← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2015 (Beesel)

Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2015De raad van de gemeente Beesel; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 oktober 2014; gelet op artikel 228a, van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2015 (Verordening rioolheffing Beesel 2015) Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt: perceel: een onroerende zaak bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken of een roerende zaak;; gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van: degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. 2.Met betrekking tot het recht als bedoeld in het eerste lid, wordt, ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel4Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld eigendom blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, worden de rechten geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één eigendom worden aangemerkt. Artikel5Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. Artikel6Belastingtarief De belasting als bedoeld in artikel 3 bedraagt per perceel € 192,

  1. Artikel7Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel8Wijze van heffing De rechten worden bij wege van aanslag geheven. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld De belasting als bedoeld in artikel 3, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar. Artikel10Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven van: percelen waarvan de WOZ-waarde minder bedraagt dan € 20.000,-; ongebouwde percelen. Artikel11Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald: Bij niet-automatische incasso: In twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later. Bij automatische incasso: In zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste vier en maximaal tien bedraagt. 2.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid onder b geldt dat de aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke betaaltermijnen, ingeval het totaalbedrag van de op het aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar een aanslag bevat, het bedrag van deze aanslag hoger is dan€ 20.000,
  2. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen. Artikel12Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffingen. Artikel13Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing Beesel 2015' en wordt bekend gemaakt op de daarvoor bestemde wijze. 2.Deze verordening en heffing treden in werking op 1 januari
  3. 3.De 'Verordening rioolheffing Beesel 2014' vastgesteld bij raadsbesluit van 18 november 2013, wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum. 4.De “verordening rioolheffing Beesel 2014” vastgesteld bij raadsbesluit van 18 november 2013, blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor 1 januari 2015 hebben voorgedaan. Aldus vastgesteld door de raad van Beesel in zijn openbare vergadering van 3 november 2014.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.