De raad van de gemeente Bunschoten; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2014, nr. B&W-14-03121; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet; besluit: vast te stellen de: "Verordening op de heffing en de invordering van leges 2015" Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument; Een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 2 Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht. Artikel 3 Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: het raadplegen van het gemeentelijk kadaster door ambtenaren, in de uitoefening van hun functie; het in behandeling nemen van aanvragen van verklaringen omtrent inkomen en vermogen; het in behandeling nemen van aanvragen van vergunningen tot het houden van collecten; het in behandeling nemen van aanvragen van vergunningen gericht op het inzamelen van kleding voor goede doelen; het in behandeling nemen van aanvragen voor verklaringen omtrent gedrag (VOG), voor zover dit wordt aangevraagd om medewerking te kunnen verlenen aan een goed doel, waarbij deze vrijstelling slechts geldt voor het gemeentelijke deel van het legestarief (= geldende tarief exclusief rijksleges c.q. afdracht). Artikel 4 Tarieven De leges worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 5 Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, (elektronische) nota, of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Onder toezending van de schriftelijke kennisgeving wordt mede verstaan verzending langs elektronische weg. Artikel 6 Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 5: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiking van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending per post, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving; langs elektronische weg, onverwijld; De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 7 Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990 (Stb. 221). Artikel 8 Teruggaaf Gehele of gedeeltelijke teruggaaf van leges ter zake van een in de tarieventabel omschreven dienst wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 242 van de Gemeentewet (Stb.1994, 762) en overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in de bij deze verordening behorende tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel 9 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouder Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van leges. Artikel 10 Machtiging tot overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het redactioneel aanpassen van de verordening en de bijbehorende tarieventabel alsmede het wijzigen van de tarieven die voortvloeien uit een hogere regeling. Artikel 11 Inwerkingtreding, overgangsbepalingen en citeertitel De "Legesverordening Bunschoten 2014” van 12 december 2013, zover laatstelijk gewijzigd, wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. In afwijking in zoverre van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerking-treding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover terzake daarvan de heffing van de leges in die periode plaatsvindt. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
(4a)voor het laden en lossen van bepaalde gevaarlijke stoffen binnen de bebouwde kom. 1.19.9 Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van: Tarieven: 1.19.9.1 Een eenmalige ontheffing van de vastgestelde route voor het transport van gevaarlijke stoffen € 162,00 1.19.9.2 Een langdurige ontheffing van de vastgestelde route voor het transport van gevaarlijke stoffen voor terugkerende, periodieke transporten € 243,00 1.19.9.3 Een verlenging van een langdurende ontheffing van de vastgestelde route voor het transport van gevaarlijke stoffen. € 121,00 1.19.9.4 Een bijzondere toestemming voor het lossen of laden van goederen op een voor publiek toegankelijke plaats binnen de bebouwde kom. € 79,00 Teruggaaf: 1.19.9.5 Een bijzondere toestemming voor het lossen of laden van goederen op een voor publiek toegankelijke plaats binnen de bebouwde kom gelijktijdig en tezamen met een eenmalige ontheffing van de vastgestelde route voor het transport van gevaarlijke stoffen. 1.19.10 Indien binnen twee weken na het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing of bijzondere toestemming deze aanvraag wordt ingetrokken, wordt op aanvraag teruggaaf van 75% van de overeenkomstig 1.19.9.1 t/m 1.19.9.5 geheven leges verleend. € 162,00 Hoofdstuk 20 Diversen 1.20 Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag voor de afgifte van: 1.20.1 afschriften, doorslagen of fotokopieën van stukken, voorzover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina A4-formaat per pagina A3-formaat € 0,40 € 0,60 1.20.2 kaarten, tekeningen en lichtdrukken, al dan niet behorend bij de in onderdelen 1.20.1 genoemde stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per kaart, tekening of lichtdruk: 1.20.2.1 per pagina op papier van A2-formaat € 5,85 1.20.2.2 per pagina op papier van A1-formaat € 8,70 1.20.2.3 per pagina op papier van A0-formaat € 11,65 1.20.3 andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking € 26,30 1.20.4 stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een ander wettelijk regeling een tarief is opgenomen, per pagina € 8,55 Passagierschepenverordening: 1.20.5 Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in artikel 2, lid 1 van de Passagiersschepenverordening, alsmede voor een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 9, lid 1 van de genoemde verordening € 50,60 1.20.5.1 Het in 1.20.5 genoemde bedrag wordt verhoogd met het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde externe advieskosten, blijkend uit een begroting die terzake door of vanwege burgemeester en wethouders is opgesteld. 1.20.5.2 Voor de toepassing van deze tabel wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde Werkdag na de dag waarop de begroting van de externe advieskosten aan de aanvrager ter kennis is gebracht. 1.20.5.3 Indien de werkelijke advieskosten minder bedragen dan het aan de hand van de begroting geraamde bedrag, wordt voor het verschil teruggaaf verleend. Lozingsvergunning: 1.20.6 Het tarief bedraagt terzakevan het in behandeling van een aanvraag tot het verkrijgen van het lozen van afvalwater op de riolering € 567,00 Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen 2.1.1 Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder: 2.1.1.1 aanlegkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt, een raming van de aanlegkosten, de omzetbelasting niet inbegrepen. Indien de werken of werkzaamheden geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschieden wordt in deze titel onder aanlegkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor de werken of werkzaamheden waarop de aanvraag betrekking heeft; 2.1.1.2 bouwkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting, bedoeld in het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; 2.1.1.3 sloopkosten: de aannemingssom exclusief omzetbelasting, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012), voor het uit te voeren werk, of voor zover deze ontbreekt een raming van de bouwkosten, exclusief omzetbelasting, bedoeld in het normblad NEN 2631, uitgave 1979, of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; 2.1.1.4 Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2.1.2 In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld. 2.1.3 In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld. Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag 2.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 2.2.1 om vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project in het kader van de Wabo vergunbaar is Gratis 2.2.2 om beoordeling van een conceptaanvraag om een omgevingsvergunning: van de leges zoals deze bij een daadwerkelijke aanvraag om een omgevingsvergunning voor het project zouden worden vastgesteld. Gratis Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning 2.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk 4 van deze titel. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. 2.3.1 Bouwactiviteiten 2.3.1.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.1.1.1 voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een enkelvoudige omgevingsvergunning, indien de bouwkosten bedragen: € 2.000,00 of minder meer dan € 2.000,00 € 27,25 € 27,25 + 2,17% van de Bouwkosten 2.3.1.1.2 voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een meervoudige omgevingsvergunning, indien de bouwkosten bedragen: € 2.000,00 of minder meer dan € 2.000,00 € 27,25 € 27,25 + 2,17% van de Bouwkosten 2.3.1.1.3 voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een gefaseerde omgevingsvergunning - eerste fase, indien de bouwkosten bedragen: € 2.000,00 of minder meer dan € 2.000,00 € 27,25 € 27,25 + 0,60% van de Bouwkosten 2.3.1.1.4 voor het in behandeling nemen van een aanvraag van een gefaseerde omgevingsvergunning - tweede fase, indien de bouwkosten bedragen: € 2.000,00 of minder meer dan € 2.000,00 € 27,25 € 27,25 + 1,57% van de Bouwkosten 2.3.1.1.5 Aanvraag wijziging gefaseerde omgevingsvergunning - eerste fase. Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een gewijzigde bouwvergunning eerste fase: een bedrag naar het tarief en berekend op de wijze als in 2.3.1.1.3 bepaald en verminderd met de voor de gefaseerde omgevingsvergunning eerste fase berekende leges, met dien verstande dat in elk geval 0,1% van de bouwkosten is verschuldigd en dat geen restitutie van de voor de gefaseerde omgevingsvergunning eerste fase betaalde leges plaatsvindt. Extra welstandstoets 2.3.1.2.1 - indien de aanvraag betrekking heeft op een bouwplan waarvoor een enkelvoudige omgevingsvergunning moet worden verleend en toetsing aan welstandscriteria moet plaatsvinden wordt, indien hierover het advies van de welstandcommissie behoeft te worden ingenomen, het overeenkomstig 2.3.1.1.1 berekende bedrag verhoogd met het bedrag aan leges overeenkomstig de “Tabel kosten welstandstoetsing”; 2.3.1.2.2 - indien de aanvraag betrekking heeft op een bouwplan waarvoor een meervoudige omgeving ergunning moet worden verleend en hierover het advies van de welstandscommissie moet worden ingenomen, het overeenkomstig 2.3.1.1.2 berekende bedrag verhoogd met het bedrag aan leges overeenkomstig de “Tabel kosten welstandstoetsing”; 2.3.1.2.3 - indien de aanvraag betrekking heeft op een bouwplan waarvoor een gefaseerde omgevingsvergunning moet worden verleend en hierover het advies van de welstandscommissie moet worden ingewonnen, wordt het overeenkomstig 2.3.1.1.3, onderscheidenlijk 2.3.1.1.5 berekende bedrag verhoogd met het bedrag aan leges overeenkomstig de “Tabel kosten welstandstoetsing”. Tabel kosten welstandstoetsing Bij bouwplannen voor de bouwkosten van: a. € 0,00 tot en met € 15.500,00 b. € 15.501,01 tot en met € 225.000,00 c. € 225.001,00 tot en met € 450.000,00 d. € 450.001,00 tot en met € 2.250.000,00 e. € 2.250.001,00 en hoger € 50,00 ((Bouwsom/1000)* € 1,92) + € 20,00 (((Bouwsom-225.000)/1000) * € 1,50) + € 452,00 (((Bouwsom-450.000)/1000) * € 0,33) + € 789,50 (((Bouwsom-2.250.000)/1000) * € 0,11) + € 1.383,50 2.3.1.2.4 Indien een principe bouwplan aan de welstandscommissie wordt voorgelegd en er een schriftelijk advies wordt uitgebracht, dan worden ten laste van de verzoeker/aanvrager de volgende leges doorberekend. € 60,00 2.3.1.2.5 Indien een handhavingzaak aan de welstandscommissie wordt voorgelegd en er een schriftelijk advies wordt uitgebracht, dan worden ten laste van de verzoeker/aanvrager/overtreder de volgende leges doorberekend € 60,00 2.3.1.2.6 Kosten advies monumentencommissie € 118,30 Verplicht advies agrarische commissie 2.3.1.3 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een advies van de agrarische commissie nodig is en wordt beoordeeld: € 725,00 Achteraf ingediende aanvraag 2.3.1.4 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien de in dat onderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na/of tijdens aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit: 50% van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges. Dit bedrag is 50% van het legesbedrag, met uitzondering van het vaste basisbedrag en de kosten voortkomend uit de vrijstellingsprocedure en de kosten van welstandstoetsing.Daarbij geldt een minimum van € 100,00 en een maximum van € 1.000,
- Beoordeling aanvullende gegevens 2.3.1.5 Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de in dat onderdeel bedoelde aanvraag al in behandeling is genomen: Gratis 2.3.2 Aanlegactiviteiten Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief: van de aanlegkosten met een minimum van € 125,00 en een maximum van € 900,00 0,75% 2.3.3 Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1: 2.3.3.1 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking): - voor bouwkosten tot € 25.000,00 - bouwkosten van € 25.000,00 tot € 50.000,00 - bouwkosten van € 50.000,00 en hoger € 129,50 € 259,00 € 518,00 2.3.3.2 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking): - voor bouwkosten tot € 25.000,00 - bouwkosten van € 25.000,00 tot € 50.000,00 - bouwkosten van € 50.000,00 en hoger € 129,50 € 259,00 € 518,00 2.3.3.3.1 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking): € 1.640,00 2.3.3.3.2 In afwijking van artikel 2.3.3.3.1 geldt bij aanvragen voor "snippergroen" een afwijkende procedure, waarbij toetsing aande nota snippergroen als ruimtelijke toets volstaat. Het legesbedrag gemoeid met deze toets bedraagt dan € 259,00 2.3.3.4 indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking): € 1.072,00 2.3.3.5 indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan): € 125,25 2.3.3.6 indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving): € 804,00 2.3.3.7 indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving): € 804,00 2.3.3.8 indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit): € 125,25 2.3.4 Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een Bouwactiviteit Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.4.1 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking): € 129,40 2.3.4.2 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking): € 129,40 2.3.4.3 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking): € 1.640,00 2.3.4.4 indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking) € 1.072,00 2.3.4.5 indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan): € 125,25 2.3.4.6 indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving): € 804,00 2.3.4.7 indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving): € 804,00 2.3.4.8 indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit): € 125,25 2.3.5 In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot Brandveiligheid 2.3.5.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief: a - bouwwerk, oppervlakte tot 250 m2 (categorie I) € 347,00 b - bouwwerk, oppervlakte van 250 tot 2.500 m2 (categorie II) € 693,00 c - bouwwerk, oppervlakte van 2.500 tot 7.500 m2 (categorie III) € 1.388,00 d - bouwwerk, oppervlakte van 7.500 tot 15.000 m2 (categorie IV) € 2.775,00 e - bouwwerk, oppervlakte 15.000 m2 of meer (categorie V) € 5.549,00 f - de in 2.3.5.1 a t/m e genoemde bedragen worden verhoogd per m2 met € 0,49 2.3.5.2 Een aanvraag tot wijziging van een gebruiksvergunning, in afwijking van artikel 2.3.5.1, voor wijzigingen op gebruiksvergunningen: a - in geval er sprake is van een bouwkundige wijziging (zonder uitbreiding) b - in geval er sprake is van een uitbreiding van de bestaande bouwvergunning, is het in artikel 2.3.5.2 a genoemde bedrag van toepassing, verhoogd per m2 aan uitbreiding met € 59,60 € 0,49 2.3.6 Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten 2.3.6.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens provinciale verordening of gemeentelijke Erfgoedverordening aangewezen monument, waarvoor op grond van die provinciale verordening of van die gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief: 2.3.6.1.1 voor het verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een monument: € 25,90 2.3.6.1.2 voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 25,90 2.3.6.2 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de Wabo, op het slopen van een bouwwerk in een krachtens provinciale verordening of de gemeentelijke Erfgoedverordening aangewezen stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder c, van de Wabo, waarvoor op grond van die provinciale verordening of van die gemeentelijke Erfgoedverordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief: - bouwwerk, oppervlakte tot 100 m2 - bouwwerk, oppervlakte van 100 tot 200 m2 - bouwwerk, oppervlakte van 200 tot 300 m2 - bouwwerk, oppervlakte van 300 of meer € 134,10 € 160,45 € 214,30 € 321,95 2.3.7 Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd stads- of dorpsgezicht 2.3.7.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk of onderdeel van een bouwwerk bedraagt het tarief: - bouwwerk, oppervlakte tot 100 m2 - bouwwerk, oppervlakte van 100 tot 200 m2 - bouwwerk, oppervlakte van 200 tot 300 m2 - bouwwerk, oppervlakte van 300 of meer € 134,10 € 160,45 € 214,30 € 321,95 2.3.7.1.1 in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, of waarvoor op grond van een provinciale verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo: € 123,20 2.3.7.1.2 in gevallen waarvoor op grond van artikel 8.1.1 van de Bouwverordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo, € 123,20 2.3.7.2 Asbesthoudende materialen Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.7.1.2 bedraagt het tarief, indien de in die onderdelen bedoelde aanvraag betrekking heeft op een bouwwerk of onderdeel van het bouwwerk waarin asbest of een asbesthoudend product aanwezig is: € 61,60 Aanleggen of veranderen weg 2.3.8 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2.11 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief: van de aanlegkosten, met een minimum van € 125,00 en een maximum van € 900,00 0,75% 2.3.9 Uitweg/inrit 2.3.9.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 200,85 2.3.9.2 indien een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.3.9.1 niet leidt tot honorering van de aanvraag, dan wordt slechts 50% van het bedrag in rekening gebracht. 2.3.10 Kappen Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 4.11 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 27,50 2.3.11 Opslag van roerende zaken Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op de opslag van roerende zaken in een bepaald gedeelte van de provincie of de gemeente, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 4:13 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief: 2.3.11.1 indien de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j, van de Wabo: € 26,30 2.3.11.2 indien de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder k, van de Wabo: € 26,30 2.3.12 Projecten of handelingen in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 2.3.12.1 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op handelingen in een beschermd natuurgebied die schadelijk kunnen zijn voor het natuurschoon, de natuurwetenschappelijke betekenis of voor de dieren of planten, als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 bedraagt het tarief: € 321,95 2.3.12.2 Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het realiseren van projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats en soorten in een door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen gebied als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 € 321,95 2.3.13 Handelingen in het kader van de Flora- en Faunawet Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een handeling waarvoor op grond van artikel 75, derde lid, van de Flora- en Faunawet ontheffing nodig is, bedraagt het tarief € 321,95 2.3.14 Andere activiteiten Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit of handeling: 2.3.14.1 behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 321,95 2.3.14.2 behoort tot een bij provinciale verordening, gemeentelijke verordening of waterschapsverordening aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 321,95 2.3.14.2.1 als het een gemeentelijke verordening betreft: het bedrag dat op grond van deze tarieventabel voor de betreffende vergunning of ontheffing verschuldigd is als de activiteit zou worden uitgevoerd zonder omgevingsvergunning. Als de activiteit in geen enkel geval kan worden uitgevoerd zonder omgevingsvergunning bedraagt het tarief: € 321,95 2.3.14.2.2 als het een provinciale of waterschapsverordening betreft: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Indien een begroting als bedoeld in de eerste volzin is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 2.3.15 Beoordeling bodemrapport Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld: 2.3.15.1 voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport € 107,70 2.3.15.2 voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport Gratis 2.3.16 Advies 2.3.16.1 Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij algemene maatregel van bestuur, provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.26, derde lid, van de Wabo: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.3.16.2 Indien een begroting als bedoeld in 2.3.16.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 2.3.17 Verklaring van geen bedenkingen 2.3.17.1 Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo: 2.3.17.1.1 indien de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: € 268,15 2.3.17.1.2 indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.3.17.2 Indien een begroting als bedoeld in 2.3.17.1.2 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. Hoofdstuk 4 Vermindering 2.4.1 Er is geen sprake van vermindering aangezien het vooroverleg in hoofdstuk 2, titel 2 gratis is. Hoofdstuk 5 Teruggaaf 2.5.1 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten 2.5.1.1 Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 80% indien een aanvraag tot het verkrijgen van een bouwvergunning vóór het verlenen van de vergunning wordt ingetrokkenen en voordat de vrijstellingsprocedure is opgestart. Dit bedrag is 80% van het legesbedrag, met uitzondering van het vaste basisbedrag en de kosten voortkomend uit de kosten van welstandstoetsing. 2.5.1.2 In afwijking van artikel 2.5.1.1 bedraagt de teruggaaf op aanvraag 60% als de vrijstellingsprocedure reeds is opgestart of doorlopen. Dit bedrag is 60% van het legesbedrag, met uitzondering van het vaste basisbedrag en de kosten voortkomend uit de vrijstellingsprocedure en de kosten van welstandstoetsing. 2.5.1.3 Indien de in artikel 2.5.1.1 of 2.5.1.2 bedoelde intrekking binnen 3 maanden wordt gevolgd door een nieuwe aanvraag, worden de voor deze bouwaanvraag verschuldigde leges verrekend met de na toepassing van 2.5.1.1 of 2.5.1.2 geheven leges. Het vorenstaande vindt geen toepassing indien, naar de omstandigheden beoordeeld, sprake is van een nieuwbouwplan. 2.5.2 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 50% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. Dit bedrag is 50% van het legesbedrag, met uitzondering van het vaste basisbedrag en de kosten voortkomend uit de vrijstellingsprocedure en de kosten van welstandstoetsing. 2.5.3 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten 2.5.3.1 Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 of 2.3.7 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 50% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. Dit bedrag is 50% van het legesbedrag, met uitzondering van het vaste basisbedrag en de kosten voortkomend uit de vrijstellingsprocedure en de kosten van welstandstoetsing. 2.5.3.2 Onder een weigering bedoeld in onderdeel 2.5.3.1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. 2.5.4 Minimumbedrag voor teruggaaf n.v.t. 2.5.5 Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen bedenkingen Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 2.3.16 en 2.3.17 wordt geen teruggaaf verleend. Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning 2.6 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.33, tweede lid, onder b, van de Wabo, tenzij onderdeel 2.5.2 van toepassing is: Gratis Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project 2.7 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project waarvoor reeds een vergunning is verleend, maar waarvan nog geen gebruik is gemaakt, worden de voor de oorspronkelijke vergunning geheven leges verrekend met het bedrag dat verschuldigd is door toepassing van het tarief als vermeld in titel 2, hoofdstuk 3 genoemde leges. Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten 2.8.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening € 3.751,00 2.8.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een een aanvraag tot het wijzigen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening € 2.680,00 Hoofdstuk
- In deze titel niet benoemde beschikking 2.9 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde beschikking: € 61,60 Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn Hoofdstuk 1 Horeca 3.1.1 Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 3 van de Drank- en Horecawet € 251,600 3.1.2 Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in artikel 30 van de Drank- en Horecawet € 121,10 3.1.3 Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet € 26,30 Ontheffing sluitingsuur: 3.1.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing van het verbod als bedoeld in artikel 2:29 van de Algemene Plaatselijke Verordening € 26,30 Exploitatievergunning: 3.1.5 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een exploitatievergunning horecabedrijf, als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening € 251,60 3.1.6 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijziging van een exploitatievergunning horecabedrijf, als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening € 26,30 Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten 3.2.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening (evenementenvergunning) indien het betreft: 3.2.1.1 Een grootschalig evenement of een evenement met verhoogd risicoprofiel € 214,30 3.2.1.2 Een grootschalig evenement of een evenement zonder verhoogd risicoprofiel € 26,30 3.2.1.2 Een herdenkingsplechtigheid € 26,30 3.2.1.3 Een braderie € 26,30 3.2.1.4 Een optocht, niet zijnde een betoging, op de weg € 26,30 3.2.1.5 Een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg € 26,30 3.2.1.6 Een kleinschalig vergunningplichtig evenement € 26,30 3.2.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een vergunning voor het organiseren van een snuffelmarkt als bedoeld in artikel 5:23 van de Algemene Plaatselijke Verordening € 26,30 3.2.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een vergunning voor het organiseren van een markt als bedoeld in de Marktverordening (vergunning organisatie) € 26,30 Hoofdstuk 3 Prostitutiebedrijven Vergunning seksinrichting of escortbedrijf: 3.3 Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3.4 van de Algemene Plaatselijke Verordening € 578,00 Hoofdstuk 4 Splitsingsvergunning woonruimte 3.4 Niet van toepassing. Hoofdstuk 5 Leefmilieuverordening 3.5 Niet van toepassing. Hoofdstuk 6 Brandbeveiligingsverordening 3.6 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: 3.6.1 een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning met betrekking tot het brandveilig gebruik van een inrichting, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Brandbeveiligingsverordening € 89,30 3.6.2 een aanvraag tot wijziging van een gebruiksvergunning, in afwijking van artikel 3.6.1, voor wijzigingen op gebruiksvergunningen: a in geval het een wijziging van administratieve aard betreft € 59,60 b in geval er sprake is van een bouwkundige wijziging (zonder uitbreiding en eventueel aangevuld met een administratieve wijziging) € 59,60 c in geval er sprake is van een uitbreiding van de bestaande bouwvergunning, zijn de in artikelen 3.6.2 a en b genoemde bedragen van toepassing, verhoogd per m2 aan uitbreiding met € 0,49 Hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde vergunningen, ontheffing of andere beschikking 3.7 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking € 26,30 Behorende bij raadsbesluit van 11 december 2014 De griffier van Bunschoten, E. Hoogstraten