Beleidsregel kostendelersnorm en verlaging bijstandsnorm 2015 BrummenHet college van burgemeester en wethouders van Brummen heeft besloten om: de beleidsregel kostendelersnorm en verlaging bijstandnorm vast te stellen; Kennis te nemen van het advies van de Maatschappelijke Advies Raad inzake de beleidsregel kostendelersnorm en verlaging bijstandsnorm 2015 Brummen; de reactie op het advies van de Maatschappelijke Advies Raad inzake de beleidsregel kostendelersnorm en verlaging bijstandsnorm 2015 Brummen vast te stellen. Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepalingen 1.In dit besluit wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen; norm: bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet, of de grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw) of artikel 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz) voor zover sprake is van een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomens-voorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen participatiewet; de Participatiewet; gehuwdennorm: de norm bedoeld in artikel 21 onderdeel b, van de wet; woning: een zelfstandige woning zoals bedoeld in artikel 7:234 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede een woonwagen of woonschip als bedoeld in artikel 3, zesdelid van de Participatie-wet; woonlasten: de maandelijks verschuldigde huur of hypotheekrente; 2.Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet. Artikel2.Commerciële prijs Onder commerciële prijs als bedoeld in artikel 22a Participatiewet, artikel 5 van de Ioaw en artikel 5 van de Ioaz wordt verstaan: voor kale woonlasten een bedrag hoger of gelijk aan 20% van de gehuwdennorm; voor woonlasten inclusief een bijdrage voor gas, water en/of licht, een bedrag hoger of gelijk aan 30% van de gehuwdennorm; voor een kostganger een bedrag hoger of gelijk aan 40% van de gehuwdennorm. Artikel3.Student als kostendeler Onder student als bedoeld in artikel 22a lid 4 sub d van de Participatiewet, artikel 5 lid 12 sub d Ioaw en artikel 5 lid 12 sub d Ioaz wordt mede verstaan de student die uit Rijks kas bekostigd onderwijs volgt, maar door het bereiken van het maximale recht aan studiefinanciering of Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten geen recht heeft op een toelage uit deze regelingen. Artikel4.Doelgroep 1.De artikelen 5 en 6 van deze beleidsregels zijn uitsluitend van toepassing op belanghebbenden van 21 jaar of ouder maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd met een uitkering ingevolge de Participatiewet en waarop de kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de Participatiewet niet van toepassing is. 2.Zolang ten aanzien van een alleenstaande of een gezin een verlaging van de bijstandsnorm of toeslag wordt toegepast op grond van de Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2012 gemeente Brummen, wordt gedurende de periode van toepassing van artikel 78z, zesde lid, van de wet, geen verlaging op grond van deze beleidsregels toegepast. Hoofdstuk2Verlagingen Artikel5.Verlaging norm wegens woonsituatie De verlaging in verband met de woonsituatie zoals bedoeld in artikel 27 van de Participatiewet bedraagt 15% van de gehuwdennorm indien een woning wordt bewoond waaraan voor belanghebbende geen kosten van huur of hypotheeklasten zijn verbonden of als er geen woning bewoond wordt. Hoofdstuk3Overige situaties Artikel6.Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van een belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels indien toepassing leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Artikel7.Onvoorziene omstandigheden In gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het college. Hoofdstuk4Slotbepalingen Artikel8.Inwerkingtreding Deze beleidsregel kostendelersnorm en verlaging bijstandsnorm 2015 Brummen treden in werking op 1 januari 2015 Artikel9.Citeertitel De beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregel kostendelersnorm en verlaging bijstandsnorm 2015 Brummen. Aldus vastgesteld in de B&W-vergadering d.d. 23 december 2014gemeentesecretaris, E.V. Schmitzwnd. burgemeester, A.J. van HedelToelichting Beleidsregel kostendelersnorm en verlaging bijstandsnorm 2015 Brummen Algemene toelichtingInvoering van de kostendelersnorm per 1 januari 2015Door de invoering van de Wet maatregelen WWB per 1 januari 2015 is een nieuwe systematiek voor de vaststelling van de uitkeringshoogte ontstaan. In plaats van een systeem van bijstandsnormen, toeslagen en verlagingen is nu sprake van een stelsel waarin de wet bijstandsnormen kent en daarnaast het aantal mensen in een huishouden bepalend is voor de hoogte van de uitkering (de zogenoemde kostendelersnorm: artikel 22a Participatiewet). De kostendelersnorm houdt rekening met de voordelen van het delen van de kosten binnen één huishouden. Een belangrijk kenmerk van de kostendelersnorm is dat alle huisgenoten individueel recht op bijstand houden. Dit betekent dat als één van de huisgenoten (meer) inkomen gaat verwerven, dit geen gevolgen heeft voor de uitkering van de ander. Dus: het loont om aan het werk te gaan, omdat het loon niet wordt verrekend met de uitkeringen in het huishouden. Overigens geldt voor gehuwden die niet met één of meer andere meerderjarige personen dan de echtgenoot in dezelfde woning hun hoofdverblijf hebben, een uitzondering. Zij worden als een gezin gezien, zodat het verwerven van inkomen door één van de echtgenoten wel consequenties heeft voor de gezamenlijke uitkering. Vervallen van de ToeslagenverordeningMet het invoeren van de kostendelersnorm per 1 januari 2015 is de verplichting voor de gemeenteraad komen te vervallen om een Toeslagenverordening vast te stellen. Omdat er nog sprake is van overgangsrecht voor bestaande klanten tot 1 juli 2015, zal de Toeslagenverordening dan ook per 1 juli 2015 worden ingetrokken. In de Toeslagenverordening werd het verhogen en verlagen van de bijstandsnorm geregeld. Verhoging door middel van het verlenen van een toeslag vond plaats als de belanghebbende hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de norm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. Verlaging was mogelijk in een viertal in de wet benoemde situaties: verlaging voor gehuwden die lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin de norm voorziet als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van de kosten met een ander; verlaging in verband met de woonsituatie; verlaging voor schoolverlaters; verlaging voor alleenstaanden van 21 of 22 jaar. De systematiek van de kostendelersnorm maakt het verlenen van een toeslag overbodig. Ook de verlagingsmogelijkheden zijn in de Participatiewet beperkt. De verlagingsmogelijkheden onder b en c zijn overgebleven. Het college besluit de verlagingsmogelijkheid c: verlaging voor schoolverlaters niet toe te passen. Vaststellen van beleidsregelsHet vervallen van de Toeslagenverordening per 1 juli 2015 heeft als gevolg dat alleen verlagingen kunnen worden toegepast als het college dit door middel van beleidsregels uitdrukkelijk bepaalt. Door middel van deze beleidsregel kostendelersnorm en verlaging bijstandsnorm 2015 Brummen vindt deze beleidsvaststelling plaats. Artikelgewijze toelichtingArtikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.