VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERINGVAN HAVEN-, KADE- EN OPSLAGGELD 2015Artikel1Aard der heffing 1.Onder de naam kadegeld c.q. opslaggeld wordt een recht geheven voor het gebruik of genot van een gemeentelijke kade, opslag of loswal (hierna te noemen "kade"), gelegen aan openbaar vaarwater in de gemeente. 2.Onder de naam havengeld wordt een recht geheven voor het innemen van een ligplaats met een woonschip in de gemeentelijke woonschepenhaven, in de havens en aan de oevers in Earnewâld, genoemd in deze verordening en de bijbehorende tabel. Artikel2Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vaartuigen : alle soorten vaartuigen en drijvende voorwerpen; woonschip : schip dat uitsluitend of in hoofdzaak gebezigd wordt of bestemd is voor bewoning; ligplaats : plaats in het water, bestemd of aangewezen om door een woonschip bij verblijf te worden ingenomen met bijbehorende voorzieningen; abonnement : het voor een bepaalde tijd verzekeren van een bepaald recht; ton : 1.000 kilogram; dag : een etmaal of een gedeelte daarvan; week : een tijdvak van zeven achtereenvolgende dagen of een gedeelte daarvan; maand : een kalendermaand of een gedeelte daarvan; kwartaal : een tijdvak van drie achtereenvolgende maanden of een gedeelte daarvan; jaar : een kalenderjaar of een gedeelte daarvan. Artikel3Belastingplicht 1.Het kadegeld wordt geheven van de gezagvoerder, de eigenaar of de gebruiker van het vaartuig, dat aan de opslag aanlegt of al dan niet door middel van een overslagvaartuig daaraan laadt of lost. 2.Het opslaggeld wordt geheven van de rechthebbende of de geadresseerden of verzenders van de materialen of voorwerpen, die zich op de opslag bevinden, of door hen, die deze materialen of goederen op de opslag deponeren. 3.Het havengeld wordt geheven van de eigenaar of de gebruiker van het vaartuig. Artikel4Wijze van heffing 1.De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende nota of kennisgeving waarop het verschuldigde bedrag wordt vermeld. 2.Het college van burgemeester en wethouders stelt het model van de in het eerste lid bedoelde nota vast. Artikel5Maatstaf van heffing en tarieven 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bijbehorende tarieventabel. 2.Wanneer een abonnement wordt genomen of opnieuw wordt genomen, vindt geen verrekening plaats met reeds eerder betaalde rechten. 3.De abonnementen moeten schriftelijk worden aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders. Artikel6Vrijstellingen 1.Geen kadegeld wordt geheven: voor het verblijf van vaartuigen aan een opslag gedurende de zondagen of algemeen erkende christelijke feestdagen; voor hospitaalschepen; voor vaartuigen, eigendom van of varende voor het Rijk of de provincie, mits niet bestemd om personeel of goederen tegen betaling te vervoeren; voor oorlogsvaartuigen van vreemde naties; voor het verblijf van vaartuigen, die ten gevolge van ijsvorming niet kunnen vertrekken. 2.Geen opslaggeld wordt geheven voor goederen of materialen opgeslagen op door de gemeente verhuurde gedeelten van de opslagplaatsen. 3.Geen havengeld wordt geheven voor de woonschepenhaven te Earnewâld voor woonschepen die ten hoogste veertien dagen in een kalenderjaar van deze haven gebruik maken. Artikel7Betaling 1.De haven-, kade- en opslaggelden moeten, behoudens het bepaalde in het tweede lid worden voldaan op het tijdstip waarop een ligplaats wordt ingenomen, onderscheidenlijk het gebruik als bedoeld in artikel 1 een aanvang neemt, dan welk op het tijdstip waarop een abonnement wordt aangevraagd. 2.Indien het verschuldigde bedrag niet op het in het eerste lid genoemde tijdstip kan worden vastgesteld (zomede in geval van verlenging van voor een bepaalde termijn verstrekte vergunning) moeten de haven-, kade- en opslaggelden, worden voldaan binnen 4 weken na de dagtekening van de in artikel 4 bedoelde nota. 3.De rechten als bedoeld in punt
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.