Verordening op de heffing en invordering van staangeldDe raad van de gemeente Breda; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet; B E S L U I T vast te stellen de verordening op de heffing eninvordering van staangeld Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag; woonwagen: een woonwagen als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van de Wet op de huurtoeslag; huurovereenkomst: de overeenkomst tussen de huurder en de verhuurder van de standplaats met toebehoren, waarin de huurbepalingen voor de standplaats zijn geregeld; maand: een kalendermaand of een gedeelte daarvan. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam 'staangeld' wordt een recht geheven voor het hebben van een standplaats voor een woonwagen, daaronder begrepen de diensten die met de standplaats verband houden. Artikel3Belastingplicht Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de standplaats heeft. Als degene die de standplaats heeft wordt aangemerkt de hoofdbewoner van de woonwagen. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel4Vrijstelling Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt niet geheven zolang voor de standplaats een huurovereenkomst geldt. Artikel5Belastingtarieven Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar het tarief, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is een maand. Artikel7Wijze van heffing Het recht wordt geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld 1.Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht vóór de zestiende van een maand aanvangt, is het recht, bedoeld in artikel 2, ten volle over die maand verschuldigd. 3.Indien de belastingplicht op of ná de zestiende van een maand aanvangt dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 vervalt, is het recht, bedoeld in artikel 2, eerst met ingang van de daarop volgende maand verschuldigd. 4.Indien de belastingplicht vóór de zestiende van een maand eindigt dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 van toepassing wordt, is het recht over die maand niet verschuldigd, met dien verstande dat bij het hebben van een standplaats voor een woonwagen over een periode korter dan één maand, het recht voor tenminste één maand is verschuldigd. Artikel9Termijn van betaling Het staangeld moet worden betaald binnen acht dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving. Artikel10Kwijtschelding Bij de invordering van staangeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel11Machtiging tot overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van de tarieven die zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel12Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van staangeld. Artikel13Inwerkingtreding 1.De "Verordening staangeld Breda 2014", vastgesteld bij raadsbesluit van 23 december 2013, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015. Artikel14Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening staangeld Breda 2015". Aldus besloten in zijn openbare raadsvergadering van 4 december 2014, , de voorzitter. , de griffier.Tarieventabel behorende bij de "Verordening staangeld Breda 2015" Nummers Naam Centrum/ straatnaam Staangeld per maand C.Persoonstraat, Breda 66, 68, 70 en 74 € 119,25 Edisonstraat, Breda 81, 83, 85, 87, 89, 91, 93, 101, 103, 105 en 109 € 117,76 Emerweg, Breda 33, 33a, 35, 35a, 37, 37a, 39a, 41a, 43, 43a en 45a € 116,89 Hamdijk, Breda 11, 13, 15, 21, 27, 29 en 31 € 119,25 J.Catssingel, Breda 2, 2a, 4a, 6a en 8 € 119,25 Nieuwe Inslag, Breda 64, 66, 68, 72 en 74 € 114,63 Pietersberg, Breda 13, 19, 21, 27, 29, 31, 33 en 37 € 119,25 Ruitersboslaan, Breda 53, 53a, 55 en 55b € 119,25 Rijnauwenstraat, Breda 137, 143, 145 en 153 € 116,89 Weegbladtuin, Breda 2, 4, 6, 8, 12, 14, 18, 20, 22, 24, 26, 28 en 30 € 118,45 Veldekens, Breda 1, 3, 6, 7 en 8 € 80,96 Hesseling, Breda 54 € 119,25 Boterbloemstraat, Prinsenbeek 30 € 131,18 Heidehof, Breda 1, 2, 3, 4 en 5 € 84,24 Baarschot, Breda 24, 26, 28, 30, 32, 34, 36 en 38 € 119,25 Hoogeindsestraat, Breda 2, 2a, 3a, 4, 6, 6a, 8 en 8a € 119,25 Minervum, Breda 1304, 1306, 1308, 1310 en 1312 € 119,25 Korte Raamstraat, Breda 2, 4, 6, 8, 10, 12, 14, 16, 18, 20, 22 en 24 € 119,25 Behorende bij raadsbesluit d.d. 4 december 2014 Voor eensluidend afschrift, de griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.