Regeling fiscale uitruil woon-werkverkeer 2015Regeling fiscale uitruil woon-werkverkeer Artikel1Algemene bepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: Medewerker: de ambtenaar, als bedoeld in artikel 1:1, lid 1, sub a van de CAR-UWO; Woon-werkverkeer: de kortste afstand van de eigen woning van de medewerker naar de standplaats, gemeten door de ANWB-routeplanner; Eindejaarsuitkering: de uitkering zoals gedefinieerd in artikel 3:6 van de CAR-UWO; Vakantietoelage: de toelage zoals gedefinieerd in artikel 6:3 van de CAR-UWO; Woonadres: het adres waar de medewerker staat ingeschreven bij de gemeentelijke basisadministratie (GBA); Standplaats: de gemeente waar de plaats van tewerkstelling van de medewerker is gelegen; College: college van burgemeester en wethouders; Aanvulling op de aanstelling: wilsverklaring van de medewerker om deel te nemen aan de uitruil. Artikel2Toepassing Medewerkers in dienst van de gemeente De Marne kunnen aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten voor het regelmatig reizen tussen de woning en de standplaats indien, op grond van artikel 4a:3 van de CAR/UWO, gebruik wordt gemaakt van de uitwisseling van (een deel van) de vakantietoelage en/of de eindejaarsuitkering tegen die tegemoetkoming. Artikel3Deelname aan de uitruil De medewerker kan deelnemen aan de uitruil woon-werkverkeer mits het aanvraagformulier is ingevuld en werkgever en de medewerker de “aanvulling op de aanstelling” hebben ondertekend. Artikel4Uitvoering van de regeling De medewerker kan op zijn verzoek maximaal zijn volledige eindejaarsuitkering en/of vakantie-uitkering inzetten voor een vergoeding in de kosten van woon-werkverkeer. Hierdoor heeft de medewerker een fiscaal voordeel. Bij uitruil van de vakantietoelage mag in mei van het desbetreffende jaar maximaal 5/12 deel van het totaal aantal jaarlijks af te leggen km’s worden gedeclareerd. In december kan dan het resterende deel van de km’s worden uitgeruild. Als de medewerker de aanvraag voorafgaand aan het jaar waarin de uitruil plaatsvindt indient, mag bij een 5 daagse werkweek worden uitgegaan van 214 werkdagen. Wordt de aanvraag na 1 januari van het kalenderjaar ingediend waarop de aanvraag betrekking heeft, dan dient te worden uitgegaan van het werkelijke aantal werkdagen. Voor het bepalen van de enkele reisafstand wordt gebruik gemaakt van de de ANWB-routeplanner, waarbij de afstand wordt berekend aan de hand van de snelste route. Voor het bepalen van een vaste belastingvrije tegemoetkoming per maand wordt uitgegaan van de volgende factoren: aantal reguliere dagen per jaar: 260; gemiddeld aantal werkdagen in verband met kortstondige afwezigheid: 46; aan de totale reisafstand (heen- en terugreis) is geen maximum gesteld). De toegestane belastingvrije tegemoetkoming in de reiskosten woon-werkverkeer bedraagt op jaarbasis: 214 (260-46) x de totale reisafstand x € 0,19 (norm 1 januari 2008). Bij het berekenen van de toegestane belastingvrije tegemoetkoming per maand, dient de tegemoetkoming op jaarbasis te worden gedeeld door
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.