← Nederland

Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep (Schiedam)

Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting GroepDe dagelijkse besturen van de hoogheemraadschappen van Delfland en van Schieland en de Krimpenerwaard en de colleges van burgemeester en wethouders

Artikel12

1.Een lid van het algemeen bestuur geeft aan het college dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door dat college, of één of meer leden daarvan, worden verlangd. De inlichtingen worden op verzoek mondeling of schriftelijk gegeven. 2.Een lid van het algemeen bestuur is aan het college dat hem heeft aangewezen, verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. Het betreffende college bepaalt op welke wijze verantwoording wordt afgelegd. 3.Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vertegenwoordigende organen van de deelnemers. Bevoegdhedenvan het algemeen bestuur Artikel13 Alle bevoegdheden die in de regeling niet expliciet aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of een ander bestuursorgaan zijn toegekend, komen toe aan het algemeen bestuur. Artikel14 Tot de bevoegdheden van het algemeen bestuur behoren onder meer: het vaststellen en wijzigen van de begroting; het vaststellen van de jaarrekening; het vaststellen van de bijdragen van de deelnemers; de benoeming, schorsing en ontslag van de leden van het dagelijks bestuur en de voorzitter. HOOFDSTUK5:HET DAGELIJKS BESTUUR Desamenstelling Artikel15 1.Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en twee andere door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen leden. 2.Eén lid wordt aangewezen uit de door het hoogheemraadschap van Delfland aangewezen leden van het algemeen bestuur; één lid wordt aangewezen uit de door het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard aangewezen leden van het algemeen bestuur en één lid wordt aangewezen uit de door de gemeenten aangewezen leden van het algemeen bestuur. 3.De leden van het dagelijks bestuur worden aangewezen in de eerste vergadering van het nieuw gekozen algemeen bestuur. 4.Het aanwijzen van leden van het dagelijks bestuur ter vervulling van plaatsen die door ontslag, overlijden of anderszins openvallen, vindt plaats uiterlijk twee maanden nadat deze zijn opengevallen. 5.Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. 6.Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet hiervan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur. Een lid dat ontslag heeft genomen, blijft zijn functie waarnemen totdat in zijn opvolging is voorzien. 7.Verlies van het lidmaatschap van het algemeen bestuur brengt terstond verlies van het lidmaatschap van het dagelijks bestuur mee. Werkwijze Artikel16 1.Het dagelijks bestuur vergadert vier keer per jaar en zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of tenminste één ander lid van het dagelijks bestuur daarom verzoekt. 2.De leden van het dagelijks bestuur hebben ieder één stem. Besluiten worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen. 3.De vergaderingen van het dagelijks bestuur worden met gesloten deuren gehouden, voor zover het dagelijks bestuur niet anders heeft bepaald. 4.In de vergadering van het dagelijks bestuur kan slechts worden beraadslaagd en besloten, indien tenminste twee leden aanwezig zijn. 5.Indien het vereiste aantal leden niet tegenwoordig is, belegt de voorzitter een nieuwe vergadering. Artikel17 Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast, dat aan het algemeen bestuur wordt toegezonden. Bevoegdhedenvan het dagelijks bestuur Artikel18 1.Het dagelijks bestuur oefent zijn bevoegdheden uit met inachtneming van het gestelde in het op deze regeling gebaseerde prestatiecontract, die de deelnemers aangaan met de RBG. 2.Het dagelijks bestuur is belast met de dagelijkse bestuurlijke aangelegenheden van de RBG, tenzij de voorzitter bij of krachtens de wet of krachtens deze regeling daarmee is belast. 3.Het dagelijks bestuur is belast met de voorbereiding van al hetgeen in de vergadering van het algemeen bestuur ter overweging en besluitvorming moet worden gebracht. 4.Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de besluitvorming van het algemeen bestuur. Artikel19 Het dagelijks bestuur is in ieder geval belast met: de organisatorische inrichting en de bedrijfsvoering van de RBG en de personele aangelegenheden; het beheer van de inkomsten, uitgaven en het vermogen van de RBG; de zorg, voor zover niet aan anderen opgedragen, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; het houden van toezicht op de uitoefening van de bevoegdheden door de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar van de RBG en de belastingdeurwaarder; het houden van toezicht op al wat de RBG aangaat; het behartigen van de belangen van de RBG bij andere overheden en andere instellingen, diensten of personen, waarmee contact voor de RBG van belang is; het beheer van een register met de belastingverordeningen en de kwijtscheldingsregels die de RBG voor de deelnemers uitvoert te beslissen tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de RBG. Artikel20 1.Het dagelijks bestuur is bevoegd tot: het nemen van alle conservatoire maatregelen, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, zowel in als buiten rechte, en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit; het instellen van beroep in cassatie bij de Hoge Raad tegen een uitspraak van het gerechtshof als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen; het procederen in kort geding en tot voeging in strafzaken als bedoeld in artikel 51a van het Wetboek van Strafvordering, tenzij het algemeen bestuur daaromtrent in voorkomende gevallen een beslissing heeft genomen; het spoedshalve instellen van beroep of het maken van bezwaar, alsmede, voor zover de voorschriften dat toelaten, tot het verzoeken om schorsing van het aangevochten besluit of om voorlopige voorziening ter zake, indien ingevolge wettelijk voorschrift aan de RBG of aan het bestuur van de RBG hetzij een recht van beroep hetzij een recht bezwaar te maken toekomt. Het ingestelde beroep of het gemaakte bezwaar wordt ingetrokken indien het algemeen bestuur de beslissing van het dagelijks bestuur tot het instellen van beroep of het maken van bezwaar niet hetzij in zijn eerstvolgende vergadering, hetzij binnen drie maanden bekrachtigt; uitoefenen van de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Waterwet, de Wet milieubeheer en de Wet waardering onroerende zaken, zijn toegekend aan de Minister van Financiën, respectievelijk de colleges. 2.Het dagelijks bestuur is bevoegd tot benoeming, schorsing en ontslag van de directeur en het personeel van de RBG. 3.Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het regelen van de rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van de directeur en het personeel met inachtneming van het bepaalde in artikel 30, vijfde lid, van deze regeling. 4.Het dagelijks bestuur is bevoegd een of meer ambtenaren van de RBG aan te wijzen als heffingsambtenaar en als invorderingsambtenaar. 5.Het dagelijks bestuur is bevoegd een of meer ambtenaren van de RBG of een gerechtsdeurwaarder als bedoeld in de Gerechtsdeurwaarderswet aan te wijzen als belastingdeurwaarder. 6.Het dagelijks bestuur is bevoegd een of meer ambtenaren aan te wijzen als ambtenaar van de RBG. 7.Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het vaststellen van instructies en uitvoeringsregels voor de heffingsambtenaar, voor de invorderingsambtenaar, voor de ambtenaar van de RBG en voor de belastingdeurwaarder voor de uitoefening van hun bevoegdheden. 7a.Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het stellen van nadere regels ter uitvoering van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, van de Invorderingswet 1990 en van de belastingverordening. 8.Het dagelijks bestuur is bevoegd de belasting geheel of gedeeltelijk oninbaar te verklaren. 9.Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het afhandelen van administratief beroep tegen afwijzingsbesluiten op verzoeken om kwijtschelding. 10.Het dagelijks bestuur is bevoegd om te besluiten tot het aanbesteden van leveringen en diensten, binnen de kaders die de begroting daaraan stelt. 11.Het dagelijks bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen van de RBG. 12.Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het doen van aangifte van alle strafbare feiten waarvan het kennis heeft genomen.

Artikel21

1.Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden geeft aan het algemeen bestuur de door één of meer leden van dit bestuur gevraagde inlichtingen, waarvan het verstrekken niet in strijd is met het algemeen belang. 2.Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden legt op verzoek van een of meer leden van het algemeen bestuur verantwoording af over het door het dagelijks bestuur of door hem gevoerde bestuur. 3.Het dagelijks bestuur geeft de vertegenwoordigende organen mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen. Artikel22 1.Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur jaarlijks vóór 1 juli ter vaststelling een verslag aan van de werkzaamheden van de RBG over het afgelopen jaar. 2.Het dagelijks bestuur zendt het verslag, binnen veertien dagen na de vaststelling, aan de colleges van de deelnemers. HOOFDSTUK6:DE VOORZITTER Verkiezing Artikel23 1.Het algemeen bestuur wijstuit zijn midden de voorzitter aan. 2.Het algemeen bestuur wijst uit de in artikel 15, eerste lid, bedoelde leden van het dagelijks bestuur een plaatsvervangend voorzitter aan, die de voorzitter bij afwezigheid vervangt. Detaken en bevoegdheden van de voorzitter Artikel24 1.De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2.De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. 3.De voorzitter vertegenwoordigt de RBG in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging met instemming van het dagelijks bestuur aan een door hem aan te wijzen gemachtigde opdragen. 4.Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een deelnemer die partij is in een geding waarbij de RBG is betrokken, oefent de plaatsvervangend voorzitter, bedoeld in artikel 23, tweede lid, de in het derde lid bedoelde bevoegdheid uit.

Artikel25

1.De voorzitter geeft aan het algemeen bestuur de door één of meer leden daarvan gevraagde inlichtingen, waarvan het verstrekken niet in strijd is met het algemeen belang. 2.De voorzitter legt op verzoek van één of meer leden van het algemeen bestuur verantwoording af over het door hem gevoerde beleid. 3.De voorzitter geeft de vertegenwoordigende organen van de deelnemers mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen. HOOFDSTUK7:DE HEFFINGSAMBTENAAR, DE INVORDERINGSAMBTENAAR, DE AMBTENAAR VAN DE RBG EN DE BELASTINGDEURWAARDER Artikel26 1.De heffingsambtenaar heeft, ter zake van de belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Wet milieubeheer, de Waterwet of de Wet waardering onroerende zaken zijn toegekend aan de inspecteur, respectievelijk de ambtenaar belast met de heffing van de deelnemers. 2.Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid neemt de heffingsambtenaar de nadere regels en beleidsregels van het dagelijks bestuur in acht. Artikel27 1.De invorderingsambtenaar heeft, ter zake van de belastingen de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Wet milieubeheer of de Waterwet zijn toegekend aan de ontvanger, respectievelijk de ambtenaar belast met de invordering van de deelnemers. 2.De invorderingsambtenaar beslist niet tot het leggen van beslag en tot het voeren van een executieprocedure in eerste aanleg, hoger beroep en in cassatie dan nadat hij het dagelijks bestuur van zijn voornemen op de hoogte heeft gesteld. 3.Bij de uitoefening van de bevoegdheden, als bedoeld in het eerste en het tweede lid van dit artikel, neemt de invorderingsambtenaar de kwijtscheldingsregels van de desbetreffende deelnemers en de nadere regels en beleidsregels van het dagelijks bestuur in acht. 4.De invorderingsambtenaar is bevoegd het dagelijks bestuur gemotiveerd te verzoeken tot het nemen van een besluit als bedoeld in artikel 20, negende lid. Artikel28 1.De ambtenaar van de RBG heeft ter zake van de belastingen als bedoeld in artikel 1, onder p en q en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken, de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Wet milieubeheer, de Waterwet of de Wet waardering onroerende zaken zijn toegekend aan de ambtenaren van de Rijksbelastingdienst, respectievelijk de ambtenaar belast met de heffing of invordering van de deelnemers als bedoeld in artikel 123, derde lid, onderdeel d, van de Waterschapswet en artikel 231, tweede lid, onderdeel d, van de Gemeentewet. 2.Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid neemt de ambtenaar van de RBG de nadere regels en beleidsregels van het dagelijks bestuur in acht. Artikel29 1.De belastingdeurwaarder heeft, ter zake van de belastingen de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Wet milieubeheer of de Waterwet, zijn toegekend aan de belastingdeurwaarder van de deelnemers. 2.Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid neemt de belastingdeurwaarder de nadere regels en beleidsregels van het dagelijks bestuur in acht. HOOFDSTUK8:DE DIRECTEUR EN DE AMBTELIJKE ORGANISATIE Artikel30 1.De RBG heeft een ambtelijke organisatie, met aan het hoofd een directeur. De directeur is tevens secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 2.De directeur handelt in overeenstemming met de door het dagelijks bestuur vastgestelde instructie. 3.De directeur staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taken terzijde. Hij is in de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aanwezig. 4.Alle stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan worden door de directeur mede ondertekend. 5.De Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen Waterschapspersoneel (SAW) zijn van toepassing op het personeel van de RBG. 6.De RBG heeft ten behoeve van de medezeggenschap van de werknemers een ondernemingsraad op basis van de Wet op de ondernemingsraden. HOOFDSTUK9:FINANCIËN EN ADMINISTRATIE Begroting Artikel30a Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 15 april de algemene financiële en beleidsmatige kaders, voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient, aan de vertegenwoor-digende organen. Artikel31 1.Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 15 juli de begroting vast voor het eerstvolgende begrotingsjaar. De vaststelling van de begroting geschiedt, in afwijking van artikel 11, derde lid, op basis van een unaniem genomen besluit. 2.Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp-begroting acht weken voordat deze ter vaststelling aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de vertegenwoordigende organen. De ontwerp-begroting wordt gelijktijdig toegezonden aan de leden van het algemeen bestuur. 3.De vertegenwoordigende organen kunnen over de ontwerp-begroting aan het dagelijks bestuur hun zienswijzen naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijze is vervat bij de ontwerp-begroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Artikel32 1.In de begroting worden de algemene en bijzondere bijdragen aangegeven die elke deelnemer verschuldigd is in het jaar waarop de begroting betrekking heeft. 2.De deelnemers betalen jaarlijks in enkele voorschotten de in het eerste lid van dit artikel bedoelde bijdragen. De wijze en frequentie van betaling zijn geregeld in het in deze regeling bedoelde prestatiecontract. 3.De deelnemers dragen er zorg voor dat de RBG over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 4.De deelnemers staan gezamenlijk garant voor de juiste betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de door de RBG af te sluiten langlopende leningen, kasgeldleningen en in rekening courant op te nemen gelden, naar verhouding van de in het eerste lid bedoelde bijdragen op 1 januari van het jaar waarin de rente en aflossing verschuldigd is. Artikel33 1.Van de vaststelling van de begroting van de RBG wordt terstond mededeling gedaan aan de vertegenwoordigende organen. 2.Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus voorafgaande aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft, aan gedeputeerde staten. 3.Besluiten tot wijziging van de begroting kunnen tot uiterlijk het eind van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen. 4.Het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel en het bepaalde in artikel 31 zijn, met uitzondering van de genoemde data, van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting. 5.Van het bepaalde in het vierde lid kan worden afgeweken ten aanzien van begrotingswijzigingen die het totaalbedrag van de deelnemersbijdragen niet aantasten, dan wel geen afwijking inhouden van het algemeen en financieel beleid. Jaarrekening Artikel33a Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks vóór 15 april de voorlopige jaarrekening aan de vertegenwoordigende organen. Artikel34 1.Van de inkomsten en uitgaven van de RBG over het afgelopen jaar wordt door het dagelijks bestuur verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur onder overlegging van de jaarrekening met de daarbij behorende bescheiden. 2.Het dagelijks bestuur voegt bij de jaarrekening een accountantsverklaring en een verslag van bevindingen van de accountant. Artikel35 1.Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgend op het jaar waarop deze betrekking heeft. De vaststelling van de jaarrekening geschiedt, in afwijking van artikel 11, derde lid, op basis van een unaniem genomen besluit. 2.Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling door het algemeen bestuur, doch in ieder geval vóór 15 juli met alle bijbehorende stukken aan gedeputeerde staten. Van de vaststelling doet het dagelijks bestuur mededeling aan de vertegenwoordigende organen. 3.De vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ten aanzien van het daarin verwoorde financieel beheer. Artikel36 1.In de jaarrekening wordt het door elk van de deelnemers over het betreffende dienstjaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. 2.Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 32, eerste lid, bepaalde en de werkelijk verschuldigde bijdrage vindt plaats terstond na de kennisgeving aan de deelnemers van de vaststelling van de jaarrekening. Administratieen controle Artikel37 1.Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de (financiële) administratie en van het beheer van vermogenswaarden. Deze regels dienen te waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid, doelmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. Artikel38 1.De RBG houdt de administratie voor de opgelegde aanslagen en ingevorderde belastinggelden gescheiden van de administratie voor de bedrijfsvoering van de RBG. 2.De ingevorderde belastinggelden worden beheerd op een uitsluitend daartoe bestemde rekening. 3.Het is de RBG niet toegestaan te ontvangen of ontvangen belastinggelden te verrekenen met bijdragen van de deelnemers aan de RBG. Artikel39 1.Ingevorderde belastinggelden worden periodiek overgemaakt naar een rekening van de desbetreffende deelnemer. De wijze en frequentie van deze betaling zijn geregeld in het in deze regeling bedoelde prestatiecontract. 2.Het dagelijks bestuur zendt periodiek aan de colleges van de deelnemers een overzicht van de te heffen, geheven, in te vorderen en ingevorderde belastinggelden als mede een overzicht van de kwijtscheldingen. De frequentie van deze informatievoorziening is geregeld in het in deze regeling bedoelde prestatiecontract. Artikel40 1.Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de controle op de administratie en op het beheer van vermogenswaarden. De regels dienen onder meer te waarborgen dat de rechtmatigheid en de doelmatigheid van de administratie en het beheer worden getoetst. 2.De regels, bedoeld in het eerste lid, voorzien onder meer in de aanwijzing van een of meer accountants als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek belast met het onderzoek van de jaarrekening, alsmede met het ter zake uitbrengen van een verslag, dat behalve de verklaring bij de jaarrekening bevindingen bevat over de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan de eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid. HOOFDSTUK10:GESCHILLENBEHANDELING Artikel41 Over geschillen tussen de deelnemers onderling of tussen deelnemers en het bestuur van de RBG over de toepassing, in de ruimste zin, van de regeling wordt beslist door gedeputeerde staten, zoals bepaald in artikel 28 van de wet. Voorafgaand daaraan wordt het geschil ter advisering voorgelegd aan een door het algemeen bestuur samengestelde geschillencommissie. Nadat advies is uitgebracht neemt het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een besluit. HOOFDSTUK11:TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, OPHEFFING Toetreding Artikel42 1.Het dagelijks bestuur van een waterschap of het college van een gemeente dat wenst toe te treden tot de regeling dient het verzoek tot toetreding met inbegrip van de verkregen toestemming van het algemeen bestuur van dat waterschap of de gemeenteraad van die gemeente, in bij het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur legt het verzoek ter advisering voor aan het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur zendt het verzoek tot toetreding met het advies van het algemeen bestuur aan de colleges en verzoekt de deelnemers tot het nemen van een besluit omtrent de verzochte toetreding. Van hun besluit stellen de deelnemers het algemeen bestuur, binnen 3 maanden na het verzoek daartoe, schriftelijk in kennis. 2.Het dagelijks bestuur van het waterschap of het college van de gemeente treedt toe tot de regeling indien de colleges van alle deelnemende overheden na verkregen toestemming van hun vertegenwoordigende organen hebben ingestemd met de verzochte toetreding. 3.Het algemeen bestuur kan algemene en specifieke regels stellen omtrent de toetreding van nieuwe bestuursorganen. 4.De toetreding gaat in op de eerste dag van het jaar volgend op het jaar waarin de in het tweede lid vermelde instemming tot de toetreding is verleend. 5.Toetreding van een nieuwe deelnemer als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, geschiedt gelijktijdig met een wijziging van deze regeling die voorziet in de gevolgen van die toetreding voor de RBG. 6.Het toegetreden bestuursorgaan doet zo spoedig mogelijk de nodige benoemingen op basis van artikel 7 van deze regeling. Uittreding Artikel43 1.Een deelnemer kan uittreden uit de regeling. 2.Voor de uittreding wordt een opzegtermijn van één jaar in acht genomen. 3.Gedurende drie jaren na de datum van toetreding tot de regeling is het niet mogelijk om uit de regeling te treden. 4.Een deelnemer die uit de regeling wenst te treden maakt zijn voornemen tot uittreding bij aangetekend schrijven kenbaar aan het algemeen bestuur en aan de colleges van de overige deelnemers. 5.Uittreding vindt plaats aan het einde van het kalenderjaar. 6.Na ontvangst van de in het vierde lid vermelde kennisgeving wordt een, in overleg met de uittredende deelnemer aan te wijzen, registeraccountant opdracht verleend een liquidatieplan op te stellen als ware tot opheffing van het openbaar lichaam besloten. Het liquidatieplan wordt vastgesteld door het algemeen bestuur en de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 7.Nadat het liquidatieplan is vastgesteld, is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan het openbaar lichaam te voldoen. 8.De kosten van het in het zesde lid bedoelde plan komen voor rekening van de uittredende deelnemer. Wijziging Artikel44 1.Op voorstel van het algemeen bestuur, van het dagelijks bestuur of van een of meer deelnemers kan de regeling worden gewijzigd. Indien het voorstel tot wijziging wordt gedaan door één van de deelnemers, dan wordt dit voorstel ter advisering aan het algemeen bestuur gezonden. 2.Het dagelijks bestuur zendt de deelnemers het voorstel tot wijziging alsmede het advies van het algemeen bestuur en verzoekt de deelnemers tot het nemen van een besluit omtrent de voorgestelde wijziging. Van hun besluit stellen de deelnemers het algemeen bestuur schriftelijk in kennis. 3.De deelnemers besluiten omtrent de voorgestelde wijziging nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun vertegenwoordigende organen. 4.Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen wanneer alle deelnemers daarmee instemmen. 5.De wijziging van de regeling treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking. Opheffing Artikel45 1.De regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluit van alle deelnemers. 2.Artikel 44 is van overeenkomstige toepassing. 3.Ingeval een besluit tot opheffing volgens het eerste lid van dit artikel is genomen, besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt het, gehoord de deelnemers, een liquidatieplan vast. 4.Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. Voorts voorziet het in de personele gevolgen van het besluit. 5.Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan. 6.Zo nodig blijft het dagelijks bestuur ook na het tijdstip van opheffing in functie totdat het liquidatieplan is uitgevoerd. HOOFDSTUK12OVERIGE BEPALINGEN Archief Artikel46 1.Het dagelijks bestuur is belast met de zorg en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de RBG overeenkomstig een door het algemeen bestuur, met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995, vast te stellen regeling. 2.De directeur is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden. 3.Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen bescheiden wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats aan. Escalatieregeling Artikel47 Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot het vroegtijdig signaleren en bijsturen van situaties die de belangen van de RBG en daarmee de belangen van de deelnemers kunnen schaden. Deze regels voorzien in ieder geval in een procedure waardoor conflicten of misstanden in de directie of het dagelijks bestuur, tijdig worden geëscaleerd naar een naast-hoger niveau. HOOFDSTUK13OVERGANGSRECHT EN SLOTBEPALINGEN Toetreding,wijziging regeling, inwerkingtreding wijziging regeling en benoeming algemeen bestuur Artikel48 1.Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schiedam treedt op 1 januari 2015 toe tot de gemeenschappelijke regeling. 2.De wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep treedt op 1 januari 2015 in werking. 3.De besluiten die genomen zijn krachtens de Gemeenschappelijke regeling zoals die luidde vóór 1 januari 2015 worden geacht te zijn genomen krachtens het hierbij genomen wijzigingsbesluit van de regeling. 4.De bevoegdheden van het dagelijks bestuur, de ambtenaar belast met de heffing, de ambtenaar belast met de invordering, de ambtenaar van de RBG en de belastingdeurwaarder hebben betrekking op de bevoegdheden met betrekking tot belastbare feiten die zich voordoen vanaf 1 januari

  1. 5.Ten aanzien van belastbare feiten, die betrekking hebben op de belastingjaren vóór 2015, kan het college van de gemeente Schiedam bij afzonderlijke besluiten de bevoegdheden tot heffing en invordering aan het dagelijks bestuur, de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar van de RBG en de belastingdeurwaarder van de RBG, overdragen. Artikel49 Binnen één maand na het tijdstip van inwerkingtreding van de regeling wijzen de deelnemers op grond van artikel 7 de leden van het algemeen bestuur en hun plaatsvervangers aan. Geldingsduur Artikel50 De regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd. Inzendingregeling Artikel51 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schiedam draagt zorg voor de toezending van deze regeling aan gedeputeerde staten. Citeerwijze Artikel52 De regeling kan worden aangehaald als "Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep”. Dijkgraaf en hoogheemraden van Schieland en de Krimpenerwaard,secretaris-directeur, dijkgraaf,M.J.H. van Kuijk mr. J.H. OostersDijkgraaf en hoogheemraden van Delfland,secretaris-directeur, dijkgraaf,mr. drs. P.I.M. van den Wijngaart mr. M.A.P. van Haersma BumaBurgemeester en wethouders van de gemeente Delft,gemeentesecretaris, burgemeester,mr. J. Krul mr. drs. G.A.A. VerkerkBurgemeester en wethouders van de gemeente Vlaardingen,gemeentesecretaris, burgemeester,ir. C. Kruyt A.B. BlaseBurgemeester en wethouders van de gemeente Schiedam,gemeentesecretaris, burgemeester,ir. J.C. van Ginkel MCM C.H.J. LamersBijlage1bij artikel 6, tweede lid, van de Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep Het hoogheemraadschap van Delfland heeft aan de RBG de heffing en invordering van de volgende belastingen overgedragen: Watersysteemheffing; Zuiveringsheffing; Verontreinigingsheffing; Precariobelasting; Leges. Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard heeft aan de RBG de heffing en invordering van de volgende belastingen overgedragen: Watersysteemheffing; Wegenheffing; Zuiveringsheffing; Verontreinigingsheffing; Precariobelasting; Leges. Bijlage2Besluit Takenregister Regionale Belasting Groep De gemeente Delft heeft aan de RBG overgedragen: De uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken. Met inachtneming van hetgeen geregeld is in de betreffende gemeentelijke belastingverordeningen, de heffing en invordering van: Onroerendezaakbelastingen; Afvalstoffenheffing; Rioolheffing; Reinigingsrechten; Toeristenbelasting; Precariobelasting; Reclamebelasting; Kadegelden; Leges, met uitzondering van de leges als vermeld in de tarieventabel van de legesverordening: Titel 1 Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand; Hoofdstuk 2 Reisdocumenten; Hoofdstuk 3 Rijbewijzen; Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen; Hoofdstuk 5 Verstrekkingen op grond van Wet bescherming persoonsgegevens; Hoofdstuk 6 Vastgoedinformatie; Hoofdstuk 7 Overige publiekszaken; Hoofdstuk 8 Huisvestingswet / Huisvestingsverordening; Hoofdstuk 9 Leegstandwet; Hoofdstuk 11 Winkeltijden; Hoofdstuk 14 Verkeer en vervoer, met dien verstande dat de heffing en invordering van 1.14.
  2. aan de RBG is overgedragen; Hoofdstuk 18 Milieuvergunningen; Hoofdstuk 19 Diversen; Titel 2 Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordelen conceptaanvraag; Titel 3 Hoofdstuk 1 Horeca onder 3.1.3.6; Hoofdstuk 3 Prostitutiebedrijven; Hoofdstuk 5 Brandbeveiligingsverordening. De gemeente Vlaardingen heeft aan de RBG overgedragen: De uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken. Met inachtneming van hetgeen geregeld is in de betreffende gemeentelijke belastingverordeningen, de heffing en invordering van: Onroerendezaakbelastingen; Afvalstoffenheffing; Rioolheffing; Reinigingsrechten; Toeristenbelasting; Precariobelasting; Lijkbezorgingsrechten; Hondenbelasting; Havengelden pleziervaartuigen, recreatieve toeristische (bedrijfs)vaartuigen en historische schepen; Havengelden vaste ligplaatsen; BIZ-bijdrage; Leges, met uitzondering van de leges als vermeld in de tarieventabel van de legesverordening, hoofdstuk 1 onder: Algemeen; Aanvragen reisdocumenten; Basisregistratie Personen; Rijbewijzen; Kadaster; Verkeer/toezicht en handhaving onder 31.B en 31.C. De gemeente Schiedam heeft aan de RBG overgedragen: De uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken. Met inachtneming van hetgeen geregeld is in de betreffende gemeentelijke belastingverordeningen, de heffing en invordering van: Onroerendezaakbelastingen; Afvalstoffenheffing; Rioolheffing; Reinigingsrecht; Reclamebelasting; Precariobelasting; Hondenbelasting; Woonwagenrecht; Woonschepenrechten; BIZ-bijdrage; Leges, met uitzondering van de leges als vermeld in de tarieventabel van de legesverordening: Titel 1 Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand; Hoofdstuk 2 Reisdocumenten; Hoofdstuk 3 Rijbewijzen; Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen; Hoofdstuk 5 Verstrekkingen uit het kiezersregister; Hoofdstuk 7 Overige publiekszaken; Hoofdstuk 8 Gemeentearchief. Toelichtingop de Gemeenschappelijke regeling Regionale Belasting Groep Het bestuur van de RBG Op een gemeenschappelijke regeling tussen de colleges van waterschappen en gemeenten zijn de meeste bepalingen die handelen over samenwerking tussen gemeentebesturen van overeenkomstige toepassing. Het bestuur van het openbaar lichaam bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. Het algemeen bestuur Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van het openbaar lichaam. Het algemeen bestuur bestaat uit zeven leden. De colleges van beide waterschappen wijzen uit hun midden elk twee leden aan. De colleges van de gemeenten wijzen uit hun midden elk een lid aan. De colleges wijzen uit hun midden elk een plaatsvervanger aan die een lid bij verhindering vervangt. Een lid van het algemeen bestuur mag geen ambtenaar bij het samenwerkingsverband zijn. Bovendien geeft de wet een opsomming van onverenigbare functies. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is gekoppeld aan het lid zijn van het college van de deelnemer. Wanneer men ophoudt lid van het college te zijn, houdt men tevens op lid te zijn van het algemeen bestuur. Een lid van het algemeen bestuur kan daarnaast door zijn eigen college ontslag worden verleend. Besluiten worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen, tenzij in de regeling staat vermeld dat een andere stemverhouding van toepassing is. Dit geldt bijvoorbeeld bij de vaststelling van de begroting en de jaarrekening van de RBG. Daarbij geldt wel meervoudig stemrecht voor de leden van het algemeen bestuur, wat inhoudt dat ieder lid aangewezen door een van de waterschappen achttien stemmen heeft (ieder waterschap heeft dus 36 stemmen), het lid aangewezen door Delft heeft twaalf stemmen, en de leden aangewezen door Schiedam en Vlaardingen hebben ieder acht stemmen. In totaal zijn er 100 stemmen. Het aantal stemmen per deelnemer is gebaseerd op het percentage kostenaandeel van de deelnemer in de begroting 2015 (na wijziging als gevolg van de toetreding van de gemeente Schiedam). In het reglement van orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur is een procedure opgenomen voor het geval de stemmen staken. Het dagelijks bestuur De wet bepaalt dat het dagelijks bestuur van een gemeenschappelijk openbaar lichaam moet bestaan uit de voorzitter en tenminste twee andere leden. Zij worden aangewezen door en uit het algemeen bestuur. In de gemeenschappelijke regeling is ervoor gekozen dat het dagelijks bestuur uit drie leden bestaat. De vertegenwoordigers in het algemeen bestuur van de beide waterschappen wijzen ieder een lid aan, de vertegenwoordigers in het algemeen bestuur van de gemeenten wijzen samen een lid aan. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur is gekoppeld aan dat van het algemeen bestuur. Wanneer iemand ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur houdt hij van rechtswege op lid te zijn van het dagelijks bestuur. Een lid van het dagelijks bestuur kan tevens door het algemeen bestuur worden ontslagen wegens gebrek aan vertrouwen. Bevoegdheden van het bestuur Het algemeen bestuur is belast met de algemene bestuurlijke verantwoordelijkheid en aangelegenheden, waaronder de kaderstellende en controlerende bevoegdheden. Daarnaast is het algemeen bestuur bevoegd tot het aanwijzen en ontslaan van de voorzitter en leden van het dagelijks bestuur zoals hierboven beschreven. Het algemeen bestuur stelt tevens de begroting (alsmede wijzigingen), de jaarrekening en de bijdragen van de deelnemers vast. Het dagelijks bestuur is belast met de dagelijkse aangelegenheden (zoals benoeming van ambtenaren) en de voorbereidingen en uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur. Daarnaast bezit het dagelijks bestuur de taken en bevoegdheden zoals omschreven in de gemeenschappelijke regeling. De bevoegdheden van algemeen en dagelijks bestuur worden uitgeoefend met inachtneming van een nadere overeenkomst die de deelnemers met de RBG afsluiten. Het gaat daarbij om het zogenaamde prestatiecontract, waarin vastgelegd wordt welke prestaties de RBG moet leveren ten behoeve van zijn deelnemers. De directeur De directeur vervult de rol van secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. Hij ondersteunt in die rol het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter. Hij tekent (naast de voorzitter) de stukken die van de besturen uitgaan. Daarnaast kunnen bevoegdheden van het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of de voorzitter in mandaat worden uitgeoefend door de directeur. Dit is geregeld in het Mandaatbesluit van de RBG. Regeling bijdragen, begroting en jaarrekening De deelnemers van het samenwerkingsverband dienen jaarlijks bij te dragen in de kosten van de bedrijfsvoering van het samenwerkingsverband. De bijdragen en de berekeningswijze daarvan worden vastgesteld door het algemeen bestuur van het samenwerkingsverband. Dit vindt plaats bij de vaststelling van de begroting en de jaarrekening. Uit een oogpunt van flexibiliteit is ervoor gekozen om in de gemeenschappelijke regeling zelf geen criteria voor de verdeling van de kosten op te nemen. Dat geldt ook voor de frequentie en tijdstippen waarop de deelnemers hun bijdragen verschuldigd zijn. Dit wordt opgenomen in het prestatiecontract tussen de RBG en de deelnemers. In afwijking van de algemene regel stelt het algemeen bestuur de begroting en de jaarrekening vast op basis van unaniem genomen besluiten. De regeling voor de totstandkoming van de begroting en de jaarrekening vloeien voort uit het bepaalde in de artikelen 67, 67a en 68 van de Wgr. Voor de controle en inrichting van de administratie en het beheer van de vermogenswaarden stelt het algemeen bestuur regels vast, conform de regels die daarvoor gelden voor gemeenten (zie art. 68 lid 6 Wgr). In deze regels wordt ook voorzien in de controle van de jaarrekening. Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing. De Wgr bepaalt dat onder het treffen van een regeling mede wordt verstaan toetreden tot, uittreden uit, wijzigen en opheffen van een regeling. Dit betekent dat evenals voor het aangaan van de regeling ook voor toetreding, uittreding en wijziging van de regeling de medewerking van de deelnemers en de toestemming daarvoor van hun vertegenwoordigende organen is vereist. Naast het besluit van een nieuwe deelnemer om aan de regeling deel te willen nemen moeten ook de al bestaande deelnemers aan de regeling daartoe besluiten. Zowel de besluiten tot toetreding van een nieuwe deelnemer door het betreffende college, alsmede die tot instemming met een toetreding van een nieuwe deelnemer door de al aan de regeling deelnemende colleges behoeven de toestemming van de vertegenwoordigende organen van de deelnemers. Uitgangspunt bij de regeling van de uittreding is dat een deelnemer uit de regeling moet kunnen treden maar dat de uittreding gepaard moet gaan met een regeling van de financiële gevolgen die recht doet aan de financiële belangen van de achterblijvende deelnemers. Uittreding door een deelnemer kan voor de regeling en de overige deelnemers namelijk ingrijpende gevolgen hebben. Om de gevolgen van uittreding goed te regelen zijn daarover in artikel 43 een aantal bepalingen opgenomen. Bij uittreding van een deelnemer wordt een fictief liquidatieplan opgesteld. In dit plan worden alle verplichtingen opgenomen die de uittredende partij in acht dient te nemen ten opzichte van de deelnemers die achterblijven in de gemeenschappelijke regeling. Dit plan wordt door het algemeen bestuur vastgesteld. Op basis van dit plan worden voor de uittredende deelnemer de financiële verplichtingen bij uittreding vastgesteld. De uittredende deelnemer is gehouden om binnen zes maanden aan de vastgestelde financiële verplichtingen te voldoen en de kosten van het opstellen van het liquidatieplan te betalen. Gedurende de eerste drie jaar na toetreding is het niet mogelijk om weer uit te treden. Dit is gedaan om de continuïteit van de regeling te waarborgen. Na het besluit tot opheffing vindt de liquidatie van het openbaar lichaam plaats. Hiermee is het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam belast. De liquidatie vindt plaats op basis van een door het algemeen bestuur, de deelnemers gehoord, vastgesteld liquidatieplan. Inwerkingtreding van de gemeenschappelijke regeling De gemeenschappelijke regeling treedt in werking op 1 januari
  3. Na de bekendmaking van het besluit is de gemeente Schiedam toegetreden tot de gemeenschappelijke regeling en zijn de hierin genoemde bevoegdheden van de gemeente ook daadwerkelijk overgedragen. Vanaf dat moment zijn dus het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de voorzitter, de directeur en de ambtenaren van de Regionale Belasting Groep bevoegd. Deze delegatie heeft echter geen terugwerkende kracht. Voor besluiten die vóór de inwerkingtreding zijn genomen door het college van Schiedam blijft gelden dat het college van de gemeente Schiedam of de aangewezen ambtenaren bevoegd is om deze af te handelen. Wel voorziet de gemeenschappelijke regeling in de mogelijkheid dat het college van de gemeente Schiedam ten aanzien van belastbare feiten, die betrekking hebben op de belastingjaren vóór 2015, bij afzonderlijke besluiten de bevoegdheden tot heffing en invordering aan het dagelijks bestuur, de heffingsambtenaar, de invorderingsambtenaar, de ambtenaar van de RBG en de belastingdeurwaarder kan overdragen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.