Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Den Haag 2015 Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag; b. peildatum: de datum waarop een persoon een individuele inkomenstoeslag aanvraagt; c. referteperiode: de 36 maanden voorafgaand aan de 1e van de maand waarin de peildatum valt; d. bijstandsnorm: de op grond van paragraaf 3.2 van de Participatiewet, op de belanghebbende van toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd met de op grond van paragraaf 3.3 van de Participatiewet, door het college vastgestelde verhoging of verlaging; e. alleenstaande: de alleenstaande zoals bedoeld in artikel 4 van de Participatiewet; f. alleenstaande ouder: de alleenstaande ouder zoals bedoeld in artikel 4 van de Participatiewet; g. gehuwden: de gehuwden of daarmee gelijkgestelden zoals bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet. Artikel2Doelgroep Tot de doelgroep behoren personen als bedoeld in artikel 36, eerste lid van de Participatiewet die ten tijde van de aanvraag in de gemeente Den Haag woonachtig zijn. Artikel3Uitsluitingen Niet voor de individuele inkomenstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die: gedurende de referteperiode een recidive maatregel met betrekking tot arbeidsinschakeling op zijn WW, WIA of Participatiewet, IOAW/IOAZ (voorheen Wwb) uitkering heeft ontvangen; op de peildatum een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000; gedurende de referteperiode een onderbreking van het inkomen heeft gehad van in totaal meer dan 26 weken; Artikel4Indienen verzoek Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet, wordt ingediend middels een door het college vastgesteld papieren of digitaal formulier. Artikel5Langdurig laag inkomen 1.Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 110 procent van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. 2.Voor de belanghebbende die aan een wettelijk of minnelijk schuldhulptraject deelneemt via een erkend schuldhulpverlener of bewindvoerder WSNP geldt, dat het inkomen gedurende het traject gelijkgesteld wordt met een inkomen lager dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Artikel6Hoogte individuele inkomenstoeslag 1.Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per kalenderjaar: € 360,00 voor een alleenstaande; € 470,00 voor een alleenstaande ouder; € 600,00 voor gehuwden Het te verstrekken bedrag wordt niet jaarlijks geïndexeerd. 2.Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. 3.Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend. Artikel7Doelstelling van de toeslag In het kalenderjaar waarin de individuele inkomenstoeslag wordt verleend, worden de middelen daarvan in aanmerking genomen bij het toekennen van bijzondere bijstand duurzame gebruiksgoederen. Artikel8Onvoorziene gevallen Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel9Intrekken oude verordening De verordening Langdurigheidstoeslag gemeente Den Haag 2013 wordt per 1 januari 2015 ingetrokken. Artikel10Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015. Artikel11Citeertitel Deze verordening kan aangehaald worden als: de verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Den Haag 2015 Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering 27 november 2014. De griffier, mr. H.L.G. Seuren en de voorzitter, J.J. van Aartsen.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.