Verordening op de heffing en de invorderin g van de toeristenbelasting 2015 De raad van de gemeente Hulst; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 oktober 2014: gelet op de artikel 224 van de Gemeentewet; BESLUIT besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invorderin g van de toeristenbelasting 2015 (Verordening toeristenbelasting 2015) Artikel 1 Belastbaar feit Ter zake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente in hotels, pensions, vakantie-onderkomens, mobiele kampeeronderkomens, niet beroepsmatig verhuurde ruimten en op vaste standplaatsen tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam toeristenbelasting een directe belasting geheven. Artikel 2 Belastingplicht Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel
- De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel
- Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel
- Artikel 3 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen; van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 , die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd. van degene die verblijf houdt in het kader van een kleinschalig evenement van cultureel, sportief of algemeen belang dan wel in het kader van een evenement met een weldadig doel. Artikel 4 Maatstaf van Heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten dat zij verblijf houden. Artikel 5 Forfaitaire berekeningswijze van de heffingsgrondslag Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf; vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een jaar; volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen; Voor kampeermiddelen op vaste of volgtijdige standplaatsen kan het aantal overnachtingen op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld. Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op vaste standplaatsen wordt per standplaats: a. het aantal overnachtende personen gesteld op 2,5 personen; het aantal nachten gesteld op: als een kampeermiddel op een vaste standplaats in het belastingjaar geschikt is voor gebruik of alleen mag worden gebruikt gedurende: meer dan maar niet meer dan 50 nachten - 10 maanden 54 nachten 10 maanden - 4.Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op volgtijdige standplaatsen wordt per standplaats: het aantal overnachtende personen gesteld op 3,0 personen. het aantal nachten gesteld op de gemiddelde bezetting per kalenderdag vermenigvuldigd met 365 dagen. De gemiddelde bezetting per kalenderdag is het gemiddelde van zes tellingen gedurende het belastingjaar, waarbij iedere telling binnen een afzonderlijke periode van twee maanden valt. Artikel 6 Belastingtarief Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 0,
- Artikel 7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 9 Aanslaggrens Geen belastingaanslag wordt vastgesteld indien het aantal overnachtingen waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het belastingjaarminder dan tien zal of heeft belopen. Artikel 10 Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn twee maanden later. Voor de betaling van de in het eerste lid bedoelde betalingstermijn een machtiging tot automatische incasso worden afgegeven. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de toeristenbelasting. Artikel 12 Kwijtschelding Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 13 Aanmeldingsplicht De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel De “Verordening toeristenbelasting 2014”, zoals vastgesteld bij besluit van 31 oktober 2013, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstaande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
- De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening Toeristenbelasting 2015”. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13 november
- De Raadsvoorzitter, De Raadsgriffier,