Beheersverordening Begraafplaatsen 1997De raad van de gemeente Ede; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 oktober 1996, nummer OW 96/2495 N; gelet op de bepalingen van de Wet op de lijkbezorging; Hoofdstuk1Inleidende bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. begraafplaatsen : de gemeentelijke begraafplaatsen; b. eigen graf : een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen begraven en begraven houden van lijken; - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen. c. algemeen graf : een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; d. eigen urnenruimte : een ruimte op een urnenveld waarvoor het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen; e. asbus : een omhulsel waarin lijkas is geborgen; f. grafbedekking : gedenkteken en/of beplanting op of bij een graf of een urnenruimte; g. personeel : het personeel van de dienst Openbare Werken, waaraan werkzaamheden voor de begraafplaatsen zijn opgedragen; h. rechthebbende : de natuurlijke of rechtspersoon, aan wie een uitsluitend recht is verleend. Artikel2Uitbreiding begrippen eigen graf en begraven Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voor zover van belang, mede verstaan onder: a. eigen graf : eigen urnenruimte; b. begraven : het bijzetten van asbussen. Hoofdstuk2Openstelling, orde en rust op de begraafplaats Artikel3Openstelling begraafplaatsen 1.De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk. 2.Voor handhaving van de orde en rust op de begraafplaatsen kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten. Artikel4Ordemaatregelen 1.Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmee gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van burgemeester en wethouders, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaatsen te verrichten. 2.Het is verboden op de begraafplaatsen: fietsen en bromfietsen te berijden of mede te voeren, met dien verstande, dat dit verbod niet van toepassing is op het medevoeren van fietsen en bromfietsen met het doel deze in daarvoor bestemde bewaarplaatsen op te bergen. loslopende honden bij zich te hebben; op de graven of andere ruimten te lopen of de begraafplaatsen te verontreinigen; zich neer te zetten, anders dan op de daarvoor aangebrachte banken; bloemen of andere waren te koop aan te bieden of aanbiedingen te doen voor grafbedekkingen; reclame te maken voor handel en bedrijf. 3.Het is verboden met motorrijtuigen als bedoeld in art. 1, sub 2, van de Wegenverkeerswet of met bespannen voertuigen op de begraafplaatsen te rijden: elders, dan op de daartoe aangewezen rijwegen anders dan voor een begrafenis, verrichten van werkzaamheden in verband daarmede of voor het vervoeren van materialen; sneller dan 10 km per uur. 4.Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van het personeel. 5.Degenen, die zich niet aan de in het vierde lid bedoelde aanwijzingen houden, moeten zich op eerste aanzegging van het personeel van de begraafplaats verwijderen. 6.Ingeval van herhaald ongepast gedrag of herhaalde gedragingen waardoor de goede gang van zaken op de begraafplaats in ernstige mate wordt verstoord, kunnen burgemeester en wethouders de overtreder de toegang tot de begraafplaats voor een daarbij te bepalen termijn ontzeggen. Artikel5Plechtigheden 1.Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten uiterlijk twee dagen tevoren worden gemeld aan het personeel. 2.De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van het personeel. Artikel6Opgravingen en ruimingen Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan, indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast. Hoofdstuk3Voorschriften voor lijkbezorging Artikel7Kennisgeving van begraven en bijzetten van asbussen, openen en sluiten van het graf 1.Degene, die wil doen begraven, geeft daarvan zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 24 uur voor de begraving, kennis aan het personeel. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven, moet deze kennisgeving zo tijdig mogelijk worden gedaan. 2.Het openen en sluiten van een graf voor begraving, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden in overleg met en onder toezicht van het personeel geheel of gedeeltelijk zelf verrichten, zonder dat zij hiervoor aanspraak kunnen maken op korting of enige vergoeding, hoe ook genaamd. 3.Iedere rechthebbende moet gedogen, dat tijdelijk grond wordt neergelegd op het graf, waarvoor zijn grafrecht geldt. Artikel8Gebouwen en andere voorzieningen Voor zover van gemeentewege hiertoe de nodige voorzieningen zijn getroffen, wordt tijdens een begraving desgewenst een ontvangkamer met condoleanceruimte beschikbaar gesteld. Artikel9Over te leggen stukken 1.Begraving mag slechts geschieden, indien tevoren het verlof tot begraven is overgelegd aan het personeel. 2.Het personeel onderzoekt of de overgelegde stukken voldoen aan de eisen die daaraan door de Wet op de lijkbezorging worden gesteld. Tevens vergelijkt het personeel het op de kist of het omhulsel aanwezig registratienummer met het ingevolge art. 8 van genoemde wet bijgevoegde document. 3.Begraving in een eigen graf, waarvan de uitgiftetermijn binnen 10 jaar afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met tien jaar. Artikel10Tijden van begraven 1.De tijden van begraven zijn: op zaterdagen tussen 8 en 12 uur; op de overige dagen tussen 8 en 15 uur. Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels stellen voor de begin- en eindtijden van elke begraving. 2.De tijdstippen voor opgraven, herbegraven, ruimen van eigen graven en bijzetten van asbussen, worden door burgemeester en wethouders per geval bepaald. 3.Burgemeester en wethouders kunnen het aantal gelijktijdige begravingen op één of meer begraafplaatsen zo nodig beperken. 4.Burgemeester en wethouders kunnen afwijking van de in het eerste lid genoemde tijdstippen toestaan. Hoofdstuk4Indeling en uitgifte van graven Artikel11Uitgifte van graven 1.Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven: eigen graven; eigen urnenruimten. 2.Burgemeester en wethouders bepalen de afmetingen van de eigen graven. 3.In de algemene graven kan een door burgemeester en wethouders te bepalen aantal lijken worden begraven. Het bijzetten van asbussen in een algemeen graf is niet toegestaan. 4.De eigen graven worden slechts voor directe begraving in volgorde van ligging uitgegeven. 5.Burgemeester en wethouders kunnen een eigen graf toewijzen, anders dan voor directe begraving en buiten de volgorde van ligging, indien dit wegens de situatie op de begraafplaatsen niet bezwaarlijk is. Artikel12Categorieën Burgemeester en wethouders kunnen bij nader vast te stellen regels de algemene en eigen graven onderverdelen in categorieën. Zij bepalen voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte. Artikel13Termijnen eigen graven 1.Burgemeester en wethouders verlenen op aanvraag, voor zover er voldoende ruimte op de begraafplaatsen beschikbaar is, voor de tijd van twintig of dertig jaar het uitsluitend recht op een eigen graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het eigen graf is uitgegeven. 2.Het uitsluitend recht wordt op aanvraag van de rechthebbende telkens verlengd met een termijn van tien jaar, mits de betaling van het verschuldigd recht vóór het verstrijken van de lopende termijn is ontvangen. 3.Het in dit artikel bedoelde recht kan niet langer gelden dan tot het tijdstip, met ingang waarvan de begraafplaats gesloten is verklaard. 4.Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend. Artikel14Grafkelder Burgemeester en wethouders kunnen aan de rechthebbende van een eigen graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door hen te stellen voorwaarden. Artikel15Overschrijving van verleende rechten 1.Het uitsluitend recht op een eigen graf kan op aanvraag van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner, dan wel een bloedverwant of aanverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op aanvraag van de rechthebbende ten name van een ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. 2.Na het overlijden van de rechthebbende kan het eigen graf worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner, dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits de aanvraag hiertoe schriftelijk wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van een ander dan de vorengenoemde personen is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. 3.Indien na het overlijden van de rechthebbende de aanvraag tot overschrijving bij burgemeester en wethouders niet wordt gedaan binnen de in het tweede lid van dit artikel gestelde termijn, zijn burgemeester en wethouders bevoegd het recht op het eigen graf vervallen te verklaren. Zonodig herinneren burgemeester en wethouders de erfgenamen tijdig vóór het einde van genoemde termijn aan de mogelijkheid om overboeking aan te vragen. Artikel16Afstand doen van graven 1.Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kunnen de rechthebbende of diens erfgenamen ten behoeve van de gemeente schriftelijk afstand doen van het recht c.q. de aanspraken op het eigen graf. Burgemeester en wethouders bevestigen de ontvangst van deze verklaring schriftelijk. 2.De grafbedekking blijft gedurende drie maanden ter beschikking van belanghebbenden en vervalt daarna aan de gemeente. Artikel17Sluiting van graven 1.Op schriftelijke aanvraag van de rechthebbende kunnen burgemeester en wethouders een eigen graf gesloten verklaren. Gedurende de tijd, dat een graf gesloten is, mag daarop geen andere grafbedekking worden geplaatst en mag daarin geen andere begraving plaatshebben dan van de overledenen die de rechthebbende in zijn verzoek met name heeft genoemd. 2.Burgemeester en wethouders bepalen in overleg met de rechthebbende de periode waarvoor de in het eerste lid bedoelde sluiting zal geschieden. Zij stellen de bijzondere voorwaarden vast, waaraan moet zijn voldaan alvorens het graf gesloten wordt verklaard. Zolang de sluiting duurt heeft geen overschrijving plaats. Hoofdstuk5Grafbedekkingen Artikel18Vergunning grafbedekking 1.Het is verboden om grafbedekking, grafbeplanting uitgezonderd, aan te brengen zonder vergunning van burgemeester en wethouders. 2.Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen omtrent: de aanvraag om vergunning, bedoeld in het eerste lid; de aard en de afmetingen van de grafbedekkingen; de wijze waarop grafbedekkingen worden aangebracht. 3.Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren of intrekken indien: niet voldaan wordt aan de door hen vastgestelde nadere regels; de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is. Artikel19Verwijdering grafbedekking 1.De grafbedekking kan door burgemeester en wethouders worden verwijderd, wanneer de termijn van het uitsluitend recht, dan wel de termijn waarvoor de vergunning bedoeld in artikel 18 geldt, is verstreken. 2.Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door burgemeester en wethouders bekend gemaakt door mededeling op het publicatiebord van de begraafplaats. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht. Is het adres van de rechthebbende bij burgemeester en wethouders bekend, dan stellen zij hem uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief van hun voornemen in kennis. 3.Op grond van een daartoe door de rechthebbende of de vergunninghouder bij burgemeester en wethouders ingediende schriftelijke aanvraag, blijft de grafbedekking nog gedurende drie maanden tot zijn beschikking. De aanvraag kan worden ingediend gedurende de in het tweede lid genoemde termijn. 4.De grafbedekking vervalt aan de gemeente als: geen aanvraag op grond van het derde lid is ingediend en de termijn waarbinnen deze aanvraag had kunnen worden ingediend is verstreken; de grafbedekking niet binnen drie maanden na afloop van de in het tweede lid genoemde termijn is afgehaald. Artikel20Onderhoud van grafbedekkingen 1.De rechthebbende of degene aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 18 is verleend, is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen. Artikel21Verwijdering grafbedekking ingeval van nalatigheid 1.Indien de rechthebbende of de vergunninghouder nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, kunnen burgemeester en wethouders de hiervoor in aanmerking komende voorwerpen of zo nodig de gehele grafbedekking doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende drie maanden ter beschikking van de rechthebbende of de vergunninghouder en vervalt daarna aan de gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is. 2.De verwijdering vindt niet plaats, dan nadat de rechthebbende schriftelijk is opgeroepen om te worden ingelicht over de toestand van de grafbedekking. De oproeping geschiedt door mededeling op het publicatiebord van de begraafplaats als het adres van de rechthebbende niet bekend is. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht. 3.Verwelkte bloemen, kransen e.d. en afgestorven grafbeplanting kunnen zonder voorafgaande waarschuwing door het personeel worden verwijderd. Artikel22Onderhoud door de gemeente 1.De rechthebbende kan het onderhoud van het eigen graf en van de op of bij het graf aanwezige grafbedekking tegen voldoening van het daarvoor verschuldigde bedrag aan de gemeente opdragen. 2.De vergunninghouder kan het onderhoud van de aanwezige grafbedekking tegen voldoening van het daarvoor verschuldigde bedrag aan de gemeente opdragen. 3.Onder het van gemeentewege onderhouden van grafbedekkingen wordt begrepen het schoonhouden, alsmede het herstellen daarvan, voor zover dit kan geschieden zonder vernieuwing van materiaal, alsook het zonodig schilderen van hekken of andere omrasteringen. 4.Onderhoud van gemeentewege van grafkelders omvat slechts het bovengrondse gedeelte. Arikel23Wegnemen en weer terugzetten van grafbedekkingen 1.Bij de begraving in, ruiming van en opgraving of verwijdering uit eigen graven moeten het afnemen en weer aanbrengen van daarop aanwezige grafbedekkingen door en voor rekening van de rechthebbende geschieden. 2.Het na afneming weer aanbrengen of van de begraafplaats verwijderen van de grafbedekkingen dient zo spoedig mogelijk doch uiterlijk zes maanden na de laatste begraving te geschieden. Hoofdstuk6Ruiming van graven en andere ruimten Artikel24Ruiming, bestemming van overblijfselen en lijkas 1.Het voornemen van burgemeester en wethouders om een graf te ruimen wordt gedurende tenminste een jaar, voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden, door mededeling op het publicatiebord van de begraafplaats ter kennis van belanghebbenden gebracht. Bij het graf wordt een verwijzing naar de mededeling aangebracht. Is het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend, dan stellen zij hem uiterlijk een jaar voorafgaande aan het bedoelde tijdstip per brief van hun voornemen in kennis. 2.De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven en de lijkas wordt verstrooid op een van de daartoe bestemde, afgesloten gedeelten van de begraafplaatsen. 3.Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf, kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij het personeel een schriftelijke aanvraag indienen om bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor herbegraving elders. 4.De rechthebbende op een eigen graf kan bij het personeel een schriftelijke aanvraag indienen om de overblijfselen te doen verzamelen om deze weer in dezelfde grafruimte te doen plaatsen, dan wel om deze elders opnieuw te doen begraven. Hoofdstuk7Inrichting register Artikel25Voorschriften Burgemeester en wethouders stellen voorschriften vast voor het register van de begraven lijken en de bijgezette asbussen. Hoofdstuk8Aanvragen de gang van zaken betreffende Artikel26Aanvragen betreffende de gang van zaken op de begraafplaats 1.Ingezeten natuurlijke personen en rechtspersonen en zodanige personen die in de gemeente een belang hebben, kunnen tot burgemeester en wethouders aanvragen richten die de gang van zaken op de begraafplaats betreffen. 2.Een aanvraag als bedoeld onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.