Beleidsregels voor het beoordelen van verzoeken om van een bestemmingsplan af te wijken, die zijn gelegen binnen de bebouwde kom van Nuenen c.a.In het kort aan te duiden alsAfwijkingenbeleid Wabo – bebouwde kom, herziening 2015 Burgemeester en wethouders van Nuenen c.a., gelet op het bepaalde in de Gemeentewet en in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; gelet op het bepaalde in artikel 2.12, onderdeel 1, onder a, sub 2º en 3º Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang met artikel 2.7 van het Besluit omgevingsrecht en de artikelen 4 tot en met 7 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht en gelet op artikel 6.4a Wet ruimtelijke ordening. Overwegende dat op 25 april 2013 in werking is getreden de wet van 28 maart 2013 tot wijziging van de Crisis- en herstelwet en diverse andere wetten in verband met het permanent maken van de Crisis- en herstelwet en het aanbrengen van enkele verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht; dat op 1 november 2014 in werking is getreden het Besluit van 4 september 2014 tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht en diverse andere algemene maatregelen van bestuur in verband met het permanent maken van de Crisis- en herstelwet en het aanbrengen van enkele verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht; dat door de wetswijzing van 1 november 2014 van het Bor de wettelijke bepalingen voor zowel het bouwen zonder vergunning als de lijst van categorieën van gevallen zoals benoemd in artikel 4 bijlage II van het Bor behoorlijk verruimd. dat de gewenste planologische kaders voor de bebouwde kom in de bestemmingsplannen zijn vastgelegd. dat uit een inventarisatie van de bestemmingsplannen (oktober 2014) van de bebouwde kom blijkt dat deze – door de actualisatie van de bestemmingsplannen - nagenoeg identiek zijn aan de regels in het Afwijkingenbeleid herziening 2013, 1e wijziging (vastgesteld 29 juli 2014). dat het gewenst is voor bouwplannen gelegen in de bestemmingsplannen van de bebouwde kom een Afwijkingenbeleid te hebben waarin het toepassingsbereik van dit beleid op deze gewijzigde landelijke regelgeving is afgestemd, waardoor meer maatwerk mogelijk is. BESLUITEN: tot het herzien van de beleidsregel Afwijkingenbeleid Wabo – bebouwde kom, herziening 2013, 1e wijziging’ voor het verlenen van een afwijking van een bestemmingsplan in het bijzonder met betrekking tot: het verwijderen van volgende begrippen in artikel 1.3 begrippenlijst; sub a. afhankelijke woonruimte sub d. bestaande bouwtype woningen sub f. bijbehorende bouwwerk sub m. huishouden sub n. mantelzorg sub o. lichtkoepel/ lichtstraat sub p. ondergeschikte bouwdelen sub q. pergola sub v. voorgevelrooilijn sub w. voorgevel sub x. woning sub y. wooneenheid het verwijderen van artikel 1.4 wijze van meten het verwijderen van artikel 3.1 Algemeen het verwijderen van artikel 3.2 Uitbreiding hoofdgebouw het verwijderen van artikel 3.3 Uitbreiding van of een bijgebouw bij een hoofdgebouw het verwijderen van artikel 3.4 Bouwwerk, geen gebouw zijnde het verwijderen van artikel 3.5 Dakkapel, dakopbouw of een gelijksoortige uitbreiding van een gebouw het verwijderen van artikel 5.1 Publieksaantrekkende beroep- of bedrijfsactiviteiten aan huis het verwijderen van artikel 5.2 Mantelzorg de beleidsregels ‘Beleidsregel voor het beoordelen van verzoeken om af te wijken van een bestemmingsplan, die zijn gelegen binnen de bebouwde kom van Nuenen c.a.’, in het kort aan te duiden als ‘Afwijkingenbeleid Wabo – bebouwde kom, herziening 2015’; de beleidsregel op te nemen in de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte bijlage Afwijkingenbeleid Wabo – bebouwde kom, herziening 2015’ vastgesteld 23 december 2014; te bepalen dat deze beleidsregel in werking treedt op de dag na de bekendmaking ervan. Paragraaf1Inleiding Artikel1.1Plangebied afwijkingenbeleid Dit afwijkingenbeleid is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Nuenen c.a. voor zover gelegen binnen de bestemmingsplannen voor de bebouwde kom, met uitzondering van de gronden gelegen in het bestemmingsplan ‘Uitbreidingsplan Nuenen–West’. Onder deze uitzondering vallen ook de uit dit bestemmingsplan voortvloeiende uitwerkingsplannen. Artikel1.2Begrippenlijst Bij toepassing van deze beleidsregels geldt de begrippenlijst zoals deze in onderstaande lijst is opgenomen: Begrippenlijst bestemmingsplan versus beleidsregel Indien een omschrijving van een begrip in deze beleidsregels afwijkt van de omschrijving zoals deze is opgenomen in het van toepassing zijnde bestemmingsplan, dan geldt de omschrijving zoals deze is opgenomen in deze beleidsregels. Begrippenlijst Besluit omgevingsrecht versus beleidsregel In artikel 1 bijlage II van het Bor staat de begrippenlijst voor buitenplanse afwijkingen van artikel 2.12, lid 1 onder a, onder 2°. a.bestaand: bij bouwwerken: aanwezig op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van deze beleidsregel, alsmede bouwwerken die op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van deze beleidsregel mogen worden gebouwd krachtens een daartoe verleende bouw- dan wel omgevingsvergunning; b.bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van: de exploitant; de beheerder; de prostituee; het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is; toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6:2 APV Nuenen; andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is c. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct hetzij indirect steun vindt in of op de grond. d.escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend e.evenement: een activiteit in de openlucht dan wel in al dan niet tijdelijke tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, toeristisch-recreatieve, commerciële, sociale, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden, alsmede (week)markten, kermissen, braderieën en festivals of daarmee te vergelijken evenementen. f.exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert of exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen g.gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden (twee of meer) omsloten ruimte vormt; h.hoofdgebouw: een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meerdere gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkste is, exclusief bijbehorende bouwwerken en niet zijnde vrijstaande bijgebouwen (artikel 1, bijlage II Bor); i.prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; j.prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; k.seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoning van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een (raam)prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; l.sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd Paragraaf2Algemene criteria Artikel 2.12 lid 1, onderdeel a, onder 2º Wabo in samenhang met artikel 2.7 Bor, artikel 2.12 lid 1, onderdeel a, onder 3º Wabo en artikel 2.12 lid 2 Wabo Artikel2.1Algemene criteria Burgemeester en wethouders kunnen alleen medewerking verlenen aan een verzoek voor het afwijken van een bestemmingsplan onder de voorwaarde dat: de afwijking van het bestemmingsplan niet in strijd is met de uitgangspunten van het bestemmingsplan1; de stedenbouwkundig kwaliteit van de beoogde ontwikkeling aanvaardbaar is; de brand- en constructieve veiligheid van het bouwwerk en de naastgelegen bouwwerken niet worden aangetast; de aspecten bezonning van tuinen en lichttoetreding van naburige percelen door het verzoek niet onevenredig wordt aangetast. Indien nodig kan aanvrager worden verzocht een en ander nader te onderbouwen met een onderzoek; het verzoek geen onevenredige hinder geeft aan de aspecten verkeer en parkeren in de naastgelegen omgeving; er geen sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering; een bouwwerk of gebruik welke op grond van een als ontwerp ter inzage gelegd bestemmingsplan is toegelaten. In dergelijke gevallen kan in anticipatie op dit bestemmingplan worden afgeweken van het vigerende bestemmingsplan aangezien de ontwikkeling past in het toekomstig planologisch regime. 1 Zie: ABRvS gemeente Eemnes, 27 maart 2013, nr. 201270635, r.o. 4 Paragraaf3Gebruiken van gronden of bouwwerken voor evenementen binnen bebouwde kom Artikel 2.7 Bor in samenhang met bijlage II, artikel 4 onderdeel 11 Bor Artikel3.1Gebruiken van gronden of bouwwerken voor evenementen binnen bebouwde kom Burgemeester en wethouders kunnen toestemming verlenen om af te wijken van het bestemmingsplan voor het gebruiken van gronden of bouwwerken voor een evenement binnen de bebouwde kom, onder de voorwaarden dat: op één locatie niet meer dan 3 evenementen per jaar mogen worden gehouden; het evenement niet meer dan maximaal 15 dagen mag duren, inclusief het opbouwen en afbreken van de voorzieningen voor het evenement; de brand- en constructieve veiligheid van het bouwwerk en de naastgelegen bouwwerken niet worden aangetast en de naastgelegen omgeving niet onevenredig wordt aangetast, waarbij in ieder geval de aspecten verkeer, parkeren en geluid zijn afgewogen. Paragraaf4Wijziging van het gebruik van bouwwerken, al dan niet in samenhang met inpandige bouwactiviteiten Artikel 2.7 Bor in samenhang met bijlage II, artikel 4 onderdeel 9 Bor Artikel4.1Gebruiken van gronden of bouwwerken voor seksinrichtingen en escortbedrijven Burgemeester en wethouders kunnen een toestemming verlenen om af te wijken van het bestemmingsplan voor het gebruiken van gronden of bouwwerken voor een seksinrichting of om een escortbedrijf te exploiteren, onder de voorwaarden dat: indien het pand waarin de seksinrichting wordt gevestigd is gelegen in het bestemmingsplan Nuenen Centrum 2012; het pand waarin de seksinrichting wordt gevestigd de bestemming centrum en de functieaanduiding horeca (bestemmingsplan Nuenen Centrum 2012) heeft; de afstand van het pand waarin de seksinrichting wordt gevestigd tot kerken, moskeeën en scholen (en andere door kinderen gebruikte gebouwen) ten minste 50 meter bedraagt; binnen gemeentegrenzen voor maximaal één seksinrichting of escortbedrijf een vergunning wordt verleend. Paragraaf5Tijdelijke afwijking tweede woning op perceel gedurende bouw werkzaamheden Artikel 2.12 lid 2 Wabo, artikel 2.23 Wabo en 2.24 Wabo Artikel5.1Tijdelijke afwijking tweede woning op perceel gedurende bouw werkzaamheden Onder de navolgende voorwaarden kan het college van burgemeester en wethouders medewerking verlenen voor het tijdelijk afwijken van het bestemmingsplan voor het in gebruik nemen van een bijbehorend bouwwerk als afhankelijke woonruimte: de tijdelijke bewoning is uitsluitend toegestaan in een daarvoor geschikt bouwwerk; om overlast richting de belendende percelen te voorkomen worden naast de voorgaande bepalingen de volgende voorwaarden opgesteld: de afstand van de tijdelijke bouwwerken ten opzichte van de zijdelingse perceelsgrens dient minimaal 2.00m te bedragen; het bouwwerk dient binnen 3 maanden na oplevering van de woning te worden verwijderd. Paragraaf6Slotbepalingen Artikel6.1Hardheidsclausule Artikel 2.7 Bor in samenhang met bijlage II, artikel 4 en artikel 5 Bor Burgemeester en wethouders kunnen in bijzonder individuele gevallen en omstandigheden van de beleidsregels afwijken. Het toepassen van deze afwijkingsbevoegdheid wordt terughoudend en gemotiveerd toegepast om geen afbreuk te doen aan deze beleidsregels (4:84 Awb). Artikel6.2Planschadeverhaalsovereenkomst Artikel 2.12 lid 1, onderdeel a, onder 2º en onder 3º Wabo Burgemeester en wethouders sluiten een planschadeverhaalsovereenkomst in de gevallen van: artikel 2.12 lid 1, onderdeel a, onder 2 Wabo (planologische kruimelgevallen) indien het toepassen van de bevoegdheid tot het afwijken van een bestemmingsplan kan leiden tot een waardevermindering van de omliggende bebouwing, welke het normaal maatschappelijk risico kan overstijgen. De overeenkomst dient door partijen te zijn ondertekend, voordat het besluit tot het verlenen van de medewerking wordt genomen; artikel 2.12 lid 1, onderdeel a, onder 3 Wabo (omgevingsvergunnningen met uitgebreide procedure). De medewerking voor deze gevallen wordt uitsluitend verleend, indien tussen initiatiefnemer en gemeente een planschadeverhaalsovereenkomst is gesloten. De overeenkomst dient door partijen te zijn ondertekend, voordat aan de raad de verklaring van geen bedenkingen wordt gevraagd en de ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage wordt gelegd. Artikel6.3Overgangsrecht Bouwwerken die aanwezig zijn op het tijdstip van de ter inzage leggen van dit beleid dan wel mogen worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning ingevolge de Wabo, en die afwijken van deze beleidsregels en overeenstemming zijn met het voorliggende ‘Afwijkingenbeleid bebouwde kom, herziening 2013, 1e wijziging vastgesteld 29 juli 2014, mogen, behoudens onteigening overeenkomstig de wet als zodanig worden gebouwd. Artikel6.4Inwerkingtreding beleidsregels De beleidsregels ‘Afwijkingenbeleid bebouwde kom, herziening 2015’ treden in werking de dag na de openbare bekendmaking hiervan en zijn van toepassing op aanvragen om omgevingsvergunning waarop de dag na de openbare bekendmaking een besluit wordt genomen. Aldus op 23 december 2014 vastgestelddoor burgemeester en wethouders van de gemeente Nuenen c.a. de secretaris, de burgemeester, N.J.H. Scheltens M.J. Houben MBA Toelichting Beleidsregels voor het beoordelen van verzoeken om van een bestemmingsplan af te wijken, die zijn gelegen binnen de bebouwde kom van Nuenen c.a. Hoofdstuk1- Inleiding Paragraaf1.1Inleiding Een omgevingsvergunning wordt verleend op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Een aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen of gebruik dan wel het uitvoeren van werk, de zogenoemde ‘aanlegwerkzaamheden’ wordt in beginsel alleen verleend als de aanvraag in overeenstemming is met het bestemmingsplan. Een aanvraag is echter niet altijd in overeenstemming met een bestemmingsplan. Soms kan dan toch een omgevingsvergunning worden verleend. Er bestaan verschillende gevallen: de binnenplanse afwijking, het planologische kruimelgeval en de buitenplanse afwijking. Binnenplanse afwijking Een bestemmingsplan biedt soms de mogelijkheid om af te wijken van de bestemmingsplanregels, de zogenaamde binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Deze afwijkingsregels zijn in een bestemmingsplan vastgelegd. Planologisch kruimelgeval Daarnaast kan, indien een binnenplanse afwijking niet voldoende mogelijkheden biedt om medewerking te verlenen, op grond van het ‘Besluit omgevingsrecht’ (Bor) van een bestemmingsplan worden afgeweken. Een dergelijke toestemming wordt ‘planologische kruimelgeval’ genoemd. De binnenplanse afwijkingsbevoegdheid en het planologisch kruimelgeval zijn beide een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders (college). Op aanvragen om omgevingsvergunning met deze mogelijkheden tot het afwijken van het bestemmingsplan dient binnen 14 weken (8 weken met een mogelijke verlenging van maximaal 6 weken) een besluit te zijn genomen. De aanvragen om omgevingsvergunningen volgen de reguliere omgevingsvergunningprocedure. Buitenplanse afwijking Daarnaast geldt voor de gevallen die niet onder voorgaande afwijkingen vallen nog een derde mogelijkheid om van het bestemmingsplan af te wijken, een buitenplanse afwijkingsbevoegdheid. Deze bouwplannen ‘overstijgen’ als het ware de inhoud en de mate van de afwijking van het bestemmingsplan van een planologische kruimelgeval. Voor deze afwijkingsmogelijkheid geldt een zogenaamde uitgebreide omgevingsvergunningprocedure. Ook hierbij is het college het bevoegde orgaan. Een buitenplanse afwijking dient vergezeld te gaan van een ‘goede ruimtelijke onderbouwing’. Bij de uitgebreide procedure dient binnen 32 weken een beslissing te worden genomen (26 weken, met een mogelijke verlening van maximaal 6 weken). Een aanvrager kan verzoeken om een afwijking van het bestemmingsplan. Maar ook als daar niet om is gevraagd, moet een aanvraag om omgevingsvergunning, die in strijd is met het bestemmingsplan, worden gezien als een verzoek om afwijking van het bestemmingsplan overeenkomstig artikel 2.12 Wabo. Zie artikel 2.10, lid 2 Wabo. In overeenstemming met artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kunnen door het college beleidsregels worden vastgesteld voor de beoordeling van dergelijke verzoeken om af te wijken van het bestemmingsplan. Aan de hand van deze beleidsregels kan dan een beslissing worden genomen over het medewerken aan of het weigeren van een afwijking van het bestemmingsplan. De onderhavige beleidsregels voorzien in een afwegingskader voor het al dan niet medewerking verlenen aan planologische kruimelgevallen, tijdelijke afwijkingen van het bestemmingsplan en buitenplanse afwijkingen. Door het vaststellen van dit beleid stemt het college op voorhand toe om in principe medewerking te verlenen aan een afwijking als deze voldoet aan de opgenomen criteria. Het beleid is vastgelegd in de vorm van onderstaande beleidsregels in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Paragraaf1.2Doel en functie afwijkingenbeleid De beleidsregels hebben tot doel om bij concrete verzoeken om af te wijken van het bestemmingsplan en een afwegingskader te bieden waarmee snel een oordeel over de wenselijkheid en aanvaardbaarheid van het verlenen van medewerking kan worden gevormd. Verder geldt in het algemeen voor besluiten dat ze moeten berusten op een deugdelijke motivering en dat die motivering moet worden opgenomen in het desbetreffende besluit. Is een besluit echter genomen op basis van een beleidsregel, dan is er sprake van een lichtere motiveringsplicht. Voorwaarde is wel dat de beleidsregels deugdelijk zijn gemotiveerd en gepubliceerd. Tenslotte geven beleidsregels de burgers inzicht in de wijze waarop het bestuursorgaan een verzoek om af te wijken van het bestemmingsplan beoordeelt. Transparantie van besluitvorming geeft het overheidshandelen meer legitimiteit en draagt bij aan de rechtszekerheid. Paragraaf1.3Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat over de voorbereidingsprocedure van een omgevingsvergunning, het algemene toetsingskader voor afwijkingen van bestemmingsplannen, de reikwijdte van de beleidsregels en het afwijken van beleidsregels. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de planologische beoordeling en de af te wegen privaatrechtelijke aspecten. De gevallen die voor het afwijken van het bestemmingsplan in aanmerking komen staan in hoofdstuk 4 benoemd. Het vormt het toetsingskader van de beleidsregels. Onder andere is in dit hoofdstuk ook een hardheidsclausule opgenomen. Hoofdstuk2- Algemeen Paragraaf2.1Reguliere of uitgebreide procedure Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. De Wabo onderscheidt twee procedures: de reguliere en de uitgebreide voorbereidingsprocedure. De reguliere procedure wordt standaard gevolgd, tenzij anders is bepaald in artikel 3.10 van de Wabo. Uit dit artikel is op te maken dat een activiteit die in strijd is met het bestemmingsplan, en waarbij slechts vergunning kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12 lid 1, onderdeel a, onder 3 º van de Wabo, de uitgebreide procedure moet worden gevolgd. Reguliere voorbereidingsprocedure Een groot verschil tussen de reguliere en de uitgebreide voorbereidingsprocedure is dat bij de uitgebreide, de 'uniforme openbare voorbereidingsprocedure' moet worden gevolgd (afdeling 3.4 Awb). De binnenplanse afwijkingen en de kruimelgevallen vallen onder de reguliere procedure. Dit geldt ook voor een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan. De overige afwijkingsmogelijkheden worden niet genoemd en vallen dus onder de reguliere voorbereidingsprocedure. Deze mogelijkheden tot het afwijken van een bestemmingsplan zijn namelijk niet in artikel 3.10 Wabo opgenomen. Bij deze afwijkingen hoeft dus niet de uniforme openbare voorbereidingsprocedure te worden doorlopen. Bij het afwijken van een bestemmingsplan met de reguliere procedure is er geen sprake van een zienswijzenprocedure. Daarnaast moet een reguliere procedure voor een omgevingsvergunning binnen 8 weken (artikel 3.9 lid 1 Wabo) worden doorlopen (exclusief termijn aanvullende stukken en eventuele verdaging). Als de wettelijke termijn wordt overschreden, dan ontstaat er een van rechtswege verleende vergunning. Uitgebreide voorbereidingsprocedure De uitgebreide voorbereidingsprocedure kent geen fatale termijn, maar kent wel een beslistermijn van 26 weken (artikel 3:18 Awb). Het voornaamste verschil tussen de reguliere en de uitgebreide procedure is dat bij de uitgebreide procedure de ‘uniforme openbarevoorbereidingsprocedure’ (afdeling 3.4 Awb) van toepassing is. Artikel 3.10 Wabo vermeldt dat voor de activiteit ‘het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan’ en waar alleen vergunning voor kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3° Wabo de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is. Paragraaf2.2Flexibiliteitsbepalingen afwijken van een bestemmingsplan De Wabo spreekt van het verlenen van medewerking of het geven van een toestemming ‘om af te wijken’ van een bestemmingsplan. Voor de leesbaarheid en een goede beeldvorming van de situatie onder de Wabo zijn deze afwijkingen in dit voorstel volgens onderstaande tabel benoemd. Wabo – ‘term’ Wabo - artikel Procedure Omgevingsvergunning met binnenplanse afwijking 2.12 lid 1, onderdeel a, onder 1º Regulier – 8 weken Omgevingsvergunning met afwijking planologische kruimelgeval 2.12 lid 1, onderdeel a, onder 2º Regulier – 8 weken Omgevingsvergunning tijdelijk afwijken bestemmingsplan 2.12 lid 1, onderdeel a, onder 2º Regulier - 8 weken Omgevingsvergunning met afwijking grote ruimtelijke projecten 2.12 lid 1, onderdeel a, onder 3º Uitgebreid – 26 weken Omgevingsvergunning tijdelijk afwijken bestemmingsplan 2.23, 2.23a, 23b en 2.24 Regulier – 8 weken Als gevolg van wetswijzigingen op landelijk niveau is de afgelopen jaren enigszins verwarring ontstaan. Min of meer dezelfde mogelijkheden om af te wijken van een bestemmingsplan zijn in opeenvolgende wetten anders benoemd. Omdat nog veel ‘oude’ bestemmingsplannen gelden, kan men daarom in de voorschriften van bestemmingsplan verschillende termen tegenkomen, zoals ‘vrijstelling’, ‘ontheffing’ of ‘afwijking bij omgevingsvergunning’. Daarmee wordt echter allemaal hetzelfde bedoeld; je mag op grond van die bepaling afwijken van het bestemmingsplan. Daarnaast biedt de wetgeving ook de mogelijkheid buiten het bestemmingsplan om van het bestemmingsplan af te wijken. Ook daarvoor zijn in de afgelopen jaren verschillende termen gebruikt, zoals ‘vrijstelling’, ‘kruimelgeval’, ‘projectbesluit’, en ‘afwijking bij omgevingsvergunning via een uitgebreide procedure’. Ook op al deze afwijkingsmogelijkheden is dit beleid van toepassing. Kortom, dit beleid is van toepassing op de voorschriften van bestemmingsplannen en op wettelijke mogelijkheden om van bestemmingsplannen af te wijken. Paragraaf2.3Reikwijdte beleidsregels Binnenplanse afwijking De binnenplanse afwijkingsmogelijkheden zijn tegenwoordig opgenomen in artikel 2.12, lid 1 onderdeel a, onder 1º van de Wabo. Het gaat om die situaties waarin het college op grond van de bestemmingsplannen de bevoegdheid heeft om medewerking te verlenen om af te wijken van het bestemmingsplan. Deze regels bieden de mogelijkheid een beperkte mate van flexibiliteit in het bestemmingsplan in te bouwen. Dit kunnen voorwaarden zijn waarbij tot een bepaalde maatvoering van het bestemmingsplan kan worden afgeweken of een bepaalde gebruiksactiviteit is toegestaan. In het algemeen geldt dat in deze voorwaarden ook een belangenafweging is opgenomen dat omwonenden geen onevenredige hinder ondervinden. (bijvoorbeeld: privacy, schaduwwerking). De bestemmingsplannen van de gemeente Nuenen voldoen, aan de actualisatieplicht van de Wro. Dit betekent dat een bestemmingsplan niet ouder mag zijn dan 10 jaar. Sinds 2008 zijn de bestemmingsplannen geactualiseerd, dit traject is in 2013 afgerond. In deze herziening van het afwijkingenbeleid zijn de toetscriteria van de beleidsregels niet van toepassing op de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden van de bestemmingsplannen in de bebouwde kom. Medewerking aan een binnenplanse afwijking is slechts mogelijk als wordt voldaan aan de in het bestemmingsplan gestelde voorwaarden voor afwijking. Planologisch kruimelgeval De zogenaamde ‘planologische kruimelgevallen’ zijn in de Wabo opgenomen in artikel 2.12, lid 1 onderdeel a, onder 2º van de Wabo, gecombineerd met artikel 2.7 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en in samenhang met artikel 4 en artikel 5 van bijlage II van het Bor. De beleidsregels zijn hoofdzakelijk gericht op de planologische kruimelgevallen, zoals opgenomen in de lijst van artikel 4 en artikel 5 van bijlage II van het Bor. In het kort wordt deze lijst ook wel de ‘kruimelgevallenlijst’ genoemd. Op 1 november 20142 zijn deze wettelijke bepalingen gewijzigd. 2 Staatsblad 2013/333 Besluit van 4 september 2014 tot wijziging van het Besluit omgevingsrecht en diverse andere algemene maatregelen van bestuur in verband met het permanent maken van de Crisis- en herstelwet en het aanbrengen van enkele verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht. De gewenste planologische kaders voor de bebouwde kom zijn in de bestemmingsplannen voor de bebouwde kom vastgelegd. Het Afwijkingenbeleid heeft voor met name (ver)bouw van of bij woningen als leidraad gediend voor de afweging wat planologisch aanvaardbaar is als een bouwplan van de regels van het bestemmingsplan afwijkt. Uit een inventarisatie van de bestemmingsplannen (oktober 2014) van de bebouwde kom blijkt dat deze – door de actualisatie van de bestemmingsplannen - nagenoeg identiek zijn aan de regels in het Afwijkingenbeleid herziening 2013, 1e wijziging (vastgesteld 29 juli 2014). Daarnaast zijn de wettelijke bepalingen voor zowel het bouwen zonder vergunning als de lijst van categorieën van gevallen zoals benoemd in artikel 4 bijlage II van het Bor op 1 november 2014 behoorlijk verruimd. Gelet hierop is het wenselijk een gemeentelijk beleid te hebben waarin het toepassingsbereik op deze gewijzigde landelijke regelgeving is afgestemd. De gemeente Nuenen wil niet onnodig of onredelijk beperkend zijn in haar beleidsregels daar waar landelijk meer ruimte wordt geboden. Dit betekent niet dat ieder bouwplan dat voldoet aan deze ruimere landelijke regels (geldend per 1 november 2014) wordt toegestaan. Ieder bouwplan zal op zijn eigen merites worden beoordeeld, waardoor meer maatwerk mogelijk is. Daarnaast is het van belang ook de belangen van naastgelegen percelen te beschermen. De toetscriteria zoals opgenomen in artikel 2.1 algemene criteria blijven gelden, in zoverre een criteria van toepassing is op het bouwplan Bijvoorbeeld: indien een woning met dakopbouw wordt uitgebreid, dan heeft dit geen invloed op aspecten verkeer en parkeren voor de omgeving en is dit toetscriterium niet van toepassing. In artikel 2.1 zijn de algemene toets criteria opgenomen. Deze zijn van toepassing op alle kruimelgevallen. De belangenafweging aan de hand van deze criteria wordt verricht in verhouding tot de inhoud en de mate van afwijking van het bouwplan van het bestemmingsplan. In de artikelen 3.1 t/m 5.1 van de beleidsregels zijn de toetscriteria voor enige concrete gevallen van bouwplannen/ gebruiksactiviteiten uit de kruimelgevallen lijst van artikel 4, bijlage II van het Bor opgenomen. Bij een bouwplan dat valt onder een van de artikelen van de concrete gevallen geeft het college in principe op voorhand aan om medewerking te verlenen aan een afwijking, mits deze voldoet aan de opgenomen criteria. Voor de beoordeling om aan een planologisch kruimelgeval medewerking te verlenen is het afwijkingenbeleid dus onverkort van toepassing (artikel 2.12, lid 1 onderdeel a, onder 2 º van de Wabo). Planologische kruimelgeval uitzondering voor Beschermd dorpsgezicht, gemeentelijk of rijksmonument Bij een bouwplan gelegen in het ‘beschermd dorpsgezicht’3 of dat betrekking heeft op een gebouw dat is aangewezen als gemeentelijk of rijksmonument, is een specifieke afweging en maatwerk gewenst. Dit ter bescherming van het gebied waar het bouwplan in ligt of de bijzondere status dat het bouwwerk heeft. De criteria voor concrete gevallen van bouwplannen/ gebruiksactiviteiten uit kruimelgevallenlijst zijn samengesteld voor bouwwerken of situaties waar geen bijzondere status voor geldt (Beschermd dorpsgezicht, gemeentelijk of rijksmonument). Om een belangenafweging te kunnen uitvoeren waarin het monumentale belang voldoende wordt beschermd zijn deze artikelen daarom ontoereikend (artikelen 3.1, 4.1 en 5.1). 3 Het Park is op 16 juni 2008 door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer als 'beschermd dorpsgezicht' aangewezen De status 'beschermd dorpsgezicht' is overgenomen in het bestemmingsplan ‘Nuenen Centrum 2012’, vastgesteld door de raad op 27 juni
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.