Beleids- en nadere regels jeugdhulp 2015Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lelystad, gelet op de Jeugdwet, Overwegende dat het college bevoegd is nadere regels vast te stellen met betrekking tot de uitvoering van deze wet; B E S L U I T: Vast te stellen de hierna volgende beleids- en nadere regels jeugdhulp 2015. In het beleidsplan jeugdhulp 2015 – 2019 ‘Kansrijk opgroeien in Lelystad’ is het door het gemeentebestuur te voeren beleid vastgesteld. Op grond van de Jeugdwet is de verordening Jeugdhulp Lelystad 2015 vastgesteld door de raad. In de verordening word verwezen naar nadere regels. In het nu voorliggende document staan deze regels alsmede de beleidsregels nader uitgewerkt. Het beleidsplan jeugdhulp, de verordening en deze beleids- en nadere regels zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Hoofdstuk1Algemene uitgangspunten Artikel1Begripsomschrijvingen In artikel 1.1. van de Jeugdwet en in artikel 1 van de Verordening Jeugdhulp Lelystad 2015 worden een aantal begrippen omschreven. Deze begrippen zijn voor zover zij voorkomen in dit besluit ook van toepassing op deze beleids- en nadere regels. Hoofdstuk2Toegang tot jeugdhulp Artikel2Beschikbare voorzieningen 2.1 Het overzicht van de beschikbare overige (preventieve) en individuele voorzieningen is te vinden op http://www.lelystad.nl/decentralisatie. 2.2.Het overzicht van de beschikbare voorzieningen wordt jaarlijks aan de hand van de inkoop tijdig bijgesteld. Artikel3Jeugd- en gezinsteam 3.1.Het jeugd- en gezinsteam is verantwoordelijk voor de inzet van jeugdhulp. 3.2.Het jeugd- en gezinsteam is bereikbaar middels doorgeleiding via de basisvoorzieningen, huisartsen, medisch specialisten of jeugdartsen. 3.3.Het jeugd- en gezinsteam kan op basis van signalen ook zelf contact zoeken met betrokkene(n). Artikel4Toegang via gecertificeerde instelling, kinderrechter of openbaar ministerie 4.1.De gecertificeerde instelling, de kinderrechter of het openbaar ministerie is gehouden aan de door de gemeente ingekochte jeugdhulp. 4.2.De gecertificeerde instelling is verplicht om bij bepaling van de in te zetten jeugdhulp deze af te stemmen met het Jeugd en Gezinsteam. 4.3.Het jeugd- en gezinsteam is gehouden om de jeugdhulp in te zetten die deze partijen nodig achten om de opgelegde maatregel uit te kunnen voeren. Artikel5Woonplaatsbeginsel 5.1.De verantwoordelijke gemeente is in beginsel de gemeente waar de ouder met gezag woont. 5.2.Bij een verhuizing, een wijziging in het gezag of als de jeugdige meerderjarig wordt, verandert de situatie. 5.3.Als ouders na een echtscheiding in verschillende gemeenten wonen en de jeugdige bij beide ouders woont, moet er een hoofdverblijf worden aangewezen. De rechter kan bij de scheidingsuitspraak het hoofdverblijf bepalen. 5.4.Als het hoofdverblijf niet door de rechter is bepaald, geven de ouders aan wat het hoofdverblijf van de jeugdige is. Kunnen of willen de ouders dit niet aangeven dan gaan de twee desbetreffende gemeenten met elkaar in overleg. Artikel6Ouderbijdrage jeugdhulp 6.1.Een ouderbijdrage is verschuldigd voor alle jeugdhulp waarbij sprake is van verblijf buiten het gezin (gedurende een etmaal of een dagdeel). 6.2.Er wordt geen ouderbijdrage geheven bij verblijf in een justitiële jeugdinrichting of bij voogdij of crisisplaatsing. 6.3.De ouderbijdragen zijn inkomensonafhankelijk. De hoogte van het inkomen heeft geen invloed op de hoogte van de ouderbijdrage. 6.4.De hoogte van de ouderbijdrage is wel afhankelijk van de leeftijd van het kind en van het aantal dagdelen en/of etmalen jeugdhulp. 6.5.De ouderbijdrage wordt op aangeven van de gemeente geïnd door het CAK. Hoofdstuk3Persoonsgebonden budget Artikel7Financiële voorwaarden 7.1.De hoogte van het Persoonsgebonden budget (PGB) voor professionele ondersteuning is gelijk aan maximaal 75% van de minimum voor adequate zorg in natura. 7.2.Een PGB voor ondersteuning door een persoon behorend tot het sociale netwerk is gelijk aan maximaal 50% van de minimum voor adequate zorg in natura. 7.3.Alle tarieven zijn inclusief reis- en administratiekosten, deze kosten worden niet separaat vergoed. 7.4.Een PGB kan niet worden ingezet voor een feestdagenuitkering. 7.5.Voor inwoners in de gemeente Lelystad geldt geen vrij besteedbaar bedrag. 7.6.Tussenpersonen of belangbehartigers mogen niet uit het PGB worden betaald. 7.7.Het gebruik van het PGB in het buitenland is uitgesloten. Artikel8Voorwaarden voor betrekken van Jeugdhulp van een persoon die behoort tot het sociale netwerk Tot het sociale netwerk worden personen gerekend uit de huiselijke kring en andere personen met wie iemand een sociale relatie onderhoudt. Bij deze laatste groep kan gedacht worden aan familieleden die niet in hetzelfde huis wonen en buren, vrienden of kennissen. Er sprake is van een langdurige, omvangrijke en frequente ondersteuningsvraag. Er kan gemotiveerd worden aangetoond dat de inzet van het PGB leidt tot een betere en effectievere ondersteuning die aantoonbaar doelmatig is. De motivatie wordt onderbouwd door een door de aanvrager opgesteld budgetplan. Het PGB kan niet worden ingezet voor behandeling en kortdurend verblijf door een persoon behorende tot het sociaal netwerk. Als de dienst zorg omvat waarvoor krachtens landelijk geldende kwaliteitscriteria een minimale opleiding vereist is, beschikt deze persoon over de desbetreffende kwalificatie. De persoon, behorende tot het sociaal netwerk, heeft aangegeven dat de zorg aan de belanghebbende voor hem niet tot overbelasting leidt. De persoon, behorende tot het sociaal netwerk, is in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens van personen die in hun opdracht beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger in contact kunnen komen met jeugdigen of ouders aan wie de jeugdhulpaanbieder jeugdhulp verleent. Een verklaring is niet eerder afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop betrokkene is gaan werken voor de aanvrager. De kwaliteit van de voorziening moet voldoende zijn om de gestelde doelen in het hulpverleningsplan te kunnen realiseren. De geleverde voorziening wordt afgestemd met de persoonlijke situatie van de aanvrager en eventuele andere vormen van hulp/zorg in het gezin. De kwaliteit van hulp moet in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht worden verleend en zijn afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige. De persoon, behorende tot het sociale netwerk, doet melding van iedere calamiteit of geweld die bij de verlening van jeugdhulp of bij de uitvoering ervan plaatsvindt. De persoon stelt een vertrouwenspersoon in de gelegenheid zijn taak uit te oefenen. Artikel9Trekkingsrecht en rol SVB 9.1.Er worden geen middelen rechtstreeks beschikbaar gesteld aan de PGB-houder. 9.2.De middelen van het vastgestelde PGB worden door de gemeente overgedragen aan de SVB. 9.3.De SVB zal op basis van declaratie de hulpverlenende instantie of persoon rechtstreeks bekostigen. Hoofdstuk4Medezeggenschap Artikel10Medezeggenschap cliëntenvertegenwoordigers en ingezetenen Een cliëntenraad die zich richt op de medezeggenschap met betrekking tot de uitvoering van de jeugdwet adviseert het college gevraagd en ongevraagd over de voorbereiding, vaststelling, uitvoering en evaluatie van het jeugdbeleid, conform hetgeen is vastgesteld bij verordening. Het college evalueert periodiek haar Jeugdbeleid, gedeeltelijk online en gedeeltelijk in een bijeenkomst waar ingezetenen gevraagd en ongevraagd het college kan adviseren. Wanneer het college in zijn besluitvorming afwijkt van het advies van een cliëntenraad die zich richt op de medezeggenschap met betrekking tot de uitvoering van de jeugdwet of het advies van de ingezetenen informeert het college desbetreffende hierover schriftelijk. Daarbij wordt aangegeven op welke gronden van het advies wordt afgeweken. Hoofdstuk5Algemeen Artikel12Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2015. Artikel13Citeertitel Deze beleids- en nadere regels worden aangehaald als ‘Beleids- en nadere regels jeugdhulp 2015’. Lelystad, 16 december 2014. Het college van de gemeente Lelystad, de secretaris, de burgemeester, Toelichting beleidsregels Toegang tot jeugdhulpJeugd- en gezinsteam De jeugd- en gezinsteams zijn ten behoeve van de ondersteuning van jeugdigen en gezinnen met complexere problematiek. Zij ontwikkelen zicht tot zelfsturende teams die beschikken over diverse expertise, bestaan uit generalistische werkers en bewerkstelligen door het arrangeren van ondersteuning op maat dat een geringer beroep op dure specialistische zorg nodig is. De jeugd- en gezinsteam werken gebiedsgericht. De hulpverleners van het jeugd- en gezinsteam gaan aan de slag als er signalen zijn van complexere problemen op meerdere leefgebieden of problemen bij meerdere gezinsleden. Samen met het gezin bepalen zij wat de ondersteuningsbehoefte is. Zij bieden de hulp in het gezin, passend en nabij. Er is één aanspreekpunt voor het gezin: één gezin, één plan, één regisseur. Zij regelen dat zwaardere of juist lichtere hulp wordt ingezet op het juiste moment. Woonplaatsbeginsel Bij het bepalen van het woonadres wordt aangesloten bij de inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP). Als een jeugdige zelf, of zijn of haar gezagsdrager, niet heeft gezorgd voor de inschrijving in de BRP, moet hij of zij gewezen worden op zijn of haar wettelijke plicht om zich in te schrijven. Als er geen inschrijving in de BRP is, wordt gekeken naar het werkelijke verblijf van de gezagsdrager. Als de woonplaats van de gezagsdragers onbekend is, geldt het werkelijk verblijf van de jeugdige op het moment van de hulpvraag. Als de gezagsdrager(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.