Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting Maastricht 2015 Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: recreatiewoning: woning of ander verblijf, al dan niet permanent aanwezig, bestemd voor dan wel gebezigd als verblijf voor vakantie of andere recreatieve doeleinden; jeugdherberg: gebouw of onderkomen, in hoofdzaak bestemd voor of gebezigd als verblijf voor jeugdigen voor vakantie of andere recreatieve doeleinden; kampeeronderkomens: tent, vouwwagen, kampeerauto, stacaravan, toercaravan of soortgelijk onderkomen dan wel soortgelijk voertuig bestemd voor dan wel gebezigd als verblijf voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden; verhuurde ruimte: woning of ander verblijf, of gedeelte daarvan, niet in hoofdzaak als verblijf voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden, doch die in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden wordt verhuurd dan wel te huur wordt aangeboden; een logies verstrekkend natuurlijk- of rechtspersoon: pension of ander onderkomen, of gedeelte daarvan, dat wordt geëxploiteerd voor het aanbieden van verblijf met overnachten; stercategorie: het hoogste aantal sterren dat is verleend door het Bedrijfsschap Horeca, danwel bekend is bij het VVV-Maastricht, danwel bekend gemaakt wordt in eigen uitingen op 1 januari van het belastingjaar. Artikel 2 Belastbaar feit Ter zake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam 'toeristenbelasting' een directe belasting geheven. Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt. Artikel 4 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. Artikel 5 Belastingtarief Het tarief bedraagt per persoon per overnachting in/bij een: kampeeronderkomen, recreatiewoning, jeugdherberg of verhuurde ruimte € 1,27; door een natuurlijke- of rechtspersoon verstrekte logies of hotel niet vallend in een stercategorie € 1,87; hotel in de één-stercategorie € 2,52; hotel in de twee-sterrencategorie € 3,15; hotel in de drie-sterrencategorie € 3,80; hotel in de vier-sterrencategorie € 4,53; hotel in de vijf-sterrencategorie € 5,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.