Reductieverordening Gouda 2015 De raad van de gemeente Gouda Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 9 september 2014; Gezien het advies van de Cliëntenadviesraad WWB van 18 augustus 2014; Gelet op het bepaalde in de artikelen 149 van de Gemeentewet; Overwegende dat er belang wordt gehecht aan participatie van ingezetenen van de gemeente Gouda; besluit: de Reductieverordening Gouda 2015 vast te stellen. Artikel 1 – Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Bijstandsnorm: het bedrag per maand bedoeld in Hoofdstuk 3 paragraaf 3.2 van de Participatiewet. b. Chronisch ziek of gehandicapt: een persoon die: - een uitkering ontvangt op grond van de WIA, WAO, WAZ of Wajong; - een maatwerkvoorziening ontvangt op grond van de WMO; - in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart. c. Huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een gezamenlijke huishouding voeren. d. Ingezetene: degene die in de basisadministratie van de gemeente Gouda is opgenomen. Artikel 2 – Doelgroep Burgemeester en wethouders kennen reductie in de kosten van sociale participatie toe aan de volgende personen, mits zij ingezetenen zijn van de gemeente Gouda: a. kinderen tot 18 jaar; b. personen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben;c. personen tussen 18 jaar en de pensioengerechtigde leeftijd, die chronisch ziek of gehandicapt zijn. Artikel 3 – Het recht op reductie 1.Recht op reductie bestaat wanneer het inkomen in het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de in aanmerking te nemen kosten zijn gemaakt, onder de in artikel 5 genoemde inkomensgrens ligt. 2.Het gestelde in lid 1 kan buiten toepassing worden gelaten indien het inkomen in het lopende kalenderjaar is gewijzigd. In dat geval wordt gekeken naar het netto inkomen op het moment van de aanvraag. Artikel 4 – Het Inkomen 1.In deze Verordening wordt als inkomen aangemerkt het totale jaarinkomen dat het huishouden geniet uit: a. winst uit ondernemingen; b. winst uit aanmerkelijk belang; c. inkomsten uit arbeid of bepaalde periodieke uitkeringen en verstrekkingen. 2.Bij de vaststelling van het rekeninkomen wordt geen rekening gehouden met inkomsten uit overwerk. Artikel 5 – De inkomensgrens De hoogte van de inkomensgrens bedraagt 110% van de op dat moment geldende bijstandsnorm ingevolge de Participatiewet. Artikel 6 – De voor reductie in aanmerking komende activiteiten en materialen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.