Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2015 Raadsbesluit Voorstelnummer : 14RV000059 Onderwerp : Vaststellen belastingverordeningen 2015 De raad van de gemeente Baarn gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 11 november 2014; gehoord het Debat in de raad d.d. 10 december 2014; - gelet op artikel 223, van de Gemeentewet; Besluit: vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN EEN FORENSENBELASTING 2015 Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet. Artikel 2 Belastbaar feit en belastingplicht Onder de naam “forensenbelasting” wordt een directe belasting geheven van natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel 3 Vrijstellingen Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een vertegenwoordigend openbaar lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft. Artikel 4 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar is vastgesteld. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde, indien de heffingsmaatstaf voor de onroerendezaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken. Ingeval geen heffingsgrondslag voor de onroerendezaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de waarde. De vaststelling van de waarde bedoeld in het tweede en derde lid geschiedt overeenkomstig de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast. Artikel 5 Belastingtarief De belasting bedraagt bij een waarde van: € 200.000 of minder € 266,00 meer dan € 200.000, doch minder dan € 300.000 € 772,00 € 300.000 of meer € 980,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.