Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning Renkum 2016Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Renkum; gelet op de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Renkum 2015; besluit vast te stellen het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning Renkum 2016 HOOFDSTUK1:BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN Artikel1.Begripsbepalingen De begripsbepalingen uit de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, hierna (wet) en het daarop berustende landelijke uitvoeringsbesluit Wmo 2015 (uitvoeringsbesluit) en de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Renkum 2015 (verordening), zijn van overeenkomstige toepassing op dit besluit. HOOFDSTUK2:MELDING, GESPREK EN AANVRAAG Artikel2.Gespreksverslag en handelingsplan 1.Het college onderzoekt in een gesprek de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt, de mogelijkheden van de cliënt en zijn sociale netwerk en het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning. Indien sprake is van mantelzorg, wordt ook de behoefte aan ondersteuning van de mantelzorger onderzocht 2.Van het gesprek wordt een verslag gemaakt. In dit verslag wordt het oordeel van het college vastgelegd over de eventuele mogelijkheden van zelfredzaamheid van de cliënt, gebruikelijke hulp, algemeen gebruikelijke voorzieningen, mantelzorg, hulp vanuit het sociale netwerk, gebruik van algemene voorzieningen en indien van toepassing een maatwerkvoorziening onder vermelding van de aan de cliënt kenbaar gemaakte gevolgen. 3.Indien het gesprek naar het oordeel van het college leidt tot de wenselijkheid van een maatwerkvoorziening, wordt bovendien in overleg met de clënt een handelingsplan opgesteld, tenzij dit gelet op de aard van de te leveren ondersteuning niet noodzakelijk is. 4.Om voorafgaand aan de inzet van de maatwerkvoorziening het te betalen bedrag aan eigen bijdrage inzichtelijk te maken, wordt aan de cliënt gedurende het onderzoek een inkomensverklaring (voorheen IB-60-formulier) gevraagd. 5.Onder de verklaring, zoals bedoeld in lid 4 van dit artikel, wordt ook verstaan een belastingaanslag van de inkomenstenbelasting niet ouder dan twee jaar, waar nodig aangevuld met een actuele jaaropgave. 6.Zo spoedig mogelijk na het gesprek verstrekt het college aan de cliënt, het gespreksverslag, in voorkomend geval het handelingsplan 7.Opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt worden aan het verslag of handelingsplan toegevoegd. 8.Het door het college ondertekend verslag en het handelingsplan worden door de cliënt, dan wel diens vertegenwoordiger, voor akkoord ondertekend. Artikel3.De aanvraag Een voor akkoord ondertekend verslag van het gesprek en, in voorkomend geval, een ondertekend handelingsplan worden door het college als complete aanvraag voor een maatwerkvoorziening beschouwd. Artikel4.Advisering In het kader van een zorgvuldige besluitvorming op aanvragen om een maatwerkvoorziening, wijst het college een gecontracteerde arts aan voor het uitbrengen van medisch advies. Dit is kosteloos voor de cliënt tenzij anders vermeld. HOOFDSTUK3:MAATWERKVOORZIENING Artikel5.Ingezetene 1.Bepalend voor de vaststelling of een cliënt een ingezetene is, als bedoeld in artikel 8 lid 2 van de verordening, is de woon- of verblijfplaats van de cliënt op welke adres de cliënt in de basisregistratie personen staat ingeschreven of ingeschreven zal staan, dan wel het feitelijk woonadres in Nederland. 2.Gedurende de periode van verblijf in het buitenland, ongeacht het adres waarop de cliënt in de basisregistratie personen is ingeschreven, verstrekt het college geen maatwerkvoorzieningen. Artikel6.Beschikking 1.In de beschikking tot verstrekking van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of in de vorm van een pgb wordt verstrekt. 2.Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: welke de te treffen voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; wat de geldigheidsduur van de verstrekking is; welke gecontracteerde of gesubsidieerde aanbieder de maatwerkvoorziening verstrekt, en indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. welke bijdrage in de kosten verschuldigd is die conform artikel 2.1.4 van de wet, met uitzondering van die voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen, wordt vastgesteld en geïnd door het CAK. 3.Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking vastgelegd: wat het beoogde resultaat van het pgb is; welke kwaliteitseisen hieraan verbonden zijn; wat de hoogte van het pgb is en hoe deze is berekend; wat de geldigheidsduur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld; en de wijze van verantwoording van de besteding van het bruto pgb, waarbij geldt dat het gehele bestede bedrag moet worden verantwoord; welke bijdrage in de kosten verschuldigd is die conform artikel 2.1.4 van de wet, met uitzondering van die voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen, wordt vastgesteld en geïnd door het CAK. HOOFDSTUK4:BIJDRAGE IN DE KOSTEN Artikel7.Eigen bijdrage voor een algemene voorziening 1.Voor een algemene voorziening is geen inkomensafhankelijke eigen bijdrage verschuldigd. Artikel8.Bijdrage in de kosten voor een woningaanpassing voor een minderjarige 1.De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over het kind. 2.Conform artikel 2.1.
- lid 3 van de wet is geen eigen bijdrage verschuldigd indien de ouders van het gezag over de cliënt zijn ontheven of ontzet. Artikel9.Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of pgb´s 1.De bedragen per vier weken, de inkomensbedragen en de percentages die gelden voor de berekening van de eigen bijdrage zijn gelijk aan die genoemd in artikel 3.1 lid 1 van het Uitvoeringsbesluit Wmo
- De in rekening te brengen eigen bijdragen zijn gebaseerd op de, door de gemeente aan het CAK verstrekte, algemene - en aanbiedersspecifieke tarieven van de betreffende maatwerkvoorzieningen. Artikel10.Kostprijs maatwerkvoorziening en hoogte pgb 1.De kostprijs van een maatwerkvoorziening en pgb wordt bepaald: door een aanbesteding; na een consultatie in de markt. 2.De hoogte van een pgb wordt bepaald aan de hand van de kostprijs van de in betreffende situatie adequate maatwerkvoorziening in natura. 3De hoogte van een pgb, niet zijnde Hulp bij het huishouden, wordt bepaald aan de hand van een getrimd gemiddelde van de tarieven van de gecontracteerde aanbieders van de betreffende maatwerkvoorziening in natura. 4Het college kan het bepaalde in lid 3 van dit artikel buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover toepassing van deze bepaling leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. 5In afwijking van lid 2 van dit artikel wordt de hoogte van een pgb voor Hulp bij het huishouden tot 1 juli 2016 bepaald op basis van een kostprijs van € 15,- per uur. 6In afwijking van lid 3 van dit artikel wordt de hoogte van het pgb voor bestaande budgethouders voor maatwerkvoorzieningen, niet zijnde Hulp bij het huishouden, voor het jaar 2016 bepaald op basis van de kostprijs van 2015 van betreffende maatwerkvoorzieningen. 7De hoogte van de kostprijs voor een her te gebruiken materiële maatwerkvoorziening, dan wel voor de vervanging van een materiële maatwerkvoorziening, wordt gerelateerd aan de afschrijvingssystematiek. Er wordt een gemiddelde afschrijvingsduur gehanteerd van vijf of zeven jaar, afhankelijk van de soort voorziening. De afschrijvingssystematiek is opgenomen in bijlage
- 8Als de cliënt de materiële maatwerkvoorziening zeer intensief gebruikt, kan worden afgeweken van de gemiddelde afschrijvingsduur, als de cliënt aannemelijk maakt, dat in verband met bijzondere omstandigheden door het intensief gebruik een eerdere afschrijving en daardoor een eerdere vervanging van de materiële maatwerkvoorziening noodzakelijk is. Artikel11.Eigen bijdrage maatschappelijke opvang en beschermd wonen De eigen bijdragen voor maatschappelijke opvang en voor beschermd wonen worden vastgesteld en geïnd door de gemeente Arnhem. HOOFDSTUK6:Kwaliteit en veiligheid Artikel12.Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning. Het college houdt jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek waarbij waar nodig in overleg met de cliënt ter plaatse de maatwerkvoorzieningen worden gecontroleerd. HOOFDSTUK7:Waardering mantelzorgers en tegemoetkoming meerkosten Artikel13.Jaarlijkse waardering mantelzorgers 1.Een mantelzorger biedt hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. De geboden hulp overstijgt de gebruikelijke hulp (zoals opgenomen in bijlage 5) die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. 2.De waardering kan bestaan uit: een financiële tegemoetkoming van € 150,- per jaar; of een waardebon die recht geeft op 10 uur huishoudelijke hulp ter waarde van € 225,-. Over deze incidentele extra uren is geen eigen bijdrage verschuldigd. 3.De voorwaarden voor het toekennen van de jaarlijkse waardering mantelzorgers zijn uitgewerkt in de "Regels waardering voor mantelzorgers - 2016". Artikel14.Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen 1.Het college verstrekt een tegemoetkoming in de meerkosten als deze het gevolg zijn van een beperking en de aanvrager een inkomen heeft tussen de 120% en 150% van de toepasselijke bijstandsnorm en geen vermogen heeft boven de toepasselijke vermogensgrens voor de leefsituatie zoals bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet. 2.De voorwaarden voor het verstrekken van een tegemoetkoming in de meerkosten zijn uitgewerkt in de "Regels tegemoetkoming meerkosten als gevolg van een beperking Wmo ". Artikel15.Persoonsgebonden budget betreffende kosten voor verhuizen, bezoekbaar maken woning, liften, (bruikleen)auto, (rolstoel)taxi en sportvoorziening. Per 1 januari 2016 zijn voor het pgb betreffende de kosten voor verhuizen, bezoekbaar maken van de woning, liften, (bruikleen)auto, (rolstoel)taxi en sportvoorziening - in het kader van de Wmo-2015 - richtlijnen vastgesteld (bijlage 2). Hoofdstuk9Slotbepalingen Artikel16inwerkingtreding, intrekking en citeertitel 1.Dit besluit nadere regels treedt in werking op de dag na de dag van publicatie en werkt terug tot 1 januari 2016, onder gelijktijdige intrekking van het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning Renkum
- 2.Dit besluit nadere regels geldt van 1 januari 2016 tot en met 30 juni
- 3.Dit besluit nadere regels wordt aangehaald als: Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning
- Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van Renkum op 16 februari
- Aldus besloten op 16 februari 2016 te Renkum, COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS De secretaris de burgemeester, A.E.J. Steverink MBA drs. J.P. Gebben BIJLAGE 1: AFSCHRIJVINGSSYSTEMATIEK Voorziening Jr 0-1 Jr 1-2 Jr 2-3 Jr 3-4 Jr 4-5 Jr 5-6 Jr 6-7 > 7 Jr Categorie 1 2,5 % p/m 70 40 10 5 0 0 0 Categorie 2 2,5 % p/m 70 50 30 15 10 5 0 Categorie 1: ·Kinderrolstoelen, incidenteel en permanent Kinderrolstoelen elektrisch voor binnen en buiten Kinderdriewielfietsen Kinderwandelwagens/buggy’s Badlift Handbike Categorie 2: · Rolstoelen voor incidenteel, passief en actief gebruik Elektrische rolstoelen voor binnen/buiten gebruik Scootmobielen Driewielfietsen Transferlift (actief en passief) Douche- en toiletstoel Bad en douchehulpmiddelen Douchebrancard Fiets met lage instap Bijlage2PERSOONSGEBONDEN BUDGET BETREFFENDE KOSTEN VOOR verhuizen, Bezoekbaar maken van de woning, liften, (bruikleen)auto, (rolstoel)taxi en sportvoorziening Richtlijnen per 1 januari 2016 betreffende de kosten - in het kader van de Wmo-2015 - voor verhuizen, bezoekbaar maken van de woning, liften, (bruikleen)auto, (rolstoel)taxi en sportvoorziening. De bedragen zijn conform verordening geïndexeerd met 0,75%. Het college past maatwerk toe en de richtlijnen worden als indicatief kader gehanteerd. 2016 Verhuiskostenvergoeding voor verhuizing naar een aangepaste woning. € 2.065 Verhuiskostenvergoeding voor verhuizing naar een rolstoel toe- en doorgankelijke woning. € 5.038 Hoogte vergoeding bezoekbaar maken. € 2.065 Vast bedrag per jaar voor verzekering. € 25 Onderhoud, reparatie van liften (onderstaande bedragen zijn excl. BTW) Keuring van: 2016 Stoellift € 267 Rolstoelplateaulift € 267 Sta-plateaulift € 267 Woonhuislift € 330 Hefplateaulift € 330 Balanslift € 95 (per uur) Periodiek onderhoud van: 2016 Stoellift € 183 Rolstoelplateaulift € 183 Sta-plateaulift € 183 Woonhuislift € 267 Hefplateaulift € 183 Balanslift € 183 Tegemoetkoming in vervoerskosten: 2016 Gebruik eigen auto € 1.043 Gebruik bruikleenauto 2500 x Y Gebruik van een taxi € 1.145 Gebruik van een rolstoeltaxi € 1722 Gedeeltelijke kostenvergoedingen (50 %) 2016 Bij gebruik auto, taxi e.d. € 572 Bij gebruik rolstoeltaxi € 859 Verzekering 2016 Vast bedrag per jaar voor verzekering € 25 Regiotaxi 2016 Tarief Regiotaxi (Wmo indicatie) € 0,70 per zone Sportvoorziening 2016 Sportvoorziening € 2.826 Verzekering 2016 Vast bedrag per jaar voor verzekering € 25