Verordening op de heffing en invordering van leges 2015De raad van de gemeente Cuijk gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2015; gelet op de artikelen 156, tweede lid, aanhef en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet; gelet op artikel 1 van de Wet van 13 oktober , houdende regeling van een grondslag voor de heffing van rechten voor de Nederlandse identiteitskaart (Stb. , 440); gelet op de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet, zoals deze zijn gewijzigd door het voorstel van rijkswet tot Wijziging van de Paspoortwet in verband met onder meer de status van de Nederlandse identiteitskaart (Kamerstukken I 2013/2014, 33440 (R1990), nr. A); besluit Vast te stellen de navolgende Verordening op de heffing en de invordering van leges 2015 (verordening leges cuijk 2015) Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: ’dag’: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; ’week’: een aaneengesloten periode van zeven dagen; ’maand’: het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand; ’jaar’: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; 'kalenderjaar': de periode van 1 januari tot en met 31 december. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel3Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht. Artikel4Vrijstellingen 1.Leges worden niet geheven voor stukken, inlichtingen of nasporingen waarvan de kosteloze afgifte, verstrekking of verrichting bij enig wettelijk voorschrift aan de gemeentebesturen is opgelegd. 2.Leges worden voorts niet geheven voor: aanvragen als bedoeld in Hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tabel, te verstrekken aan redacties van dag- en weekbladen alsmede, op verzoek, te verstrekken aan leden van de Nederlandse Vereniging van Journalistiek, voor zover deze verstrekking in het belang van de gemeente is; collectevergunningen; vergunningen voor het innemen van een standplaats op de weekmarkt; een verklaring omtrent het gedrag voor meerderjarige gezinsleden van gastgezinnen ten behoeve van de Stichting Europa Kinderhulp. toestemming voor het ophangen van spandoeken door de Nierstichting, het Reumafonds, de Lever- en Darmstichting, de Brandwondenvereniging, het Astmafonds dan wel andere instanties van vergelijkbare aard en doelstelling. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald; diensten met betrekking tot een aanvraag tot verlening of gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning of wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning, voor zover die aanvraag betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. diensten met betrekking tot een aanvraag voor mobiele onderkomens die tijdelijk worden geplaatst en uitsluitend worden gebruikt voor het doen van onderzoek van bevolkingsonderzoek als bedoeld in artikel 1, onder c. van de Wet op het bevolkingsonderzoek. het in behandeling nemen van aanvragen om een evenementenvergunning voor middelgrote evenementen als bedoeld in titel 3 hoofdstuk 2van de tarieventabel voor een non-profitinstelling die zich blijkens haar statuten de uitoefening ten doel stelt van activiteiten van maatschappelijke, sociale of culturele aard en waarbij de activiteiten in hoofdzaak worden verricht door vrijwilligers. Artikel5Maatstaven van heffing en tarieven 1.De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel6Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel7Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9 , eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen dertig dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel8Kwijtschelding Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel9Vermindering of teruggaaf 1.Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling. 2.Voor de toepassing van artikel 28, vierde lid, van de Invorderingswet 1990 wordt de teruggaaf van leges, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt als een vermindering van de belastingaanslag. Artikel10Overdracht van bevoegdheden Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: van zuiver redactionele aard zijn; een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft: onderdeel 1.1.9 (akten burgerlijke stand); hoofdstuk 2 (reisdocumenten); hoofdstuk 3 (rijbewijzen); onderdeel 1.4.7 (papieren verstrekking uit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens); hoofdstuk 6 (verstrekkingen op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens); onderdeel 1.9 1 (verklaring omtrent het gedrag); hoofdstuk 14 (kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel11Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de leges. Artikel12Overgangsrecht 1.De artikelen en tarieventabel van de “Legesverordening Cuijk 2014” van 16 december 2013, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 24 februari 2014, vervallen met ingang januari
(2013), of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft. 2.1.1.3 Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2.1.2 In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld. 2.1.3 In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld. Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag/principeverzoek Tarief 2014 € Tarief 2015 € 2.2 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 2.2.1 om vooroverleg in verband met het verlenen van een indicatie of een voorgenomen project in het kader van de Wabo vergunbaar is worden geen leges geheven. 2.2.2 Vervallen. 2.2.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een principeverzoek voor het verlenen van planologische medewerking opgesteld voor een plan dat niet binnen het bestemmingsplan past: 2.2.3.1 voor een enkelvoudige afwijking op het gebied van bouwen als bedoeld in in artikel 2.12, lid 1 sub a onderdeel 2 van de Wabo, juncto artikel 4, lid 1 tot en met 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) € 161,00 € 163,50 2.2.3.1 voor een complexe c.q. meervoudige afwijking, waaronder wordt verstaan een verzoek om een afwijking ten aanzien van het gebruik van een bouwwerk en complexe bouwzaken en werken of werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 2.12, lid 1 sub a onderdeel 2 van de Wabo, juncto artikel 4 lid 5 tot en met 10 van bijlage II van het Bor en artikel 2.12, lid 1 sub a, onderdeel 3 van de Wabo € 377,00 € 383,00 2.2.3.2 In afwijking van het bepaalde in subonderdeel hoofdstuk 4, subonderdeel 2.4.1 worden de onder 2.2.3.1 of 2.2.3.2 berekende leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van de omgevingsvergunning bedoeld in hoofdstuk 3 indien: 2.2.3.2.1 de omgevingsvergunning met daarin de plannen waarop een positief besluit op het principeverzoek is genomen ongewijzigd en binnen een jaar na de datum van dit besluit wordt aangevraagd of 2.2.3.2.2 het advies behorend bij het besluit op het principeverzoek wordt opgevolgd en de gewijzigde aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning binnen een jaar na de datum van dit besluit wordt ingediend Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning Tarief 2014 € Tarief 2015 € 2.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk 4 van deze titel. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. 2.3.1 Bouwactiviteiten 2.3.1.1 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tariefbedrag dan wel het percentage van de bouwkosten: a. indien deze minder dan € 4.000 bedragen: € 99,50 € 101,00 b. indien deze € 4.000 of meer doch minder dan € 1.000.000 bedragen: 2,46% 2,50% c. indien deze € 1.000.000 of meer doch minder dan € 2.000.000 bedragen: 2,21% 2,24% d. indien deze € 2.000.000 of meer doch minder dan € 3.000.000 bedragen: 1,86% 1,89% e. indien deze € 3.000.000 of meer doch minder dan € 5.000.000 bedragen: 1,51% 1,53% f. indien deze € 5.000.000 of meer doch minder dan € 10.000.000 bedragen: 1.41% 1.43% g. indien deze € 10.000.000 of meer doch minder dan € 15.000.000 bedragen: 1,31% 1,33% h. indien deze € 15.000.000 of meer bedragen: 1,21% 1,23% Extra welstandstoets 2.3.1.2 Het van toepassing zijnde tarief op grond van subonderdeel 2.3.1 wordt niet verhoogd indien zich tijdens de beoordeling van de in dat subonderdeel bedoelde aanvraag wijzigingen voordoen in het bouwplan en daarvoor een nieuwe welstandstoets noodzakelijk is: Verplicht advies agrarische commissie 2.3.1.3 Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat subonderdeel bedoelde aanvraag een advies van de agrarische commissie wordt beoordeeld: € 99,50 € 101,00 Achteraf ingediende aanvraag 2.3.1.4 Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien de in dat subonderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit: 150% 150% Beoordeling aanvullende gegevens 2.3.1.5 Voor het beoordelen van aanvullende gegevens als gevolg van een onvolledige aanvraag worden geen aanvullende leges geheven. 2.3.2 Aanlegactiviteiten 2.3.2.1 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 223,00 € 226,00 2.3.3 Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1: 2.3.3.1 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking): € 223,00 € 226,00 2.3.3.2 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking): € 583,00 € 592,00 2.3.3.3 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking): € 1.829,00 € 1.856,00 2.3.3.4 indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking): € 583,00 € 592,00 2.3.3.5 indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan): € 221,00 € 224,00 2.3.3.6 indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving): € 196,00 € 199,00 2.3.3.7 indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving): € 392,00 € 398,00 2.3.3.8 indien artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit): € 221,00 € 224,00 2.3.4 Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.4.1 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking): € 221,00 € 224,00 2.3.4.2 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking): € 583,00 € 592,00 2.3.4.3 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking): € 1.829,00 € 1.856,00 2.3.4.4 indien artikel 2.12, tweede lid, van de Wabo wordt toegepast (tijdelijke afwijking) € 583,00 € 592,00 2.3.4.5 indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan): € 221,00 € 224,00 2.3.4.6 indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving): € 196,00 € 199,00 2.3.4.7 indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving): € 392,00 € 398,00 2.3.4.8 indien artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit): € 221,00 € 224,00 2.3.5 In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief voor een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van: 2.3.5.1 -minder dan 100 m2 € 372,00 € 378,00 2.3.5.2 -100 m2 of meer, doch minder dan 500 m2 € 378,00 € 372,00 € 378,00 vermeerderd met € 0,830 per m2 van de gebruiksoppervlakte boven de 100 m2 € 0,818 € 0,830 2.3.5.3 -500 m2 of meer, doch minder dan 1.000 m2 € 710,00 € 699,00 € 710,00 vermeerderd met € 0,417 per m2 van de gebruiksoppervlakte boven de 500 m2 € 0,411 € 0,417 2.3.5.4 - 1.000 m2 of meer, doch minder dan 2.500 m2 € 919,00 € 905,00 € 919,00 vermeerderd met € 0,313 per m2 van de gebruiksoppervlakte boven de 1.000 m2 € 0,308 € 0,313 2.3.5.5 - 2.500 m2 of meer, doch minder dan 5.000 m2 € 1.389,00 € 1.367,00 € 1.389,00 vermeerderd met € 0,230 per m2 van de gebruiksoppervlakte boven de 2.500 m2 € 0,227 € 0,230 2.3.5.6 - 5.000 m2 of meer € 1.964,00 € 1.934,00 € 1.964,00 vermeerderd met € 0,117 per m2 van de gebruiksoppervlakte boven de 5.000 m2 € 0,115 € 0,117 2.3.5.7 Het tarief als vermeld onder 2.3.5.1 tot en met 2.3.5.1.6 wordt afgerond op hele euro’s naar beneden. 2.3.5.8 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een gebruiksvergunning afwijkend van c.q. aanvullend op een eerder afgegeven gebruiksvergunning, wordt voor wat betreft het gewijzigde c.q. aanvullende gedeelte berekend volgens de onder 2.3.5.1 tot en met 2.3.5.7 vermelde tarieven. Het vorenstaande vindt geen toepassing indien de afwijking zodanig is dat in feite van een nieuwe gebruiksvergunning dient te worden gesproken. 2.3.6 Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten 2.3.6.1 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen monument, waarvoor op grond van die provinciale of gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief: 2.3.6.1.1 voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een monument: € 272,50 € 277,00 2.3.6.1.2 voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht: € 272,50 € 277,00 2.3.6.2 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de Wabo, op het slopen van een bouwwerk in een krachtens provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder c, van de Wabo, waarvoor op grond van die provinciale of gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief: € 272,50 € 277,00 2.3.7 Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd stads- of dorpsgezicht 2.3.7.1 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief € 192,00 € 195,00 2.3.7.2 Asbesthoudende materialen Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.7.1 bedraagt het tarief, indien de in die onderdelen bedoelde aanvraag betrekking heeft op een bouwwerk waarin asbest of een asbesthoudend product aanwezig is: € 254,25 € 258,00 2.3.8 Aanleggen of veranderen weg Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het aanleggen van een weg of verandering brengen in de wijze van aanleg van een weg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2:11 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 197,00 € 200,00 2.3.9 Uitweg/inrit Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2.12 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, kan worden volstaan met het doen van een melding. 2.3.10 Vellen van houtopstanden (kappen) Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale of gemeentelijke bomenverordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 20,60 € 20,90 2.3.11 Opslag van roerende zaken Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op de opslag van roerende zaken in een bepaald gedeelte van de provincie of de gemeente, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale of gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief: 2.3.11.1 indien de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j, van de Wabo: € 98,50 € 100,00 2.3.11.2 indien de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder k, van de Wabo: € 197,00 € 200,00 2.3.12 Projecten of handelingen in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 2.3.12.1 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op handelingen in een beschermd natuurgebied die schadelijk kunnen zijn voor het natuurschoon, de natuurwetenschappelijke betekenis of voor de dieren of planten, als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 bedraagt het tarief: € 32,75 € 33,25 2.3.12.2 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het realiseren van projecten of andere handelingen met gevolgen voor habitats en soorten in een door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen gebied als bedoeld in artikel 19d, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 € 32,75 € 33,25 2.3.13 Handelingen in het kader van de Flora- en Faunawet Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een handeling waarvoor op grond van artikel 75, derde lid, van de Flora- en Faunawet ontheffing nodig is, bedraagt het tarief € 66,30 € 66,30 2.3.14 Andere activiteiten Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit of handeling: 2.3.14.1 behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 197,00 € 200,00 2.3.14.2 behoort tot een bij provinciale verordening, gemeentelijke verordening of waterschapsverordening aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, bedraagt het tarief: € 130,60 € 132,60 2.3.14.2.1 als het een gemeentelijke verordening betreft: het bedrag dat op grond van deze tarieventabel voor de betreffende vergunning of ontheffing verschuldigd is als de activiteit zou worden uitgevoerd zonder omgevingsvergunning. Als de activiteit in geen enkel geval kan worden uitgevoerd zonder omgevingsvergunning bedraagt het tarief: € 66,30 € 66,30 2.3.14.2.2 als het een provinciale of waterschapsverordening betreft: € 132,60 € 132,60 2.3.15 Omgevingsvergunning in twee fasen Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.15.1 voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft; 2.3.15.2 voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft. 2.3.16 Beoordeling bodemrapport Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld: 2.3.16.1 voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport € 99,50 € 101,00 2.3.16.2 voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport € 272,00 € 276,00 2.3.16.3 voor de beoordeling van een ander hiervoor niet genoemd rapport € 99,50 € 101,00 2.3.17 Advies 2.3.17.1 Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van eenomgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.3.17.2 Indien een begroting als bedoeld in 2.3.17.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 2.3.18 Publicatiekosten De in in titel 2 genoemde bedragen worden verhoogd met een bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van een aanvraag aan de aanvrager meegedeelde kosten van wettelijk verplichte openbare kennisgevingen, blijkende uit een begroting die terzake door af vanwege burgemeester en wethouders is opgesteld. Voor de toepassing van deze rubriek wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting van wettelijke verplichte openbare kennisgevingen aan de aanvrager ter kennis is gebracht. 2.3.19 Verklaring van geen bedenkingen 2.3.19.1 Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo: 2.3.19.1.1 indien de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: € 392,00 € 398,00 2.3.19.1.2 indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: € 653,00 € 663,00 2.3.20 Procedure vaststelling hogere grenswaarde Wet Geluidhinder Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een verzoek tot het starten van een procedure ter vaststelling van een hogere grenswaarde als bedoeld in de Wet Geluidhinder € 637,00 € 647,00 Hoofdstuk 4 Vermindering 2014 2015 2.4.1 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een vooroverleg als bedoeld in hoofdstuk 2, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de eventueel ter zake van het vooroverleg geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning bedoeld in hoofdstuk
- 2.4.2 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op meer dan vijf activiteiten, bestaat aanspraak op vermindering van leges, met uitzondering van het legesdeel in verband met adviezen, publicaties of verklaringen van geen bedenkingen als bedoeld in de onderdelen 2.3.16, 2.3.18, 2.3.19 en 2.3.
- De vermindering bedraagt: 2.4.2.1 bij 5 tot 10 activiteiten: 3% 3% van de voor die activiteiten verschuldigde leges; 2.4.2.2 bij 10 tot 15 activiteiten: 6% 6% van de voor die activiteiten verschuldigde leges; 2.4.2.3 bij 15 of meer activiteiten: 9% 9% van de voor die activiteiten verschuldigde leges. Hoofdstuk 5 Teruggaaf 2014 2015 2.5.1 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als een aanvrager zijn aanvraag tot het verlenen van eenomgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 2.5.1.1 indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van 4 weken na het in behandeling nemen ervan 60% 60% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges; 2.5.1.2 indien de aanvraag wordt ingetrokken na 4 weken en binnen 8 weken na het in behandeling nemen ervan 40% 40% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges; 2.5.1.3 indien de aanvraag wordt ingetrokken na 8 weken en binnen 26 weken na het in behandeling nemen ervan 25% 25% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 2.5.2 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 3 jaren na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: 40% 40% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 2.5.3 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten 2.5.3.1 Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 of 2.3.7 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 40% 40% van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 2.5.3.2 Onder een weigering bedoeld in subonderdeel 2.5.3.1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak. 2.5.4 Minimumbedrag voor teruggaaf Het minimumbedrag voor teruggaaf bedraagt € 99,50 € 99,50 2.5.5 Geen teruggaaf legesdeel advies, publicatiekosten of verklaring van geen bedenkingen Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 2.3.16, 2.3.17, 2.3.18, 2.3.19 en 2.3.20 wordt geen teruggaaf verleend. Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning 2.6 Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.33, tweede lid, onder b, van de Wabo, tenzij onderdeel 2.5.2 van toepassing is worden geen leges geheven. Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project Tarief 2014 € Tarief 2015 € 2.7 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project: 2.7.1 2,50 % van de bouwkosten 2,46% 2,50% 2.7.2 met een minimum van € 99,50 € 101,50 Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten Tarief 2014 € Tarief 2015 € 2.8.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening € 1.556,00 € 1.580,00 2.8.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een een aanvraag tot het wijzigen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening € 816,00 € 828,00 2.8.3 Beoordeling rapport Indien krachtens voorschrift voor een in subonderdeel 2.8.1 of 2.8.2 bedoelde aanvraag een rapport wordt beoordeeld bedraagt het tarief: 2.8.3.1 voor de beoordeling van een geluidrapport € 272,00 € 276,00 2.8.3.2 voor de beoordeling van een archeologisch rapport € 272,00 € 276,00 2.8.3.3 voor de beoordeling van een ander hiervoor niet genoemd rapport € 99,50 € 101,00 2.8.4 Advies 2.8.4.1 Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van eenomgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.8.4.2 Indien een begroting als bedoeld in 2.8.4.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 2.8.5 Procedure vaststelling hogere grenswaarde Wet Geluidhinder Het tarief bedraagt ter zake van het in het kader van de aanvraag op basis van dit hoofdstuk in behandeling nemen van een verzoek tot het starten van een procedure ter vaststelling van een hogere grenswaarde als bedoeld in de Wet Geluidhinder € 637,00 € 647,00 Hoofdstuk 9 In deze titel niet benoemde beschikking Tarief 2014 € Tarief 2015 € 2.9 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een andere, in deze titel niet benoemde beschikking: € 99,50 € 101,00 Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese Dienstenrichtlijn Hoofdstuk 1 Horeca Tarief 2014 € Tarief 2015 € 3.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 3.1.1 Tot het verlenen van een vergunning ingevolge artikel 3, eerste lid van de Drank- en Horecawet € 641,00 € 651,00 3.1.2 Tot het wijzigen van een aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid van de Drank- en Horecawet € 90,50 € 92,00 3.1.3 Tot het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in artikel 30 van de Drank- en Horecawet € 180,00 € 183,00 3.1.4 Tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet € 28,00 € 28,50 3.1.5 Tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 4 van de Drank- en Horecawet € 28,00 € 28,50 Hoofdstuk 2 Evenementen c.a. Tarief 2014 € Tarief 2015 € 3.2.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening: 3.2.1.1 Voor een vergunning voor een middelgroot evenement € 402,00 € 408,00 3.2.1.2 Voor een vergunning voor een groot evenement € 1.407,00 € 1.428,00 3.2.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 3.2.2.1 Tot het verlenen van een ontheffing van het verbod als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene plaatselijke verordening om toestellen of geluids- of lichtapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluid- of lichthinder wordt veroorzaakt € 24,40 € 24,80 3.2.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 3.2.3.1 Tot het verlenen van een ontheffing van het verbod als bedoeld in artikel 2:29 van de Algemene plaatselijke verordening (ontheffing sluitingsuur) voor elk uur of gedeelte daarvan € 19,60 € 20,00 Hoodstuk 3 Prostitutiebedrijven Tarief 2014 € Tarief 2015 € 3.3.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 3.3.1.1 Tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene plaatselijke verordening (seksinrichting of escortbedrijf) € 655,00 € 665,00 3.3.1.2 Tot het wijzigen van een vergunning als bedoeld in 3.3.1.1 € 132,00 € 134,00 Hoofdstuk 4 Brandveiligheid Tarief 2014 € Tarief 2015 € 3.4.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 3.4.1.1 een aanvraag tot het verlenen van een vergunning met betrekking tot het brandveilig gebruik van een tijdelijke inrichting € 76,50 € 77,60 Hoofdstuk 5 Afvalstoffen Tarief 2014 € Tarief 2015 € 3.5.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 3.5.1.1 Tot het verlenen van een vergunning, bedoeld in het eerste lid van artikel 11 van de "Afvalstoffenverordening Land van Cuijk en Boekel", voor het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen en grof huisafval door anderen dan de inzameldienst € 24,40 € 24,40 3.5.1.2 Tot het verlenen van een ontheffing, bedoeld in artikel 25 van de Äfvalstoffenverordening Land van Cuijk en Boekel voor het op zodanige wijze op of in de bodem brengen of houden van stoffen, dat daardoor het milieu nadelig kan worden beïnvloed € 49,25 € 49,25 Hoofdstuk 6 Gastouderopvang Tarief 2014 € Tarief 2015 € 3.6.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het in exploitatie nemen van een kindercentrum, gastouderbureau of het bieden van gastouderopvang op grond van de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen: 3.6.1.1 voor een buitenschoolse opvang (BSO), een kinderdagverblijf (KDV) of een peuterspeelzaal (PSZ) € 745,00 € 756,00 3.6.1.2 voor een gastouderbureau (GOB) € 466,00 € 473,00 3.6.1.3 voor een gastouderopvang (GO) € 0,00 € 0,00 Hoofdstuk 7 Algemene plaatselijke verordening (A.P.V.) : diversen Tarief 2014 € Tarief 2015 € 3.7.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 3.7.1.1 Tot het verlenen van een lichtreclamevergunning als bedoeld in artikel 4:27 van de A.P.V. (vergunningplicht lichtreclame op of aan een onroerende zaak). Tariefbepaling is vervallen: valt onder Titel 2 omgevingsvergunning 3.7.2.1 Tot het afgeven van een vergunning als bedoeld in artikel 2:10 van de A.P.V. voor zover het een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2 eerste lid, onder j. of k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsvergunning voor het aanbrengen van constructies, borden of andere voorwerpen bestemd of gebruikt tot commerciële reclame voor elke dag en per 10 constructies, borden of andere voorwerpen waarvoor de vergunning wordt gevraagd € 6,60 € 6,70 3.7.2.2 Tot het afgeven van een vergunning als bedoeld in artikel 2:10 van de A.P.V. voor het aanbrengen van constructies, borden of andere voorwerpen bestemd of gebruikt tot niet-commerciële reclame voor elke dag en per 10 constructies borden of andere voorwerpen waarvoor de vergunning wordt gevraagd € 1,80 € 1,80 3.7.2.3 De op grond van artikel 3.6.2.1 en 3.6.2.2 geheven leges worden maximaal vastgesteld op basis van 200 dagen. 3.7.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 3.7.3.1 Tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 4:29 van de A.P.V. ten behoeve van recreatief nachtverblijf met kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd € 48,80 € 49,50 3.7.4 Tot het verlenen van een verkoopregister als bedoeld in artikel 2:67 van de A.P.V. € 45,25 € 46,00 3.7.5 Tot het verlenen van een nachtverblijfregister als bedoeld in artikel 2:38 van de A.P.V. € 30,60 € 31,00 3.7.6 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag, ontheffing of aanwijzing als bedoeld in artikel 5:18 van de A.P.V. : 3.7.6.1 Voor een verzorgingspost tijdens de Vierdaagsevrijdag € 17,80 € 18,00 3.7.6.2 Voor een commerciële standplaats/uitstalling op de weg tijdens de Vierdaagsevrijdag € 139,00 € 141,00 3.7.6.3 Voor het nachtelijk afmeren in de passantenhaven tijdens de Vierdaagseweek per vaartuig per nacht € 15,00 € 15,00 3.7.7 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in artikel 5:18 van de A.P.V.: 3.7.7.1 Tot de afgifte van een vergunning tot het in de gemeente innemen van een standplaats: voor elke dag waarvoor de vergunning wordt gevraagd: 3.7.7.1.1 -voor een periode van maximaal 3 uur per dag € 22,00 € 22,30 3.7.7.1.2 -voor een periode van meer dan 3 uur per dag € 26,40 € 26,80 3.7.7.2 De op grond van artikel 3.6.8.1 geheven leges worden, indien de standplaats wordt ingenomen op een of meerdere betaaldparkeerplaatsen, verhoogd met het aantal ingenomen plaatsen maal het geldende dagparkeertarief op die locatie. 3.7.7.3 De op grond van artikel 3.7.7.1 tot en met 3.7.7.2 geheven leges worden maximaal vastgesteld op basis van 200 dagen 3.7.7.4 Indien van een verleende vergunning als bedoeld in 3.7.7 geen gebruik meer wordt gemaakt en door de aanvrager wordt ingetrokken wordt als volgt gedeeltelijk teruggaaf van de volgens 3.7.7.1 tot en met 3.7.7.3 berekende leges verleend: 3.7.7.4.1 als het aantal dagen waarvoor de vergunning is aangevraagd op het moment van intrekking nog niet voor de helft van het aantal dagen is verstreken: 40% 40% 3.7.7.4.2 als het aantal dagen waarvoor de vergunning is aangevraagd op het moment van intrekking nog niet voor driekwart van het aantal dagen is verstreken: 60% 60% 3.7.7.4.3 als nog geen enkele van het aantal dagen waarvoor de vergunning is aangevraagd op het moment van intrekking is verstreken: 80% 80% 3.7.7.5 Indien de gevraagde vergunning niet wordt verleend, wordt teruggaaf van 80 % van de volgens 3.7.7.1 tot en met 3.7.7.3 berekende leges verleend. 80% 80% 3.7.8 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het mogen exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de A.P.V.. € 57,00 € 58,00 3.7.9 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot ontheffing van: 3.7.9.1 het verbod op het parkeren van reclamevoertuigen als bedoeld in artikel 5:7 A.P.V. € 28,05 € 28,50 3.7.9.2 het verbod om binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben (2:22 A.P.V.) € 44,75 € 45,50 Hoofdstuk 8 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking Tarief 2014 € Tarief 2015 € 3.8.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking € 19,35 € 19,60 3.8.2 De in titel 3 genoemde bedragen worden verhoogd met een bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van een aanvraag aan de aanvrager meegedeelde kosten van wettelijk verplichte openbare kennisgevingen, blijkende uit een begroting die terzake door of vanwege burgemeester en wethouders is opgesteld. Voor de toepassing van deze rubriek wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting van wettelijk verplichte openbare kennisgevingen aan de aanvrager ter kennis is gebracht. 3.8.3 De in dit hoofdstuk genoemde bedragen worden verhoogd met een bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde externe advieskosten, blijkend uit een begroting die terzake door of vanwege burgemeester en wethouders is opgesteld. Voor de toepassing van deze rubriek wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting van de externe advieskosten aan de aanvrager ter kennis is gebracht. Indien de werkelijke advieskosten minder bedragen dan het aan de hand van de begroting geraamde bedrag, wordt voor het verschil teruggaaf verleend.