Havenverordening voor de Gemeente Bergen op Zoom SOB/8 De raad van de gemeente Bergen op Zoom; gelet op de artikelen van de Gemeentewet en de Algemene Wet Bestuursrecht; gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 23 november 1993; overwegende dat het wenselijk is om regels te stellen voor de goede orde en veiligheid in en om de Theodorushaven alhier; besluit vast te stellen de navolgende: HAVENVERORDENING VOOR DE GEMEENTE BERGEN OP ZOOM Hoofdstuk I ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze Verordening en de daarop rustende besluiten wordt verstaan onder: Schip Elk vaartuig met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als middel van vervoer te water. Type schip Voor het begrip van het onderscheidelijk aan te geven type vaartuig wordt verwezen naar de betreffende definitie in het Binnenvaartpolitiereglement 1983 Stb.683. Deel I Hoofdstuk I. Tankschip Een schip, gebouwd voor of aangepast aan het vervoer van onverpakte vloeibare lading in zijn laadruimten. Schipper De gezagvoerder van een schip of degene die deze vervangt; voor zover geen schipper aanwezig is, wordt de eigenaar of gebruiker aangemerkt als schipper. Directeur De directeur van de Dienst Stadsontwikkeling en -beheer van de Gemeente Bergen op Zoom. Havenmeester Degene die door het college van burgemeester en wethouders als zodanig is aangesteld of bij diens afwezigheid de waarnemend havenmeester. Ambtenaren Havendienst Ambtenaren van de Havendienst zijn: de directeur, de havenmeester, de waarnemend havenmeester, de havenbediende(n), alsmede de overige ambtenaren die als zodanig en zonodig met een beperkte taak in de uitvoering van deze verordening door burgemeester en wethouders zijn aangewezen. Haven Het openbare en voor de scheepvaart openstaande water van de Theodorushaven zoals dat bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening nr. 10.500-22 met blauwe kleur is aangegeven. Beheersgebied Het gebied van de Gemeente Bergen op Zoom, zoals dit op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening nr.10.500-22 met blauwe en rode kleur is aangegeven. Gevaarlijke stoffen Stoffen, die gevaar voor explosies, brand, corrosie, vergiftiging, bedwelming of straling kunnen opleveren, zoals vermeld in de International Maritime Dangerous Good Code, de International Code for the Construction and Equipment of Ships Carrying Dangerous Chemicals in Bulk, dan wel in het Reglement voor het vervoer van Gevaarlijke Stoffen over de Rijn (ADNR), alsmede elke andere stof die door burgemeester en wethouders als gevaarlijke stof is aangewezen en bekend gemaakt. Afvalstoffen Stoffen, afkomstig van het schoonmaken van een schip of voertuig, alsmede olierestanten, oliehoudende mengsels, resten van onverpakte vloeibare gevaarlijke stoffen en van elke andere stof die door burgemeester en wethouders is aangewezen en bekend gemaakt. BPR Het Binnenvaartpolitiereglement 1983 Stb.683. Vaste ligplaats Een daartoe aangewezen ligplaats voor een schip in het openbare water van de haven, welke uitsluitend mag worden ingenomen met een vergunning zoals bedoeld in artikel 20 van deze verordening. Artikel 2. Toepassingsgebied Deze verordening is van toepassing op de haven, de haven- en industrieterreinen en de tot genoemde gebieden behorende oevers en taluds, grond- en kunstwerken, inrichtingen, wegen, gebouwen en verder toebehoren voor zover die haven, terreinen, werken, inrichtingen en wateren staan onder het beheer van en zijn gelegen in het beheersgebied van de Gemeente Bergen op Zoom. Hoofdstuk II VERBODSBEPALINGEN Artikel 3. Verkeerstekens 1. Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de orde en veiligheid in de haven tekens doen plaatsen welke zijn vermeld in het Binnenvaartpolitiereglement (1983, Stb.682) en de tekens doen voorzien van nadere aanduidingen. 2. Het is verboden zonder toestemming van burgemeester en wethouders te handelen in strijd met een teken en de daarbij behorende nadere aanduiding als bedoeld in het eerste lid. Artikel 4. Verbod tot het nemen van een ligplaats 1. Het is verboden zonder toestemming van burgemeester en wethouders met een schip ligplaats in te nemen, tenzij dit geschiedt in overeenstemming met de in artikel 3 lid l bedoelde tekens en nadere aanduidingen. 2. Het is verboden zonder vergunning een vaste ligplaats in te nemen. Artikel 5. Gebruik ligplaats voor bijzondere doeleinden Het is verboden een schip op een ligplaats te gebruiken als opslagplaats, magazijn, expositieruimte of voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf, tenzij het gebruik van een schip gebonden is aan de aard van het beroep of bedrijf of indien gehandeld wordt met vergunning van burgemeester en wethouders. Artikel 6. Onvoldoend bemande schepen 1. Het is verboden een schip op een ligplaats te laten liggen dat niet is bemand of dat onvoldoende is bemand om het te kunnen verhalen. 2. Onverminderd het bepaalde betreffende bemanningseisen in hogere wetgeving is het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing, indien het een stilliggende duwbak betreft of indien gehandeld wordt met toestemming van burgemeester en wethouders. Artikel 7. Voorzieningen in de haven 1. Het is verboden voorzieningen of voorwerpen in, onder of boven het water te hebben, onverminderd het bepaalde in de Visserijwet betreffende het aanbrengen of doen aanbrengen van fuiken of enig ander los of vast vistuig, tenzij het betreft: schepen; trossen, draden, kettingen of ander soortgelijke voorzieningen, die dienen om een schip te meren, te ankeren, te slepen en of te assisteren en die als zodanig in gebruik zijn; planken en andere soortgelijke voorwerpen, niet zijnde vaste voorzieningen, die dienen om de toegang van of aan boord mogelijk te maken en die als zodanig in gebruik zijn; 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt met vergunning. Artikel 8. Toegang en gebruik van kaden, steigers en overige werken en inrichtingen 1. De toegang tot de kaden, steigers, oevervoorzieningen, haventerreinen, kunstwerken, gebouwen en overige werken en inrichtingen, welke voornoemde plaatsen zijn gelegen in het toepassingsgebied van deze verordening en in het beheer van de Gemeente Bergen op Zoom, is verboden voor een ieder, die daar niet uitsluitend uit hoofde van zijn of haar beroepswerkzaamheden hoeft te vertoeven, zulks ter beoordeling van burgemeester en wethouders. 2. De toegang tot de onder beheer van de Gemeente Bergen op Zoom zijnde taluds is zonder vergunning verboden. 3. Het betreden van de genoemde plaatsen en of niet afgesloten gedeelten daarvan geschiedt geheel voor risico van de betreder en of betreders. 4. Het betreden en gebruik van de gemeentelijke loswal is zonder toestemming van burgemeester en wethouders verboden. Artikel 9. Gebruik van ankers 1. Het is de schipper van een schip verboden: een anker te gebruiken om een schip te stoppen; met een aan de grond slepend anker te varen; ten anker te gaan of ten anker te gaan liggen. 2. Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing indien gehandeld wordt: ter voorkoming van aanvaring of aandrijving; met toestemming van burgemeester en wethouders. Artikel 10. Recreatievaart in de haven en verbod zwemmen 1. Het is verboden zonder toestemming van burgemeester en wethouders in de haven met schepen te spelevaren, zeilen, roeien en/of kanoën, tenzij voor het bereiken middels de kortste vaarroute van de binnen- of buitenhaven. 2. Het is verboden in de haven te zwemmen. Artikel 11. Verontreiniging van lucht, stank of hinder veroorzakende stoffen 1. Het is verboden rook, roet, dampen, gassen, stof of stoom op een zodanige wijze uit een schip of voertuig te laten ontsnappen dat daardoor gevaar, schade of hinder ontstaat of kan ontstaan. 2. Onverminderd het bepaalde in hogere wetgeving kunnen burgemeester en wethouders stoffen aanwijzen die stank of hinder kunnen veroorzaken. Zij maken de aangewezen stoffen bekend. 3. Het is verboden zonder vergunning de krachtens het tweede lid aangewezen en bekend gemaakte stoffen in of uit een schip of voertuig te laden of te lossen of onderling in de voornoemde vervoermiddelen in de haven overslag te plegen. Artikel 12. Verrichten van herstellingen 1. Het is verboden zonder toestemming van burgemeester en wethouders om aan of op een schip herstellingswerkzaamheden te verrichten of te doen verrichten. 2. Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing met betrekking tot: schepen liggend op of aan het terrein van een herstellingsinrichting, waarvoor een vergunning op grond van de Hinderwet is verleend; schepen, die geen gevaarlijke stof aan boord hebben of van die stof zijn schoongemaakt, mits: bij die herstellingswerkzaamheden geen vuur wordt gebruikt en geen vuur kan ontstaan; tijdens de herstellingswerkzaamheden de bedrijfsgereedheid van het schip niet wordt belemmerd; de herstellingswerkzaamheden geen gevaar, schade of hinder opleveren of kunnen opleveren; voor die werkzaamheden een geldig certificaat krachtens het Veiligheidsbesluit Tankschepen is afgegeven. Artikel 13. Ernstig gevaar, schade of hinder opleverende schepen en voertuigen 1. Burgemeester en wethouders kunnen ter voorkoming van gevaar, schade of hinder, hieronder mede begrepen ordeverstoring, de schipper van een schip een verbod opleggen om met zijn schip de haven binnen te komen, alsmede een ligplaats in te nemen of op een ligplaats te verblijven, alsmede de bestuurder van een voertuig een verbod opleggen om met zijn voertuig het gebied van de haventerreinen binnen te komen of een staanplaats op die terreinen in te nemen en of te verblijven. 2. Het verbod als bedoeld in het eerste lid wordt pas opgelegd, nadat gebleken is, dat geen uitvoering is of kan worden gegeven aan de maatregelen die in het onderhavige geval door burgemeester en wethouders zijn of worden opgelegd, of indien naar hun oordeel geen maatregelen mogelijk zijn ter voorkoming of ter beëindiging van ernstig gevaar, schade of hinder. Artikel 14. Regeling van de vaarsnelheid Onverminderd het bepaalde in artikel 6.20 van het Binnenvaartpolitiereglement is het verboden om met een schip in de haven met een grotere snelheid van 6 km per uur te varen. Artikel 15. Verbod toegang haven Het is verboden zonder toestemming van burgemeester en wethouders de haven binnen te varen of in de monding van de haven te gaan stilliggen, indien bij de havenmonding des daags een rode vlag is geplaatst of des nachts twee onder elkander geplaatste rode lichten worden getoond. Artikel 16. Verplichting assistentie door ander schip 1. Op aanwijzing van burgemeester en wethouders moet de schipper van een schip zijn schip doen assisteren door een ander schip. 2. De schipper van een schip is verplicht aan de in lid l bedoelde aanwijzing gevolg te geven. 3. Het in het eerste lid bedoelde andere schip moet als zodanig zijn uitgerust en over voldoende vermogen tot voortstuwing beschikken om aan het in het eerste lid aangewezen schip naar behoren te kunnen assisteren, zulks ter beoordeling aan burgemeester en wethouders. 4. Het is verboden aan de vaart in de haven deel te nemen indien aan de in het eerste lid bedoelde aanwijzing geen gevolg kan worden of is gegeven. 5. Het is verboden aan de schipper van een schip assistentie te verlenen aan een ander schip zonder uitdrukkelijke toestemming van burgemeester en wethouders. Artikel 17. Ontgassen van tankvaartuigen Het is verboden een tankvaartuig, liggende of varende in de haven te ontgassen of daaraan herstellingen te verrichten in de ladingzone, ongeacht of het schip een geldig schoonmaakcertificaat heeft zoals bedoeld in het Veiligheidsbesluit Tankschepen. Artikel 18. Eigenmachtig verhalen Het is verboden zonder toestemming van de schipper enig schip los te maken, te verleggen, te verhalen of daarvan de afmeermiddelen te kappen of los te gooien, tenzij gehandeld wordt door of op last van burgemeester en wethouders. Artikel 19. Verbod sluis- en brugdoorvaart 1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 6.24, 6.26, 6.28 en 6.28a van het BPR is het de schipper van een schip verboden buiten de door burgemeester en wethouders vastgestelde doorvaart- en bedieningstijden van de Burgemeester Peterssluis met ophaalbrug te naderen, door en voorbij te varen of af te meren op een afstand van minder dan 25 meter van voornoemd kunstwerk. 2. Voornoemd verbod is niet van toepassing op kleine schepen als bedoeld in artikel 1.01 onder i. van het BPR, indien buiten de in lid l bedoelde bedieningstijden nabij het rode licht en of rode lichten op het in het eerste lid genoemd kunstwerk het bord E 16 uit bijlage 7 van het BPR wordt getoond. 3. Het is de schipper van een klein schip als bedoeld in lid 2 verboden de sluis in te varen en of de brug te naderen, indien de beschikbare onderdoorvaarthoogte van de brug voor zijn schip onvoldoende is. Voornoemde hoogte wordt aangegeven door een nabij de doorvaartopening van de sluis opgestelde hoogteschaal zoals bedoeld in artikel G 5.1 uit bijlage 7 van het BPR. Hoofdstuk III VERGUNNINGEN MADATERINGEN EN BEROEP Artikel 20. Vergunningen 1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vergunningen als bedoeld in deze verordening te verlenen. 2. Aan een vergunning kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden ter bescherming van het belang waarvoor de vergunning is verleend. 3. Een vergunning wordt schriftelijk gegeven. 4. Een vergunning wordt in ieder geval niet verleend, indien redenen van orde en veiligheid in het beheersgebied zich daartegen verzetten. 5. Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken indien: redenen van orde en veiligheid in het beheersgebied daartoe aanleiding geven; een daaraan verbonden beperking of voorschrift niet wordt nageleefd; zich na de verlening een zodanig feit of omstandigheid voordoet dat, indien het feit of de omstandigheid ten tijde van de verlening bekend was geweest, de vergunning niet of niet in die vorm zou zijn verleend. Artikel 21. Verplichting van de houder van een vergunning 1. De houder van een vergunning is verplicht deze op eerste vordering van een opsporingsambtenaar of van een toezichthoudende ambtenaar belast met de zorg voor de naleving van een of meer bepalingen van deze verordening ter inzage af te geven aan deze ambtenaar. 2. De houder van een vergunning is verplicht om bij gebruik van de vergunning de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. Artikel 22. Mandatering van bevoegdheden en het instellen van Beroep 1. Burgemeester en wethouders kunnen de uitvoering van bepalingen van deze verordening, voor zover die uitvoering tot hun bevoegdheden behoort, mandateren aan de directeur, de havenmeester en andere ambtenaren van de Havendienst. 2. Bij burgemeester en wethouders ingekomen aanvragen om het geven van een toestemming, een aanwijzing, of een opdracht worden, voor zover nodig, geacht bij de betrokken ambtenaar ingekomen te zijn. Artikel 23. Bestaande vergunningen, toestemmingen, ontheffingen, aanstellingen en aanwijzingen 1. Vergunningen, toestemmingen, ontheffingen, aanstellingen van personen of bedrijven verleend of gegeven op grond van de Havenverordening voor de Gemeente Bergen op Zoom 1967 en 1991 en verdere wijzigingen verliezen hun geldigheid niet door in werking treden van deze verordening, onverminderd het tweede lid. 2. De in het 1ste lid bedoelde vergunningen, toestemmingen,ontheffingen, aanstellingen van personen of bedrijven worden geacht vergunningen, toestemmingen, ontheffingen, aanstellingen in de zin van deze verordening te zijn. 3. De aanstelling van personen en de aanwijzing van bedrijven kunnen worden vervangen door een aanstelling of aanwijzing op grond van deze verordening. Hoofdstuk IV GEBRUIK VAN DE HAVEN Artikel 24. Maatregelen bij ijsgang Bij ijsgang of toegevroren water in de haven is de schipper van een schip verplicht: indien hij met dat schip een ligplaats wenst in te nemen of te verlaten danwei daartoe opdracht van burgemeester en wethouders ontvangt, voor zijn rekening en risico zonodig het ijs te breken of een sleepboot te gebruiken; zodanige maatregelen te nemen, dat met zijn schip geen schade kan worden toegebracht aan andere schepen of aan kunstwerken, zoals oeververdedigingen, steigers, remmingwerken en sluisdeuren. Artikel 25. Verplichting reinigen kaden, steigers, terreinen en wegen 1. Gebruikers van de in artikel 8 lid l en 2 genoemde voorzieningen zijn verplicht, ten genoege van burgemeester en wethouders, restanten lading, emballage, garnering, vuilnis of andere daarmee gelijk te stellen stoffen die tengevolge van de door hen of door op hun last verrichte werkzaamheden op de voorzieningen terecht zijn gekomen na afloop van de werkzaamheden van de voorziening te verwijderen en die voorziening behoorlijk te reinigen. Indien de werkzaamheden langer dan een dag duren dienen de voorzieningen ten minste een maal per dag behoorlijk te worden gereinigd. 2. Indien de in lid l bedoelde verplichting niet binnen een door burgemeester en wethouders redelijk gestelde termijn wordt voldaan, dan kunnen burgemeester en wethouders op kosten van degene die het reinigen heeft nagelaten de daartoe nodige werkzaamheden laten verrichten. 3. Burgemeester en wethouders oefenen de bevoegdheid als bedoeld in lid 2 niet uit, dan nadat zij de gebruiker hebben gewaarschuwd. Artikel 26. Doorvaart- en bedieningstijden Burgemeester Peterssluis met ophaalbrug Artikel 26. Doorvaart- en bedieningstijden Burgemeester Peterssluis met ophaalbrug De tijden van doorvaart en de bediening van de ophaalbrug van de Burgemeester Peterssluis worden geregeld bij afzonderlijk besluit van burgemeester en wethouders. Hoofdstuk V OPERATIONELE MELDINGEN EN INZAGE MEETBRIEF EN LADINGDOCUMENTEN Artikel 27. Operationele meldingen 1. De schipper van een schip, niet zijnde een klein schip als bedoeld in het BPR, is verplicht tijdens de door burgemeester en wethouders vastgestelde doorvaarttijden van de Burgemeester Peterssluis met ophaalbrug voor het binnenvaren van de haven of voor vertrek van zijn schip van de ligplaats, dit voornemen te melden hetzij telefonisch,hetzij via de marifoon met de aanroeping "Havendienst Bergen op Zoom" of "Burgemeester Peterssluis". 2. De aanwijzingen, die naar aanleiding van de in lid l genoemde melding worden gegeven, dienen te worden opgevolgd. 3. De schipper van een schip is verplicht aan burgemeester en wethouders opgave te doen van de lading in verband met de aanwezigheid van het schip in de haven, in het bijzonder indien het schip is beladen of zal worden beladen met een gevaarlijke stof of indien zijn schip nog niet van die gevaarlijke stof is schoongemaakt. 4. De schipper van een schip is verplicht op eerste vordering en te allen tijde aan burgemeester en wethouders inzage te verstrekken van de meetbrief van het schip en van de ladingdocumenten. Hoofdstuk VI VEILIGHEID IN DE HAVEN Artikel 28. Regels voor schepen met gevaarlijke stoffen of schepen die gevaar, schade of hinder kunnen opleveren 1. Onverminderd het bepaalde in de Wet (Vervoer) Gevaarlijke Stoffen, kunnen burgemeester en wethouders regels geven in het belang van de veiligheid en ter voorkoming van schade en hinder, alsmede in verband met de aanwezigheid in de haven van schepen die geladen zijn, geladen worden of geladen zijn geweest en daarvan niet zijn ontgast, alsmede de schepen die gevaar, schade of hinder kunnen opleveren. 2. De in het eerste lid bedoelde regels kunnen betrekking hebben op onder meer: de over teleggen bescheiden omtrent schip en lading; het nemen van een ligplaats; het bewaken en het toezicht; het voorkomen van brand en andere calamiteiten en het bestrijden daarvan; werkzaamheden, waarbij gevaar,schade of hinder kan ontstaan; het laden en lossen; het melden van incidenten. 3. De in het eerste lid bedoelde regels kunnen verschillend zijn naar gelang de eigenschappen van de stoffen en type schip. Artikel 29. Stilligende duwbakken 1. De schipper van een duwbak is verplicht er voor te zorgen dat de duwbak die stilligt zodanig is verankerd of gemeerd en des nachts zodanig is verlicht dat geen gevaar, schade of hinder ontstaat. 2. Een gelijke verplichting als bedoeld in het eerste lid rust op de eigenaar, de beheerder en de gebruiker van de duwbak, ieder afzonderlijk. Artikel 30. Verhalen van schepen 1. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om een schip te verhalen of te doen verhalen naar een andere ligplaats, indien de orde en veiligheid dit naar hun oordeel dringend noodzakelijk maken. 2. Van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid wordt, behoudens in een spoedeisend geval en in het geval van een onbekende eigenaar, beheerder of gebruiker, geen gebruik gemaakt dan nadat burgemeester en wethouders de eigenaar, de beheerder of gebruiker van het schip schriftelijk hebben opgedragen om het schip voor een in de opdracht vermeld tijdstip te verhalen naar een andere ligplaats en nadat is gebleken dat geen gevolg is gegeven aan de opdracht. Artikel 31. Verplichting melding van de op de oevers, taluds, of in het water terechtgekomen voorwerpen of stoffen waardoor de veiligheid in gevaar wordt gebracht Degene door wiens toedoen een stof of voorwerp op de oevers, taluds of in het water van de haven terecht komt, waardoor de veiligheid en het milieu in de haven in gevaar wordt gebracht, is verplicht er voor te zorgen dat: daarvan onmiddellijk kennis wordt gegeven aan burgemeester en wethouders; de stof of voorwerp binnen een door burgemeester en wethouders aangewezen termijn van die oever(s), talud(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.