← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van brandweerrechten 2010 (Reeuwijk)

VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN BRANDWEERRECHTEN 2010 De raad van de gemeente Reeuwijk; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 oktober 2009; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de volgende verordening: Artikel1Belastbaar feit 1.Onder de naam “brandweerrechten” worden geheven: rechten voor het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde bezittingen van de gemeentelijke brandweer of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeentelijke brandweer in beheer of in onderhoud zijn; rechten voor het genot van door de gemeentelijke brandweer verstrekte diensten. 2.Geen rechten als bedoeld in het eerste lid worden geheven ter zake van: het voorkomen, beperken en bestrijden van brand; het beperken van brandgevaar; het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand; al hetgeen met de onderdelen a, b en c verband houdt; het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand; de bestrijding en beperking van rampen, als bedoeld in artikel 1 van de Rampenwet. Artikel2Belastingplicht Belastingplichtig is: degene die gebruik maakt van de bezittingen, werken of inrichtingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a; degene die een dienst aanvraagt dan wel degene te wiens behoeve een dienst is verleend, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b. Artikel3Maatstaf van heffing en tarief 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel4Belastingjaar Voorzover in de bij deze verordening behorende tarieventabel tarieven zijn opgenomen die per jaar worden geheven, is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel5Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De rechten waarop artikel 4 van toepassing is, zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten, in zoverre in afwijking van artikel 3, tweede lid, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor de dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,--. 4.Belastingbedragen van minder dan € 10,-- worden niet geheven. Artikel6Wijze van heffing 1.De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. 2.Indien zich ten aanzien van eenzelfde belastingplichtige meerdere belastbare feiten voordoen, kunnen de rechten ter zake daarvan worden geheven bij wege van één gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Artikel7Termijn van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald op het moment van uitreiking van de in artikel 6 bedoelde kennisgeving. 2.Ingeval van toezending van de kennisgeving, moeten de rechten worden betaald binnen 14 dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving. 3.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijn(en). Artikel8Kwijtschelding Bij de invordering van brandweerrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel9Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rechten. Artikel10Inwerkingtreding en citeertitel De “Verordening brandweerrechten Reeuwijk 2009”, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 1 december 2008, wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. In afwijking in zoverre van het in het voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van de brandweerrechten in die periode plaatsvindt. De datum van ingang van de heffing is 1 januari

  1. Deze verordening kan worden aangehaald als de “Verordening brandweerrechten Reeuwijk 2010”. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Reeuwijk, gehouden op 17 december 2009, Toelichting TARIEVENTABEL 2010behorende bij de “Verordening brandweerrechten Reeuwijk 2010”AlgemeenAlle in deze verordening opgenomen tarieven zijn exclusief omzetbelasting (19%) indien deze is verschuldigd. Hoofdstuk 1 Wacht- en controlediensten1.
  2. het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot: 1.1.1 het verrichten van wacht- en waakdiensten per personeelslid, per uur € 47,80 1.1.2 het verrichten van controlediensten per personeelslid, per uur € 47,80 1.2 indien ten behoeve van de in de artikelen genoemde diensten 1.1.1 en 1.1.2 gebruik wordt gemaakt van een gemotoriseerd voertuig worden voorrijkosten in rekening gebracht van: € 53,20 Hoofdstuk 2 Beschikbaar stellen van brandblusmiddelen2.1het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beschikbaar stellen van een: 2.1.1 brandslang per etmaal € 15,35 2.1.2 handbrandblusapparaat per etmaal € 15,35 Hoofdstuk 3 Verrichten van rookproeven3.1 het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verrichten van een rookproef, per half uur € 23,90 3.2 indien ten behoeve van de in artikel 3.1 genoemde dienst gebruik wordt gemaakt van een gemotoriseerd voertuig worden voorrijkosten in rekening gebracht van: € 53,20 Hoofdstuk 4 Verrichtingen ten behoeve van de adembescherming4.1 het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot: 4.1.1 het controleren en reinigen van een gelaatstuk, per stuk € 19,10 4.1.2 het vervangen van een ruit of aan aansluitstuk, per stuk € 25,45 4.1.3 het vervangen van een spreekmembraam, per stuk € 10,55 4.1.4 algemene revisie van een gelaatstuk, per stuk € 51,00 4.1.5 inspectie van een gelaatstuk met als gevolg afkeuring € 9,55 4.2 het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot: 4.2.1 het controleren en reinigen van een ademluchttoestel, per stuk €100,45 4.2.2 het vullen van een ademluchtcilinder, per 100 liter € 9,55 4.2.3 algemene reparatie en onderzoek storing ademluchttoestel, per storing € 25,45 4.2.4 het ter beschikking stellen van een compleet ademluchttoestel € 68,55 (ex kosten van reinigen en vullen), per stuk Hoofdstuk 5 Verrichten van diensten5.1voor zover daarvoor niet elders in deze tabel een tarief is opgenomen, bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het ter beschikking stellen van voertuigen of vaartuigen, exclusief personeel, van: 5.1.1 een tankautospuit met bepakking, per half uur € 79,75 5.1.2 een personeels-/materiaalwagen, per half uur € 53,20 5.1.3 een vaartuig, per half uur € 53,20 5.1.4 een duik- of een waterongevallenvoertuig, per half uur € 53,20 5.1.5 een ander voertuig dan in dit hoofdstuk genoemd, per half uur € 53,20 5.2 voor het ter beschikking stellen van personeel ten behoeve van de in de artikelen 5.1.1 tot en met 5.1.5 genoemde voertuigen wordt het tarief verhoogd met: € 23,90 per persoon, per half uur Hoofdstuk 6 Overige diensten6.1het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot: 6.1.1het geven van een aanvullend advies met betrekking tot een brandmeld- systeem, per half uur € 23,90 6.1.2 het ter beschikking stellen van een leslokaal, per dagdeel € 47,80 6.1.3 het verrichten van diensten met een motorzaag, per half uur € 34,50 6.1.4 het verrichten van diensten met een lichtaggregaat, per half uur € 34,50 6.1.5 het openen van deuren of ramen, per half uur € 23,90 6.1.6 het dichten van deuren of ramen, per half uur € 23,90 6.1.7 het verwijderen van een antenne, per half uur € 23,90 6.1.8 het bestrijden van wateroverlast, per half uur € 26,55 6.1.9het reinigen van wegen, terreinen of water en/of het bestrijden van milieu-incidenten, per brandweervoertuig, per half uur € 77,05 6.1.10 het geven van instructie, per uur € 74,40 6.2 indien ten behoeve van de in de artikelen 6.1.3 tot en met 6.1.9 genoemde diensten meer dan één persoon beschikbaar wordt gesteld, wordt het tarief verhoogd per persoon, per half uur met: € 23,90 6.3 indien ten behoeve van de in de artikelen 6.1.1, 6.1.3 tot en met 6.1.9 genoemde diensten gebruik wordt gemaakt van een gemotoriseerd vervoermiddel, worden voorrijkosten in rekening gebracht van; € 53,20 Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van gemeente Reeuwijk, gehouden op 17 december 2009,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.