Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2015 De raad van de gemeente Schiedam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2014 (kenmerk: BVBEL nr. 14INT00395); gelet op de artikel 228 en 229, eerste lid van de Gemeentewet; gelezen het advies van de raadscommissie van 4 november 2014; besluit vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2015 Begripsomschrijvingen Artikel1 Deze verordening verstaat onder: dag: een tijdvak van 24 achtereenvolgende uren aanvangende te 0.00 uur of een gedeelte daarvan; week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen; maand: een kalendermaand; jaar: kalenderjaar. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon: overeenkomstig de bestemming gebruik mag maken van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn; een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben. Belastbaar feit Artikel2 In de gemeente worden onder de naam precariobelasting rechten geheven voor het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeente bezittingen of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn; een directe belasting geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond voor de openbare dienst bestemd, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Belastingplicht Artikel3 1.De rechten als bedoeld onder in artikel 2, onder a, worden geheven van degene die overeenkomstig de bestemming gebruik maakt van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. 2.De belasting als bedoeld in artikel 2, onder b, wordt geheven van degene die één of meer voorwerpen heeft onder, op of boven gemeentegrond, voor de openbare dienst bestemd, dan wel degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond, voor de openbare dienst bestemd, aanwezig zijn. 3.In afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid wordt, in geval de gemeente een vergunning heeft verleend, het recht of de belasting geheven van degene, aan wie de daartoe vereiste vergunning is verleend of van de opvolger in de vergunning, tenzij blijkt dat hij niet het bedoelde gebruik maakt of het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft. Heffingstijdvak Artikel4 1.In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor de in artikel 2 genoemde belastbare feiten, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. 2.In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan. Maatstaf van heffing en tarief Artikel5 De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. Berekening van de precariobelasting Artikel6 Voor de berekening van de verschuldigde precariobelasting gelden de navolgende bepalingen: voor de berekening van de precariobelasting worden onderdelen van tijd en afmeting voor een geheel gerekend; Indien de gemeente een vergunning heeft verleend als bedoeld in artikel 1, onder f, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij artikel 8, derde lid van overeenkomstige toepassing is. indien voor het belastbare feit het dagtarief, onderscheidenlijk het weektarief, het maandtarief of het jaartarief niet evenredig zijn opgebouwd, wordt het recht berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. Wijze van heffing Artikel7 De precariobelasting wordt geheven bij wege van aanslag. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang. Artikel8 1.In de gevallen bedoeld in artikel 4, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel 365e gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle dagen overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, wordt ontheffing verleend over zoveel 365e gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle dagen overblijven. 4.De in dit artikel bedoelde regeling geldt voor zover de belasting wordt geheven voor een heffingstijdvak van een jaar. Termijnen van betaling Artikel9 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet moet de precariobelasting worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2.In afwijking van het eerste lid geldt ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen betaald moeten worden in maximaal 10 termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.Het minimum termijnbedrag bij automatische incasso bedraagt € 15,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.