Financiële beheersverordening gemeente Harderwijk 2015De raad van de gemeente Harderwijk; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Harderwijk, nummer B14.003947 gelet op art. 212 van de Gemeentewet besluit vast te stellen: Financiële beheersverordening gemeente Harderwijk 2015 Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: Domein : iedere eenheid binnen de gemeentelijke organisatie die als zodanig een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college heeft en zorg draagt voor ontwikkeling en uitvoering van beleid. Stadsbedrijf: een eenheid binnen de gemeentelijke organisatie die zorg draagt voor de uitvoering van beleid. Thema: een groep van aansprekende doelstellingen van de gemeente die zijn gerangschikt onder een algemene doelstelling. Sub-thema: een groep van producten waarvoor een na te streven doelstelling is geformuleerd. Op het niveau van sub-thema worden de eerste twee “W”-vragen[1] beantwoord. Budget/Krediet: hieronder worden verstaan de financiële middelen die door de raad aan het college zijn toegekend voor het realiseren van doelstellingen, resultaat- en prestatieafspraken. Het betreffen financiële middelen voor zowel de jaarlijkse exploitatie(budget) als voor investeringen (krediet). Rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met de begroting, de wettelijke regelingen die van toepassing zijn en de gemeentelijke verordeningen. Doelmatigheid: het streven om binnen de gestelde kaders met een zo beperkt mogelijke inzet van beschikbare middelen de gewenste prestaties en/of maatschappelijke effecten en/of doelen te realiseren. Doeltreffendheid: de mate waarin de gewenste prestaties en daarmee beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald. Indicatoren: de waarde die bereikt moet worden binnen een bepaalde periode voor de realisatie van de beoogde beleidsdoelen, maatschappelijke effecten en te leveren prestaties. [1] Wat willen we bereiken? Wat gaan we daar voor doen? Wat mag het kosten? Hoofdstuk2.Algemene kaderstellingen Artikel2.Subsidieverstrekking en steunverlening 1.Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een (bijgestelde) nota verstrekking gemeentelijke subsidies aan ter behandeling in de raad. De nota bevat het kader voor de verstrekking van gemeentelijke subsidies en een overzicht van de toegekende gemeentelijke subsidies zoals opgenomen in de meest recente jaarrekening. 2.Het college waarborgt dat bij subsidieverlening wordt gehandeld wordt in overeenstemming met de regels ter zake van de Europese Unie en de subsidieverordening van de gemeente Harderwijk. Artikel3.Aanbesteding en inkoop Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne regels (protocol) voor de inkoop en aanbesteding van werken, diensten en leveranties. De regels waarborgen, dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels terzake van de Europese Unie. Deze interne regels worden ter kennisgeving aan de raad gezonden. Eens in de vier jaar worden deze regels, indien nodig, geactualiseerd. Hoofdstuk3.Begroting en verantwoording Artikel4.Kadernota Op basis van richtinggevende uitspraken van de Raad biedt het college voor 1 juli van het begrotingsjaar een nota aan over de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren. De Raad stelt jaarlijks deze kaders vast. Deze kaders vormen voor het college de uitgangspunten voor de eerstvolgende (meerjaren-)themabegroting. Artikel5.Themabegroting 1.De raad stelt bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode een indeling in begrotingsthema’s vast. 2.De raad stelt per thema de begrote baten en lasten vast. 3.De raad stelt per thema de sub-thema’s vast. 4.De onderverdeling van de in de begroting opgenomen thema’s en sub-thema’s staat voor de raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen. Wijzigingen worden bij de begroting expliciet vermeld. 5.De raad stelt per subthema vast: de beoogde beleidsdoelen, inclusief de maatschappelijke effecten; de te leveren prestaties; 6.De raad stelt voor een nader te bepalen aantal subthema’s indicatoren vast met betrekking tot de beoogde beleidsdoelen en/of maatschappelijke effecten en/of de te leveren prestaties. 7.Bij de uiteenzetting van de financiële positie wordt een prognose voor de komende vier jaar van de gemeentelijke balanspositie weergegeven, aansluitend op het meerjarenperspectief. 8.Budgetten en investeringskredieten waarover nog aanvullende advisering dient plaats te vinden, maar al wel zijn gehonoreerd bij eerdere kadernota of begroting, worden opgenomen op de stelpost meerjarenbegroting. Deze posten worden verder toegelicht in de paragraaf meerjaren-investeringsbegroting. 9.Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en beleidsdoelen, inclusief de maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst. Artikel6.Productenraming Het college werkt jaarlijks, na vaststelling, de themabegroting uit in een productenraming. De productramingen kan worden gezien als het contract dat het College van B&W afsluit met het ambtelijk management ter uitvoering van de themabegroting. Via de productenraming ontvangen zij hiervoor van het college de middelen. De productenraming wordt de raad ter kennisname toegezonden. Artikel7.Tussentijdse informatievoorziening Het college informeert de raad tussentijds, door middel van een bestuursrapportage over de eerste 6 maanden, over belangrijke afwijkingen van de begroting en verder zoveel vaker als zij nodig acht. Artikel8.EMU-saldo Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. Artikel9.Uitvoering Begroting 1.Het college waarborgt een rechtmatig, doelmatig en doeltreffend realisatie van de bij de begroting geformuleerde doelen. 2.Het college draagt hierbij zorg voor het voorkomen van overschrijdingen of onderschrijdingen van de begrote lasten en baten van de thema’s; 3.Niet begrote activiteiten worden door het college opgevangen binnen de, in de begroting voor dat doel opgenomen, stelpost onvoorzien. 4.Het college legt achteraf bij de jaarrekening verantwoording af van kleinere begrotings-overschrijdingen. Verwachte overschrijdingen van begrote kosten dan wel onderschrijdingen van begrote baten van meer dan 10% of € 250.000, - worden zo mogelijk voorkomen door aanvullende advisering en begrotingswijziging. Artikel10.Jaarstukken 1.Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de thema’s en en subthema’s en de ontwikkeling van de financiële positie van de gemeente. 2.In de verantwoording over de uitvoering van de thema’s en sub-thema’s geeft het college aan: welke beoogde beleidsdoelen, inclusief maatschappelijke effecten, zijn bereikt en welke niet. welke prestaties hiervoor zijn geleverd; wat de kosten en opbrengsten per thema zijn geweest; 3.Daarnaast verschaft het college informatie over de resultaten op budgetten personeelskosten en kapitaallasten op gemeentelijk niveau. 4.Het college licht de ontwikkeling van de financiële positie toe ten opzichte van de begrote ontwikkeling. Hierbij wordt tevens aandacht besteed aan de ontwikkeling van de liquiditeitspositie en financieringsmogelijkheden van de gemeente. 5.Met betrekking tot investeringen en meerjarig projecten verschaft het college informatie over de uitputting van de kredieten en een actuele raming van de totale uitgaven. 6.Met betrekking tot verstrekte leningen en garanties verschaft het college informatie over effect op het benodigde weerstandsvermogen. Hoofdstuk4.Financieel beleid Artikel11.Waardering & afschrijving vaste activa Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een nota waardering en afschrijving vaste activa aan. Hierbij wordt het afschrijvingsbeleid van de gemeente nader uitgewerkt. Artikel12.Reserves en voorzieningen 1.Het college biedt jaarlijks gelijktijdig met de themabegroting en de jaarstukken een overzicht aan van de reserves en voorzieningen met toelichting. 2.Het overzicht van reserves en voorzieningen bevat informatie over: Het doel van de reserves en voorzieningen; de vorming(besluitvorming) en besteding van reserves; de vorming (aanleiding) en besteding van voorzieningen; de rentetoerekening aan reserves en voorzieningen. Artikel13.Prijzen economische activiteiten 1.Voor de levering van goederen, diensten of werken aan overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. 2.Leningen of garanties aan overheidsbedrijven en derden verstrekt de gemeente Harderwijk in principe niet. Bij afwijking brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in rekening en vraagt zij gebruikelijke zekerheden. Het college doet vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of garantie wordt gemotiveerd. Hoofdstuk5.Paragrafen begroting en rekening Artikel14.Paragraaf Lokale heffingen 1.Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten van de gemeente Harderwijk wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden, naast de directe kosten, alleen die indirecte kosten betrokken die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. Hierbij wordt aangesloten bij de Handreiking Kostentoerekening leges en tarieven zoals deze is opgesteld in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2.Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen aan reserves voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolheffing, reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de compensabele BTW. 3.Voor de renteberekening van de kapitaallasten wordt gebruik gemaakt van een rente-omslagpercentage. 4.Het college doet jaarlijks bij de begroting voorstellen voor tariefaanpassingen. 5.Met het vaststellen van de begroting wordt eveneens richting gegeven met betrekking tot de in de belastingverordening op te nemen tarieven. 6.De vaststelling van de tarieven vindt jaarlijks plaats in de decemberraad bij de vaststelling van de belastingverordening. 7.Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een (bijgestelde) nota lokale heffingen aan. Deze nota behandelt in ieder geval het structurele beleid ten aan zien van: de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke belastingen en heffingen; de verdeling van de druk van de belastingen over de diverse bevolkingsgroepen en belanghebbenden; de kostendekkendheid van de heffingen; de druk van de lokale belastingen en heffingen; het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid. 1.De nota bevat voorts het meest recente overzicht van de verordeningen met de bijbehorende vaststellingsdata waarin tarieven, heffingen en prijzen zijn vastgelegd. De raad stelt de nota vast. 2.Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf lokale heffingen verslag van: de opbrengsten per lokale heffing, het volume en bedrag aan kwijtscheldingen, de mate van kostendekking van de rioolheffing en de afvalstoffenheffing, de (ontwikkeling van de) lokale lastendruk voor eenpersoonshuishoudingen, meerpersoonshuishoudingen en bedrijven. Artikel15.Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing 1.Het college biedt ten minste eens in de twee jaar een (bijgestelde) nota weerstandsvermogen en risicomanagement aan. In deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement, het opvangen van risico’s door verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen (waaronder reserves) of andere wijze. In de nota wordt tevens het gewenste weerstandsvermogen bepaald. De raad stelt de nota vast. 2.Tegelijkertijd wordt een nota reserves en voorzieningen aangeboden waarin nader in wordt gegaan op de gevormde en te vormen bestemmingsreserves en voorzieningen. De raad stelt deze nota vast. 3.Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en rekening de actuele risico’s van materieel belang aan en het hieruit voortvloeiende benodigde weerstandsvermogen, naast het in de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing bepaalde gewenste weerstandsvermogen. 4.Het college geeft in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en rekening tevens aan de mate waarin risico’s op schaden en verliezen kunnen worden opgevangen binnen het aanwezige weerstandsvermogen. Artikel16.Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen 1.Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een nota onderhoud openbare ruimte aan. De nota geeft het kader weer voor de inrichting van het onderhoud en het beoogde onderhoudsniveau voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair en eveneens de normkostensystematiek en het meerjarig budgettaire beslag. De raad stelt de nota vast. 2.Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een nota rioleringsplan aan. De nota geeft het kader weer voor de inrichting van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau en de uitbreiding van de riolering evenals de kwaliteit van het milieu en eveneens de normkostensystematiek en het meerjarig budgettaire beslag. De raad stelt de nota vast. 3.Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een nota onderhoud gebouwen aan ter behandeling en vaststelling door de raad. De nota bevat de voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen en eveneens de normkostensystematiek en het meerjarig budgettaire beslag. De raad stelt de nota vast. 4.Bij de begroting en de rekening doet het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang van het geplande onderhoud en het eventuele achterstallige onderhoud aan openbaar groen, water, wegen, kunstwerken, straatmeubilair, riolering en gebouwen. Artikel17.Paragraaf Financiering Het college neemt in een treasury-statuut de regels op die zij hanteert voor het dagelijkse beheer van kredietrisico en relatiebeheer, liquiditeitsrisico en geldstromenbeheer, administratieve organisatie en interne controle van de treasury-functie. Het college biedt het treasury-statuut en het wijzigen ervan aan ter behandeling en vaststelling aan de raad. Bij de begroting en het jaarverslag doet het college in de paragraaf financiering verslag van de kasgeldlimiet, de renterisiconorm, de omvang en samenstelling van het vreemd vermogen, de omvang en samenstelling van de uitzettingen, de huidige liquiditeitspositie, de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende drie jaar, de rentevisie en de rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie. Artikel18.Paragraaf Bedrijfsvoering 1.Het college stelt tenminste eenmaal in de vier jaar een nota bedrijfsvoering vast. De nota wordt ter kennisgeving aan de raad gezonden. 2.In de bedrijfsvoeringparagraaf in de begroting en in het jaarverslag wordt ingegaan op de tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven, evenals nieuwe ontwikkelingen Artikel19.Paragraaf Verbonden partijen 1.Het college biedt ten minste eens in de acht jaar een (bijgestelde) nota verbonden partijen aan. In deze nota wordt ingegaan op de overwegingen bij het aangaan en beëindigen van een relatie met een verbonden partij en de wijze waarop de gemeente sturing geeft aan de verbonden partij. De raad stelt de nota vast. 2.In de begroting en rekening wordt in de paragraaf verbonden partijen in elk geval ingegaan op: de visie op verbonden partijen in relatie tot gemeentelijke doelstellingen; de beleidsvoornemens betreffende verbonden partijen; het aangaan, wijzigen of beëindigen van participaties; de ontwikkeling van het eigen vermogen van de verbonden partij; de ontwikkeling van het resultaat van de verbonden partij; eventuele problemen bij bestaande participaties het bedrag dat voor de verbonden partij opgenomen is in de berekening van het benodigde weerstandsvermogen. Artikel20.Paragraaf Grondbedrijf 1.Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een (bijgestelde) nota grondbeleid aan ter behandeling en vaststelling door de raad. In deze nota wordt aandacht besteed aan: een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de thema’s die zijn opgenomen in de begroting; een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert; 2.In de paragraaf grondbedrijf van de begroting en de rekening wordt ingegaan op de uitvoering van de nota grondbeleid. Artikel21.Paragraaf Meerjareninvesteringsbegroting 1.Het college biedt jaarlijks bij de begroting een overzicht van vervangingsinvesteringen aan, waarvan de kapitaallasten zijn verwerkt in de begroting. Dit kunnen vervangingsinvesteringen betreffen op het gebied van: Tractie (voorzover opgenomen in het tractiebeheersplan) Riolering (voorzover opgenomen in het GRP) Gebouwen (voorzover opgenomen in het meerjaren onderhoudsplan) 2.Overige middelen voor investeringen worden slechts na raadsbesluit en begrotingswijziging opgenomen in de begroting. Artikel22.Paragraaf Stads- en regiocontract In overleg met de Provincie Gelderland wordt jaarlijks bij begroting en rekening een overzicht gegeven van geplande dan wel gerealiseerde (delen van) gesubsidieerde projecten. Inrichting van deze paragraaf vindt plaats in overleg met de subsidiegever. Hoofdstuk6.Financiële organisatie en financieel beheer Artikel23.Financiële organisatie Het college draagt de zorg voor en legt in een besluit vast: een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de directie en overige managers (het organisatiebesluit); een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van administratieve organisatie en interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleid- en beheersorganen is gewaarborgd; de regels voor de verlening van décharge over het gevoerde beheer van de directie en overige managers; de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en kredieten (mandaatbesluit ); de te maken afspraken met de directie en overige managers over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen (de regeling budgetbeheer) Artikel24.Administratieve organisatie en Interne controle 1.Onder administratieve organisatie wordt verstaan het stelsel van organisatorische maatregelen (checks and balances) gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging. 2.Onder interne controle wordt verstaan de onder verantwoordelijkheid van het college uitgevoerde interne toets op de goede werking van de administratieve organisatie. 3.Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor een adequate opzet van de administratieve organisatie en een interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel. Artikel25.Administratie Het college draagt er zorg voor dat: de inrichting en de werking van de financiële administratie voldoet aan het "Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten" en andere relevante wet- en regelgeving; de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de provincie en de Europese Unie, evenals aan andere instellingen die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan gemeenten. De administratie zodanig van opzet en werking is, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de organisatieonderdelen; het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten enzovoorts; het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en kredieten en voor het maken van kostencalculaties; het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke activiteiten en de maatschappelijke effecten van gemeentelijk beleid; het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende wet- en regelgeving; de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, evenals voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen. Hoofdstuk7.Citeertitel en inwerkingtreding Artikel26.Intrekking oude regeling De verordening Financiële beheersverordening gemeente Harderwijk 2011 wordt ingetrokken. Artikel27.Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.