Treasurystatuut 2015 gemeente Kaag en BraassemBurgemeester en wethouders van de gemeente Kaag en Braassem; gelet op het bepaalde in artikel 16 van de Financiële verordening gemeente Kaag en Braassem 2014; besluit: vast te stellen het navolgende: Treasurystatuut 2015 gemeente Kaag en Braassem HoofdstukIBegrippenkader Artikel1 In dit statuut wordt verstaan onder: Derivaten: Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren; Drempelbedrag: Het maximale bedrag op de rekening-courant bij de bank van de gemeente. Alles wat boven dit drempelbedrag komt wordt automatisch ten gunste van de schatkist gebracht; EMU-Saldo: Het saldo van de ontvangsten en de uitgaven van de collectieve sector in een jaar, zijnde het netto financieringssaldo van de collectieve sector, berekend overeenkomstig de voorschriften van het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie; Financiering: Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen; Geldstromenbeheer: Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de gemeente zelf als tussen de gemeente en derden (betalingsverkeer); Intern liquiditeitsrisico: De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitsplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen; Intradaglimiet: De intradaglimiet geeft het maximale bedrag weer dat de gemeente per dag van de schatkistbankierenwerkrekening ten laste van de rekening-courant bij de schatkist kan opnemen; Kasgeldlimiet: Een bedrag, op basis van de Wet Fido, ter grootte van een percentage van het totaal van de begroting van de gemeente bij aanvang van het jaar; Koersrisico: Het risico dat de financiële activa van de gemeente in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen; Kredietrisico: De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit; Liquiditeitsbeheer: Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar; Liquiditeitsplanning: Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid; Overtollige (liquide) middelen: Alle middelen die niet onmiddellijk nodig zijn voor publieke taak; Publieke taak: De overheid kan/mag iets tot haar publieke taak rekenen wanneer het particuliere bedrijfsleven niet of tegen bijzonder hoge kosten in een voorziening voorziet, waardoor deze niet of voor velen niet bereikbaar is; Rating: De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier; Renterisico: Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen; Renterisiconorm: Een bij de aanvang van het jaar op basis van de Wet Fido gefixeerd percentage van het totaal van de begroting van de gemeente dat bij de realisatie niet mag worden overschreden; Rentetypische looptijd: Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding; Rentevisie: Toekomstverwachting over de renteontwikkeling; Saldobeheer: Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen; Schatkist: De rekening-courant / deposito bij het ministerie van Financiën; Schatkistbankieren: Het door decentrale overheden aanhouden van overtollige middelen in de schatkist; Treasurycommissie: Een commissie die bestaat uit: de portefeuillehouder Financiën, manager Bedrijfsvoering & Middelen, teamleider Financiën en de treasurer; Treasuryfunctie: De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer; Treasurer: De medewerker die binnen de gemeente belast is met het uitvoeren van het treasurybeleid. Bij de gemeente Kaag en Braassem zijn deze werkzaamheden ondergebracht bij een medewerker financieel beheer; Uitzetting: Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer; Wet Fido: De Wet financiering decentrale overheden. HoofdstukIIDoelstellingen van de treasuryfunctie Artikel2 De treasuryfunctie van de gemeente dient tot: het verzekeren van duurzame toegang tot de financiële markten tegen acceptabele condities en bedingen; het beschermen van gemeentelijke vermogens- en/of (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s; het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Gemeentewet, de wet Fido en binnen de limieten en richtlijnen van dit Treasurystatuut; het genereren van informatie ter ondersteuning van het te voeren treasurybeleid en de af te leggen verantwoording over het gevoerde beheer. HoofdstukIIIRisicobeheer Artikel3 Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: het college van B&W mag leningen of garanties uit hoofde van de “publieke taak” uitsluitend verstrekken aan door de Gemeenteraad goedgekeurde derde partijen, waarbij vooraf advies wordt ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij; het college van B&W kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut; bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak worden waar mogelijk zekerheden of garanties geëist; bij het afgeven van garanties wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande waarborgfondsen, om de risico’s voor de gemeente zo laag mogelijk te laten zijn; door invoering van het schatkistbankieren kunnen overtollige (liquide) middelen alleen nog worden gestort in de schatkist; het gebruik van derivaten is niet toegestaan; het aanhouden van kassen, anders dan de legeskas bij team Burgerzaken, is niet toegestaan; het uitzetten van geldmiddelen in de vorm van deelnemingen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen vindt plaats conform de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 160 van de Gemeentewet. HoofdstukIVRenterisicobeheer Artikel4 1.De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet Fido. 2.De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet Fido. 3.Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie, de liquiditeitsplanning en de actuele rentestand. 4.Om renterisico’s te beperken en het resultaat te optimaliseren wordt het aantrekken van externe financieringsmiddelen zoveel mogelijk beperkt; primair worden de beschikbare interne financieringsmiddelen aangewend. 5.De rentevisie van de gemeente wordt verwoord in de paragraaf Financiering van de programmabegroting en is gebaseerd op de rentevisie van de BNG. 6.Binnen de kaders, gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft de gemeente naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen en uitzettingen. HoofdstukVKredietrisicobeheer Artikel5 Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak worden zoveel mogelijk zekerheden of garanties geëist. HoofdstukVIIntern liquiditeitsrisicobeheer Artikel6 1.De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitsplanning (looptijd tot één jaar), alsmede een globale meerjarige liquiditeitsplanning die aansluit op het meerjareninvesterings-programma. 2.Betalingen en ontvangsten boven de € 50.000 worden zo vroeg mogelijk door de managers gemeld aan de treasurer. HoofdstukVIIValutarisicobeheer Artikel7 Valutarisico’s worden uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s. HoofdstukVIIIFinanciering Artikel8 Bij het aantrekken van financiële middelen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten: financiële middelen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; externe financieringsmiddelen worden zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken om de renterisico’s te beperken en het renteresultaat zo optimaal mogelijk te maken; het aangaan van een onderhandse lening is het enige toegestane instrument bij het aantrekken van externe financiële middelen; alvorens een financiering wordt aangetrokken, worden er offertes opgevraagd bij minimaal 3 instellingen; het aantrekken van financiële middelen met het oogmerk deze winstgevend weg te zetten, is niet toegestaan. HoofdstukIXUitzettingen Artikel9 1.Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 3, 4, 5 en 7 genoemde voorwaarden; 2.Bij het uitzetten van overtollige (liquide) middelen is het uitgangspunt het realiseren van een zo hoog mogelijk rendement; 3.Het drempelbedrag voor de gemeente is gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal met een minimum van € 250.000; HoofdstukXRelatiebeheer Artikel10 De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten en hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: de rating van de financiële instellingen moet ten minste een AA-rating zijn. Deze rating moet zijn afgegeven door twee van de volgende erkende ratingbureaus: Moody’s, Standard & Poors, Fitch of DBRS; financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of Europees Economische Ruimte (EER)-toezicht te vallen; tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en daarvan een vergunning als makelaar te hebben ontvangen. HoofdstukXIGeldstromenbeheer Artikel11 Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt: het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op basis van de liquiditeitsplanning op elkaar af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig worden nagekomen; het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank. HoofdstukXIISaldo- en liquiditeitsbeheer Artikel12 Voor het uitzetten en aantrekken van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode korter dan een jaar (saldo- en liquiditeitsbeheer) gelden de volgende specifieke richtlijnen: De gemeente streeft naar concentratie van de overtollige liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities; Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat dan kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt – conform artikel 4 lid 1 - de kasgeldlimiet niet overschreden; Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant; alvorens middelen worden aangetrokken met een looptijd korter dan één jaar, worden er offertes opgevraagd bij minimaal 2 instellingen; HoofdstukXIIIUitgangspunten administratieve organisatie en interne beheersing Artikel13 In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle: De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd in de artikelen 14 en 15; Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vierogenprincipe); de uitvoering en controle geschieden door afzonderlijke functionarissen; de uitvoering en registratie in de financiële administratie geschieden door afzonderlijke functionarissen. HoofdstukXIVVerantwoordelijkheden Artikel14 De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd. Functie Verantwoordelijkheden De gemeenteraad - Het vaststellen van treasurydoelstellingen, het treasurybeleid en beleidskaders; - Het houden van toezicht op het treasurybeleid en de uitvoering hiervan aan de hand van de paragraaf Financiering in de begroting en de jaarrekening als onderdeel van de Planning&Controlcyclus College van B&W - Het uitbrengen van advies over beleidsvoorstellen en rapportages op het gebied van treasury aan de gemeenteraad; - Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid) en het betalingsverkeer; - Het achteraf bekrachtigen van de afgesloten transacties (bij een looptijd > 1 jaar); - Het rapporteren aan de gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid in de financieringparagraaf. De portefeuillehouder Financiën - Het uitvoeren van het treasurybeleid en het betalingsverkeer. Treasurycommissie - Het uitbrengen van advies in beleidsvoorstellen op het gebied van treasury aan het college van B&W; - Het rapporteren aan het college van B&W over de uitvoering van de treasuryactiviteiten; - Het ondersteunen en voorbereiden van de besluitvorming t.a.v. het treasurybeleid; - Het adviseren van het college van B&W over het gebruik van complexe financiële producten en afwijkingen van de bepalingen uit het treasurystatuut; - Het uitbrengen van advies aan het college van B&W over complexe financiële vraagstukken en in crisissituaties. Controllerfunctie (= businesscontroller) - Het bewaken van de kwaliteit van de treasuryprocessen; - Het controleren van de volledigheid, rechtmatigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening van de treasuryfunctie en hierover rapporteren aan het college van B&W; - Het uitvoeren van verbijzonderde interne controle op de teasuryactiviteiten; - Het adviseren over de kaders (ontwikkelingen in wet- en regelgeving) en implementatie in brede zin (administratieve organisatie). De managers / budgethouders - Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van betrouwbare operationele informatie over toekomstige geldstromen aan de treasurer; - Het fiatteren van betalingen en ontvangsten, ten laste c.q. ten gunste van hun budgetten. Treasurer (= medewerker financieel beheer) - Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasurygebied; - Het invulling geven aan de feitelijke uitvoering van de treasuryfunctie; - Het uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer) en kasbeheer. Deze activiteiten moeten conform dit treasurystatuut en de paragraaf Financiering worden uitgevoerd en de transacties dienen geautoriseerd te zijn door de manager Bedrijfsvoering & Middelen; - Het beheren van de geldstromen en verwerken van informatie van de budgethouders in een liquiditeitsplanning; - Het onderhouden van contacten met banken en overige financiële instellingen. De kassier - Het overboeken van saldi tussen bankrekeningen; - Het afhandelen van het constante en girale betalingsverkeer; - Het rapporteren aan de manager Bedrijfsvoering & Middelen over de uitvoering van de aan hem gemandateerde bevoegdheden. Financiële administratie - Het juist en volledig administreren van de bezittingen, schulden, inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in de financiële administratie. De externe accountant - Het in het kader van zijn reguliere controletaak adviseren en controleren over de feitelijke naleving van het treasurystatuut. HoofdstukXVBevoegdheden Artikel15 In onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot treasuryactiviteiten weergegeven en de daarbij benodigde fiattering. Bevoegd functionaris Autorisatie door Saldo-, liquiditeits- en geldstromenbeheer
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.