Verordening handhaving Sociale Zekerheid gemeente Woudrichem 2015De raad van de gemeente Woudrichem, gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 oktober 2014; gezien het advies van de cliëntenraad Sociale Zekerheid van 29 oktober 2014; gelet op artikel 8b van de Participatiewet, artikel 35, lid 1, onderdeel c van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers en artikel 35, lid 1, onderdeel c van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet; overwegende dat het noodzakelijk is de bestrijding van het ten onrechte ontvangen van bijstand of uitkering alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen bij verordening te regelen; gehoord het advies van de opiniërende vergadering d.d. 25 november 2014 besluit: vast te stellen de Verordening handhaving Sociale Zekerheid gemeente Woudrichem 2015 Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen 1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Particpatiewet (P-wet), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte Werknemers (Ioaw) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2.In deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woudrichem; Wet: de P-wet, de Ioaw, de Ioaz; Uitkering: uitkering in gevolge de P-wet, Ioaw en Ioaz; Bijstand: algemene en bijzondere bijstand van de P-wet; Re-integratievoorziening: voorziening bedoeld in het eerste lid onder a van P-wet en artikel 34, eerste lid onder a van Ioaw en Ioaz. Hoofdstuk2.Preventie en controle Artikel2Fraudepreventie Het college voert een actief fraudepreventiebeleid. Onderdeel daarvan is de wijze waarop het college belanghebbenden informeert over de rechten en plichten die aan het ontvangen van uitkering of een re-integratievoorziening zijn verbonden en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik. Ter controle van het beroep op uitkering wordt onder meer gebruik gemaakt van bestandsvergelijkingen met de actuele gegevens en van de samenloopsignalen die daaruit voortkomen. Artikel3Controle 1.Het college doet stelselmatig onderzoek naar de rechtmatigheid van de uitkering en kan daarbij gebruikmaken van huisbezoeken, risicoprofielen en bestandsvergelijkingen en de samenloopsignalen die daaruit voortkomen. Het college onderzoekt daarnaast overige signalen en tips die relevant zijn voor het recht op uitkering. 2.Het college doet onderzoek naar de reden van de beëindiging van de uitkering en neemt op basis daarvan besluiten met betrekking tot de rechtmatigheid van de uitkering en de wederzijds tussen het college en de belanghebbende resterende verplichtingen en de afhandeling daarvan. 3.De onderzoeken als bedoeld in het eerste en tweede lid kunnen ook uitgevoerd worden met betrekking tot het gebruik van een re-integratievoorziening. Artikel4Heronderzoeksplan Het college stelt een heronderzoeksplan vast, waarin wordt vastgelegd waaruit het controlebeleid ten aanzien van de uitvoering van de wet, de IOAW en de IOAZ bestaat. Hoofdstuk3.Slotbepalingen Artikel5Nadere regels Het college is bevoegd om nadere regels te stellen met betrekking tot de uitvoering van deze verordening. Artikel6Intrekking De Verordening handhaving inkomens-en re-integratievoorzieningen 2013, vastgesteld op 14 mei 2013, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.