← Nederland

Nadere regels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem 2015 (Arnhem)

Nadere regels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem 2015De nadere regels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem 2015 Artikel1Begrippen 1.In deze nadere regels wordt verstaan onder: Pgb: persoonsgebonden budget; Verordening: Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem 2015; Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; WLZ: Wet langdurige zorg. 2.Begrippen die in deze nadere regels worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de verordening. Artikel2Gebruikelijke hulp De gebruikelijke hulp betreft de normale, dagelijkse zorg die partners, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het: functioneren van het huishouden; geven van begeleiding; én verblijf. Artikel3Criteria begeleiding Begeleiding omvat activiteiten voor een cliënt met een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap, die matige of zware beperkingen heeft op het terrein van: sociale redzaamheid; het bewegen en verplaatsen; het psychisch functioneren; het geheugen en de oriëntatie, of die matig of zwaar probleemgedrag vertonen. Artikel4Activiteiten begeleiding De activiteiten, bedoeld in artikel 3, zijn gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid en hebben als doel opname in een instelling of verwaarlozing te voorkomen. De activiteiten bestaan uit: het ondersteunen bij of oefenen met vaardigheden of handelingen; het ondersteunen bij of oefenen met het aanbrengen van structuur of het voeren van regie; of het overnemen van toezicht op de cliënt. Artikel5Vormen van begeleiding Begeleiding kan bestaan uit: individuele begeleiding, waaronder persoonlijke verzorging; of groepsbegeleiding. Artikel6Aanvullende criteria kortdurend verblijf Een cliënt kan voor kortdurend verblijf in aanmerking komen, als: er sprake is van een somatische, psychogeriatrische of psychiatrische aandoening of beperking, of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap; deze gezien de zorgbehoefte is aangewezen op permanent toezicht; deze gedurende maximaal drie etmalen op de zorg is aangewezen; én ontlasting van de persoon, die gebruikelijke hulp of mantelzorg aan de cliënt levert, noodzakelijk is. Artikel7Afwegingen permanent toezicht Voor de beoordeling of een cliënt is aangewezen op zorg, die gepaard gaat met permanent toezicht, kan het college het volgende afwegen: de cliënt is gezien zijn zorgbehoefte aangewezen op een omgeving die een vorm van toezicht biedt op regelmatige en onregelmatige momenten, zodat de zorgverlening goed kan inspelen op de zorgvraag; de cliënt is gezien zijn zorgbehoefte aangewezen op een omgeving die een vorm van toezicht biedt, die geboden wordt op basis van actieve observatie, die als doel heeft dreigende ontsporing in het gedrag of de gezondheidssituatie te signaleren, waardoor tijdig ingegrepen kan worden en escalatie van onveilige / gevaarlijke/ (levens) bedreigende gezondheids- en /of gedragssituaties kan worden voorkomen. Artikel8Waardering mantelzorgers De waardering voor mantelzorgers, zoals bedoeld in artikel 15.1 van de verordening, wordt nader door het college uitgewerkt. Artikel9Persoonsgebonden budget 1.De hoogte van een pgb wordt bepaald op het in de bijlage bij deze nadere regels van toepassing verklaarde tarief. 2.De hoogte van een pgb voor een zaak wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van de zaak, die de cliënt op dat moment zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt. Als de naturaverstrekking een tweedehandsvoorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en verzekering. 3.Uit een pgb mag niet worden betaald: een bemiddelingsbureau, andere tussenpersonen of belangenbehartigers; de hulp van een partner of huisgenoot die feitelijk gebruikelijke hulp op zich dient te nemen; zorg die zonder toestemming van het college daartoe in het buitenland wordt afgenomen. 4.Een pgb wordt geweigerd: a.voor zover de kosten van een pgb hoger zijn dan de kosten van een goedkoopst adequate voorziening in natura die het college aanbiedt; b.indien er sprake is van een spoedeisende situatie, als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet. Artikel10Persoonsgebonden budget voor sociaal netwerk Uit het pgb mogen personen uit het sociale netwerk worden betaald, mits uit onderzoek naar voren komt, dat de ondersteuning van het sociaal netwerk buiten datgene valt van wat redelijkerwijs van dit netwerk verwacht mag worden. Artikel11Afschrijvingssystematiek voorzieningen 1.De afschrijvingssystematiek voor een voorziening is gebaseerd op de terugkoopregeling met de gecontracteerde leveranciers bij hulpmiddelen. 2.Bij de terugvordering van de waarde van een voorziening, wordt uitgegaan van een gemiddelde afschrijvingstermijn van zeven jaar. 3.Indien rolstoelen zeer intensief zijn gebruikt, kan worden afgeweken van de gemiddelde afschrijvingsduur van 7 jaar, als de budgethouder aannemelijk maakt, dat in verband met bijzondere omstandigheden door intensief gebruik een eerdere afschrijving noodzakelijk is. 4.Indien Wmo-voorzieningen weinig gebruikt worden, kan worden afgeweken van de gemiddelde afschrijvingsduur van 7 jaar en wordt deze verhoogd, omdat de levensduur van de desbetreffende voorziening langer is. Artikel12Terugvordering van een voorziening Indien een cliënt met een pgb een voorziening in eigendom heeft verworven, en hij de voorziening op de door de gemeente bedoelde wijze niet meer gebruikt of niet meer kan gebruiken, moet de cliënt of de nabestaande(n) de voorziening aan de gemeente schenken of een door de gemeente te bepalen restwaarde vergoeden. Artikel13Verrekening van een voorziening Indien een cliënt met een pgb een voorziening in eigendom heeft verworven, en hij de voorziening niet meer gebruikt, omdat deze niet meer adequaat is, dient hij deze voorziening aan de gemeente te schenken, of de restwaarde van de desbetreffende voorziening aan de gemeente te vergoeden of deze te laten verrekenen met een eventueel nieuw toe te kennen pgb. Artikel14Terugvordering persoonsgebonden budget bij tweedehands voorziening 1.Indien een cliënt een pgb ontvangt en met de middelen uit dit budget een tweedehands voorziening wil aanschaffen, dient hij dit bij zijn aanvraag kenbaar te maken. 2.Indien de cliënt een pgb ontvangt voor een nieuwe voorziening en met de middelen uit dit budget een tweedehands voorziening heeft aangeschaft zonder dit aan de gemeente kenbaar te hebben gemaakt, vordert de gemeente het verschil terug tussen het ontvangen pgb en de feitelijke kosten van de tweedehands voorziening. Artikel15Inwerkingtreding Deze nadere regels treden in werking op 1 januari 2015. Artikel16Citeerartikel Deze nadere regels kan worden aangehaald als ‘Nadere regels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Arnhem’. BIJLAGE bij Nadere regels Wmo gemeente Arnhem 2015: PGB tarieven Wmo 2015 Hoogte pgb tarieven / bedragen ingaande 1 januari 2015:Pgb-tarieven voor hulp bij het huishouden:hulp bij het huishouden basis € 15,20 per uur; hulp bij het huishouden maatwerk € 18,37 per uur; hulp bij het huishouden (basis) € 21,44 per uur; (wordt ingekocht bij een thuiszorginstelling); hulp bij het huishouden (maatwerk) € 23,79 per uur. (wordt ingekocht bij een thuiszorginstelling). Hoogte pgb i.v.m. verhuizing Verhuis- en inrichtingskosten : € 2.500,- Hoogte pgb voor vervoer een auto of gesloten buitenwagen in bruikleen : € 650,- per kalenderjaar; een eigen auto of gesloten buitenwagen in bezit : € 1.650,- per kalenderjaar. Hoogte pgb voor een sportrolstoel Sportrolstoel : € 2.270,-; Elektrische sportrolstoel : € 10.000,-. Grensbedrag primaat van de verhuizingHoogte grensbedrag primaat verhuizing : € 25.000,- PGB tarieven voor begeleiding, persoonlijke verzorging en kortdurend verblijf ingaande 1 januari 2015Voor personen, die geen indicatie hebben voor beschermd wonen2015 2015 2014 € Nieuwe overgang- klanten recht Begeleiding individueel 31,18 35,84 35,84 Uurtarief Begeleiding groep zonder vervoer 38,54 44,30 44,30 Dagdeel Persoonlijke verzorging 23,51 27,02 27,02 Uurtarief Kortdurend verblijf 87,87 101,00 101,00 Per etmaal Individuele begeleiding€ 20,00 per uur : voor een persoon uit het informele circuit; Groepsbegeleiding€ 20,00 per dagdeel : voor een persoon uit het informele circuit!; Persoonlijke verzorging€ 20,- per uur : voor een persoon uit het informele circuit Voor personen, die een indicatie hebben voor beschermd wonen (maximale jaarbedragen) € Wel of geen 2015 2015 Begeleiding groep Nieuwe Overgangs- Klanten recht 3GGZ-C Nee 29.803 30.411 3GGZ-C Ja, zonder vervoer 39.339 40.142 4GGZ-C Nee 37.756 38.527 4GGZ-C Ja, zonder vervoer 47.293 48.258 5GGZ-C Nee 40.912 41.747 5GGZ-C Ja, zonder vervoer 50.448 51.478 6GGZ-C Nee 55.858 56.998 6GGZ-C Ja, zonder vervoer 65.394 66.729 Wanneer de cliënt in een wooninitiatief woont, en dit wooninitiatief wordt door het college noodzakelijk en passend geacht, wordt het PGB, op jaarbasis, opgehoogd met een extra toeslag van € 3.920,= (nieuwe klanten) of € 4.000,= (overgangsrecht) Opbouw PGB ZZP-C pakketten: Totaal Wel of geen 2015 2015 2015 2015 2015 Begeleiding groep PV VP BEGL ind BEGL gr ZZP ophoging 3GGZ-C Nee 4.369 0 22.169 0 3.265 29.803 3GGZ-C Ja, zonder vervoer 4.369 0 22.169 9.536 3.265 39.339 4GGZ-C Nee 4.369 13.715 16.407 0 3.265 37.756 4GGZ-C Ja, zonder vervoer 4.369 13.715 16.407 9.536 3.265 47.293 5GGZ-C Nee 7.997 7.481 22.169 0 3.265 40.912 5GGZ-C Ja, zonder vervoer 7.997 7.481 22.169 9.536 3.265 50.448 6GGZ-C Nee 16.709 13.715 22.169 0 3.265 55.858 6GGZ-C Ja, zonder vervoer 16.709 13.715 22.169 9.536 3.265 65.394

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.