Transitieplan voor het sociale domein in Waalwijk "Andere kijk goed voor elkaar"Transitieplan voor het sociale domein in Waalwijk Inhoud Samenvatting 2 Inleiding 2 WAT: Wat gaat er voor inwoners veranderen na 2015? 5 1 Wat draagt het Rijk aan de gemeente over? 5 1.1.1 Wmo 5 1.1.2 De Jeugdwet 8 1.1.3 De Participatiewet 10 2 Doelgroepenanalyse 13 3 Hoe stelt de gemeente Waalwijk zich de toekomstige situatie voor? 17
(485). De 2300 cliënten maakten gebruik van 3000 producten. Bij de data hier onder zijn gegevens verzameld niet op individueel niveau, maar op het niveau van huishoudens. Dat hebben we gedaan omdat het uitgangspunt is, dat we bij meervoudige problemen kijken naar het hele huishouden. Producten per huishouden(figuur 1) De optelsom van de producten per huishouden geeft het volgende beeld: Waalwijk heeft in totaal 19.500 huishoudens; 4800 daarvan, dat wil zeggen 24%, is bekend bij één of meerdere partners in het sociale domein; Een groot deel (60%) van deze 4800 huishoudens komt slechts voor bij één van de partners, en maakt maar gebruik van één dienst. Figuur 1 Aantal producten per huishouden Het gebruik van producten(figuur2): ·Afgezet tegen het totale aantal huishoudens van Waalwijk zien we dat bijna een kwart van de huishoudens bekend is bij minimaal één van de partners betrokken in onze analyse. In onderstaand schema is aangegeven hoeveel huishoudens nu gebruikmaken van voorzieningen (blauwe kolom) en de ambitie van de gemeente die wordt voorgesteld (rose kolom) Elke organisatie heeft naar eigen inzichten bepaald welke diensten/producten zij leveren aan huishoudens in Waalwijk. Hierbij is aangegeven hoeveel huishoudens hiervan gebruik maken. Daarnaast is bij elk product een inschatting gemaakt van het risico voor dit huishouden met de volgende betekenissen: Risico rood betekent dat voor dit huishouden een direct risico wordt gezien wat betreft de behoefte aan ondersteuning en de mogelijkheden van participatie. Een voorbeeld hiervan is een huishouden in de schuldhulpverlening. Risico oranje betekent dat er wel wat aan de hand is maar dat het afhankelijk van de verdere omstandigheden is of dit huishouden (sterk) afhankelijk is van ondersteuning. Een voorbeeld hiervan is een huishouden in de bijstand. Een huishoudens met minstens één keer een rood risico of met twee of meer keren een oranje risico beschouwen we als een huishouden met risico. De kennismaking: De heer en mevrouw Janse. De heer en mevrouw Janse zijn al 45 jaar getrouwd en genieten van hun pensioen. De laatste maanden gaat het iets moeizamer omdat mevrouw wat vergeetachtig wordt en de heer Janse haar niet meer alleen durftte laten. De ene dag gaat het beter dan de andere. Hun enige dochter wil hen wel helpen maar heeft als alleenstaande, werkende moeder beperkte mogelijkheden. De heer van den Bosch De heer van den Bosch werkt sinds 4 jaar als zelfstandig ondernemer in de publieke dienstverlening. Na 2 zeer succesvolle jaren valt de omzet nu fors tegen. Hij heeft zijn inkomen al fors verlaagd, alle geldpotjes zijn al leeg geschraapt, en nu maakt hij zich zorgen over de komende maanden. Hij vertrouwt wel op de toekomst, inmiddels trekt de markt al weer aardig aan, maar op de korte termijn voorziet hij problemen met de betalingen van de vaste lasten. Familie Peters Familie Peters staat bekend als een gezellig en warm gezin. Vader en moeder werken allebei en de twee kinderen hebben het eigenlijk altijd wel goed gedaan. Tot zoonlief Floris van 14 wat meer in aanraking komt met de uitdagingen van de straat. Of het nu door de verveling komt of het avontuur dat lonkt: ineens duiken er nieuwe ‘vrienden’ op en alles lijkt te veranderen. De schoolprestaties lopen terug en ook heeft de mentor al signalen afgegeven van herhaald schoolverzuim. Maar nog erger: vader en moeder hebben de indruk dat Floris in een verkeerd circuit is terecht gekomen. Soms reageert hij zo raar? En hoe hij af en toe kijkt, hij zal toch geen drugs gebruiken? Als klap op de vuurpijl is Floris gisteren betrapt bij een winkeldiefstal. De politie stond ineens voor de deur. Wat nu? Familie van Hurk Familie van Hurk zit dik in de problemen. Door de crisis is vader zonder werk komen te zitten en moeder heeft alleen maar een nul-urencontract, waar ook niet veel inkomsten uit komen. En daarmee lijkt alles in de soep te draaien: de schulden zijn nog niet dramatisch, maar de rek is er wel uit. De huur van dit grote huis is bijna niet meer op te brengen. En tussen hen gaat het ook niet meer zo lekker. Ze zitten op elkaars lip, en soms denken ze wel eens dat het zo niet langer samen hoeft. Moeder heeft ook steeds meer last van allerlei kwaaltjes. Gelukkig gaat het met de kinderen nog goed, maar ze zullen het wel gaan merken als er gesneden moet worden in hun clubactiviteiten. Familie Beekmans Familie Beekmans is al jaren bekend bij vele organisaties. Op één of andere manier gaat het elke keer weer fout. En als er dan ondersteuning komt komen ze vaak de afspraken niet na. Het groeit hun boven het hoofd. En nu loopt het helemaal uit de hand met de kinderen. De school heeft een melding gedaan van het vermoeden van kindermishandeling, en dat is niet de eerste keer. Vader en moeder begrijpen het niet zo best. Ze houden zoveel van hun kinderen en hebben er echt alles voor over. Eigenlijk vinden ze het ook wel fijn dat ze allebei de hele dag thuis zijn, dan kunnen ze hen veel aandacht geven. 1.3 Hoe stelt de gemeente Waalwijk zich de toekomstige situatie voor? De gemeente Waalwijk gaat voor een actieve samenleving waarin inwoners zichzelf en anderen helpen en waarin mensen sociaal en economisch zelfredzaam zijn. Daarbij gaan we uit van de eigen kracht van inwoners en hun sociale netwerk. Voor een kleinere groep (kwetsbare) inwoners die (tijdelijk of permanent, geheel of gedeeltelijk) niet zelfstandig kunnen zijn bieden we ondersteuning. Vanuit het bovenstaande perspectief gebruikt gemeente Waalwijk de toekomstige ontwikkelingen om een aantal belangrijke koersveranderingen in te zetten of door te zetten: De kanteling naar het inwonersperspectief In plaats van te kijken naar de afzonderlijke ontwikkelingen die op de gemeente afkomen bekijken we het totaal van de transities als een kans om anders met de behoefte, kracht en mogelijke ondersteuning van de inwoners om te gaan. Dit maakt het mogelijk om uit te gaan van de kansen, niet van de bedreigingen; kiezen voor een eigen benadering: niet de protocollen en regels staan voorop, maar vanuit de inwoners wordt gekeken naar wat er nodig is aan hulp en ondersteuning. Als basis wordt gestreefd naar inwoners die zichzelf kunnen redden, werk en inkomen hebben, hun leven zelf kunnen organiseren, jongeren die succesvol zijn, diploma’s halen en aan het werk gaan. Hiermee beperken we het aantal huishoudens dat nog een beroep doet op betaalde ondersteuning, waardoor voor de huishoudens die het echt nodig hebben een goed passend aanbod kan worden gedaan. Er zijn ook situaties waar regels wel voorop dienen te staan. Denk aan een maatregel die door de rechter is opgelegd om de veiligheid van kinderen te waarborgen. De inzet van eigen kracht en verantwoordelijkheid Het inzetten van eigen kracht en verantwoordelijkheid sluit aan bij de visie van de gemeente Waalwijk, waarbij een inwoner met een vraag: Primair verantwoordelijk is voor zijn eigen vraag en oplossing; Daarbij voor hulp als eerste aanklopt bij het eigen sociale netwerk, als dat nodig is; Eventueel aangevuld met georganiseerd vrijwilligerswerk; En als dat niet voldoende oplossing biedt gebruik kan maken van algemene of collectieve voorzieningen; En in het uiterste geval steun krijgt van professionele individuele voorzieningen. De slag naar de transitiedoelstellingen voor alle inwoners De gemeente Waalwijk staat voor ondersteuning op maat maar wel vanuit spelregels, niet problematiserend, maar waar mogelijk ontzorgend. Iedere inwoner doet hierin mee, niemand staat langs de kant. Daarbij moet wel ruimte zijn voor uitzonderingen, rekening houdend met het individu en het huishouden. Indien nodig wordt hulp gegeven, zo licht als mogelijk en zo intensief als nodig. Wij stellen voor om akkoord te gaan met de transitiedoelen: Iedereen is sociaal en economisch zelfredzaam Ieder huishouden heeft minimaal één kostwinner Iedere jongere haalt een startkwalificatie In de analyse over het aantal huishoudens hebben we gezien dat van de 19.500 huishoudens, 4800 huishoudens een beroep doen op betaalde voorzieningen. Gemeenten worden met de komst van de nieuwe taken geconfronteerd met flinke kortingen op de budgetten die meekomen. Als gemeente willen we waarborgen dat ook in de toekomst de mensen hulp ontvangen die zij echt nodig hebben. De volgende onderdelen vormen de basis voor het formuleren van de te bereiken maatschappelijke effecten. De doelgroepenanalyse (de omvang van doelgroepen van de drie transities); Een overzicht van de gemiddelde kosten per doelgroep (op basis van beperking e.d.); De bezuinigingen; De effecten van meer inzetten op eigen kracht; De effecten van efficiënter werken (één huishouden één plan) We stellen voor om de voor de volgende maatschappelijke effecten na te streven om de kosten beheersbaar te houden en het beroep op (ter)echte hulp te waarborgen. Van de 19.500 huishoudens doet in 2018 maximaal 15% een beroep op een voorziening, betaald door de gemeente Maximaal 5% van de huishoudens doet in 2018 een beroep op specialistische voorzieningen betaald door de gemeente De voortgang tenminste 1 x per 2 jaar te onderzoeken N.B. De werkelijke omvang van het aantal huishoudens dat een beroep doet op ondersteuning voor 2015 zal duidelijker worden bij de feitelijke overdracht van de dossiers naar verwachting rond de zomer van
- Sturing en monitoring op het resultaat voor de inwoner De bovenstaande transitiedoelstellingen worden leidend en komen in plaats van de zorgplicht en compensatieplicht. We doen een beroep op de eigen kracht van inwoners. Dit vergt een andere manier van denken, niet alleen van inwoners, ook van hulpverleners. De inwoner krijgt geen standaard aanbod maar werkt aan voor hem/haar haalbare doelen: hij wil werk, hij wil van zijn schulden af enz. Daarbij krijgt hij/zij ondersteuning, waar dat nodig is. Bijvoorbeeld: als iemand op grond van een beperking een scootmobiel heeft, wil dat niet zeggen dat een hulpvrager met eenzelfde beperking, ook een scootmobiel krijgt. Het gaat om maatwerk en dan kan een andere oplossing beter van toepassing zijn. Inwoners willen geholpen worden om hun doelen en oplossingen te bereiken. De gemeente faciliteert in de lijn van de transitiedoelstellingen. Voor de organisaties die betaalde ondersteuning geven betekent dit dat de wijze van levering en verantwoording in lijn moet zijn met de doelstelling van de inwoner. Uitgangspunten bij de inkoop van ondersteuning zijn: Het leveren van maatwerk op basis van het ondersteuningsplan van het huishouden in plaats van standaard aanbod. Afrekenen op basis van in het bereiken van de doelstellingen voor het huishouden in plaats van inspanningen (zoals het aantal contacten met het huishouden). Het sturingsmodel ziet er dan als volgt uit: de inwoner staat centraal. Ondersteuning is succesvol als er is voldaan aan de drie gestelde criteria: De inwoner staat in zijn eigen kracht, de gestelde doelen zijn gehaald en de bejegening, dus de manier waarop met de inwoner is omgegaan, wordt positief ervaren. Dit wordt de basis waarop de relatie met organisaties die betaalde ondersteuning geven wordt ingezet, de wijze waarop wordt verantwoord en daarmee de graadmeter voor de geleverde kwaliteit. Dit alles staat in de context van de rechten en de plichten van alle partijen. Inwoners en de professionals die hun daarbij ondersteunen zullen hun doelen moeten stellen in het verlengde van de gestelde transitiedoelstellingen. Het gaat dus over meedoen, over jongeren die startkwalificaties halen, over het voorkomen van armoede of hier juist uitkomen. Hetzelfde geldt voor de bejegening: het gaat erom dat instellingen binnen de kaders de juiste vorm kiezen. Als het bijvoorbeeld gaat om een huishouden waar de rechter een maatregel heeft opgelegd en interventie vanuit Jeugdzorg nodig is, dan is dat de randvoorwaarde waarbinnen het huishouden wordt ondersteund. Ontevredenheid over de maatregel is daarbij niet het punt van discussie. En hetzelfde geldt voor de eigen regie. Organisaties die betaalde ondersteuning geven hebben als opdracht in alle interventies de eigen kracht van de inwoners centraal te stellen. Van de vaak ‘bemoederende’ werkwijze die inwoners nu gewend zijn, wordt in dit model afscheid genomen. Er wordt niet langer vóór de inwoners gedacht, maar mét de inwoners. Kortom: deze sturing vraagt een omslag van alle partijen. Dit is noodzakelijk om een gezonde maatschappij op te bouwen en om het systeem betaalbaar te houden. Wij stellen voor om bij het contracteren van partijen voor ondersteuning door professionele instellingen en de verantwoording als criteria te hanteren: De eigen kracht benadering De mate waarin resultaten worden behaald De bejegening van de cliënt Lokaal tenzij De ondersteuning wordt zo dicht mogelijk bij de bewoners georganiseerd, bij voorkeur in de eigen gemeente. Maar als het wordt opgelegd door wetgeving (Jeugdwet) of als het om kwalitatieve of kostentechnische redenen beter is, wordt samenwerking met omliggende gemeenten in de regio gezocht. Voor de inkoop van specialistische Wmo-voorzieningen ligt regionale samenwerking voor de hand. Ook in het kader van de Jeugdhulp werken we samen met de gemeenten in Midden Brabant. In het Beleidskader Jeugdstelsel Hart van Brabant is dit uitgewerkt. Verder wordt voor inkomensondersteuning en re-integratie al samengewerkt op Langstraatniveau (Waalwijk, Heusden. Loon op Zand). De raad heeft besloten: Akkoord te gaan met de transitiedoelen: Iedereen is sociaal en economisch zelfredzaam Ieder huishouden heeft minimaal één kostwinner Iedere jongere haalt een startkwalificatie De volgende maatschappelijke effecten na te streven: Van de 19.500 huishoudens doet in 2018 maximaal 15% een beroep op een voorziening, betaald door de gemeente Maximaal 5% van de huishoudens doet in 2018 een beroep op specialistische voorzieningen betaald door de gemeente De voortgang tenminste 1 x per 2 jaar te onderzoeken Bij het contracteren van partijen voor ondersteuning door professionele instellingen en de verantwoording als criteria te hanteren: De eigen kracht benadering De mate waarin resultaten worden behaald De bejegening van de cliënt De vraag achter de vraag: De heer en mevrouw Janse De heer Janse weet eigenlijk precies wat hij wil: zo lang mogelijk samen met zijn vrouw, en als het kan geen vreemden in huis. Dat hij zelf dan minder naar buiten kan neemt hij voor lief, maar hij wil wel zo lang mogelijk proberen dingen samen met zijn vrouw te doen, zoals boodschappen halen en de kleinkinderen bezoeken. Ondersteuning of een vrijwilliger in huis, dat liever niet, maar hulp bij het boodschappen doen zou heel wenselijk zijn. De heer van den Bosch De heer van den Bosch houdt graag overzicht op zijn situatie en kan er niet goed tegen dat problemen niet snel worden opgepakt. Zijn hypotheekverstrekker zegt dat er pas wordt ingegrepen bij grote betalingsachterstanden, maar zelf wil hij het niet zo ver laten komen. En eigenlijk geldt dat voor nog een aantal partijen waar hij in het krijt staat. Hoe kan de heer van den Bosch er voor zorgen dat hij zich blijft richten op zijn werk, en niet meegezogen wordt door de geldzorgen. Familie Peters Vader en moeder zijn radeloos. Een half jaar geleden was er nog niets aan de hand en nu zien ze Floris in sneltreinvaart afglijden. Wat nu als Floris moet voorkomen en er strafmaatregelen komen? Hoe moet het dan verder op school, want daar zitten ze ook al achter hem aan? En dat lidmaatschap van de hockeyclub betalen ze nu ook voor niets: ook daar blijkt hij al weken verstek te laten gaan. Wat ze eigenlijk willen is iemand die meekijkt naar het totale plaatje. Wat is er aan de hand met Floris? Hoever zit hij al in de ellende? Wat kunnen ze nu aanpakken en wie kan hun daarbij helpen? Maar ook: waar zijn zij tekort geschoten dat het zo ver is gekomen? Familie van Hurk Vader en moeder van Hurk weten eigenlijk niet zo goed waar ze moeten beginnen. Er is zoveel aan de hand en eigenlijk grijpt het ook wel allemaal in elkaar. Als het zo nog een paar maanden doorgaat weten ze niet of hun huwelijk wel standhoudt. Ze hebben er wel met hun vrienden over gepraat maar echt helpen doet dat ook niet omdat ze altijd het idee hebben dat er partij wordt getrokken of dat er maar een deel van het totaal wordt opgepakt. Kon iemand het maar voor hen op een rij zetten. Familie Beekmans Vader Beekmans heeft nooit zijn school afgemaakt omdat het hem allemaal boven de pet ging. Moeder Beekmans heeft wel een diploma, maar elke keer als ze een tijdje werk heeft gaat het fout. Mensen begrijpen haar niet en dan wordt ze weer ziek. Als gevolg van verstandelijke en psychische problematiek lukt ‘t het echtpaar Beekmans niet om zelfstandig en zonder steun hun huishouden te draaien. Nu dreigt het ook fout te lopen met de kinderen en zijn ze bang dat die van hen worden afgepakt. Wie kan hen helpen de boel op een rij te krijgen en te houden.
- WAAR: Waar kan een inwoner met zijn vraag of idee terecht? Al deze ontwikkelingen en ideeën hebben grote gevolgen voor de manier waarop inwoners hun eigen ondersteuning moeten en kunnen organiseren. Hiervoor is een model ontwikkeld uitgaande van de situaties die een inwoner kan tegenkomen (2.1). Omdat de inwoners maximaal in eigen kracht moeten worden gezet en om te zorgen voor een effectieve en efficiënte samenwerking en verantwoording speelt de informatievoorziening een belangrijke rol (2.2). De relatie en het proces met de organisaties die betaalde ondersteuning geven zal als gevolg van de nieuwe werkwijze sterk veranderen (2.3). 2.1 Hoe kan een inwoner zijn vraag of idee voor het sociale domein stellen? Het model voor de toegang is gebaseerd op de principes die in het vorige hoofdstuk zijn gedefinieerd. Uitgangspunt is daarbij de vraag of het idee van de inwoner. Het ondersteunende systeem en de betrokken instellingen moeten daarbij dezelfde mindset hebben: het gaat om de oriëntatie op de doelen van de inwoners, maximaal uitgaande van de eigen kracht en het eigen netwerk. Niet alles wat inwoners willen, is maatgevend: het moet wel passen binnen de transitiedoelstellingen (economische en sociale zelfredzaamheid, ieder huishouden een kostwinner, iedere jongere een startkwalificatie). Wetende dat dit niet voor alle huishoudens (meteen) een optie is zal het systeem van de toegang ook ingangen moeten bieden voor signalering vanuit de bestaande instellingen en systemen. Denk aan een school die zich zorgen maakt over een leerling, een buurvrouw over de oudere bewoners in haar straat, e.d. Ook voor deze signalen biedt het model voor de toegang de mogelijkheid om, ook weer maximaal vanuit de kracht van de inwoner, de ingang naar de ondersteuning te vinden. Het model ‘Toegang tot het sociale domein’ Vanuit de inwoner herkennen we daarbij de volgende paden voor het organiseren van hulp: Een inwoner met een vraag of idee kan gebruik maken van een Hulpwijzer. Zonodig kan hij daarbij ondersteuning zoeken in zijn netwerk, bijvoorbeeld een vrijwilliger. Het is ook mogelijk dat een inwoner of organisatie op basis van een signaal voor een andere inwoner op zoek gaat naar informatie. Veelal zal de inwoner het antwoord op de vraag zelf vinden. Denk daarbij aan inwoners die op zoek zijn naar vrijetijdsbesteding voor hun oudere moeder, een moeder die zich afvraagt wat ze kan doen aan het bedplassen van haar kind, ouders die op zoek zijn naar voedingsadvies voor hun pubers, enz. Het gaat hierbij om vraagstukken waarbij niet zo veel aan de hand is, snel op te lossen, meestal kortdurend. Inwoners kunnen dit in hun eigen kracht oplossen, mits zij van de juiste informatie worden voorzien. Vanuit de Hulpwijzer kan de inwoner twee vormen van ondersteuning zelf direct organiseren (3 en 4). Voorzieningen die niet gefinancierd worden door de gemeente kunnen vanuit de Hulpwijzer zelf worden benaderd. Denk daarbij aan het vinden van een fysiotherapeut in de buurt of het maken van een keuze voor een onderwijsinstelling. Het kan ook een vraagbaak zijn waar mensen ideeën kunnen plaatsen of zelf hulp aanbieden voor anderen of vragen aan elkaar kunnen stellen. De Hulpwijzer helpt in ieder geval in het slim oplossen van de vraag waar men zelf mee verder kan. Voorzieningen die vrij beschikbaar zijn, waarvoor geen tussenkomst van de gemeente nodig is. Denk daarbij aan bezoeken aan buurthuizen, lotgenotencontact, vrijwilligersondersteuning, een consultatiebureau enz. Indien de vraag van de inwoner via de hulpwijzer niet wordt beantwoord, staat er een Helpdesk ter beschikking. Dat geldt ook voor een inwoner die geen toegang heeft tot internet en ook geen ondersteuning heeft in zijn omgeving. De Helpdesk beoordeelt hoe de vraag van de inwoner kan worden opgepakt. De Helpdesk heeft als eerste doel de inwoner van advies te voorzien waarmee de vraag wordt opgelost en men weer zelf verder kan. Maar niet iedere vraag kan met een ja worden beantwoord of gehonoreerd. Een gemotiveerd nee is ook een antwoord. Een andere situatie is dat de vraag van de inwoner niet complex is, maar er wel behoefte is aan extra ondersteuning. Een voorbeeld is de vraag van een vrouw die zeer slecht ter been is en niet met openbaar vervoer of eigen auto kan reizen; een moeder die overbelast is en psychisch in de knoei zit; een verstandelijk beperkte die op zoek is naar passend werk enz. Vanuit de Helpdesk kan de inwoner dan worden doorverwezen naar een instelling of dienst die deze hulp kan leveren. Hierbij kan net als in de bestaande situatie behoefte zijn aan een huisbezoek of het opvragen van aanvullende informatie. Het idee hierbij is dat het gaat om kortstondige ondersteuning vanuit een professionele organisatie of als dat mogelijk is vrijwilligersorganisatie. De intentie is om de inwoner zo spoedig mogelijk weer in eigen kracht te zetten. Het kan gaan om algemene of individuele ondersteuning. Hierbij kan het gaan om een huishouden maar ook om een individu. De Helpdesk gebruikt hierbij de Midden-Brabantse quickscan en het screeningsinstrument die zijn ontwikkeld om zicht te krijgen op de problematiek van een individu of huishouden op verschillende terreinen. De vraag van de inwoner kan ook betrekking hebben op meervoudige problematiek. Er is meer aan de hand, het gaat dan om de huishoudens die dreigen te verzuipen en regie nodig hebben. Een voorbeeld is een huishouden waar de ouders geen werk hebben, er sprake is van schulden, de kinderen veel spijbelen op school en wellicht als gevolg van dit alles er problemen zijn in de relatie. Het is dan zaak om er voor te zorgen dat het huishouden weer overzicht krijgt, prioriteiten gaat stellen en dat het aantal en het soort interventies wordt afgestemd. Hiervoor wordt een coach ingezet, iemand die het huishouden overzicht geeft, mede een koers uitzet en op zoek gaat naar de eigen kracht. Dat wil zeggen dat de coach informatie geeft en de weg wijst, het huishouden zit zelf in de uitvoering. Voor een coach is het huishouden altijd het uitgangspunt, niet het individu. De coach kijkt met het huishouden mee naar alle levensdomeinen (wonen, werken, financiën, onderwijs, gezondheid, vrije tijd en veiligheid). Plannen worden altijd mét het huishouden gemaakt en nooit zonder hen. en
- De coach wordt ook ingezet bij complexe situaties waarbij huishoudens (zeer) specialistische ondersteuning ontvangen. Denk daarbij aan de situatie waarbij bijvoorbeeld jeugdbeschermingsmaatregelen zoals jeugdreclassering of jeugdbescherming worden ingeschakeld. In dat geval blijft de coach aanspreekpunt voor het huishouden, tijdens en na beëindiging van de maatregel. In deze huishoudens kan meer aan de hand zijn (meervoudige problematiek) maar het kan ook om een enkelvoudige maar complexe situatie gaan. Het model zorgt ervoor, dat daar waar inwoners Terecht een beroep doen op ondersteuning, zij ook Echt ondersteuning op maat krijgen: (Ter)Echte hulp! Een gevolg van voorliggende keuzes is om de toegang te organiseren los van de huidige professionele organisaties die ondersteuning bieden: uitgangspunt is, dat met het huishouden een plan wordt gemaakt, waarbij wordt gekeken wat het huishouden zelf kan en welke hulp op alle leefdomeinen echt nodig is. Het plan van het huishouden is een plan op maat. Dit is vaak niet hetzelfde als het bestaande aanbod van hulp en de bestaande organisatie van de instellingen. Onafhankelijkheid is daarbij een vereiste om de kans op een succesvolle invoering van het nieuwe model zo groot mogelijk te maken. Wij stellen voor de toegang tot het sociale domein te organiseren onafhankelijk van de professionele organisaties die ondersteuning geven. Ook stellen wij voor het model ‘Toegang tot het sociale domein’ te hanteren als basis voor de Waalwijkse werkwijze voor de drie transities. Na het vaststellen van dit model zal het model als basis dienen om alle aspecten die aan de orde komen bij de implementatie van de toegang binnen de visie van de gemeente Waalwijk uit te werken. Denk daarbij aan: organisatiestructuur, personele invulling waaronder de capaciteitsberekening en functieprofielen, rol en positie specialisten, overlegstructuur, programma van eisen registratie- en klantvolgsysteem, financiering, klachten en bezwarenprocedure. De klachten- en bezwarenprocedure zal conform wetgeving worden ingericht. Indien u hiertoe besluit wordt begin 2014 dit model uitgewerkt in een uitvoeringsplan. Daarna volgt de inrichting om op tijd gereed te zijn voor
- 2.2 Hoe krijgt een inwoner de juiste informatie op het juiste moment? Wil de gemeente haar doelstellingen halen wat betreft het goed informeren van haar inwoners, maar ook het voorkomen van onnodig gebruik van voorzieningen, dan is een snelle en eenvoudige toegankelijkheid tot de juiste informatie van groot belang. De gemeente Waalwijk gaat centraal de informatie via verschillende gemeentelijke kanalen zoals de website, sociale media e.d. ontsluiten. Daarnaast is het uitgangspunt dat inwoners van de gemeente Waalwijk 7*24 uur inzicht in hun eigen dossier kunnen hebben. Wij stellen voor dat de gemeente ten aanzien van het model voor de toegang alle relevante communicatie, activiteiten en documenten centraal vastlegt voor zover dat wettelijk is toegestaan en de instemming van de cliënt heeft. De informatiebronnen De gemeente Waalwijk heeft haar eigen informatiebronnen (Civision samenleving e.d.) en enkele basisregistraties zoals de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA). Tegelijk werken wij binnen het sociaal domein met allerlei andere (keten)partijen samen die over eigen informatiebronnen beschikken. Hieronder wordt een aantal clusters van informatiebronnen onderkend, zoals: Gemeentelijke registraties; Domein Ondersteuning; Domein Jeugdhulp; Domein Werk en Inkomen; Basisregistraties; Overige individuele uitwisselingen. Bovenvermelde informatiebronnen zijn zodanig verschillend van opzet en structurering dat ‘rechttoe-rechtaan verbinden’ op korte termijn niet mogelijk is. Daarom zal in eerste instantie naar pragmatische oplossingen worden gekeken voordat er een totaaloplossing gerealiseerd wordt. Op basis van de privacywetgeving zullen met partijen ook afspraken moeten worden gemaakt over de informatievoorziening. De aansluiting bij de inwoner De informatievoorziening moet transparant zijn, laagdrempelig en aansluiten bij het model voor de toegang in het sociale domein, zoals geschetst in de vorige paragraaf. Concreet betekent dit voor de Hulpwijzer, Helpdesk en Coach het volgende: Hulpwijzer De Hulpwijzer is de eerste vraagbaak en informatiestroom, opgezet om inwoners en hun netwerk te helpen zelf de antwoorden op hun vragen te vinden of hun ideeën kwijt te kunnen. Deze bevat dus heldere voorlichting en stuurinformatie waardoor het voor de inwoner duidelijk wordt hoe hij zijn probleem kan aanpakken. De inwoner kan zich ook proactief laten informeren door het instellen van een persoonlijk interesse profiel. Hierdoor kan de inwoner automatisch berichten ontvangen van de gemeente Waalwijk als er bijvoorbeeld wet & regelgeving verandert of als er initiatieven in zijn of haar wijk worden georganiseerd e.d. Hierbij zullen ook de nieuwe communicatiekanalen zoals sociale media (Twitter, Facebook enz.) worden ingezet. Voorzieningen die niet gefinancierd worden door de gemeente kunnen vanuit de Hulpwijzer zelf worden benaderd. De toegang tot de Hulpwijzer is niet alleen mogelijk vanuit de individuele inwoner, maar ook vanuit alle betrokken organisaties en is 7*24 uur beschikbaar. Helpdesk De Helpdesk moet bij het uitvoeren van haar taak de gegevens van een inwoner kunnen inzien en beoordelen. Op basis daarvan vindt de doorgeleiding plaats naar de volgende stappen, zoals beschreven in het model van toegang. Een goede informatievoorziening en het inzetten van het digitale kanaal kan bijdragen aan stroomlijning van de dienstverlening. Faciliteiten die daar onder andere ingezet kunnen worden zijn: Online afspraakmodules: de inwoner kan zelf afspraken maken en daarbij (binnen bandbreedtes) zelf datum, tijd en plaats bepalen; Online ‘zelfdiagnose’ of toetsing: waar kom ik (niet) voor in aanmerking, aan welke eisen moet ik voldoen, welk (administratief) bewijs moet ik leveren? Kom ik in aanmerking voor een gehandicaptenparkeerkaart? Online aanvragen van producten/diensten (met DigiD); Doorverwijsinstrument naar lokale voorzieningen (Budgethulp, huishoudelijke hulp, Wmo voorzieningen, opvoedhulp); Administratieve vastlegging van het dossier (zaakdossier); Persoonlijke Internet Pagina waarop de cliënt zijn dossier 7*24 uur kan raadplegen, kan aanvullen en kan communiceren met de gemeente; Kennis-databank. Naast het effectief en efficiënt ondersteunen van de inwoners heeft de Helpdesk ook een taak ten aanzien van het meten van de kwaliteit van de dienstverlening en het bewaken van de voortgang van het totale proces van toegang. Ook voor het uitvoeren van deze taken zal de informatievoorziening moeten worden ingericht. Coach Bij zeer specialistische ondersteuning en/of complexe problematiek wordt de coach ingezet. De coach moet weten wat er binnen het huishouden speelt en is de spin in het web. Ook hier geldt dat goede informatievoorziening essentieel is voor de sturing en stroomlijning van de dienstverlening. Beveiliging en privacy De dienstverlening in het sociaal domein gaat ook over inwoners in kwetsbare posities. Gegevens, die de gemeenten en organisaties die betaalde ondersteuning geven in hun dossiers registreren, hebben veelal een medische of justitiële achtergrond. De organisatorische en technische beveiliging van de gegevens, en de bescherming van de privacy van de betrokkenen is van absoluut belang. Er komt nog een (landelijk) juridisch kader over wat wel en niet is toegestaan. Hiermee wordt rekening gehouden bij de uitwerking. De raad heeft besloten: Het model ‘Toegang tot het sociale domein’ te hanteren als basis voor de Waalwijkse werkwijze voor de drie transities en opdracht te geven om dit uit te werken in een uitvoeringsplan. Dat de gemeente de toegang tot ondersteuning in het sociale domein organiseert zo veel mogelijk onafhankelijk van professionele organisaties die betaalde ondersteuning geven. Dat de gemeente ten aanzien van het model voor de toegang alle relevante communicatie, activiteiten en documenten centraal vastlegt voor zover dat wettelijk is toegestaan en de instemming van de cliënt heeft. Hoe werkt het in het model: De heer en mevrouw Janse Dochter en vader gaan samen op zoek naar een oplossing. Ze gaan naar de Hulpwijzer van de gemeente die hun door het woud van vragen en mogelijkheden helpt. En daar vinden ze al snel een mooi oplossing: de buurtsuper biedt de mogelijkheid om boodschappen te laten thuis bezorgen, zelfs nog op dezelfde dag, en hetzelfde geldt voor de apotheek en de winkels in het naburige winkelcentrum. Op de lokale marktplaats vinden ze ook nog een klusjesman die tegen een redelijke vergoeding kan inspringen als er in huis iets meer nodig is. De heer van den Bosch De Hulpwijzer biedt uitkomst. De heer van den Bosch krijgt de ingang naar financiële advisering, een specialist op dit gebied die meekijkt en advies geeft. Doel is voorkomen dat kleine schulden uitgroeien tot een groot debacle voor het hele gezin. Familie Peters Op zoek naar hulp vinden vader en moeder op de Hulpwijzer een verwijzing naar het Centrum voor Jeugd en Gezin. Zouden ze daar terecht kunnen met hun vraag? Of toch maar naar het jongerenwerk? Maatschappelijk werk? Ze weten het eigenlijk niet. De Hulpwijzer biedt hen de mogelijkheid een aanvraag te doen, waarbij zij kunnen aangeven wat er speelt en wat hun vraag is. Dit wordt onmiddellijk opgepakt door de Helpdesk waar al snel de ernst van situatie wordt ingezien. Schooluitval en beginnende criminaliteit wordt door de voelsprieten van de ondersteuners onmiddellijk gesignaleerd. Een coach wordt toegevoegd aan het gezin die hen helpt met alle betrokken partijen rond te tafel en een op Floris en de ouders afgestemd traject te starten. Familie van Hurk De Hulpwijzer biedt niet helemaal de uitkomst. Het helpt wel om een opsomming te krijgen van wat er allemaal speelt, maar overzicht is er nog niet. Vanuit de Helpdesk wordt een coach aan het huishouden toegevoegd. Deze begint met inzicht te geven in het totaal, samen met de heer en mevrouw van Hurk, en op basis daarvan een prioritering aan te brengen in de aanpak. Niet alles tegelijk en in een logische volgorde. Familie Beekmans De Helpdesk heeft dit huishouden op basis van alle signaleringen al langer op de kaart staan. Nu is duidelijk dat hier meer moet gebeuren. Dit vergt nog wel iets bijzonders, want hierbij is ook de Jeugdzorg betrokken. Ook aan dit huishouden wordt een coach toegevoegd die naast de samenwerking met de voogd een totaalplan opzet voor het gezin. Ook hier wordt het netwerk van de familie waar mogelijk ingeschakeld. Het is de vraag of vader en moeder Beekmans ooit zonder ondersteuning kunnen.
- HOE: Welke ondersteuning op maat krijgt een inwoner? 3.1 Hoe wordt de keuzevrijheid voor de inwoner georganiseerd? Wij willen inzetten op zoveel mogelijk eigen kracht, van het sociale netwerk en van vrij toegankelijke algemene voorzieningen. Daarmee willen we de financiële ruimte veilig stellen om er voor te zorgen, dat mensen die het niet op eigen kracht kunnen oplossen, de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. In het algemeen zijn er drie mogelijkheden om hulp te verkrijgen: zorg in natura (ZIN), Persoonsgebonden Budget (PGB) en door middel van vouchers (persoonsvolgend budget). Bij zorg in natura krijgt de cliënt direct met een zorgaanbieder te maken en wordt de financiële afwikkeling van deze ondersteuning buiten hem om geregeld. Bij een PGB krijgt de inwoner nu nog een bepaald budget op de eigen bankrekening of wordt het budget beheerd door de Sociale verzekeringsbank (SVB). Deze koopt daarmee de gevraagde ondersteuning in. Een PGB in de vorm van geld op de eigen bankrekening is vanaf 2015 in de nieuwe Jeugdwet en in de nieuwe Wmo niet meer mogelijk. Bij het voucher systeem krijgt de inwoner een aantal waardebonnen ter beschikking waarmee de gevraagde ondersteuning ingekocht kan worden bij de door de verstrekker geselecteerde organisaties die betaalde ondersteuning geven. De leverancier kan de waardebonnen bij de gemeente indienen en krijgt zo zijn geld. Het trekkingsrecht is een variant hierop. Een vouchersysteem kan een variant zijn waarbij gemakkelijk, zonder al te veel regels en met een eigen bijdrage, ondersteuning kan worden verleend. Dit kan het beroep op dure professionele ondersteuning voorkomen. Daarom worden de mogelijkheden onderzocht of bestaande ondersteuning in de vorm van individuele voorzieningen en nieuwe taken als dagbesteding daar onder kunnen vallen. Scenario’s ten aanzien van keuzevrijheid cliënten. Transitie Wettelijke mogelijkheden Bijzonderheden AWBZ / Wmo -Zorg in natura -PGB in de vorm van een persoonsvolgend budget (via Sociale Verzekeringsbank) -Voucher -PGB moet worden aangeboden maar er worden wel voorwaarden aan verbonden Jeugdhulp -Zorg in natura -Voucher -PGB (kan maar is geen verplichting) -Keuzevrijheid of je wel of geen PGB aanbiedt in de vorm van vouchers of trekkingsrecht -De keuze van welke vorm wordt ingezet kan verschillen per ondersteuningsvorm. Lokaal en regionaal kan qua keuze ook verschillen. Participatie -Re-integratie in de vorm van natura: arrangement -Inkomensondersteuning -Geen keuzevrijheid voor de klant. Hoe zit het met het PGB? Heeft een inwoner van Waalwijk daar straks ook nog recht op? Wmo Ook vanaf 2015 zal de PGB-regeling worden gehandhaafd. Wel zullen er –vanuit de wet- strengere voorwaarden worden gesteld. Hier bovenop kan ook de gemeente aparte regels stellen. Volgens de nieuwe wet zal een persoonsgebonden budget alleen worden verstrekt indien: de klant in staat geacht wordt de bijbehorende taken op verantwoorde wijze uit te voeren; de klant zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de voorziening niet wenst geleverd te krijgen door een aanbieder; de voorzieningen van goede kwaliteit zijn. Verder kan de gemeente stellen dat een budget voor bepaalde voorzieningen niet mogelijk is, of onder welke voorwaarden het budget wordt verstrekt. Dit zal dan in de gemeentelijke verordening moeten zijn opgenomen. Ter voorkoming van misstanden wordt niet meer een geldbedrag aan de klant verstrekt, maar stelt de gemeente een budget beschikbaar waaruit de Sociale Verzekeringsbank namens het college betalingen kan doen aan degene die de aanvrager heeft ingeschakeld voor zijn ondersteuning. De gemeente toetst of de aanbieder voldoet aan de voorwaarden. Jeugdhulp In het wetsvoorstel jeugd is het uitgangspunt dat jeugdhulp ‘in natura’ wordt geleverd. De mogelijkheid van het toekennen van een PGB op basis van trekkingsrecht bestaat wanneer de jeugdige en de ouder dit wensen. In tegenstelling tot de bestaande regeling is er geen sprake meer van direct beschikbaar stellen van budgetten aan inwoners maar zal er gekozen worden voor een andere wijze van uitkering bijvoorbeeld door middel van vouchers. Wij stellen voor dat inwoners bij de Wmo en de Jeugdhulp kunnen kiezen uit een persoonsvolgend budget onder nader te stellen voorwaarden en een voorziening in natura. Daarbij willen we de mogelijkheden onderzoeken van een persoonsvolgend budget in de vorm van vouchers en de wijze waarop de eigen bijdrage wordt ingevoerd. Daarmee willen we het beroep op specialistische ondersteuning verminderen. Participatiewet Bij re-integratievoorzieningen zijn PGB en voucher niet aan de orde. De begeleiding wordt door Baanbrekers zelf uitgevoerd. Eigen bijdrage Het is aan de gemeente om te bepalen of cliënten voor ondersteuning van de gemeente een bijdrage verschuldigd zullen zijn. Als de gemeente daarvoor kiest, zal dat in de verordening moeten worden bepaald. Hierin wordt vastgelegd hoe zij de hoogte van de eigen bijdrage regelt, voor welke voorzieningen deze geldt en wat voor eisen hier aan zijn verbonden. Voor eigen bijdragen geldt een inkomens- en vermogensafhankelijk wettelijk maximum. Wij stellen voor om voor zover wettelijk toegestaan een eigen bijdrage te vragen voor betaalde ondersteuning van de gemeente. 3.2 Van welke organisaties die betaalde ondersteuning geven kunnen inwoners gebruik maken? Op basis van de vragen van inwoners zal het best passende antwoord worden gezocht en zal waar nodig doorverwijzing plaatsvinden of ondersteuning worden geboden. Hiermee verandert ook de wijze waarop instellingen worden gefinancierd. De meeste maatschappelijke organisaties worden nu gesubsidieerd met bedragen die in de gemeentebegroting zijn vastgesteld. Na 2015 ontstaat een nieuwe situatie. De gemeente wil de mogelijkheid bieden dat inwoners zelf op basis van de vragen die zich aandienen hulp inkopen bij de instelling. De gemeente bepaalt de financiële en kwalitatieve kaders. Dat kan bijvoorbeeld op basis van raamcontracten. We houden rekening met een nader te bepalen overgangsperiode. De gemeente wil daarmee meer ruimte creëren voor organisaties om maatwerk te leveren die past bij de oplossing van de vraag. Daarnaast wil de gemeente dat inwoners meer keuzeruimte krijgen om te kiezen voor de maatoplossing en instelling. Voor de Jeugdwet zijn de komende drie jaar de mogelijkheden beperkter vanwege wettelijke verplichtingen en regionale afspraken indien hiertoe wordt besloten. Voor de bestaande instellingen waar de gemeente nu mee samenwerkt zal dit veel kunnen betekenen. Het automatisme van het leveren van ondersteuning wordt ingeperkt. Daarbij zijn de gemeentelijke doelstellingen leidend. De gemeente neemt hierin de regie. De gemeente Waalwijk kiest ervoor om ook kleine organisaties die betaalde ondersteuning geven een kans te geven, mits de kwaliteit kan worden gewaarborgd. We stellen daarom voor om te kiezen voor zoveel mogelijk marktwerking waarbij ruimte is voor maatwerk en waarbij grote en kleine organisaties die betaalde ondersteuning geven een aanbod kunnen doen Flexibilisering van het hulpaanbod en het vergroten van de keuzemogelijkheid bij (kleine) organisaties die betaalde ondersteuning geven is voor cliënten wenselijk. Bij de Jeugdwet en waarschijnlijk bij de Wmo moet de hulp in 2015 worden gecontinueerd bij de bestaande professionele organisaties die hulp verlenen. Regionaal is voor de jeugdhulp voorgesteld om drie jaar diensten af te nemen van de bestaande organisaties. 3.3 Hoe zorgen we dat het resultaat voor de inwoner centraal staat? Kwaliteit wordt behaald als: De inwoner zijn doelen bereikt; De inwoner eigen regie heeft kunnen voeren; De inwoner met respect wordt bejegend; De inwoner de opgelegde zorg begrijpt en deze zorg objectief wordt beoordeeld. Bij de toeleiding naar hulp, ondersteunen we inwoners al in het denken in termen van maatschappelijke doelen. De manier waarop dit gebeurt, moet recht doen aan de eigen kracht van inwoners. De leefdomeinen zijn hierbij een handvat (wonen, werken, financiën, onderwijs, gezondheid, vrije tijd en veiligheid). Vragen, problemen, interventies en resultaten worden daarbij uitgedrukt en verantwoord in de doelstelling die op het leefdomein is gedefinieerd. Dus niet als doel stellen een uitkering, een reisvergoeding of een rolstoel maar voldoende inkomen en mogelijkheden om te participeren. De passende oplossing wordt daarbij gezocht. De mate waarin dit resultaat wordt gehaald is de kwaliteit waarop wordt gestuurd. Bij het meten van de kwaliteit maken we onderscheid naar de verschillende onderwerpen (doelen, regie, bejegening, opgelegde zorg) en naar het pad dat de inwoner doorloopt: In alle gevallen meten we of de inwoner, tevreden is over de bejegening. maximaal in eigen kracht is gezet. zijn doelstellingen heeft behaald. Bij de Hulpwijzer meten we of de inwoner snel de juiste informatie vindt en of die ook echt heeft geholpen. Bij de Helpdesk meten we of inwoners snel zijn doorverwezen naar de juiste hulp. Daar waar sprake is van opgelegde zorg meten we of de inwoners de opgelegde zorg begrijpen.
- Wat kost het? 4.1 Met welke financiële kaders krijgt de gemeente te maken? De gemeente krijgt in de komende jaren te maken met een verschuiving van het takenpakket van centraal naar lokaal, met daarbij budgetkortingen. 4% korting op het budget jeugdhulp in 2015 tot 15% in 2017 25% korting op het budget Wmo-begeleiding in 2015 40% korting op het budget Hulp bij het Huishouden in 2015 20% korting op het budget Wajong, wat overgaat van UWV naar gemeenten Tot 28% korting op het Participatiebudget in
- Dit heeft te maken met de afbouw Wsw Het volgende plaatje is hiervan een sterk versimpelde weergave. Concreet betekent dit dat de gemeente invulling moet geven aan nieuwe taken en dat zowel voor de bestaande taken als de nieuwe taken minder budget beschikbaar is dan in de bestaande situatie. Complicerend is daarbij dat een deel van het takenpakket en een deel van de bestedingen vastgelegd is in de wet, of bepaald of sterk beïnvloed wordt door gedeeltelijk verplichte (sub) regionale samenwerkingsverbanden. Dit geldt dus zowel voor een deel van de omvang van het takenpakket als voor een deel van de beschikbare budgetten. Voorbeelden hiervan zijn: Het recht op en de hoogte van uitkeringen; De plicht tot regionale samenwerking in de jeugdhulp; De plicht om een crisisdienst te organiseren; De continuering van langlopende indicaties in de huidige AWBZ; Daarbij komt ook nog dat in de overgangsperiode veel maatregelen in 2015 blijven bestaan. Naast de verplichtingen is er ook een groot aantal onzekerheden en onduidelijkheden ten aanzien van deze taken en financiën. Daarnaast is ook nog niet helder wat de gevolgen van de budgettaire maatregelen zijn voor de specifieke situatie in Waalwijk. De grondslag op basis waarvan de verdeling van de budgetten worden doorgevoerd is veelal nog niet bekend. Kortom: er is nog weinig houvast om een goede inschatting te maken van de consequenties van de transities om te komen tot een financieel kader. De financiële consequenties (structureel en eenmalig) zijn op dit moment niet goed onderbouwd en zullen in 2014 bij de behandeling van de voorjaarsnota 2015 aan u worden voorgelegd. 4.2 Kosten binnen de perken maar wel iedereen ondersteuning die het echt nodig heeft 4.Deelfonds sociale domein 4.De wetgeving voor decentralisaties betreft de behandeling van de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet en de Participatiewet. Het kabinet gaat voor het uitvoeren van de decentralisaties een deelfonds oprichten. Niet de huidige afzonderlijke regelingen en voorzieningen dienen hierbij centraal te staan, maar de individuele ondersteuningsbehoefte van mensen. Het (op termijn) creëren van een deelfonds zonder schotten moet leiden tot een doelmatige uitvoering van de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet en de Participatiewet. Echter, we weten nog niet wat de omvang en impact is van de nieuwe taken binnen de financiële kaders. Daarom stellen we voor in het jaar 2015 de budgetten te labelen voor de drie afzonderlijke transities binnen het fonds sociaal domein. Dat wil zeggen dat we de schotten tussen de budgetten voorlopig in 2015 handhaven om zicht te krijgen op het budget per transitie, de korting en de uitgaven. In de meicirculaire van 2014 krijgen we, volgens de huidige planning, een indicatie van de budgetten van 2015 per transitie. 4.Kosten voor de gemeente 4.We hebben bij de transities te maken met: Invoeringskosten 2012-
- Deze zijn bedoeld om de ontwikkeling voor te bereiden van de jeugdhulp en AWBZ-Wmo; Uitvoeringskosten. Dit zijn structurele kosten die we voor de (interne) organisatie van de uitvoering van taken moeten maken zoals ICT, inrichten toegang, beleid, monitoring, enz.; Financiering van de uitvoering van taken (dit zijn kosten voor de uitvoering van de ondersteuning aan inwoners die we laten uitvoeren door maatschappelijke instellingen). 4.De uitvoeringskosten en de wijze waarop de dekking plaatsvindt dienen uiteindelijk een plaats te krijgen in de uitvoeringsplannen die worden opgesteld voor de transities. 4.Wat weten we op dit moment van de budgetten die overkomen? 4.Nieuwe taken Wmo 4.In 2011 is voor cliënten in Waalwijk ongeveer € 6,6 miljoen uitgegeven voor begeleiding inclusief vervoer (bron: rapportage HHM 2012). Persoonlijke verzorging met een vergelijkbaar bedrag als bij begeleiding is daar niet bij inbegrepen. Van deze taak komt 6,7% met een budget van 5% over naar de gemeente. 4.Van het budget willen we nader te bepalen deel reserveren voor innovatie. 4.Nieuwe taken Jeugdhulp 4.In de meicirculaire 2013 is een indicatie opgenomen van het bedrag dat gemeenten in 2015 voor de decentralisatie Jeugd gaan ontvangen (kort na het uitbrengen van de circulaire is een verbeterde versie op internet geplaatst). De bijdrage voor de gemeente Waalwijk is hierbij voorlopig bepaald op € 8,8 miljoen. Maar er is nog veel onduidelijk over het uiteindelijk over te hevelen budget. Deze informatie volgt in de meicirculaire
- Daarnaast zal informatie worden opgenomen over de compensatie van uitvoeringskosten, waaronder informatie over compensatie voor extra uitvoeringskosten van € 16 miljoen in 2015 en € 26 miljoen vanaf
- 4.Bij de jeugdhulp is op basis van de mei – circulaire 2013 van het totale regiobudget berekend dat 71,8 % van het totale regiobudget (€ 90.327.917) ingezet moet worden voor regionale taken. Voor Waalwijk betekent dat ongeveer € 6 miljoen voor regionale inzet. Daarnaast moet 2,2 % worden ingezet voor landelijke taken. Resteert nog 26% waarvan 15 % (1,3 miljoen) lokaal inzetbaar voor taken zoals de enkelvoudige ambulante zorg, 7% (612.000) voor innovatie, 2% (174.000) voor lokale uitvoeringskosten en 2% (174.000) voor risicoreservering. Dit voorstel is opgenomen in het Beleidskader jeugdstelsel Hart van Brabant dat ter besluitvorming voorligt. Taken Percentage Bedrag Regionaal 71,8 6.318.400 Landelijk 2,2 193.600 Lokaal, zoals enkelvoudige ambulante zorg 15 1.320.000 Lokale uitvoeringskosten 2 176.000 Risicoreservering 2 176.000 Innovatie 7 616.000 Totaal 100 8.800.000 4.Participatie 4.De bestaande budgetten voor de Wsw, Wajong en re-integratie worden per 1 januari 2015 gebundeld. Onder voorbehoud komt er in totaal landelijk € 11 miljard beschikbaar voor de uitvoering van de Participatiewet. Dit bedrag bestaat voor circa € 7,8 miljard uit geld dat nu al via specifieke uitkeringen aan de gemeenten wordt verstrekt voor de Wet werk en bijstand (Wwb) en de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). Daarnaast is er voor de uitvoering van de Participatiewet een te decentraliseren bedrag van € 3,2 miljard beschikbaar, vooral uit de Wajong die nu nog door de UWV wordt uitgevoerd. 4.Op basis van de Miljoenennota 2014 kunnen we voor het participatiebudget stellen, dat dit budget wordt gekort oplopend tot ongeveer 28% in
- Op basis van de ons nu bekende gegevens hebben we voor de rijksvergoeding Wsw en de Re-integratievergoeding doorgerekend wat dit kan betekenen voor de ontwikkeling van de bijdrage die gemeente Waalwijk ontvangt. 4.Voor de Wsw wordt de rijksvergoeding tussen 2015 en 2020 verlaagt van € 25.500,- naar € 23.000 per jaar per subsidie-eenheid (SE). Waalwijk heeft in 2014 275,50 SE. De rijksvergoeding bedraagt in 2014 € 26.003,-. De voorlopige rijksbijdrage voor 2014 is dus 275,5 X € 26.003 = € 7.163.
- Bij een gelijkblijvende taakstelling zal met ingang van 2015 de rijksbijdrage jaarlijks met € 137.750,- afnemen (€ 500 X € 275,5 SE). 4.De re-integratievergoeding (Werkdeel), binnen het participatiebudget 2014 voor Waalwijk is voorlopig vastgesteld op € 912.783,- 4.Voorgenomen bezuiniging op het werkdeel landelijk zijn jaarlijks 4.2015 116 milj. (17%) 4.2016 154 milj. (23%) 4.2017 193 milj. (28%) 4.Op basis van deze informatie is voor de gemeente Waalwijk bij gelijkblijvende omstandigheden de jaarlijkse re-integratievergoeding als volgt te berekenen: 4.2014 € 912.783 (100%) 4.2015 € 757.610 ( 83%) 4.2016 € 702.843 ( 77%) 4.2017 € 657.204 ( 72%) 4.Risicomanagement 4.Zoals eerder aangegeven, is er nog veel onduidelijkheid over taken en budgetten. Op dit moment is dat een risico. Een belangrijke vraag is natuurlijk of de gemeente alle taken op het gewenste kwaliteitsniveau kan uitvoeren met het budget dat beschikbaar wordt gesteld. Temeer daar waar de gemeente verplicht is bepaalde vormen van ondersteuning te verlenen, maar niet zelf de indicering daarvoor regelt (huisartsen, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering). Ook als er sprake is van open eind regelingen is er een risico. Bij de Jeugdhulp wordt dat zoveel mogelijk opgevangen door regionale afspraken waarmee grote schommelingen in de verplichtingen van de gemeente ten laste van een regionaal budget worden gebracht (risicoverzekering en -verrekening). 4.Conclusie 4.Met de taken die de gemeente krijgt overgedragen komt ook een aantal risico’s mee. Op dit moment is er nog veel onduidelijkheid over de hoogte van het budget en op onderdelen ook nog over de taken die we moeten uitvoeren. In ieder geval komt er wel een korting op het budget en wordt de gemeente naar verwachting op meerdere onderdelen verplicht de ondersteuning waar inwoners in 2014 recht op hebben minstens een jaar te continueren. 4.De taken zijn niet één op één over te nemen. Wellicht kunnen zaken die verplicht worden overgenomen ook goedkoper worden uitgevoerd. Zeker is dat niet. Naast het wijzigen van de koers, zoals voorgesteld in het model in hoofdstuk 2 is het nodig om meer in te zetten op preventie om inzet van dure professionele ondersteuning te voorkomen. De wijziging van het model vergt nadere uitwerking, zaken moeten worden getest, mensen moeten worden opgeleid, de ICT moet worden gemaakt enz. 4.Op basis van de vastgestelde koers, het model voor de toegang en contracteren van partijen voor ondersteuning op maat, werken we per transitie de plannen verder uit. 4.Er is dan nog heel wat te doen om voor 2015 gereed te zijn. Aan de andere kant is het niet mogelijk om de totale omslag per 2015 te realiseren. Daarom werken we gericht aan de koerswijziging dat uiteindelijk moet leiden tot een transformatie. 5.Planning 5.2013 5.Tweede kwartaal Vaststelling nota “Iedereen doet mee”, invoering participatiewet per 01-01-2015 Gezamenlijke raadsbijeenkomst over samenwerkingsagenda Langstraat inclusief thema transities en werken Raadsinformatiebrief 41-13: functioneel ontwerp jeugdstelsel Midden-Brabant 5.Derde kwartaal ·Openbare Informatievoorziening stand van zaken beleidskader transities en regionaal beleidskader jeugdhulp Midden Brabant 5.Vierde kwartaal Symposium over de proeftuinen één huishouden één plan en de participatieladder Raadsinformatiebrief doelgroepenanalyse en uitkomst proeftuinen Informatieavond transities 5.2014 5.Eerste kwartaal Vaststellen koers gemeente Waalwijk voor de transities inclusief wijze waarop Waalwijk de toegang regelt en de ondersteuningsstructuur Vaststellen regionaal beleidskader jeugdhulp Midden Brabant Voorbereiding inkoop en contracteren aanbieders 5.Tweede kwartaal Implementatieplan toegang Voorbereiding uitvoering nieuwe taken AWBZ zoals dagbesteding, individuele begeleiding, kortdurend verblijf, vervoer Voorbereiding uitvoering nieuwe taken jeugdhulp Voorbereiding uitvoering Participatiewet: inrichten beschut werken en ontwikkelen werkgeversbenadering Afspraken met huisartsen, jeugdarts, wijkverpleegkundigen, zorgverzekeraars e.a. 5.Derde kwartaal Opstellen conceptverordeningen Wmo/Jeugdwet en Participatiewet (de verordening voor de participatiewet wordt ter besluitvorming voorgelegd aan het AB. Overdracht dossiers Contracteren (nieuwe) aanbieders 5.Vierde kwartaal ·Vaststellen verordeningen Lijst met afkortingen In deze notitie gebruiken we de volgende afkortingen AMK Advies- en Meldpunt Kindermishandeling AMHK Advies- en meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling AWBZ Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten BJZ Bureau Jeugdzorg CIZ Centrum voor Indicatiestelling Zorg CJG Centrum voor Jeugd en Gezin GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst GGZ Geestelijke Gezondheidszorg ISD-ML Intergemeentelijke Sociale Dienst Midden-Langstraat JB Jeugdbescherming JR Jeugdreclassering (L)VB (Licht) verstandelijk Beperkten OOGO Op Overeenstemming Gericht Overleg PGB Persoonsgebonden Budget PVB Persoonsvolgend Budget Suwi (Wet) Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen SW-bedrijven Sociale Werkvoorzieningsbedrijven UWV Uitkeringsinstituut Werknemers Verzekeringen Wajong Wet Werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten WML Werkvoorziening Midden-Langstraat Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning Wsw Wet sociale werkvoorziening Wwb Wet Werk en Bijstand Zvw Zorgverzekeringswet