Verordening op de heffing en invordering van Reclamebelasting Oss 2015 Gemeenteraad Onderwerp: Volgnummer Besluit tot vaststellen van de verordening Reclamebelasting Oss 2015 Dienst/afdeling G/ID De raad van de gemeente Oss; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 november 2014; gelet op het advies van de raadadviescommissie van 4 december 2015; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de verordening: VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RECLAMEBELASTING 2015 Artikel1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: Opschrift: openbare aankondiging in letters, kleuren of symbolen, voor zover niet door middel van tijdschriften of nieuwsbladen gedaan; Reclame object: een openbare aankondiging zichtbaar vanaf de openbare weg; Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, welke op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij directe of indirecte steun vindt in of op de grond; Vestiging: een gebouw, of deel daarvan, dat door één organisatie of bedrijf wordt gebruikt. Jaar: een kalenderjaar; Commerciële activiteit: diensten die in principe ook door een privé-persoon kunnen worden uitgeoefend en waarvoor rechtstreeks een financiële bijdrage wordt gevraagd van haar gebruikers, het al dan niet nastreven van winst is hierbij niet van belang. Artikel2 Belastbaar feit Onder de naam “reclamebelasting” wordt, binnen het gebied zoals nader aangewezen in de bij deze verordening behorende kaart, een directe belasting geheven terzake van openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Artikel3 Belastingplicht De reclamebelasting wordt geheven van de gebruiker van de onroerende zaak, waarop en waarbij zich openbare aankondigingen bevinden welke zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Artikel4 Vrijstellingen Reclamebelasting wordt niet geheven terzake van openbare aankondigingen: waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst betaling aan de gemeente moet geschieden, onderscheidenlijk een vergoeding aan de gemeente verschuldigd is; die als algemene bewegwijzering waarmee een algemeen belang wordt gediend kunnen worden aangemerkt; die uitsluitend dienen ten behoeve van de regulering van het verkeer over openbare land- en waterwegen; die als openbare aankondiging door een publiekrechtelijk lichaam gedaan in de uitoefening van haar publiekrechtelijke taak kunnen worden aangemerkt; die door (semi) overheden of cultureel-maatschappelijke instellingen, die zijn opgenomen op de actuele lijst van Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI) zoals die door de rijksbelastingdienst wordt vastgesteld, zijn aangebracht ten behoeve van een politiek, godsdienstig, cultureel-maatschappelijk dan wel weldadig doel, voor zover geen sprake is van een commerciële activiteit; die korter aanwezig zijn dan 13 weken; die aangebracht zijn door of namens winkeliersverenigingen of wijkorganen, waarbij de openbare aankondiging uitsluitend bevat een aanduiding van de desbetreffende winkeliersvereniging dan wel wijkorgaan; op bouwterreinen voor zover deze rechtstreeks betrekking hebben op de op dat terrein in uitvoering zijnde werkzaamheden en niet aankondigingen met een verkoop- dan wel verhuurbevorderend karakter. Artikel5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De reclamebelasting wordt geheven per vestiging naar de oppervlakte van een reclame object, met inachtneming van het overige in deze verordening bepaalde. Voor de toepassing van dit artikel worden de op basis van artikel 6, tweede lid, bepaalde oppervlakten van reclame objecten die bij één vestiging, bouwwerk of delen daarvan direct naast elkaar gelegen zijn en tezamen worden gebruikt door één belastingplichtige voor één vestiging, worden de oppervlakten van reclame objecten die bij deze bouwwerken of delen daarvan behoren voor de toepassing van dit artikel bij elkaar opgeteld. Reclame objecten behoren in elk geval tot één bouwwerk indien zij daarmee fysiek zijn verbonden of daarmee tezamen worden gebruikt. Het tarief van de reclamebelasting is opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6 Berekening van de reclamebelasting Voor de berekening van de reclamebelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als volle eenheid aangemerkt. De oppervlakte van een reclame object wordt als volgt vastgesteld: Indien de openbare aankondiging wordt gedaan op een zuil, bord, vlag, (span)doek, poster of soortgelijk aankondigingsvoorwerp, wordt de oppervlakte van de aankondiging bepaald op de oppervlakte van het voorwerp waarop de aankondiging wordt gedaan. Indien het voorwerp niet rechthoekig is, wordt de oppervlakte van het aankondigingsvoorwerp bepaald door de lengte c.q. de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die het voorwerp omsluit; Indien de openbare aankondiging bestaat uit het aankondigingsvoorwerp zelf, wordt de oppervlakte van de aankondiging bepaalde op de oppervlakte van het voorwerp. Indien het voorwerp niet rechthoekig is, wordt de oppervlakte bepaald door de lengte c.q., de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die het voorwerp omsluit; Indien de openbare aankondiging wordt gedaan door middel van een combinatie van verschillende losse voorwerpen of een opschrift met losse letters of symbolen, wordt de oppervlakte van het reclame object bepaald door de lengte c.q. de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die de voorwerpen of het opschrift omsluit. Indien het reclame object bestaat uit een vlag waarop beide zijden een openbare aankondiging bevindt, wordt deze slechts eenzijdig opgenomen. Indien het reclame object slechts voor een deel zichtbaar is vanaf de openbare weg wordt de oppervlakte van het reclame object bepaald op het van de openbare weg zichtbaar gedeelte van het reclame object. Artikel7 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel8 Ontstaan belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingtijdvak. Indien de belastingplicht na het begin van het belastingtijdvak aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, wordt het verschuldigde bedrag berekend naar zoveel twaalfde gedeelten van het jaartarief, als na de aanvang van de belastingplicht volle maanden in het heffingstijdvak overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, wordt op verzoek van belastingplichtige ontheffing verleend over zoveel twaalfde gedeelten als na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht volle maanden in het heffingstijdvak overblijven. Belastingbedragen van minder dan € 5,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel9 Wijze van heffing De reclamebelasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel10 Termijnen van betaling De aanslag(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.