VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET EN IOAW / IOAZ GEMEENTEDe raad van de gemeente Capelle aan den IJssel; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel; gelet op artikel 8a, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Participatiewet en gelet op artikel 35,lid 1, onderdeel d, van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschiktewerkloze werknemers (IOAW) en van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijkarbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); gezien het advies van de Cliëntenraad Sociale Zaken van 16 oktober 2014; overwegende dat de gemeenteraad op grond van de Participatiewet en de IOAW/IOAZ regels dientte stellen met betrekking tot de tegenprestatie naar vermogen, b e s l u i t : vast te stellen, de volgende verordening, vergezeld van de daarbij horende toelichting: VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET EN IOAW / IOAZ GEMEENTECAPELLE AAN DEN IJSSEL. HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1.Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: a.grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; b.kleine afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; c.mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt; d.vrijwilligerswerk: werk dat in enig georganiseerd verband, onverplicht en onbetaald wordt verricht ten behoeve van anderen of de samenleving. HOOFDSTUK2TEGENPRESTATIE NAAR VERMOGEN Artikel2.Uitvoering De uitvoering van deze verordening berust bij het college. Het college is bevoegd om nadere regels te stellen met betrekking tot de uitvoering van dezeverordening. Het college is bevoegd het vaststellen van nadere regels te mandateren aan het dagelijksbestuur van IJSSELgemeenten. Artikel3.Inhoud van een tegenprestatie Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die werkzaamheden: naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt; niet zijn bedoeld als re-integratie-instrument; worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de organisatie waarin ze wordenverricht; en niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Artikel4.Het opdragen van een tegenprestatie 1.Het college kan een belanghebbende met een grote afstand tot de arbeidsmarkt eentegenprestatie opdragen. 2.Het college kan een belanghebbende met een kleine afstand tot de arbeidsmarkt uitsluitend eentegenprestatie opdragen indien bijzondere omstandigheden dat rechtvaardigen. Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren: de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een belanghebbende; de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een belanghebbende moeten inaanmerking worden genomen; de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende moeten in overweging worden genomen; als een belanghebbende al maatschappelijke activiteiten of vrijwilligerswerk verricht dan welzelf aandraagt, moet daarmee rekening worden gehouden. Artikel5.Duur en omvang van een tegenprestatie 1.De tegenprestatie wordt opgedragen voor de maximale duur van 3 maanden. 2.De tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal 12 uren per week. 3.De tegenprestatie kan binnen 12 maanden slechts tweemaal worden opgedragen. Artikel6.Geen werkzaamheden voorhanden 1.Het college draagt geen tegenprestatie op indien geen werkzaamheden voorhanden zijn diekunnen worden ingezet als tegenprestatie. 2.Indien het college geen tegenprestatie opdraagt omdat geen werkzaamheden voorhanden zijn,beoordeelt het college binnen 12 maanden of wel werkzaamheden voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie. Artikel7.Ontheffing van een tegenprestatie 1.Het college draagt geen tegenprestatie op indien een belanghebbende mantelzorg verricht voorzover het verrichten van mantelzorg naar het oordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijkis. 2.Het college draagt geen tegenprestatie op indien een belanghebbende minimaal 8 uur per weekvrijwilligerswerk verricht. 3.Het college bepaalt op welke wijze dient te worden aangetoond dat sprake is van eenontheffingsgrond als bedoeld in lid 1 en lid 2. HOOFDSTUK3SLOTBEPALINGEN Artikel8.Onvoorziene omstandigheden In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel9.Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Tegenprestatie gemeente Capelle aan den IJssel. Artikel10.Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Vastgesteld in de openbare vergadering van 15 december 2014, de griffier, de voorzitter, TOELICHTING VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET EN IOAW / IOAZ CAPELLE AAN DEN IJSSEL 2015ALGEMENE TOELICHTINGHet college is bevoegd een belanghebbende te verplichten naar vermogen een tegenprestatie teverrichten, ook als die tegenprestatie niet direct samenhangt met arbeidsinschakeling. Deze verplichting geldt voor een belanghebbende van achttien jaar of ouder doch jonger dan depensioengerechtigde leeftijd vanaf de dag van melding. Dit is vastgelegd in artikel 9, eerste lid,onderdeel c, van de Participatiewet en artikel 37, lid 1, onderdeel f van de IOAW/IOAZ. De tegenprestatie bestaat uit de plicht om naar vermogen door het college opgedragen onbeloondemaatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten, naast of in aanvulling op reguliere arbeid endie niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Individuele omstandighedenHet college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de voorhanden zijndeonbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden de aan de persoon op te leggen tegenprestatie,waarbij het college de in deze verordening neergelegde criteria in acht moet nemen ter zake de duur, omvang en inhoud van de tegenprestatie. Geen tegenprestatieIndien daarvoor dringende redenen - zoals zorgtaken - aanwezig zijn, kan het college in individuelegevallen tijdelijk ontheffing verlenen van de plicht tot het verrichten van een tegenprestatie (artikel 9,tweede lid van de Participatiewet). De plicht tot tegenprestatie is niet van toepassing op een belanghebbende die volledig en duurzaamarbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen(artikel 9, vijfde lid van de Participatiewet). De plicht tot tegenprestatie is voorts niet van toepassing op een alleenstaande ouder die in het bezit is van een ontheffing als bedoeld in artikel 9a, eerste lid vande Participatiewet (artikel 9, zevende lid van de Participatiewet). AfstemmenNet als bij het niet nakomen van de arbeids- en re-integratieverplichting geldt voor het niet nakomenvan de tegenprestatie dat de bijstand kan worden afgestemd overeenkomstig de gemeentelijkeafstemmingsverordening. Bevoegdheid opdragen tegenprestatieDe bevoegdheid van het college om een belanghebbende te verplichten naar vermogen eentegenprestatie te verrichten geldt al sinds 1 januari 2012. De regering meent dat de tegenprestatievoor uitkeringsgerechtigden een gelegenheid is om te blijven participeren in de samenleving en om een sociaal netwerk, arbeidsritme en regelmaat te behouden. Dit zijn volgens de regering ooknoodzakelijke voorwaarden om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Tegenprestatie is geen re-integratieDe plicht tot tegenprestatie heeft tot doel om maatschappelijk nuttige werkzaamheden te doen in desamenleving als tegenprestatie voor het ontvangen van een uitkering. Bij re-integratie is het doeltoeleiding van de klant naar de arbeidsmarkt. Ook werken met behoud van uitkering (bijvoorbeeld eenProefplaatsing, Werkstage of Participatieplaats) is een vorm van re-integratie gericht op toeleidingnaar de arbeidsmarkt en verschilt daarin van de tegenprestatie. Voorts mag een tegenprestatie hetaccepteren van passende arbeid of van re-integratie-inspanningen niet belemmeren. Immers, alsuitgangspunt geldt werk boven uitkering. Tegenprestatie is geen vrijwilligerswerkDe gangbare definitie van vrijwilligerswerk is: “Vrijwilligerswerk is werk dat in enig georganiseerd verband, onverplicht en onbetaald wordt verrichtten behoeve van anderen of de samenleving.” 1 1 Bron: VNG http://www.vng.nl/onderwerpenindex/maatschappelijke‐ondersteuning/vrijwilligers‐mantelzorgers‐en‐maatschappelijkestage/ algemeen#Wat_is_de_definitie_van_vrijwilligerswerk Deze definitie heeft vier elementen: onbetaald, ten goede van anderen of samenleving, eniggeorganiseerd verband en onverplicht. De eerste twee elementen zijn ook van toepassing op detegenprestatie en de derde kan dat ook zijn. De tegenprestatie onderscheidt zich echter vanvrijwilligerswerk doordat het een verplichting is. Verder geldt dat vrijwilligerswerk van veel langereduur en omvang kan zijn dan de tegenprestatie. Er wordt door sommigen gesteld dat eenbijstandsklant een tegenprestatie kan weigeren op grond van het feit dat vrijwilligers dezelfdewerkzaamheden (in georganiseerd verband) uitvoeren. Omdat de tegenprestatie beperkt is in duur en omvang is er echter een verschil met vrijwilligerswerk. De tegenprestatie kan dus wel bestaan uitdezelfde werkzaamheden als die vrijwilligers verrichten. VerordeningsplichtDe wet legt de gemeenteraad de verplichting op om bij verordening regels vast te stellen over hetopdragen van een tegenprestatie aan mensen met een bijstandsuitkering in de leeftijd van 18 jaar totde pensioengerechtigde leeftijd. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8a, eerste lid, onderdeel b Participatiewet en in artikel 35, lid 1, onderdeel d van de IOAW/IOAZ. Ontwikkelen beleid door collegeHet college heeft de opdracht beleid te ontwikkelen ten behoeve van het verrichten van eentegenprestatie en het uitvoeren ervan overeenkomstig de verordening tegenprestatie. Dit volgt uitartikel 7, eerste lid, onder c van de Participatiewet en artikel 34, eerste lid van de IOAW/IOAZ. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTINGArtikel 1. BegrippenBegrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, de IOAW/IOAZ, de Algemene wetbestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze verordening. Grote afstand tot de arbeidsmarktIn artikel 1 van deze verordening is een definitie opgenomen van het begrip ‘grote afstand tot dearbeidsmarkt’. Onder een grote afstand tot de arbeidsmarkt wordt verstaan dat een persoonredelijkerwijs niet binnen één jaar geschikt is voor deelname aan de arbeidsmarkt. Dit begrip is van belang in verband met de mogelijkheid tot het opdragen van een tegenprestatie. Zie hierover artikel 4van deze verordening. Kleine afstand tot de arbeidsmarktIn artikel 1 van deze verordening is een definitie opgenomen van het begrip ‘kleine afstand tot dearbeidsmarkt’. Onder een kleine afstand tot de arbeidsmarkt wordt verstaan dat een persoonredelijkerwijs binnen één jaar geschikt is voor deelname aan de arbeidsmarkt. Dit begrip is van belang in verband met de mogelijkheid tot het opdragen van een tegenprestatie. Zie hierover artikel 4 vandeze verordening. MantelzorgIn artikel 1 van deze verordening is de definitie opgenomen van mantelzorg. Deze begripsbepalingis gebaseerd op het begrip zoals dat wordt gehanteerd in de Wet maatschappelijke ondersteuning(zie artikel 1, eerste lid, onderdeel b van de WMO). Onder mantelzorg wordt verstaan: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende doorpersonen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de socialerelatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt. Het begrip ‘mantelzorg’ is van belang omdat artikel 7 van deze verordening bepaalt dat het college geen tegenprestatie opdraagtindien een belanghebbende mantelzorg verricht voor zover het verrichten van mantelzorg naar hetoordeel van het college redelijkerwijs noodzakelijk is. Uit kamerstukken met betrekking tot het begrip ‘mantelzorg’ zoals neergelegd in de WMO volgt dat devier belangrijkste kenmerken van mantelzorg zijn: er is een bestaande sociale relatie tussen de zorgvrager en de zorgverlener; mantelzorg wordt niet verricht in een georganiseerd verband; het verrichten van mantelzorg is veelal geen bewuste keuze; het verlenen van mantelzorg is nooit afdwingbaar. VrijwilligerswerkDe gehanteerde definitie is de meest gangbare definitie. Zie verder de algemene toelichting.Artikel 2. UitvoeringHet college heeft de opdracht beleid te ontwikkelen ten behoeve van het verrichten van eentegenprestatie en het uitvoeren ervan overeenkomstig de verordening tegenprestatie. Dit volgt uitartikel 7, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet en artikel 34, eerste lid van de IOAW/IOAZ. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van de tegenprestatie. Artikel 3. Inhoud van een tegenprestatieIn artikel 3 van deze verordening is bepaald dat het college onbeloonde, maatschappelijk nuttigewerkzaamheden kan inzetten als tegenprestatie. Additioneel betekent dat er in deze tijd en op dezeplaats geen enkele bereidheid is om daar een geldelijke beloning voor te betalen. Het zijn aanvullendeactiviteiten die onder normale bedrijfseconomische omstandigheden niet rendabel zijn om eengezonde bedrijfsvoering op orde te houden. Dit is plaats- en tijdgebonden. Het onderscheid tussen reguliere betaalde en niet-reguliere onbetaalde werkzaamheden, is afhankelijk van onder meereconomische factoren en van keuzes die mede op basis daarvan door het bedrijfsleven en/of deoverheid worden gemaakt. Elk jaar controleert het college of deze omstandigheden ongewijzigd zijn. Het college kan werkzaamheden als tegenprestatie inzetten, wanneer rekening wordt gehouden meteen aantal voorwaarden die zijn beschreven in onderdeel a tot en met d. Tegenprestatie is geen re-integratieHet doel van re-integratie is dat de klant aan het werk gaat. Doel van de tegenprestatie is datonbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden worden verricht. De tegenprestatie is dus nietgericht op toeleiding naar de arbeidsmarkt (onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.