Verordening op de heffing en invordering van markt- en staangeld 2015Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: 'dag': de periode van 0.00 uur tot 24 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; 'week': een tijdvak van maandag tot en met de eerstvolgende zaterdag, waarbij een gedeelte van een week als een hele week wordt aangemerkt; 'maand': een kalendermaand, waarbij een gedeelte van een maand als een hele maand wordt aangemerkt; 'jaar': een kalenderjaar, tot en met de laatste dag van het kalenderjaar; 'kalenderjaar': de periode van 1 januari tot en met 31 december. Artikel2Belastbaar feit 1.Onder de naam van "marktgeld" worden rechten geheven ter zake voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen tot het hebben van een standplaats op of een ligplaats aan de onderscheidene markten gedurende de voor die markten aangewezen marktdagen. 2.Onder de naam van "staangeld" worden rechten geheven: ter zake voor het op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond ten verkoop uitstallen van goederen en waren van elke aard voor winkels; voor het op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond hebben van een standplaats, anders dan de in het eerste lid bedoelde standplaatsen, voor wagens, tenten, kramen en dergelijke inrichtingen, dienende tot het verkopen of het ten verkoop uitstallen van goederen en waren van elke aard. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven: van degene, die het in het eerste lid van artikel 2 omschreven gebruik of genot heeft; van degene, die de in het tweede lid van artikel 2 bedoelde uitstallingen of standplaatsen heeft. Artikel4Tarieven 1.De markt- en staangelden worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de markt- en staangelden wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel5Wijze van heffing De markt- en staangelden worden geheven bij wege van een gedagtekende kennisgeving, waarin het verschuldigde bedrag wordt vermeld. Artikel6Termijnen van betaling 1.De betaling van het marktgeld geschiedt op de eerste aanvraag, en wel: voor zover het per dag wordt berekend, op de dag van het in het eerste lid van artikel 2 omschreven gebruik of genot, behalve voor de 3-oktobermarkt, waarvoor de betaling van het marktgeld moet geschieden tegelijk met het indienen van de aanvrage voor een plaats op deze markt; voor zover het per week wordt berekend, bij de aanvang van de week; voor zover het per kwartaal wordt berekend, bij de aanvang van het kwartaal; voor zover het per jaar wordt berekend, bij de aanvang van het jaar. 2.De betaling van het staangeld geschiedt op de eerste aanvraag, en wel: voor zover het per week wordt berekend, bij de aanvang van de week van het in artikel 2, tweede lid, sub a. omschreven gebruik of genot; voor zover het per maand wordt berekend, bij de aanvang van de maand van het in artikel 2, tweede lid, sub a. omschreven gebruik of genot; voor zover het per jaar wordt berekend, bij de aanvang van het jaar van het in artikel 2, tweede lid, sub a. omschreven gebruik of genot; voor zover het per dag wordt berekend, bij de aanvang van de dag van het in artikel 2, tweede lid, sub b. omschreven gebruik of genot; voor zover het per week wordt berekend, bij de aanvang van de week van het in artikel 2, tweede lid, sub b. omschreven gebruik of genot; voor zover het per maand wordt berekend, bij de aanvang van de maand van het in artikel 2, tweede lid, sub b. omschreven gebruik of genot; voor zover het per kwartaal wordt berekend, bij de aanvang van het kwartaal van het in artikel 2, tweede lid, sub b. omschreven gebruik of genot; voor zover het per halfjaar wordt berekend, bij de aanvang van het halfjaar van het in artikel 2, tweede lid, sub b. omschreven gebruik of genot; voor zover het per jaar wordt berekend, bij de aanvang van het jaar van het in artikel 2, tweede lid, sub b. omschreven gebruik of genot. 3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel7Teruggaaf 1.Indien de belastingplichtige, door omstandigheden, onafhankelijk van zijn wil, gedurende een aaneengesloten periode van tenminste zes weken geen gebruik heeft kunnen maken van de standplaats, wordt het bedrag, dat bij toepassing van het tarief, bedoeld in artikel 4, minder verschuldigd zou zijn geweest, terug gegeven. De teruggaaf wordt alleen voor volle kalendermaanden terug gegeven. 2.Er vindt geen teruggaaf plaats indien de standplaats, met toestemming van het college van burgemeester en wethouders, door een aangewezen plaatsvervanger wordt ingenomen. 3.Het verzoek tot teruggaaf op grond van het eerste lid wordt schriftelijk gedaan bij het College van Burgemeester en Wethouders. Artikel8Kwijtschelding Bij de invordering van de markt- en staangelden wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel9Nadere regels door het College van Burgemeester en Wethouders Het College van Burgemeester en Wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de markt- en staangelden. Artikel10Inwerkingtreding en citeertitel De "Verordening markt- en staangeld 2014" van 19 december 2013 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich hebben voorgedaan vóór die datum van ingang van de heffing. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.