Afvalstoffenverordening 2007 gemeente Gilze en RijenAfvalstoffenverordening 2007 gemeente Gilze en Rijen DE RAAD VAN DE GEMEENTE GILZE EN RIJEN; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 december 2006; gelet op het bepaalde in de artikelen 10.23, eerste lid, 10.24 en 10.25 van de Wet milieubeheer; besluit: vast te stellen de § 1 Algemene bepalingen Artikel 1 begripsomschrijvingen 1. In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet: de Wet milieubeheer (Wm); b. inzamelen: de activiteiten gericht op het ophalen of inzamelen van ter inzameling aangeboden afvalstoffen met inbegrip van het feitelijke ophalen en innemen; c. ter inzameling aanbieden: het overdragen van afvalstoffen aan de inzameldienst of een ander inzamelaar, inclusief het achterlaten van afvalstoffen in daartoe door of vanwege de inzameldienst of ander inzamelaar geplaatste inzamelmiddelen of inzamelvoorzieningen of op een daartoe aangewezen plaats; d. inzamelmiddel: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel; e. inzamelvoorziening: een voor de inzameling van afvalstoffen bestemd bewaarmiddel of bestemde bewaarplaats; f. inzameldienst: de krachtens art. 7 lid1 aangewezen dienst, belast met de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen (10.24 lid1, onder a, Wm: inzameldienst aangewezen in Uitvoeringsbesluit); g. andere inzamelaar: de krachtens art.7 lid2 aangewezen persoon of instantie, belast met de inzameling van een bepaalde categorie of bepaalde categorieën van huishoudelijke afvalstoffen; h. inzamelvergunning: de vergunning zoals bedoeld in artikel 11; i. gebruiker van een perceel: de persoon die feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.22, onder a, Wet Milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt; j. gebruiker van een appartement: de persoon die feitelijk gebruik maakt van een perceel, zijnde een appartement, ten aanzien waarvan krachtens artikelen 10.21 en 10.22 Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt; k. straatafval: buiten een perceel ontstane huishoudelijke afvalstoffen van zeer beperkte omvang en gewicht die niet aan te merken zijn als zijnde klein chemisch afval, bijvoorbeeld proppen, papier, sigarettenpeuken kauwgom, plastic bekertjes en blikjes, verpakkingsmateriaal, etenswaren; l. wegen: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot de wegen behorende paden en bermen of zijkanten (Wegenverkeerswet 1994); m. motorrijtuigen: alle voertuigen, bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen uitsluitend of mede door mechanische kracht, op het voertuig zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders (Wegenverkeerswet 1994); n. het college: het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Gilze en Rijen. Artikel 1a Wanneer een artikel wordt genoemd zonder dat daarbij is aangegeven waar dit te vinden is, wordt een artikel van deze verordening bedoeld. Artikel 2 beslistermijn Het college beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen. Het college kan de beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen. Artikel 3 indienen van een aanvraag 1. Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend minder dan drie weken voor het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het college besluiten de aanvraag niet te behandelen. 2. Voor bepaalde, door het college aan te wijzen, vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken. Artikel 4 voorschriften en beperkingen 1. Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing kunnen in het belang van bescherming van het milieu voorschiften en beperkingen worden verbonden. 2. De houder van een vergunning of ontheffing is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen. 3. De houder van een vergunning of ontheffing is verplicht deze of een gewaarmerkt afschrift van de vergunning of ontheffing ter inzage te geven, zulks op eerste vordering van een met de zorg voor de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde belaste ambtenaar. Artikel 5 persoonlijk karakter Een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. Artikel 6 Intrekken of wijzigen van de vergunning of ontheffing 1. Een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd indien: a. ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. nadat de vergunning of ontheffing is verleend een verandering van de omstandigheden of inzichten optreedt en op grond hiervan moet worden aangenomen dat in het belang van het milieu intrekking of wijziging moet worden gevorderd; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften niet worden of zijn nagekomen, dan wel de opgelegde beperkingen worden of zijn overschreden; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen de daarin gestelde termijn, dan wel bij afwezigheid hiervan binnen een redelijke termijn; e. de houder een verzoek hiertoe indient; f. in strijd met het persoonsgebonden karakter van de vergunning wordt gehandeld. § 2 Inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen Artikel 7 Aanwijzen inzameldienst, andere inzamelaars en houders van een inzamelvergunning 1. Het college wijst de inzameldienst aan. 2. Het college kan andere inzamelaars aanwijzen. 3. Het college kan inzamelvergunningen verlenen. Artikel 8 Gescheiden inzamelen Door de inzameldienst of ander inzamelaars worden onderstaande categorieën (huishoudelijke) afvalstoffen afzonderlijk ingezameld: a. groente- , fruit- en tuinafval (GFT); b. klein chemisch afval (KCA); c. afgewerkte olie; d. glas; e. (oud) papier en karton; f. elektrische en elektronische apparatuur; g. textiel; h. bouw- en sloopafval; i. puin, grond en zand; j. verduurzaamd hout; k. snoeiafval en ander grof tuinafval; l. asbest en asbest houdende stoffen; m. grof afval; n. restafval; o. metalen; p. kadavers; q. banden van personenauto’s 2. Het college kan voor categorieën huishoudelijke afvalstoffen als bedoeld in het eerste lid nadere omschrijvingen vaststellen. Het college kan, naast de in het eerste lid genoemde, categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen die door de inzameldienst of ander inzamelaars gescheiden worden ingezameld, of welke ter inzameling op het brengdepot, bedoeld in artikel 9 eerste lid, onder d, kunnen worden aangeboden. Artikel 9 Inzamelmiddelen en inzamelvoorzieningen 1. Het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen vindt plaats via: a. een inzamelmiddel voor de gebruiker van één perceel; b. een inzamelvoorziening voor de gebruikers van appartementen; c. een inzamelvoorziening op wijkniveau; d. een brengdepot. 2. Het college kan voor bepaalde categorieën huishoudelijke afvalstoffen een inzamelmiddel of inzamelvoorziening aanwijzen en bepalen dat deze categorieën enkel via dit inzamelmiddel of deze inzamelvoorziening mogen worden aangeboden, behoudens de mogelijkheid om betreffende categorieën eventueel bij het brengdepot ter inzameling aan te kunnen bieden. Artikel 10 Frequentie van inzamelen 1. Huishoudelijk restafval wordt ten minste een maal per twee weken bij elk perceel ingezameld. 2. In afwijking van het in eerste lid bepaalde, wordt huishoudelijk restafval via inzamelvoorzieningen voor gebruikers van appartementen één maal per week nabij elk perceel ingezameld. 3. GFT wordt ten minste een maal per twee weken bij elk perceel opgehaald. 4. GFT wordt via inzamelvoorzieningen voor de gebruikers van appartementen één maal per twee weken nabij elk perceel ingezameld. 5. Het college kan de frequentie van inzameling vaststellen van overige categorieën huishoudelijke afvalstoffen die gescheiden en in aangewezen delen van de gemeente (na)bij elk perceel worden ingezameld. Artikel 11 Inzamelverbod 1. Het is verboden zonder een inzamelvergunning huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. 2. Een inzamelvergunning kan worden geweigerd in belang van het doelmatige beheer van de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen. 3. Het verbod van het eerste lid van dit artikel geldt niet voor de inzameldienst en de andere inzamelaars. 4. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor personen of instanties die in kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur een inzamelplicht voor bepaalde categorieën huishoudelijke afvalstoffen opgelegd hebben gekregen. 5. Aan de vergunning bedoeld in het eerste lid kunnen voorschriften en beperkingen worden gekoppeld in het belang van de bescherming van het milieu. § 3 Ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen Artikel 12 Verbod ter inzameling aan te bieden 1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen aan anderen dan de inzameldienst dan wel andere instanties ter inzameling aan te bieden, behoudens de mogelijkheid om aan te bieden aan instellingen of personen die over een in artikel 7, derde lid, bedoelde inzamelvergunning beschikken. 2. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor personen of instanties die in kader van producentenverantwoordelijkheid bij algemene maatregel van bestuur een inzamelplicht voor bepaalde categorieën huishoudelijke afvalstoffen opgelegd hebben gekregen. Artikel 13 Verbod ter inzameling aanbieden huishoudelijke afvalstoffen door andere dan gebruikers van percelen of appartementen 1. Het is anderen dan gebruikers van percelen of appartementen verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan de inzameldienst of andere inzamelaars, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. 2. Het college kan een besluit nemen dat er toe strekt anderen dan gebruikers van percelen of appartementen te verbieden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan de houder van een inzamelvergunning. Artikel 14 Gebod gescheiden ter inzameling aan te bieden Onderstaande categorieën huishoudelijke afvalstoffen moeten gescheiden ter inzameling worden aangeboden: a. groente- , fruit- en tuinafval (GFT); b. klein chemisch afval (KCA); c. afgewerkte olie; d. glas; e. (oud) papier en karton; f. elektrische en elektronische apparatuur; g. textiel; h. bouw- en sloopafval; i. puin, grond en zand; j. verduurzaamd hout; k. snoeiafval; l. asbest en asbest houdende stoffen; m. grof afval; n. restafval; o. metalen; p. kadavers; q. banden van personenauto’s. 2. Het college kan de inzameldienst en andere inzamelaars aanwijzen aan wie de in het eerste lid genoemde categorieën huishoudelijke afvalstoffen moeten worden aangeboden. 3. Het is verboden de in het eerste lid genoemde categorieën huishoudelijke afvalstoffen anders dan via de krachtens het tweede lid aangewezen inzameldienst of andere inzamelaars aan te bieden 4. Het college kan andere dan in eerste lid genoemde categorieën aanwijzen die aan de opsomming kunnen worden toegevoegd. Artikel 15 Verbod aanbieden anders dan via inzamelmiddel 1. Het is voor een gebruiker van een perceel ten behoeve van wie, krachtens artikel 9, tweede lid, voor een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen een inzamelmiddel is aangewezen, verboden betreffende categorieën huishoudelijke afvalstoffen anders ter inzameling aan te bieden dan via dit inzamelmiddel. (art.9 lid2 jo art. 8 lid1; art. 1b lid1 jo art 6 lid1Uitv.besl) 2. Het is een gebruiker van een perceel verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel aan te bieden, dan de categorie waarvoor dit inzamelmiddel krachtens artikel 9, tweede lid, is bestemd. (art.9 lid2 jo art. 8 lid1; art. 1b lid1 jo art 6 lid1 Uitv.besl) 3. Het college kan regels stellen omtrent de plaats en wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelmiddel ter inzameling moeten worden aangeboden. ( artt. 1a t/m 17 Uitv besl.) 4. Het college kan regels stellen met betrekking tot het maximale gewicht van de afvalstoffen per inzamelmiddel en het maximale aantal inzamelmiddelen dat per keer kan worden aangeboden. 5. Het college kan voorwaarden stellen waaronder van gemeentewege in bruikleen gestelde inzamelmiddelen worden verstrekt, moet worden gebruikt, alsmede gereinigd. 6. Indien een inzamelmiddel niet van gemeentewege is verstrekt, kan het college eisen stellen aan het middel in kader van de doelmatige inzameling. 7. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op een andere wijze ter inzameling aan te bieden, dan krachtens dit artikel is bepaald. ( artt. 1a t/m 17 Uitv besl.) 8. Het is verboden voor anderen dan de gebruiker van een perceel ten behoeve van wie, krachtens artikel 9, tweede lid, een inzamelmiddel is verstrekt of aangewezen, afvalstoffen niet toebehorende aan de gebruiker van het perceel ter inzameling aan te bieden via dit inzamelmiddel, tenzij deze gebruiker hiervoor toestemming geeft of heeft gegeven en het huishoudelijke afvalstoffen afkomstig van een ander perceel betreft waarop art. 9, tweede lid, van overeenkomstige toepassing is. 9. Het in dit artikel bepaalde geldt overeenkomstig voor gebruikers van appartementen ten behoeve van wie, krachtens artikel 9, tweede lid, voor een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen een inzamelvoorziening is aangewezen, verboden betreffende categorieën huishoudelijke afvalstoffen anders ter inzameling aan te bieden dan via deze inzamelvoorziening. (art.9 lid2 jo art. 8 lid1; art. 1b lid1 jo art 6 lid1Uitv.besl) Artikel 16 Aanbieden via inzamelvoorziening ten behoeve van appartementen 1. Het is een gebruiker, voor wie krachtens artikel 9, tweede lid, geldt dat mede ten behoeve van zijn appartement een inzamelvoorziening voor een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen is aangewezen, verboden huishoudelijke afvalstoffen van betreffende categorie anders ter inzameling aan te bieden dan via dit inzamelmiddel. 2. Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening voor appartementen aan te bieden, dan de categorie waarvoor deze inzamelvoorziening krachtens artikel 9, tweede lid, is bestemd. 3. Het college kan regels stellen ten aanzien van de wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening ten behoeve van appartementen moet worden aangeboden. 4. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze aan te bieden via een inzamelvoorziening ten behoeve van appartementen, dan krachtens het derde lid is bepaald. 5. Het is anderen dan de gebruikers van appartementen voor wie krachtens artikel 9, tweede lid, een inzamelvoorziening is aangewezen, verboden huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden via deze inzamelvoorziening. Het college kan regels stellen omtrent het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen in een inpandige inzamelvoorziening. Artikel 17 Aanbieden via inzamelvoorziening op wijkniveau 1. Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening op wijkniveau aan te bieden, dan de categorie waarvoor de inzamelvoorziening krachtens artikel 9, tweede lid, is bestemd. 2. Het college kan regels stellen omtrent de wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen via een inzamelvoorziening op wijkniveau ter inzameling kunnen worden aangeboden. 3. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze via een inzamelvoorziening op wijkniveau aan te bieden, dan krachtens het tweede lid is bepaald. 4. Het verbod van artikel 15, zevende lid, en artikel 16, vierde lid, geldt niet voor het overeenkomstig dit artikel aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via inzamelvoorzieningen op wijkniveau. Artikel 18 Aanbieden via brengdepot 1. Het is verboden andere categorieën huishoudelijke afvalstoffen via het brengdepot aan te bieden, dan de categorieën waarvoor het brengdepot krachtens artikel 9, tweede lid, is bestemd. (art. 2b lid6 en artt. 4 e.v uitv. Besl.) 2. Het college kan regels stellen omtrent de wijze waarop huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden bij het brengdepot. (art. 2b lid6, artt. 4 e.v uitv. Besl.) 3. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op andere wijze via het brengdepot ter inzameling aan te bieden, dan krachtens het tweede lid is bepaald. 4. Het verbod van artikel 15, zevende lid, en artikel 16, vierde lid, geldt niet voor het overeenkomstig artikel 18 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via het brengdepot. Artikel 19 Aanbieden zonder inzamelmiddel 1. Het college kan categorieën huishoudelijke afvalstoffen aanwijzen die zonder inzamelmiddel ter inzameling kunnen worden aangeboden. 2. Het college kan regels stellen omtrent de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde categorieën huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden. 3. Het college kan regels stellen omtrent het maximale gewicht, afmetingen en volume van de in het eerste lid bedoelde huishoudelijke afvalstoffen. 4. Het is verboden deze categorieën huishoudelijke afvalstoffen anders ter inzameling aan te bieden, dan krachtens dit artikel is bepaald. 5. Voor het bij het brengdepot aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen zonder inzamelmiddel gelden de regels voor het aanbieden bij het brengdepot. Artikel 20 Dagen en tijden aanbieden 1. Het college stelt voor alle categorieën huishoudelijke afvalstoffen afzonderlijk de dag(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.