Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2015Burgemeester en wethouders van de gemeente Eijsden-Margraten; . gelet op de bepalingen in de verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 Besluiten: vast te stellen het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten 2015, versie 1, per 1 januari 2015 in te trekken het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Eijsden-Margraten 2013. Inleiding Voor u ligt het besluit maatschappelijke ondersteuning 2015 van de gemeente Eijsden-Margraten(hierna: besluit). In dit besluit zijn de nader regels en bedragen opgenomen, die een uitwerking zijn van de verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 gemeente Eijsden-Margraten(hierna: verordening). De bijlagen en toelichting maken integraal onderdeel uit van het besluit. Dit besluit betreft de startsituatie bij de inwerkingtreding van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Aangezien de gemeentelijke verantwoordelijkheid voor maatschappelijke ondersteuning met veel nieuwe taken is uitgebreid en de uitvoering nog in ontwikkeling is, kan het nodig zijn de beleidsregels op basis van opgedane ervaring in de loop van tijd aan te passen. Soms is een kleine snelle aanpassing vereist om optimale ondersteuning te bieden aan inwoners. Het besluit biedt deze flexibiliteit. Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1:begripsbepalingen Alle begrippen die in dit besluit worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 gemeente Eijsden-Margraten of de Algemene Wet Bestuursrecht. Alle bedragen die in dit besluit worden genoemd, zijn inclusief BTW, tenzij anders is vermeld. In dit besluit wordt verstaan onder: algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten; algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de wet; budgethouder: een ondersteuningsbehoevende aan wie ingevolge deze verordening een persoonsgebonden budget is toegekend, dan wel diens wettelijk vertegenwoordiger. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eijsden-Margraten. gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten; financiële tegemoetkoming:bijzondere wijze van versterking in de vorm van een forfaitair of gemaximeerd bedrag gebaseerd op artikel 2.1.7 van de wet. De financiële tegemoetkoming is bedoeld om bepaalde (meer)kosten van voorzieningen mee te betalen. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de werkelijke kosten en/of het inkomen. formele hulp: hulp die wordt geleverd door een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdelen a, c, d of e, van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten volgens de inschrijving in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van zorg als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel j of k; een onderneming als bedoeld in artikel 5, onderdeel b, van de Handelsregisterwet 2007 waarvan de activiteiten blijkens de inschrijving in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van die wet, geheel of gedeeltelijk bestaan uit het verlenen van zorg als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel j of k, en die toebehoort aan een zelfstandige zonder personeel waaraan een geldige beschikking als bedoeld in artikel 3.156 van de Wet inkomstenbelasting 2001 is afgegeven; een persoon die is ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (BIG) voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van zorg als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel j of k. gesprek: gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; informele hulp: hulp die wordt geleverd door een persoon die niet onder de definitie van formele hulp valt. ingezetene: cliënt die het hoofdverblijf heeft in de gemeente Eijsden-Margraten; maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen: ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen, ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen, ten behoeve van beschermd wonen en opvang; melding: melding van de hulpvraag aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; ondersteuningsplan: de schriftelijke verslaglegging van de adviezen, verwijzingen en afspraken die in samenspraak met de cliënt zijn gemaakt naar aanleiding van zijn melding, alsmede de beoogde resultaten en de evaluatie daarvan; persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid, onderdelen a tot en met g van de wet, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen; pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet; verordening: de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Eijsden-Margraten2015; voorliggende voorziening: algemene voorziening of andere voorziening waarmee aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen; voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt; wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 Artikel2:wijzen van verstrekking van een voorziening 1.De te treffen maatwerkvoorzieningen kunnen worden verstrekt: als voorziening in natura, als persoonsgebonden budget of als financiële tegemoetkoming. 2.Verstrekking als financiële tegemoetkoming is slechts mogelijk bij de in dit besluit genoemde gevallen. Hoofdstuk2.Proceswaarborgen Artikel3:second opinion 1.Cliënt kan eenmaal verzoeken om een herbeoordeling van zijn melding door een andere medewerker, voor de gevallen dat cliënt en de medewerker niet tot overeenstemming komen over de inhoud van het ondersteuningsplan. 2.De herbeoordeling vindt plaats op verzoek van de cliënt: door een andere medewerker binnen het team of, door teamcoördinator of door een consulent van een andere gemeente in de regio Maastricht Heuvelland 3.De herbeoordeling vindt plaats binnen 14 dagen na indiening van het verzoek. 4.Binnen 21 dagen na het onderzoek verstrekt het college het verslag aan de cliënt. Wanneer de herbeoordeling leidt tot een aanpassing van het oorspronkelijke ondersteuningsplan treedt dit plan hiervoor in de plaats. 5.Aan de herbeoordeling van zijn melding zijn voor cliënt geen kosten verbonden. 6.Het verzoek om een herbeoordeling laat onverlet de mogelijkheid van cliënt om een aanvraag in te dienen. 7.Het verzoek om een second opinion heeft geen opschortende werking. Artikel4:klachtregeling 1.Voor de afhandeling van klachten in het kader van de uitvoering van de verordening en het besluit is de Verordening interne klachtenregeling gemeente Eijsden-Margraten van toepassing. Artikel5:het periodiek onderzoek 1.Het college onderzoekt in beginsel om de drie jaar of een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet dient te worden heroverwogen. 2.Afwijking van de in het eerste lid genoemde termijn is mogelijk rekening houdend met de situatie van de cliënt, de aard van de ondersteuning en de vorm waarin deze wordt verstrekt. Hoofdstuk3.Beoordeling van de hulpvraag Artikel6:afwegingskader 1.Bij de beoordeling van de hulpvraag hanteert het college het afwegingskader als beschreven in artikel 6 van de verordening. Een maatwerkvoorziening (in natura), persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming is eerst aan de orde wanneer (de combinatie van) andere mogelijkheden niet leiden tot passende ondersteuning van de cliënt. Artikel7:algemeen gebruikelijke voorzieningen 1.Algemeen gebruikelijke voorzieningen als gedefinieerd in artikel 1 lid 1 komen niet voor verstrekking als maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget in aanmerking. 2.De voorzieningen genoemd in bijlage 1 worden in ieder geval als algemeen gebruikelijk aangemerkt. Artikel8:gebruikelijke hulp 1.Gebruikelijke hulp, als gedefinieerd in artikel 1 lid 7 komt niet voor verstrekking als maatwerkvoorziening of als persoonsgebonden budget in aanmerking. 2.De omvang van gebruikelijke hulp in de individuele situatie wordt vastgesteld aan de hand van de richtlijn gebruikelijke hulp gemeenten Maastricht Heuvelland. De richtlijn is opgenomen in bijlage 2. Artikel9:primaat verhuizing 1.Voor zover belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning waarbij de verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld worden. Deze beoordeling vindt alleen plaats indien de nu en in de toekomst verwachte maatwerkvoorzieningen een bedrag van € 5000,- te boven gaat. 2.Het primaat van verhuizing, zoals bedoeld in het eerste lid wordt niet toegepast indien: er niet binnen een tijdsbestek van 1 jaar een woning beschikbaar komt waar naartoe het belanghebbende kan verhuizen, tenzij uit onderzoek blijkt dat het medisch verantwoord is om de in dit lid genoemde termijn te verruimen; er een contra-indicatie tot verhuizen aanwezig is op grond van objectieve psychische en/of sociale redenen; de woning waar naartoe kan worden verhuisd niet geschikter is dan de huidige woning; de woning waar naartoe kan worden verhuisd zich niet binnen de gemeentegrenzen bevindt. 3.Het college kan in voorkomende gevallen een financiële tegemoetkoming verstrekken voor verhuis- en (her)inrichtingskosten. De hoogte hiervan bedraagt € 1.540,00. Artikel10:richtlijn hulp bij het huishouden, 1.Bij de verstrekking van de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden stelt het college de omvang hiervan vast in uren en minuten per week. 2.Bij het bepalen van de omvang hanteert het college de richtlijn indicatiestelling voor hulp bij het huishouden, zoals opgenomen in bijlage 3. 3.Wanneer cliënt voor een persoonsgebonden budget kiest wordt de hoogte van het budget bepaald door de door het college vastgestelde omvang maal het van toepassing zijnde tarief conform de tarievenlijst in bijlage 4. Hoofdstuk4.Maatwerkvoorzieningen Artikel11:soorten maatwerkvoorzieningen 1.De volgende soorten maatwerkvoorzieningen worden onderscheiden: Hulp bij het huishouden Woonvoorzieningen Lokale vervoersvoorzieningen Rolstoelvoorzieningen Begeleiding Persoonlijke verzorging in de vorm van begeleiding bij algemeen dagelijkse levensverrichtingen Kortdurend verblijf Beschermd wonen en (maatschappelijke) opvang Artikel12:hulp bij het huishouden 1.De maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden kan, wanneer verondersteld wordt dat de cliënt in staat is tot zelfregie over de planning van activiteiten, bestaan uit de volgende activiteiten: huishoudelijke werkzaamheden die samenhangen met beperkingen op het vlak van schoonmaken van woonruimte, slaapruimte, sanitair, keuken (dagelijks of wekelijks onderhoud); verzorgen van textiel (wassen, strijken); onderhoud van kleding en schoeisel; zorg voor de voeding ((voor)bereiden, serveren, afwassen, opruimen); bed opmaken en/of verschonen; beperkte verzorging van huisdieren. 2.De maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden kan naast de werkzaamheden welke beschreven worden in lid 1 onder a. t/m f., bestaan uit gerichte hulp bij de organisatie van het huishouden door middel van de activiteiten: planning van het voeren van het huishouden (wie doet wat); aandacht voor hygiëne in huis; advies en hulp bij het kopen van levensmiddelen; beheer van de levensmiddelenvoorraad; noodzakelijke opvang van thuiswonende kinderen; instructie en voorlichting die direct is verbonden met activiteiten op het gebied van het voeren van een huishouding, bijvoorbeeld stimulering bij het deels zelf uitvoeren van activiteiten. Enige begeleiding kan deel uitmaken van deze prestatie, waaronder noodzakelijke advisering aan de informele hulp rondom de cliënt; organisatie van de huishouding in verband met chronische ziekte of beperking; specifieke ondersteuning bij een ontregelde huishouding i.v.m. psychische problemen. Hoofdstuk5.Persoonsgebonden budget Artikel13:weigering persoonsgebonden budget 1.Een persoonsgebonden budget is uitsluitend mogelijk voor maatwerkvoorzieningen. 2.Het college kent geen persoonsgebonden budget toe als: in de drie jaren, voorafgaand aan de datum van het onderzoek, toepassing is gegeven aan artikel 2.3.10, eerste lid, onderdeel a, d, en e van de wet; het bieden van een keuze voor het persoonsgebonden budget negatieve gevolgen zou hebben voor het voortbestaan van het systeem van de desbetreffende maatwerkvoorzieningen in natura; er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet; Indien de verwachting is dat een voorziening noodzakelijk is voor een periode die korter is dan de economische levensduur van de voorziening in natura. Artikel14:voorwaarden voor een persoonsgebonden budget 1.Verstrekking van een maatwerkvoorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op basis van een door aanvrager opgesteld en door het college geaccordeerd budgetplan. In het plan staat hoe de budgethouder zijn hulp wil organiseren, wie deze hulp gaat leveren en op welke manier de kwaliteit is geborgd. Het plan bevat alle informatie ten aanzien van: de te treffen voorziening en het beoogde doel, de voorgenomen uitvoering daarvan, de kwalificaties van de uitvoering, een motivering waarom hij een persoonsgebonden budget wenst en de aan de uitvoering verbonden kosten. 2.Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien naar het oordeel van het college: het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager geen redelijke waardering van zijn belangen ten aanzien van de zorgvraag kan maken, of het ernstige vermoeden bestaat dat hij niet in staat is de aan het persoonsgebonden budget verbonden taken uit te voeren. 3.Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien naar het oordeel van het college de veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid onvoldoende is gegarandeerd. 4.Bij de inzet van het persoonsgebonden budget voor informele hulp geldt: dat de hulpverlener in alle gevallen dient te beschikken over een verklaring omtrent gedrag en dat als de dienst zorg omvat waarvoor krachtens landelijk geldende kwaliteitscriteria een minimaal opleidingvereiste is, de hulpverlener over de desbetreffende kwalificatie beschikt. Artikel15:tariefbepaling persoonsgebonden budget 1.Afhankelijk van de ondersteuningsvorm hanteren we voor dienstverlening een tarief per uur (individuele dienstverlening), per dagdeel (groepsbegeleiding) en/of per etmaal (verblijf). Een overzicht van de toepasselijke tarieven is opgenomen in bijlage 4. 2.Het persoonsgebonden budget voor een zaak wordt vastgesteld op maximaal 100% van de kosten van de goedkoopst adequate voorziening in natura, indien van toepassing inclusief onderhoud en reparatie, zoals door het college aan een door haar gecontracteerde leverancier zou worden betaald. 3.Indien het hulpmiddel dat noodzakelijk is voor het te bereiken resultaat geen onderdeel uitmaakt van een contract tussen het college en een door haar gecontracteerde leverancier, wordt het persoonsgebonden budget voor het hulpmiddel vastgesteld op maximaal 100% van de kosten van de goedkoopst adequate voorziening, indien van toepassing verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie, vast te stellen door het college op basis van een offerte. Artikel16:uitbetaling van het persoonsgebonden budget 1.Het persoonsgebonden budget wordt niet uitbetaald op de bankrekening van de budgethouder, maar op rekening van het servicecentrum PGB van de Sociale verzekeringsbank. Budgethouders hebben een trekkingsrecht op basis van het toegekende persoonsgebonden budget. 2.In afwijking van het eerste lid kan het college besluiten eenmalige persoonsgebonden budgetten uit te keren op een andere rekening dan die van het servicecentrum PGB van de Sociale verzekeringsbank. Uitbetaling ook in deze gevallen in principe achteraf plaats. 3.Het trekkingsrecht op basis van een persoonsgebonden budget geldt in beginsel per kalenderjaar. 4.In individuele gevallen kan worden afgeweken van het bepaalde in het derde lid. Artikel17:bestedingsmogelijkheden persoonsgebonden budget 1.In beginsel wordt persoonsgebonden budget besteed aan zorg en ondersteuning. 2.Het college kan in individuele situaties afwijkende bestedingsmogelijkheden toestaan. Indien van toepassing worden deze vastgelegd in de beschikking. Artikel18:controle van het persoonsgebonden budget 1.De Sociale verzekeringsbank controleert vooraf de zorgovereenkomst(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.