Verordening Precariobelasting Delfland 2011Verordening Precariobelasting Delfland 2010 Artikel1Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven grond of water van het waterschap, voor de openbare dienst bestemd. Artikel2Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene van wie, of ten behoeve van wie, de in artikel 1 bedoelde voorwerpen aangetroffen. Artikel3Heffingsmaatstaf en tarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven die zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van de belasting worden gedeelten van de in de tabel genoemde eenheden van hoeveelheid of afmeting als volle eenheid aangemerkt. Ingeval de belasting wordt geheven naar de oppervlakte van een voorwerp geldt als maatstaf de oppervlakte van de horizontale projectie van dat voorwerp. Artikel4Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven: voor het hebben van een voorwerp waarvan het waterschap genothebbende is krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; voor het hebben van een voorwerp ter zake waarvan door het waterschap een retributie wordt geheven of op een andere basis een vergoeding is overeengekomen. Artikel5Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6Tijdsevenredigheid Indien ter zake van voorwerpen als bedoeld in artikel 1 de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien ter zake van voorwerpenals bedoeld in artikel 1 de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang vna de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een geheel gerekend. Artikel7Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel8Betalingstermijn De betaling van de aanslag dient plaats te vinden binnen één maand na de dagtekening. Artikel9Minimum aanslagbedrag Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd. Artikel10Kwijtschelding Van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel11Nadere regels door het dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de precariobelasting. Artikel12Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel De “Verordening precariobelasting Delfland 2009 vastgesteld bij besluit genomen in de bijeenkomst van de verenigde vergadering van 20 november 2008, nr. 710019 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich vóór het tijdtip van ingang van de heffing ingevolge deze verordening hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening precariobelasting Delfland 2010’. Tarieventabel behorend bij de Verordening Precariobelasting Delfland 2010 Nr. Omschrijving Tarief 2011 (in euro’s) 1. Algemeen tarief 1.1. In de gevallen, waarvoor onder de volgende nummers niet in een bijzonder tarief is voorzien, per stuk, per meter of per m2 met een minimum van 0,55 20,60 2. Buizen, kabels en leidingen 2.1 Een riool, duiker, buisleiding, persleiding, spuitleiding, gas- liftleiding, olietransportleiding, baggerkoker, zuigbuis, af- zuigkoker, mantelbuis, of dergelijk op zichzelf staand werk, per meter met een minimum van 2,85 22,70 2.2 Kabels, buizen en leidingen, voor zover niet vallende onder 2.1, per meter met een minimum van 0,30 31,10 3. Bouwwerken 3.1 Een transformatorhuisje of station, afsluiterput, drukregel- ruimte, aan- of opjaagstation of dergelijke inrichting per stuk 116,45 3.2 Een brug, dam, tunnel, of andere verbinding, per stuk 40,10 3.3 Een aanlegplaats, aanlegsteiger, met toebehoren, per meter met een minimum van 4,00 46,60 3.4 Een hek, haag of andere afscheiding, per meter met een minimum van 2,65 26,60 3.5 Een uitbouw, schuur of ander bouwwerk voor zover niet vallend onder 3.1 tot en met 3.4, per meter met een minimum van 2,65 26,60 4. Ligplaatsen 4.1. Een vaste ligplaats voor een woonschip, per m2 ingenomen ruimte met een minimum van 2,65 58,80 5. Diverse voorwerpen 5.1. Een zak-, vergaar-, vul-, wel-, filter-, regulateur-, pomp- en meterput of dergelijk werk per stuk 22,80 5.2. Lantaarnpalen en lichtmasten, per stuk 5,25
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.