Algemene subsidieverordening gemeente Haren 2014De raad van de gemeente Haren, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 oktober 2014 met nummer 9344; gelet op de Algemene wet bestuursrecht en op artikel 149 van de Gemeentewet; gezien het advies van de Raadscommissie van 11 november 2014 b e s l u i t : vast te stellen de Algemene subsidieverordening gemeente Haren 2014 Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: het college: burgemeester en wethouders van de gemeente Haren; subsidieontvanger: de natuurlijke persoon of instelling, die op grond van de behartiging van door het college erkende belangen van ideële en/of materiële aard subsidie van de gemeente ontvangt of daarop aanspraak heeft; subsidie aanspraak op financiële middelen, verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan de gemeente Haren geleverde goederen of diensten; subsidieplafond: het bedrag dat gedurende het gemeentelijke begrotingsjaar ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift; subsidieverlening: besluit voorafgaand aan de subsidievaststelling, waarbij een voorwaardelijk aanspraak op een subsidie wordt toegekend; subsidievaststelling: besluit waarbij de subsidie definitief wordt vastgesteld; de-minimisverordening: verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379/5), verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductie-sector (PbEU L 337/35) en verordening (EG) nr. 875/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004 (PbEU L 193/6), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving; Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid , 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft vastgesteld; onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; Verdrag: Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie. Artikel2Reikwijdte 1.Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is). 2.Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is. Artikel3Subsidieregelingen Het college stelt bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling) vast welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. Artikel4Europees steunkader 1.Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het college bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2.Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het toepasselijke steunkader. 3.Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4.Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader. 5.Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is, komt een onderneming alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening. Artikel5Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1.De raad kan subsidieplafonds vaststellen. 2.In dat geval bepaalt het college bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. 3.De raad kan een subsidieplafond verlagen: als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 4.Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging. 5.Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen. 6.Het college: stelt in afwijking van lid 1 het subsidieplafond voor de eenmalige subsidies Cultuur, Sport, Welzijn en Zorg vast; kan in afwijking van lid 3 het subsidieplafond voor eenmalige subsidies Cultuur, Sport, Welzijn en Zorg verlagen. Artikel6De aanvraag 1.Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college met gebruikmaking van een aanvraagformulier. 2.Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over: een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; als de aanvrager een onderneming is: een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen door de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening (de-minimisverklaring); als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag. 3.Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt aan de aanvraag een exemplaar toe van de oprichtingsakte dan wel de statuten, alsmede het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar. 4.Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken. Artikel7Aanvraagtermijn 1.Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 2.Een aanvraag om een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, wordt uiterlijk twaalf weken voorafgaand aan dat boekjaar ingediend. 3.Andere aanvragen om subsidie worden ingediend uiterlijk twaalf weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 4.Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. Artikel8Beslistermijn 1.Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 2.Het college beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, binnen acht weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 3.Het college kan de beslistermijn eenmaal voor ten hoogste acht weken verdagen. Zij doen hiervan voor afloop van de beslistermijn een schriftelijke mededeling aan de aanvrager. 4.Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. 5.Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen. Artikel9Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1.Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigert het college de subsidie in ieder geval: a.als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt; b.als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard. 2.Onverminderd het vorige lid kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren: als de aanvraag afkomstig is van een instelling die zich landelijk heeft georganiseerd en landelijk fondsen verwerft; als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur; als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. 3.Het college kan een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 4.Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak. Artikel10Verantwoording Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden. Artikel11Algemene verplichtingen van subsidieontvanger 1.Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld aan het college. 2.Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over: beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen kunnen worden nagekomen; wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon. Artikel12Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1.Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht. 2.Bij subsidies hoger dan € 50.000 verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. 3.Het college kan nadere eisen stellen aan de inrichting van de administratieve organisatie van de subsidieontvanger. 4.Het college kan verplichtingen opleggen met betrekking tot: de hoogte van de contributie van leden van de subsidieontvanger; de hoogte van de tarieven of bijdragen van deelnemers aan de gesubsidieerde activiteiten; de wijze waarop de gesubsidieerde activiteiten worden verricht; een sociale wederdienst (social return in investment); de toegankelijkheid van de activiteiten voor mensen met een beperking; duurzaamheid. Artikel13Eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000 1.Subsidies tot en met € 5000 worden door het college direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid – binnen acht weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld. 2.Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het vorige lid kan de aanvrager worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling plaats binnen twaalf weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt. 3.In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 5.000 wordt aanstonds een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie. Artikel14Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000 1.Bij subsidies van meer dan € 5.000 doch ten hoogste € 50.000 dient de subsidieontvanger uiterlijk twaalf weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in. 2.De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 3.Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld en/of kunnen andere gegevens worden verlangd. Artikel15Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000 1.Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; in geval van een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, uiterlijk twaalf weken na afloop van het betrokken boekjaar; bij overige subsidies uiterlijk twaalf weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 2.De aanvraag tot vaststelling bevat; een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht; een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijke accountant. 3.Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld en/of kunnen andere gegevens worden verlangd. Artikel16Subsidievaststelling 1.Het college stelt de subsidie vast binnen twaalf weken na de ontvangst van de volledige aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald. 2.Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden verdaagd. 3.Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend. 4.Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in artikel14, eerste lid en 15, eerste lid, aanhef en onder a, b of c, is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling. Artikel17Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen 1.Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven berekeningswijze. 2.Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van bij de subsidieregeling of bij de subsidieverlening voorgeschreven definities. 3.Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader. Artikel18Hardheidsclausule 1.Het college kan deze verordening, met uitzondering van de artikelen 2, 3 en 4, in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen. 2.Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad. Artikel19Slotbepalingen De Algemene Subsidieverordening gemeente Haren, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 27 september 2004, wordt ingetrokken. De Subsidieverordening Cultuur, Sport, Welzijn en Zorg 2007, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 25 juni 2007, wordt ingetrokken. De Subsidieverordening oud papier, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 25 juni 2001, wordt ingetrokken. De Subsidieverordening onderhoud monumentale bomen, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 28 januari 2010, wordt ingetrokken. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor deze datum zijn de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening gemeente Haren van toepassing en indien van toepassing óf de Subsidieverordening Cultuur, Sport, Welzijn en Zorg 2007, óf de Subsidieverordening oud papier 2001, óf de Subsidieverordening onderhoud monumentale bomen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.