Verordening schadebestrijding dieren Fryslân 2014Verordening schadebestrijding dieren Fryslân 2014 PROVINCIALE STATEN van FRYSLÂN gelezen de voorstellen van Gedeputeerde Staten van Fryslân van 17 juni 2014, nr. 1139612, en 26 augustus 2014, nr. 1151810; gelezen het oordeel van 27 augustus 2014 van het bestuur van het Faunafonds; overwegende dat: • ingevolge artikel 65, vierde lid, van de op 1 april 2002 in werking getreden Flora- en faunawet bij provinciale verordening kan worden toegestaan dat de grondgebruiker, in afwijking van de artikelen 9 en 10, handelingen, bedoeld in die artikelen, verricht op de door hem gebruikte gronden of in of aan door hem gebruikte opstallen, zulks onder de in artikel 65, vijfde lid, bedoelde voorwaarden; • deze mogelijkheid ingevolge artikel 66 van de Flora- en faunawet ook bestaat voor de gebruiker van opstallen, niet zijnde de grondgebruiker, voor zover het de door hem gebruikte opstallen en de daarbij behorende erven betreft; • gedeputeerde staten op 17 juni 2014 hebben besloten tot invoering van nieuw ganzenbeleid, hetgeen onder meer heeft geleid tot een (aangepaste) begrenzing van foerageergebieden voor trekganzen; • het ingevolge het nieuwe ganzenbeleid vereist is dat binnen de foerageergebieden voor ganzensoorten rust heerst, terwijl buiten die gebieden zo effectief mogelijk, met name door kol-, brand- en grauwe ganzen veroorzaakte schade moet kunnen worden voorkomen en bestreden op met gewassen beteelde percelen; • het nodig is om bestrijding van schade aan kwetsbare gewassen door kol-, brand- en grauwe ganzen, met aan verjaging ondersteunend afschot, uitsluitend toe te staan op percelen waarop voldoende preventieve middelen aanwezig zijn; • het wenselijk is de Verordening schadebestrijding dieren Fryslân 2005 te vervangen, aangezien de huidige vrijstellingsregeling onvoldoende voorziet in de in het nieuwe ganzenbeleid voorziene uitvoeringsmaatregelen; Besluiten: I. tot vaststelling van de navolgende verordening inzake het toestaan van handelingen in afwijking van de artikelen 9 en 10 van de Flora- en faunawet; Artikel 1 1 In afwijking van het bepaalde in artikel 9 van de Flora- en faunawet is het de grondgebruiker toegestaan, ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, de beschermde diersoorten kol-, brand- en grauwe gans te doden op de door hem gebruikte percelen welke zijn beteeld met gewassen of op een direct daaraan grenzende locatie, voor zover deze percelen of locatie zijn gelegen buiten de ganzenfoerageergebieden. 2 In de zin van deze vrijstelling worden onder percelen met kwetsbare gewassen verstaan: na 1 augustus volledig nieuw ingezaaide percelen gras van minimaal 1 hectare en percelen met nog oogstbare akker- en tuinbouwgewassen. In de zin van deze vrijstelling worden overjarig gras (ingezaaid vóór 1 augustus voorafgaand aan de in lid 3 vermelde periode), doorgezaaid gras, afvanggewassen op geoogste maïspercelen, oogstresten en groenbemesters niet beschouwd als kwetsbare gewassen. 3 De in lid 1 genoemde ganzensoorten mogen slechts worden gedood ter ondersteuning van verjaging, gedurende de periode van 1 november tot 1 maart daarop volgend, van zonsopkomst tot 12.00 uur, met behulp van het hagelgeweer, onder voorwaarde dat binnen de ganzenfoerageergebieden aanwezige beschermde trekganzen niet worden verontrust én met in achtneming van het in artikel 3 gestelde. 4 In afwijking van het bepaalde in artikel 10 van de Flora- en faunawet is het de grondgebruiker toegestaan beschermde inheemse diersoorten, zoals genoemd in artikel 2 van deze verordening opzettelijk te verontrusten op de door hem gebruikte gronden of in de door hem gebruikte opstallen en op de daarbij behorende erven, zulks onder de in artikel 65, vijfde lid, van de Flora en faunawet bedoelde voorwaarden, met dien verstande dat dit binnen de ganzenfoerageergebieden gedurende de periode dat de gebieden operationeel zijn niet is toegestaan voor trekganzen en daar voor de overige diersoorten slechts is toegestaan onder de voorwaarde dat daar aanwezige beschermde trekganzen niet worden verontrust. 5 Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing voor de gebruiker van opstallen, niet zijnde de grondgebruiker, voor zover het de door hem gebruikte opstallen en de daarbij behorende erven betreft. Artikel 2 Het bepaalde in artikel 1, lid 4, is uitsluitend van toepassing op de volgende diersoorten: brandgans ekster grauwe gans haas kleine rietgans knobbelzwaan meerkoet kolgans roek rotgans spreeuw smient wilde eend holenduif fazant kokmeeuw Artikel 3 Voorschriften en beperkingen De in artikel 1, lid 1, bedoelde handeling (doden) is uitsluitend toegestaan aan de grondgebruiker die in het bezit is van een door de Stichting Fauna Beheer Eenheid Fryslân (FBE Fryslân) verstrekt meldingsbewijs. De grondgebruiker kan het meldingsbewijs aanvragen bij de FBE Fryslân, Postbus 30027, 9700 RM Groningen, onder opgave van ten minste naam, adres, postcode en woonplaats van de grondgebruiker, het schadegewas en de oppervlakte daarvan. Gedurende de perioden van 1 november 2014 tot 1 maart 2015 en 1 november 2015 tot 1 maart 2016 mag de in artikel 1, lid 1, bedoelde handeling worden toegepast op kol-, brand- en grauwe ganzen. Gedurende de perioden daarna slechts op kol- en grauwe ganzen. Gedurende de perioden van 1 november tot en met 31 december van de jaren 2014 en 2015 mogen de in lid 2 genoemde ganzen worden gedood op percelen beteeld met kwetsbare gewassen, na 1 augustus volledig nieuw ingezaaide percelen gras van minder dan 1 hectare en percelen beteeld met overjarig en doorgezaaid gras (of op een direct daaraan grenzende locatie). Gedurende de perioden van 1 januari tot 1 maart van de jaren 2015 en 2016 mogen de in lid 2 genoemde ganzen slechts worden gedood op percelen beteeld met kwetsbare gewassen (of op een direct daaraan grenzende locatie). Gedurende de perioden vanaf 1 november 2016 en de daarop volgende jaren mogen de in lid 2 genoemde ganzen slechts worden gedood op percelen beteeld met kwetsbare gewassen (of op een direct daaraan grenzende locatie). Voor het gebruik van deze vrijstelling binnen zgn. speciale beschermingszones (o.a. Natura 2000 gebieden) of in gebieden direct grenzend aan deze speciale beschermingszones kunnen vergunningen op grond van de Natuurbeschermingswet zijn vereist. Deze vergunningen (of informatie hierover) kunnen (kan) worden aangevraagd bij Provincie Fryslân, afdeling Stêd en Plattelân, team Landelijk Gebied en Water, Postbus 20120, 8900 HM Leeuwarden. Indien de grondgebruiker het hem ingevolge artikel 1, lid 1, van deze vrijstelling toekomende recht per schriftelijke toestemming overdraagt aan een jachtaktehouder is het de jachtaktehouder, in afwijking van het bepaalde in artikel 65, lid 6, van de Flora- en faunawet, slechts toegestaan het hagelgeweer te gebruiken als middel om het recht uit te oefenen. De grondgebruiker aan wie een in lid 1 bedoeld meldingsbewijs is verstrekt, is verplicht een rapportage overeenkomstig een door de FBE Fryslân voorgeschreven wijze in te dienen. De persoon die ingevolge deze vrijstelling aan verjaging ondersteunend afschot uitvoert, moet bij zich hebben: het meldingsbewijs en - in geval hij niet zelf de grondgebruiker is - tevens de in lid 7 bedoelde schriftelijke toestemming van de grondgebruiker; hij geeft deze bescheiden op eerste vordering van een daartoe bevoegde ambtenaar ter inzage af. Van de in artikel 1, lid 1, bedoelde handeling mag op percelen beteeld met kwetsbare gewassen (of op een direct daaraan grenzende locatie) slechts gebruik worden gemaakt na het gelijktijdig (aantoonbaar) toepassen van tenminste twee typen preventieve verjaagmiddelen, te weten een akoestisch en een visueel middel, conform de voorwaarden met betrekking tot effectief gebruik die zijn opgenomen in de handreiking Faunaschade van het Faunafonds (zie www.faunafonds.nl). Het jachtgeweer is na 12.00 uur niet meer toegestaan als akoestisch middel. Van de in artikel 1, lid 1, bedoelde handeling mag op na 1 augustus volledig nieuw ingezaaide percelen gras van minder dan 1 hectare en percelen beteeld met overjarig en doorgezaaid gras (of op een direct daaraan grenzende locatie) gebruik worden gemaakt zonder dat preventieve verjaagmiddelen hoeven te worden toegepast. Het gebruik van lokmiddelen (zoals lokganzen) is niet toegestaan. Aan verjaging ondersteunend afschot is slechts toegestaan ten aanzien van op een beteeld gewasperceel invallende ganzen. Onder invallende ganzen worden ganzen verstaan die boven of rond het betreffende perceel draaien met het oogmerk daarop te gaanfoerageren. Op ganzen die met rechtlijnige vliegbewegingen (hoog) overvliegen mag geen afschot plaatsvinden. In gezelschap van de vrijstellingsgebruiker mogen per oppervlakte beteeld gewas tot 25 hectare ten hoogste 2 andere jachtaktehouders gebruik maken van de in artikel 1, lid 1, genoemde bevoegdheden. Voor elke 25 hectare dat de oppervlakte groter is mogen 3 extra jachtaktehouders worden ingezet. Binnen een straal van 150 meter mogen maximaal 3 jachtaktehouders op een beteeld gewasperceel of direct daaraan grenzende locatie aanwezig zijn. Metalen ringen die aan gedode vogels worden aangetroffen moeten, onder vermeldingvan datum en plaats van afschot, worden opgezonden aan het NIOO-CTE Vogeltrekstation, Postbus 40, 6666 ZG Heteren, of dienen gemeld te worden via het daarvoor bedoelde elektronische systeem. Kleurringen en halsbanden moeten doorgegeven worden via de website www.geese.org. Bij bijzondere weersomstandigheden kunnen Gedeputeerde Staten besluiten om de werking van deze vrijstelling op te schorten. De FBE Fryslân is verplicht, uiterlijk 1 juni van elk kalenderjaar, een digitale rapportage uit te brengen aan de provincie Fryslân, Afdeling Stêd en Plattelân, team Landelijk Gebied en Water, over de wijze waarop van deze vrijstelling gebruik is gemaakt en wat daarvan de resultaten zijn. De rapportage bevat in ieder geval een overzicht van de grondgebruikers aan wie een in lid 1 bedoeld meldingsbewijs is verstrekt (onder opgave van naam, adres, postcode en woonplaats); op welke gewassen de schadebestrijding heeft plaatsgevonden; het aantal gedode kol-, brand- en grauwe ganzen en de afschotdata. De aantallen dienen getotaliseerd te zijn. Artikel 4 1 Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening schadebestrijding dieren Fryslân
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.