Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 201511a De raad van de gemeente Doesburg; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 december 2014; gelet op artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer; besluit vast te stellen de voldende verordening: Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing2015 Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. Artikel2Aard van de belasting en belastbaar feit 1.Onder de naam “afvalstoffenheffing” wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer. 2.De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel3Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel5Belastingtijdvak Met betrekking tot de belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel, die per belastingtijdvak wordt geheven, is het belastingtijdvak gelijk aan de helft van het kalenderjaar. Het eerste belastingtijdvak is dat van 1 januari tot en met 30 juni, het tweede belastingtijdvak is dat van 1 juli tot en met 31 december. Artikel6Wijze van heffing 1.De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel, wordt bij wege van aanslag geheven. 2.De belasting bedoeld in de hoofdstukken 2 en 3 van de tarieventabel, wordt geheven bij wege van een mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de belasting, als bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel zesde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel zesde gedeelten van de, in hoofdstuk 1 van de tarieventabel genoemde, voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.