Beleidsregels “toepassen planologische afwijkingen” Considerans Wij hebben in overweging genomen dat het wenselijk is om in beleidsregels vooraf invulling te geven aan onze bevoegdheid om een afwijking van bestemmingsplan-regels via een omgevingsvergunning te weigeren dan wel toe te staan zodat:
(3)toepassing van artikel 4 Bor en toepassing van de buitenplanse omgevings-vergunning ex artikel 2.12, lid 1, onder a 3° Wabo zeer terughoudend worden toegepast; Gezien hetgeen hierboven is vermeld, nemen wij de navolgende beslissing; Burgemeester en wethouders van de gemeente Terschelling: Besluiten: tot vaststelling van de beleidsregels “toepassen planologische afwijkingen”. Aldus besloten in vergadering van 8 juli 2014 door J.H. Bats (burgemeester), T.D. de Jong, J. Hoekstra-Sikkema en H.K. van der Wielen (wethouders), in het bijzijn van H.M. de Jong (secretaris). ___________________ _____________________ H.M. de Jong, J.H. Bats, Secretaris burgemeester Hoofdstuk1Nieuw Hoofdstuk Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.1Begripsbepalingen 1 Niet voorziene activiteiten: ontwikkelingen waarover pas na de vaststelling van het betreffende bestemmingsplan voor het eerst op landelijk, regionaal of plaatselijk niveau discussies zijn ontstaan en uitmonden in activiteiten die kennelijk in een behoefte voorzien; 2 Gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden: de mogelijkheden om gronden en daarop toegelaten bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te gebruiken. 3 Mantelzorg: zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een hulpbehoevende door één of meerdere leden van diens directe omgeving, waarbij zorgverlening direct voortvloeit uit de sociale relatie [omschrijving die door de Nationale Raad voor de Volksgezondheid is vastgesteld]. 4 Onevenredige afbreuk: wanneer een activiteit niet kan voldoen aan de nadere precisering en concretisering van de algemene toetsingscriteria, zijnde de leden 4 tot en met 10; 5 Straat- en bebouwingsbeeld: ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen, dient gestreefd te worden naar het instandhouden c.q. tot-stand-brengen van een, in stedenbouwkundig opzicht, samenhangend bebouwingsbeeld. In het algemeen zal bij bebouwing worden gestreefd naar: - een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; - een goede bouwhoogte-/breedte-verhouding tussen de bebouwing onderling; - een samenhang in bouwvorm/architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is. 6 Woonsituatie: ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten bouwwerken, werken en andere gebruiksvormen, dient rekening te worden gehouden met het instandhouden c.q. garanderen van een redelijke lichttoetreding alsmede de aanwezigheid van voldoende privacy. 7 Verkeersveiligheid: ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen, dient rekening te worden gehouden met het instandhouden c.q. tot- stand-brengen van een verkeersveilige situatie, door het garanderen van vrije uitzichthoeken bij kruisingen van wegen en bij uitritten. 8 Sociale veiligheid: ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen, dient voorkomen te worden dat een ruimtelijke situatie ontstaat die niet sociaal controleerbaar, onoverzichtelijk en onherkenbaar is; 9 Milieusituatie: ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen, dient rekening te worden gehouden met de milieuaspecten, zoals hinder voor omwonenden en een verkeersaantrekkende werking. In het bijzonder dient er bij de situering en omvang van milieubelastende functies op te worden gelet dat de uitbreiding of nieuwvestiging van milieugevoelige functies niet wordt beperkt. Omgekeerd dient er bij uitbreiding of nieuwvestiging van milieugevoelige functies op te worden gelet dat bestaande milieubelastende functies niet in hun functioneren worden beperkt. 10 Brandveiligheid: ten aanzien van de situering van bouwwerken, dient rekening te worden gehouden met het instandhouden c.q. tot-stand-brengen van een brandveilige situatie; 11 Gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden: ten aanzien van de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen, dient rekening te worden gehouden met de gebruiksmogelijkheden binnen andere bestemmingen, indien deze daardoor onevenredig negatief kunnen worden beïnvloed. Artikel1.2Beleidsnotities waaraan moet worden getoetst Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt aan de relevante beleidsnotitie(s) getoetst, zoals: a. Beleidsnotitie Telecommunicatie-antennemasten Terschelling; b. Beleidsregels kamperen; c. Horecabeleid Terschelling; d. Landschapsontwikkelingsplan; e. Strandnotitie; f. Toeristische toekomstvisie; g. Welstandsnota; h. Woonplan Terschelling 2008-2016; i. overige relevante beleidsnotities van de gemeente Terschelling. Hoofdstuk2De binnenplanse planologische afwijking (artikel 2.12, lid 1, onder a, 1o Wabo) Artikel2.1Binnenplanse planologische afwijking verlenen, tenzij… Binnenplanse planologische afwijking wordt verleend als aan de voorwaarden wordt voldaan, genoemd in de binnenplanse afwijkingsregels van het vigerende bestemmingsplan. Hoofdstuk3De buitenplanse planologische afwijking, artikel 4 bijlage II Besluit omgevingsrecht (artikel 2.12, lid 1 onder a, 2o Wabo) Artikel3.1Geen toepassing artikel 4 bijlage II Bor, tenzij … 1 Artikel 4, bijlage II Bor wordt in beginsel niet toegepast binnen een termijn van zeven jaar na vaststelling van een bestemmingsplan. 2 Lid 1 geldt niet als het een activiteit betreft genoemd in de artikelen 3.2 tot en met 3.
- 3 De activiteit, genoemd in artikel 3.2 tot en met 3.6 mag geen onevenredige afbreuk doen aan: a. het straat- en bebouwingsbeeld ter plaatse; b. de milieusituatie van het perceel en omliggende percelen; c. de verkeersveiligheid op het perceel en de openbare weg én d. de gebruiksmogelijkheden van het eigen perceel en de aangrenzende percelen. Artikel3.2Niet voorzienbare activiteit Artikel 4, bijlage II Bor wordt slechts toegepast indien: a. de activiteit op het tijdstip van vaststelling van een bestemmingsplan nog niet voorzien kon zijn of zelden voorkomt en daarom niet in het bestemmingsplan is geregeld en b. voldoet aan het gestelde in artikel 3.1, lid
- Artikel3.3Geen toepassing van artikel 4, lid 1, bijlage II Bor, tenzij… 1 Aan artikel 4, lid 1, bijlage II Bor wordt in beginsel geen toepassing gegeven. 2 Lid 1 geldt niet in de gevallen genoemd in artikel 3.4a en 3.4b. 3 Als bebouwde kom in de zin van artikel 4, lid 1, bijlage II Bor geldt het gearceerde gebied op de als bijlage toegevoegde kaart met onderwerp “Bebouwde kom (behorende bij de beleidsregels toepassen planologische afwijking)”. Artikel3.4aBijbehorend bouwwerk: mantelzorg 1 Artikel 4, lid 1, bijlage II Bor wordt slechts toegepast als sprake is van: a. een aantoonbare noodzaak op basis van mantelzorg; b. een vrijstaand bouwwerk met een oppervlakte van maximaal 45 m² en een hoogte van maximaal 3,30 meter, geplaatst op het achtererf én dat verwijderd wordt als de mantelzorgvraag is beëindigd of opgehouden. 2 De aantoonbare noodzaak en de tijdelijkheid van het vrijstaande bouwwerk, in lid 1, onder a en b bedoeld, moet uit de aanvraag blijken. 3 Tevens moet de aanvraag voldoen aan het bepaalde in artikel 3.1, lid
- Artikel3.4bBijbehorend bouwwerk: bestaande goothoogtes en dakhellingen 1 Artikel 4, lid 1, bijlage II Bor wordt slechts toegepast als de strijdigheid met de bestemmingsplanregels wordt veroorzaakt doordat aansluiting wordt gezocht bij bestaande goothoogtes en dakhellingen van een hoofdgebouw en of bijgebouw. 2 Als de bestaande dakhelling van een hoofdgebouw afwijkt van de bestemmingsplanregels mag een uitbreiding van dat hoofdgebouw dezelfde dakhelling bedragen. 3 Als de bestaande dakhelling van een bijgebouw afwijkt van de bestemmingsplanregels mag een uitbreiding van dat bijgebouw dezelfde dakhelling bedragen. 4 Als de bestaande goothoogte van een hoofdgebouw afwijkt van de bestemmingsplanregels mag een uitbreiding van dat hoofdgebouw dezelfde goothoogte hebben. 5 Als de bestaande goothoogte van een bijgebouw afwijkt van de bestemmingsplanregels mag een uitbreiding van dat bijgebouw dezelfde goothoogte hebben. 6 Tevens moet de aanvraag voldoen aan het bepaalde in artikel 3.1, lid
- Artikel3.5Geen toepassing van artikel 4, lid 5, bijlage II Bor, tenzij… 1 Artikel 4, lid 5, bijlage II Bor wordt slechts toegepast als een antenne-installatie: a. is bedoeld voor algemene telecommunicatiedoeleinden waarbij sprake is van ‘site-sharing’ én b. past binnen de uitgangspunten in de Beleidsnotitie Telecommunicatie- antennemasten Terschelling. 2 Tevens moet de aanvraag voldoen aan het bepaalde in artikel 3.1, lid
- Artikel3.6Geen toepassing van artikel 4, lid 9, bijlage II Bor, tenzij… Artikel 4, lid 9, bijlage II Bor wordt slechts toegepast als:
- sprake is van door de aanvrager aangetoonde noodzaak en a. de omgevingsbelasting vermindert of neutraal blijft én b. de activiteit niet plaats vindt binnen de bestemming “Bedrijf”, “Recreatie” en “ Wonen”, of,
- een aantoonbare noodzaak bestaat op basis van mantelzorg waarbij het gebruik van het (vrijstaand) bijgebouw voor bewoning wordt beëindigd als de mantelzorgvraag is beëindigd of opgehouden.
- Tevens moet de aanvraag voldoen aan het bepaalde in artikel 3.1, lid
- Hoofdstuk4Projectomgevingsvergunning (artikel 2.12, lid 1, onder a, 3° Wabo) Artikel4.1Geen projectomgevingsvergunning, tenzij … 1 Artikel 2.12, lid 1, aanhef, onder a, 3° Wabo wordt in beginsel niet toegepast binnen een termijn van 7 jaar na vaststelling van een bestemmingsplan. 2 Lid 1 geldt niet als: a. de activiteit op het tijdstip van vaststelling van het geldende bestemmingsplan nog niet voorzien kon zijn en/of een algemeen of maatschappelijk belang vertegenwoordigt dat afwijking van het geldend bestemmingsplan rechtvaardigt én b. past in een door de raad of het college vastgesteld beleidsplan én c. niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening én d. een procedure tot herziening van het geldende bestemmingsplan op het tijdstip van indiening van de vergunningaanvraag nog niet is gestart. 3 De activiteit, bedoeld in lid 2, onder a, moet voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 4.
- 4 De aanvrager van een projectomgevingsvergunning wordt verzocht de aanvraag om te zetten naar een aanvraag tot het gewijzigd vaststellen van het geldende bestemmingsplan. Artikel4.2Activiteiten van algemeen of maatschappelijk belang 1 Een activiteit, bedoeld in artikel 4.1, lid 2, onder a, is van algemeen of maatschappelijk belang als het een ruimtelijk, sociale én economische kwaliteit in zich heeft 2 De activiteit dient aan alle drie kwaliteitscategorieën gezamenlijk een positieve bijdrage te leveren door minimaal aan één subthema uit elke categorie, als bedoeld in artikel 4.3 tot en met 4.5, te voldoen. 3 De aanvrager motiveert het algemeen of maatschappelijk belang van de activiteit op grond van de categorieën en subthema’s genoemd in de artikelen 4.3 tot en met 4.
- Artikel4.3Categorie ‘ruimtelijke kwaliteit’ De categorie ‘ruimtelijke kwaliteit’ kent de subthema’s: a. landschap; b. ecologie; c. water en bodem of d. beeldkwaliteit. Artikel4.4Categorie ‘sociale kwaliteit’ De categorie ‘sociale kwaliteit’ kent de subthema’s: a. leefbaarheid; b. cultuurhistorie; c. belevingswaarde of d. verantwoordelijkheid. Artikel4.5Categorie ‘economische kwaliteit’ De categorie ‘economische kwaliteit’ kent de subthema’s: a. werkgelegenheid; b. duurzaamheid; c. innovatie of d. promotie/marketing/naamsbekendheid Terschelling. Hoofdstuk5Tijdelijke omgevingsvergunning (artikel 2.12, lid 2 Wabo) Artikel5.1Geen tijdelijke omgevingsvergunning, tenzij … 1 Artikel 2.12, lid 2 Wabo wordt in beginsel niet toegepast. 2 Lid 1 geldt niet als het gaat om één of meer noodgebouwen voor vervanging van bestaande gebouwen die worden verbouwd of worden afgebroken en vervangen door nieuwbouw, mits: a. een noodgebouw voor niet langer dan 5 jaar blijft staan; de aanvrager dient deze tijdelijkheid aan te tonen; b. een noodgebouw niet leidt tot onaanvaardbare belemmeringen voor omliggende bedrijven; c. een noodgebouw in het achtererfgebied binnen het bestemmingsvlak wordt geplaatst. 3 Lid 2, onder c geldt niet indien de aanvrager aannemelijk kan maken dat het plaatsen van een noodgebouw slechts mogelijk is buiten het bestemmingsvlak in het achtererfgebied of in het voorerfgebied. 4 Aan de tijdelijke omgevingsvergunning wordt het voorschrift verbonden dat het noodgebouw of de noodgebouwen binnen 3 maanden na gereedkomen van de verbouw van het bestaande gebouw of van de nieuwbouw, wordt of worden verwijderd Hoofdstuk6Slotbepalingen Artikel6.1Bevoegdheid om van de beleidsregels af te wijken Gehandeld wordt overeenkomstig de beleidsregels 2.1 tot en met 5.1 tenzij dat voor de aanvrager gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze beleidsregels te dienen doelen. Artikel6.2Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: Toepassen planologische afwijkingen. Toelichting1Algemene toelichting