlenen tevens opdracht aan de centrumgemeente tot het evalueren en het uitvoeren van contractdocumentbeheer en contractmanagement. De centrumgemeente verplicht zich tot het zo doelmatig mogelijk inkopen van de producten binnen de gemaakte afspraken in het Regionaal Transitiearrangement en het Functioneel Ontwerp voor 2015 en daarna binnen de gemaakte afspraken in het jaarplan Inkoop. De centrumgemeente overlegt met het Regionaal Bestuurlijk Overleg Jeugd over het programma van eisen, het contractbeheer, de inkoopstrategie en de gunningscriteria, die bij de aanbesteding gehanteerd worden. De centrumgemeente rapporteert per kwartaal of zoveel eerder als nodig op basis van afwijkend zorggebruik aan alle gemeenten over de stand van zaken. De centrumgemeente draagt zorg voor de archiefbescheiden conform de archiefregeling van de centrumgemeente. Artikel 6 Bevoegdheden De colleges geven de centrumgemeente mandaat en volmacht om binnen het in deze regeling vastgestelde kader, de in artikel 4 en 5 genoemde taken en opdracht uit te voeren, uiteraard begrensd door wetgeving, jurisprudentie en vooraf vastgestelde financiële kaders. Het college van de centrumgemeente kan de bevoegdheden in het eerste lid ondermandateren aan de medewerkers van de centrumgemeente. Artikel 7 Kader Met het oog op een goede uitvoering van de taken en opdracht zorgt de centrumgemeente vóór 1 april voor een jaarplan Inkoop met uitgangspunten en doelstellingen voor het komende jaar. Dit jaarplan wordt aan alle colleges ter accordering voorgelegd. Als de meerderheid – op basis van de inwoneraantallen van minimaal vijf gemeenten – instemt, dan is dat het kader waarbinnen de centrumgemeente mandaat heeft in de onderhandelingen. Wordt de meerderheid niet gehaald, dan vindt verder overleg plaats over de inhoud van het jaarplan Inkoop. De jaarlijkse cyclus is in bijlage 2 opgenomen. Artikel 8 Overlegstructuur De gemeenten voorzien in een overlegstructuur door middel van het Regionaal Bestuurlijk Overleg Jeugd, zoals beschreven in bijlage 1 om te borgen dat de taken en opdracht zoals beschreven in de artikelen 4 en 5 goed worden uitgevoerd. Artikel 9 Verplichting gemeenten De gemeenten gaan niet over tot inkoop bij en onderhandeling met jeugdhulpaanbieders anders dan op basis van de gesloten Basisovereenkomst, met in achtneming van de afspraken zoals opgenomen in het Regionaal Transitiearrangement Jeugdzorg en het Functioneel Ontwerp voor 2015 en daarna het jaarplan Inkoop. Hoofdstuk3Financiële bepalingen Artikel 10 Kosten inkooporganisatie en wijze van risicoverdeling De kosten van de inkooporganisatie en wijze van risicoverdeling van inzet van jeugdzorgmiddelen maken geen deel uit van deze regeling. De centrumgemeente zal ze, na advies van het Regionaal Bestuurlijk Overleg Jeugd, voorlopig jaarlijks door de colleges van de gemeenten laten vaststellen. Hoofdstuk4Informatie en verantwoording Artikel 11 Bestuurlijk overleg De portefeuillehouder jeugd van de centrumgemeente overlegt ten minste driemaal per jaar met de portefeuillehouders jeugd van de gastgemeenten in het RBO. De portefeuillehouders jeugd van de gemeenten komen voorts bijeen wanneer minimaal vijf gemeenten dit onder opgaaf van redenen noodzakelijk achten. Het extra bestuurlijk overleg bedoeld in het tweede lid wordt uiterlijk binnen twee weken na het verzoek van minimaal vijf gemeenten belegd. In het bestuurlijk overleg bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval gesproken over de inkoop van de producten aan de hand van voortgangsrapportages, het verloop van de samenwerking, het jaarplan Inkoop en het jaarverslag. Artikel 12 Ambtelijk overleg/fysieke overlegtafel Er is ambtelijk overleg voorafgaand aan de fysieke overlegtafel. In het ambtelijk overleg is iedere subregio vertegenwoordigd. De portefeuillehouders jeugd van iedere subregio wijzen elk één ambtelijke vertegenwoordiger aan om deel te nemen aan de overlegtafel. De ambtelijke vertegenwoordiger van de subregio is verantwoordelijk voor inbreng namens de subregio en terugkoppeling naar de subregio. Artikel 13 Informatievoorziening gastgemeenten – centrumgemeente De gastgemeenten leveren op aanvraag van de centrumgemeente alle informatie aan die de centrumgemeente voor de uitoefening van haar taken en opdracht als bedoeld in deze regeling nodig heeft. Artikel 14 Informatievoorziening centrumgemeente – gastgemeenten Tussentijdse bestuurlijke terugkoppeling over de uitvoering van deze centrumregeling vindt plaats via het Regionaal Bestuurlijk Overleg Jeugd. De voortgangsrapportages over het verloop van het inkoopproces worden ter kennisname voorgelegd aan de colleges van de gemeenten. De centrumgemeente rapporteert zowel inhoudelijk als financieel binnen vier maanden na afloop van het jaar in een jaarverslag over de behaalde resultaten in relatie tot het jaarplan. Het college van de centrumgemeente geeft de colleges van de gastgemeenten schriftelijk de door een of meer leden van de colleges van de gastgemeenten gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken daarvan in strijd is met de wet of het openbaar belang. Artikel 15 Communicatie De centrumgemeente is het aanspreekpunt voor de aanbieders van de individuele voorzieningen en de flexibele jeugdhulp met betrekking tot alle contractuele afspraken en vraagstukken over de uitgevoerde inkoop en aanbesteding. Hoofdstuk5Tussentijds toetreden, uittreden, wijzigen en opheffen Artikel 16 Tussentijdse toetreding Andere gemeenten kunnen tussentijds tot deze regeling toetreden na unanieme instemming van alle deelnemende gemeenten. De deelnemende gemeenten regelen in overleg de rechten en verplichtingen die voor de toe te treden gemeente uit de regeling voortvloeien. Indien een gemeente tot de regeling wenst toe te treden, draagt deze gemeente de financiële gevolgen van deze toetreding. Artikel 17 Tussentijdse uittreding Een gemeente kan tussentijds uittreden uit de regeling door daartoe strekkend besluit van het college. Een gemeente kan uitsluitend per 1 januari van elk jaar uittreden. De uittreding wordt door de gemeente minimaal een jaar per aangetekend schrijven van tevoren kenbaar gemaakt aan de centrumgemeente. De centrumgemeente regelt in overleg met de gastgemeenten de financiële gevolgen en de overige gevolgen van de uittreding. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de uittredende gemeente de kosten draagt die het rechtstreeks gevolg zijn van de uittreding en dat de overige gemeenten geen financieel nadeel van de uittreding ondervinden. De uitgetreden gemeente is verantwoordelijk voor het regelen van de zorg voor jeugdigen uit de eigen gemeente die in regionaal ingekochte voorzieningen zitten. Artikel 18 Tussentijdse wijziging De colleges van de gemeenten kunnen tussentijds aan de centrumgemeente voorstellen doen tot wijziging van de regeling. Na een positief advies van het RBO Jeugd over het wijzigingsvoorstel doet de centrumgemeente een daartoe strekkend voorstel toekomen aan de gemeenten. Een wijziging is tot stand gekomen, wanneer alle colleges daartoe hebben besloten. De colleges van de gemeenten besluiten over de voorgestelde wijziging niet dan nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun raden, overeenkomstig artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De wijziging van de regeling treedt, tenzij anders bepaald, in werking op de dag volgend op die waarop de wijziging door de colleges van de gemeenten is bekendgemaakt. Artikel 19 Tussentijdse opheffing De regeling wordt tussentijds opgeheven wanneer de colleges van alle gemeenten daartoe besluiten. In het geval van opheffing van de regeling regelt de centrumgemeente de financiële gevolgen van de opheffing in een liquidatieplan. Het liquidatieplan behoeft de instemming van alle gemeenten. Hoofdstuk6Overige bepalingen Artikel 20 Calamiteiten en geschillen De gemeenten stellen een Protocol Calamiteiten vast waarin de rollen van de centrumgemeente en gastgemeenten bij gelegenheid van calamiteiten worden vastgelegd op zodanige wijze dat de gemeenten hun verantwoordelijkheid kunnen waarmaken. In geval van een geschil over de inhoud, strekking of uitvoering van deze regeling wordt eerst en vooral getracht dit op ambtelijk niveau tot een oplossing te brengen. Mocht dat niet slagen, dan wordt de kwestie aan het Regionaal Bestuurlijk Overleg Jeugd voorgelegd. Als dat niet leidt tot een oplossing, wordt het geschil voorgelegd aan de bevoegde rechter. Artikel 21 Aansprakelijkheid centrumgemeente De aansprakelijkheid van de centrumgemeente voor schade veroorzaakt door een toerekenbare tekortkoming bij de uitvoering van de in deze regeling opgenomen taken, wordt beperkt tot het bedrag dat de centrumgemeente voor haar werkzaamheden heeft ontvangen, tenzij haar grove schuld of opzet kan worden verweten. Artikel 22 Aansprakelijkheid gemeente Elke gemeente is individueel aansprakelijk voor alle schade veroorzaakt door een toerekenbare tekortkoming van de betreffende gemeente. Artikel 23 Evaluatie Deze regeling en de uitvoering daarvan wordt jaarlijks geëvalueerd. De evaluatie vindt plaats onder een onafhankelijke aansturing. De evaluatie resulteert in een evaluatieverslag dat wordt aangeboden aan de colleges van de gemeenten. De colleges van de gemeenten brengen het evaluatieverslag en hun zienswijzen daarbij onder de aandacht van hun gemeenteraden. Artikel 24 Inwerkingtreding en duur van de regeling Deze regeling treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.