Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015DeraadvandegemeentePurmerend, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 november 2014, gelet op de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) overwegende, dat de gemeenteraad op grond van het bepaalde in artikel 8b Participatiewet, artikel 35 IOAW en artikel 35 IOAZ verplicht is bij verordening regels te stellen voor de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van uitkeringen, alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van deze wetten; BESLUIT Vast te stellen de hierna volgende "Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015" Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepaling 1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2.In deze verordening wordt verstaan onder uitkering: algemene bijstand, bijzondere bijstand en langdurigheidstoeslag ingevolge de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ. Hoofdstuk2Fraudepreventie en controle Artikel2.Voorlichting, communicatie en controle bij aanvraag Het college voert een actief fraudepreventiebeleid en stelt een uitvoeringsplan en/of beleidsregels vast. Onderdeel daarvan is de wijze waarop het college belanghebbenden informeert over de rechten en plichten die aan het ontvangen van bijstand of een inkomensvoorziening zijn verbonden, en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik. Daarnaast beschrijft het college ten minste de wijze van controle bij de aanvraag, de handelwijze bij inconsistenties in de aanvraag, alsmede het gebruik van risicoprofielen bij de beoordeling van de aanvraag. Het college stelt tevens beleidsregels vast voor het terugvorderen en het verhaal van bijstand en van de kosten van inkomensvoorzieningen. Artikel3Controle 1.Het college doet stelselmatig onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand of de inkomensvoorziening en kan daarbij gebruikmaken van huisbezoeken, risicoprofielen en bestandsvergelijkingen alsmede samenloopsignalen die daaruit voortkomen. Het college onderzoekt daarnaast overige signalen en tips die relevant zijn voor het recht op bijstand of een inkomensvoorziening. 2.Het college doet onderzoek naar de reden van de beëindiging van de bijstand of de inkomensvoorziening en neemt op basis daarvan besluiten met betrekking tot de rechtmatigheid van de verstrekte voorzieningen alsmede de wederzijds tussen het college en de belanghebbende resterende verplichtingen en de afhandeling daarvan. Hoofdstuk3Gevolgen bij fraude Artikel4Opleggen van een boete / aangifte bij het Openbaar Ministerie 1.Indien belanghebbende onjuiste, onvolledige of in het geheel geen inlichtingen verstrekt die van invloed zijn of kunnen zijn op het recht op bijstand of een inkomensvoorziening legt het college aan belanghebbende een bestuurlijke boete op conform artikel 18a Participatiewet en 20a IOAW respectievelijk IOAZ en vordert de eventueel ten onrechte ontvangen uitkering terug. 2.Indien een gedraging van belanghebbende, als bedoeld in het vorige lid, leidt tot benadeling van de gemeente, doet het college, onverminderd de mogelijkheid de ten onrechte ontvangen kosten van uitkering of participatie terug te vorderen, aangifte bij het Openbaar Ministerie, in overeenstemming met de door het Openbaar Ministerie op dit punt gehanteerde uitgangspunten. Hoofdstuk4Slotbepalingen Artikel5Nadere regels Het college is bevoegd nadere regels te stellen met betrekking tot het bepaalde in deze verordening. Artikel6Onvoorziene omstandigheden In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel7Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: "Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015". Artikel8Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.