Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: Boete bij recidive: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a, vijfde lid, van de Participatiewet; Beslagvrije voet: als bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; Bezit: waarde van de bezittingen waarover belanghebbende of diens gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, met uitzondering van het in de woning met bijbehorend erf gebonden vermogen, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Participatiewet; Verrekening: als bedoeld in artikel 60a en 60b van de Participatiewet; College: burgemeester en wethouders van de gemeente. Hoofdstuk2Bescherming beslagvrije voet Artikel2Verrekening met beslagvrije voet bij voldoende bezit 1.Indien het bezit van een belanghebbende ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent het College de boete bij recidive zonder inachtneming van de beslagvrije voet. 2.De verrekening, bedoeld in het eerste lid, geschiedt gedurende een tijdvak van drie maanden vanaf de dag waarop de bestuurlijke boete is opgelegd. Artikel3Verrekening bij geen of onvoldoende bezit 1.Indien het bezit van een belanghebbende niet ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekent het College de boete bij recidive gedurende één maand zonder inachtneming van de beslagvrije voet. De verrekening geschiedt vanaf de dag waarop de bestuurlijke boete is opgelegd. 2.Aansluitend op de verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekent het College de boete bij recidive in de daarop volgende twee maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm. 3.Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook de middelen gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r, van de Participatiewet. Artikel4Verrekening met inachtneming beslagvrije voet In afwijking van de artikelen 2 en 3 kan het College de boete bij recidive verrekenen met inachtneming van de beslagvrije voet, indien: Aannemelijk is dat verrekening op de wijze, bedoeld in artikelen 2 of 3, zou leiden tot huisuitzetting van belanghebbende en diens gezin; of Anderszins sprake is van dringende redenen. Artikel5Eerder opgelegde bestuurlijke boetes De artikelen 2,3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de verrekening van een bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de Participatiewet, indien en voor zover deze boete nog niet is betaald op het moment van verrekening van de Participatiewet. Hoofdstuk3.Slotbepalingen Artikel6.Intrekken oude verordening Op de dag van inwerkingtreding van deze verordening, wordt de Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Nederlek 2013 ingetrokken. Artikel7.Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015. Artikel8.Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Nederlek, gehouden op 25 november 2014 de griffier, mr. O. Vliegenthart de voorzitter, B.F.A. van der Kluit-de Groot
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.