Verordening Precariobelasting Delfland 2013Verordening Precariobelasting Delfland. Artikel1Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven grond of water van het waterschap, voor de openbare dienst bestemd. Artikel2Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene van wie, of ten behoeve van wie, de in artikel 1 bedoelde voorwerpen worden aangetroffen. Artikel3Heffingsmaatstaf en tarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven die zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van de belasting worden gedeelten van de in de tabel genoemde eenheden van hoeveelheid of afmeting als volle eenheid aangemerkt. Ingeval de belasting wordt geheven naar de oppervlakte van een voorwerp geldt als maatstaf de oppervlakte van de horizontale projectie van dat voorwerp. Artikel4Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven: voor het hebben van een voorwerp waarvan het waterschap genothebbende is krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; voor het hebben van een voorwerp ter zake waarvan door het waterschap een retributie wordt geheven of op een andere basis een vergoeding is overeengekomen. Artikel5Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsevenredigheid De precariobelasting is verschuldigd bij het begin van het heffingsjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de heffingsplicht. Indien ter zake van een voorwerp de heffingsplicht in de loop van het heffingsjaar aanvangt, is de heffing verschuldigd voor zoveel 365e gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de heffingsplicht, nog volle dagen overblijven. Indien ter zake van een voorwerp de heffingsplicht in de loop van het heffingsjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel 365e gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde heffing als er in dat jaar, na het einde van de heffingsplicht, nog volle dagen overblijven. Indien de heffingsplicht eindigt na de dagtekening van de aanslag, kan de heffingsplichtige een aanvraag tot ontheffing indienen bij de ambtenaar belast met de heffing. Artikel7Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel8Termijnen van betaling De aanslag bedoeld in artikel 1 is invorderbaar twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan de aanslag, indien deze het bedrag van € 5.000,00 niet te boven gaat, op verzoek van de belastingschuldige door middel van automatische incasso worden ingevorderd in maximaal 10 gelijke maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Het minimum termijnbedrag bij automatische incasso bedraagt € 15,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.