Beleidsregels subsidiëring peuterspeelzaalwerk 2016Nr. 15 De raad van de gemeente Marum; overwegende dat het gewenst is nadere richtlijnen op te stellen voor het verstrekken van subsidie voor de uitvoering van het peuterspeelzaalwerk in de gemeente Marum; gelet op artikel 1:3 lid 4 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit vast te stellen de volgende: Beleidsregels subsidiëring peuter-speelzaalwerk 2016 Artikel1Algemeen De Algemene subsidieverordening gemeente Marum is van toepassing. Artikel2Wettelijk kader De kwaliteit en de organisatie van het peuterspeelzaalwerk voldoet aan wettelijke vereisten. Artikel3Doorgaande leerlijn De uitvoerders van het peuterspeelzaalwerk dragen zorg voor een zogenoemde “doorgaande leerlijn” en zorgt hiertoe in ieder geval voor dat: ontwikkelingsachterstand wordt gesignaleerd en aangepakt middels brede talentontwikkeling met aandacht voor taalontwikkeling en thuistaal, ook wel Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE), ouders worden hierbij betrokken; “risicokinderen” in beeld zijn (o.a. door een peutervolgsysteem, elektronisch kinddossier); de informatieoverdracht tussen voorschoolse voorzieningen en de jeugdgezondheidszorg en tussen de voorschoolse voorzieningen en de basisscholen ten behoeve van de doorgaande ontwikkelingslijn is geregeld (eenduidig overdrachtsformulier), met toestemming (handtekening) van de ouders; er afstemming plaatsvindt tussen onderwijs, kinderopvang en peuterspeelzaalwerk inclusief VVE zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel. Artikel4Financieel kader De jaarlijkse gemeentebegroting geeft het financieel kader aan. Artikel5Tarief De uitvoerders van het peuterspeelzaalwerk dragen zorg voor harmonisering van het tarief met de kinderopvang. Wanneer geen recht bestaat op kinderopvangtoeslag bedraagt de hoogte van de maandelijkse ouderbijdrage maximaal € 40,-. De raad kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van de bepalingen in dit artikel voor één kalenderjaar. Artikel6Subsidieverlening Burgemeester en wethouders beslissen op de subsidieaanvragen van de uitvoerders van het peuter-speelzaalwerk met inachtneming van de specifieke omstandigheden van de betreffende uitvoerder, de locatie en het verzorgingsgebied. Dit impliceert maatwerk per uitvoerder. Artikel7Uitgangspunten subsidieverlening Uitgangspunt bij de subsidieverlening is dat subsidie wordt verleend per groep, waarbij per groep twee dagdelen opvang dient te worden verleend. Het is toegestaan een derde dagdeel aan te bieden, doch hiervoor wordt geen (extra) subsidie verleend. Bij de bepaling van de groepsgrootte en derhalve van het aantal (te subsidiëren) groepen wordt slechts rekening gehouden met het aantal kinderen dat woonachtig is in de gemeente Marum. Uitgangspunt bij de subsidieverlening voor de eerste groep is een minimale groepsgrootte van vijf kinderen gedurende het gehele peuterspeelzaaljaar. Subsidiëring van een tweede groep (of meer groepen) is pas aan de orde als een voldoende aantal peuters gebruik maakt of zal gaan maken van de peuterspeelzaal; één en ander ter beoordeling aan burgemeester en wethouders. Artikel8Uitvoerders peuterspeelzaalwerk Het peuterspeelzaalwerk wordt uitgevoerd door één of meer lokale partijen die hiervoor subsidie ontvangen. Het peuterspeelzaalwerk wordt aangeboden in vier dorpen, te weten in Marum, De Wilp, Nuis en Boerakker. Artikel9Wachtlijsten Als de uitvoerder van mening is dat sprake is van een te lange wachtlijst, dient hij in overleg treden met burgemeester en wethouders over mogelijke oplossingen. Besluitvorming door burgemeester en wethouders over een eventuele uitbreiding van het aantal groepen vindt plaats met inachtneming van het bepaalde in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.