Gemeenschappelijke regeling GGD Hart voor Brabant De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Boxtel, Cuijk, Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Grave, Haaren, 's-Hertogenbosch, Heusden, Hilvarenbeek, Landerd, Loon op Zand, Mill en Sint Hubert, Oisterwijk, Oss, Schijndel, Sint Anthonis, Sint-Michielsgestel, Sint-Oedenrode, Tilburg, Uden, Veghel, Vught en Waalwijk, overwegende dat: ingevolge artikel 14 van de Wet publieke gezondheid de gemeenten zorgen voor de instelling en instandhouding van gemeentelijke gezondheidsdiensten; het voor een optimale behartiging van deze taak wenselijk is dat zij samenwerken; zij daartoe een openbaar lichaam willen instellen; zij aan dat openbaar lichaam de behartiging van de in deze regeling aan te geven belangen willen opdragen, bevoegdheden willen overdragen en middelen ter beschikking willen stellen; het bestuur en het beheer van het openbaar lichaam zo moet zijn ingericht dat de gemeente-besturen zoveel mogelijk betrokken blijven bij die belangenbehartiging; het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur daarbij het beleid van de GGD Hart voor Brabant gestalte geven en de uitvoering ervan controleren, waarbij de bedrijfsvoering bij de directie ligt; de financiële risico's voor de gemeenten door een adequate bedrijfsvoering daarbij zo laag mogelijk moeten blijven; gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen; BESLUITEN onder gelijktijdige intrekking van de geldende regeling vast te stellen de Gemeenschappelijke regeling GGD Hart voor Brabant HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsbepalingen 1.In deze regeling verstaat onder: wet: Wet gemeenschappelijke regelingen; regeling: Gemeenschappelijke regeling GGD Hart voor Brabant; gemeenten: aan de regeling deelnemende gemeenten; college: college van burgemeester en wethouders van een gemeente; raad: raad van een gemeente; werkgebied: gebied van de aan deze regeling deelnemende gemeenten; Midden-Brabant: de regio die bestaat uit het gebied van de gemeenten Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Heusden, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk; Meierij: de regio met de gemeenten Boxtel, Haaren, 's-Hertogenbosch, Schijndel, Sint-Michielsgestel en Vught; Brabant-Noordoost: de regio met de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxmeer, Cuijk, Grave, Landerd, Mill en Sint Hubert, Oss, Sint Anthonis, Sint-Oedenrode, Uden en Veghel; gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant; GGD: Gemeentelijke Gezondheidsdienst Hart voor Brabant; geneeskundige hulpverlening: geneeskundige hulpverlening zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s. 2.Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt in die artikelen in plaats van 'de gemeente', 'de raad', 'burgemeester en wethouders' en 'de burgemeester' respectievelijk gelezen: 'de GGD', 'het algemeen bestuur', 'het dagelijks bestuur' en 'de voorzitter'. Artikel2Het openbaar lichaam Er is een openbaar lichaam, genaamd GGD Hart voor Brabant, gevestigd te Tilburg. HOOFDSTUK2DOELSTELLING EN TAKEN Artikel3Algemene doelstelling De GGD heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg. Artikel4Taken 1.De gemeenten dragen aan de GGD de uitvoering op van de gemeentelijke taken die worden genoemd in de Wet publieke gezondheid en van de toezichtstaken die worden genoemd in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen kinderopvang. 2.Gemeenten of derden kunnen aan de GGD de uitvoering van producten (doen) opdragen in het kader van de geneeskundige hulpverlening. 3.De taken van de GGD zijn ondergebracht in het basispakket en in de plustaken. Het basis-pakket vloeit voort uit wettelijke verplichtingen en de keuzes van het algemeen bestuur en vormt naar omvang een verplicht pakket. 4.Het algemeen bestuur stelt het basispakket vast bij de vaststelling van de begroting. 5.De afname van plustaken door een gemeente is vrijwillig. 6.Het algemeen bestuur stelt de tarieven vast voor de lokale accenten binnen het basispakket en voor de plustaken. 7.De GGD levert de producten uit de lokale accenten binnen het basispakket en de plustaken verder op basis van voorwaarden die het dagelijks bestuur vaststelt. HOOFDSTUK3DE BESTUURSORGANEN - SAMENSTELLING Artikel5Samenstelling bestuur 1.Het bestuur van de GGD bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter. 2.Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van de GGD. 3.De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. Artikel6Samenstelling, benoeming en ontslag van het algemeen bestuur 1.Het algemeen bestuur bestaat uit evenveel leden als het aantal gemeenten. Iedere gemeente wordt door één lid vertegenwoordigd. Elk college wijst het lid zo spoedig mogelijk uit zijn midden aan, na de benoeming van de wethouders na de verkiezing van de leden van de raad. 2.Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de wethouders van de betreffende gemeente aftreden, als bedoeld in artikel 42 van de Gemeentewet. 3.Als de leden van het algemeen bestuur ophouden wethouder of burgemeester van hun gemeente te zijn, eindigt ook hun lidmaatschap van het algemeen bestuur. Burgemeester en wethouders voorzien zo spoedig mogelijk in de ontstane vacature. 4.Het college meldt elke aanwijzing tot lid van het algemeen bestuur aan de voorzitter. 5.Het college kan een door hem aangewezen lid ontslaan als dit zijn vertrouwen niet meer heeft, nadat dit lid zich heeft kunnen verantwoorden. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet zijn dan van overeenkomstige toepassing. Op dit besluit is artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. 6.Het college waarvan het algemeen bestuur een lid aanwijst als lid van het dagelijks bestuur heeft het recht een tweede lid van het algemeen bestuur aan te wijzen. Wanneer het in lid 7 genoemde eerst aangewezen lid geen deel meer uitmaakt van het dagelijks bestuur, vervalt het recht van het college om een tweede lid in het algemeen bestuur aan te wijzen. 7.Het algemeen bestuur kan zich laten bijstaan door een of meer adviseurs. Artikel7Samenstelling, benoeming en ontslag van het dagelijks bestuur 1.Het algemeen bestuur wijst bij het begin van elke zittingsperiode uit zijn midden de leden van het dagelijks bestuur aan. 2.Het dagelijks bestuur bestaat uit zes of zeven leden, de voorzitter daaronder begrepen. 3.Het algemeen bestuur wijst drie leden van het dagelijks bestuur aan uit de leden die de gemeenten vertegenwoordigen van meer dan 75.000 inwoners 4.Bij de verdere zetelverdeling streeft het algemeen bestuur naar een spreiding over het werkgebied en over de gemeentegroottes. 5.Hij die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt ook op lid van het dagelijks bestuur te zijn. 6.Als tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, kiest het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid. 7.Onverminderd het bepaalde in lid 5 van dit artikel en lid 4 van artikel 6 blijft degene die geen lid meer is van het dagelijks bestuur zijn zetel waarnemen totdat zijn opvolger die heeft aanvaard. 8.Het algemeen bestuur kan het dagelijks bestuur of een of meer leden daarvan ontslag verlenen als deze(n) het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit of bezitten, nadat hij of zij de gelegenheid heeft gekregen om zich te verantwoorden en verder met overeenkomstige toepassing van de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet. Op dit ontslagbesluit is artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. 9.Het dagelijks bestuur kan zich laten bijstaan door een of meer adviseurs. Artikel8Aanwijzing voorzitter en plaatsvervangend voorzitter 1.Het algemeen bestuur wijst de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter uit zijn midden aan. 2.De voorzitter vertegenwoordigt de GGD in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon. 3.De voorzitter en de secretaris ondertekenen de stukken die van het openbaar lichaam uitgaan. Het algemeen bestuur kan de voorzitter toestaan de ondertekening op te dragen aan de secretaris. Artikel9Vergoeding bestuur 1.De leden van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur kunnen, als het algemeen bestuur daartoe besluit, een tegemoetkoming in de kosten ontvangen. 2.Het algemeen bestuur brengt besluiten over deze vergoeding ter kennis van gedeputeerde staten. HOOFDSTUK4DE BESTUURSORGANEN - BEVOEGDHEDEN Artikel10Algemene bevoegdheidstoedeling 1.Aan het dagelijks bestuur behoren alle bevoegdheden behalve de volgende bevoegdheden van het algemeen bestuur: -het besluiten over toetreding, uittreding, wijziging en opheffing, zoals bedoeld in hoofdstuk 9; -het vaststellen van de jaarrekening en het vaststellen en/of wijzigen van de begroting en de basistaken; -het besluiten tot het oprichten van en deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. 2.Het dagelijks bestuur draagt de uitoefening van zijn bevoegdheden voor zover als mogelijk in mandaat op aan de directie. Een door het dagelijks bestuur vast te stellen organisatie-verordening beschrijft de taken van de directie en de wijze waarop het dagelijks bestuur toeziet op de uitvoering daarvan. HOOFDSTUK5VERANTWOORDING EN INLICHTINGEN Artikel11Verantwoording- en inlichtingenplicht 1.Het algemeen bestuur is verplicht de gemeentebesturen desgevraagd en in ieder geval binnen zes weken te informeren en inlichtingen te verschaffen over alle zaken over deze regeling. 2.Het algemeen bestuur is bevoegd om, gevraagd of ongevraagd, aan een of meer gemeente-besturen advies te geven of voorstellen te doen, die hij in verband met deze regeling nodig acht. 3.Elk lid van het algemeen bestuur is verplicht de door een of meer leden van de raad van zijn gemeente gevraagde inlichtingen te verstrekken. Hij verstrekt de gevraagde inlichtingen zo spoedig mogelijk nadat hem daarom is gevraagd. 4.Elk lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd voor het door hem gevoerde beleid aan de raad van zijn gemeente. Hij legt deze verantwoording zo spoedig mogelijk af nadat hem daarom gevraagd is. 5.De leden van het dagelijks bestuur zijn gezamenlijk en ieder afzonderlijk verantwoording schuldig aan het algemeen bestuur voor het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur en geven hierover alle door het algemeen bestuur verlangde inlichtingen, voor zover dit niet strijdig is met het openbaar belang en in ieder geval binnen zes weken. HOOFDSTUK6DE BESTUURSORGANEN - WERKWIJZE Artikel12Vergaderingen van het algemeen bestuur 1.De artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 26 en 28 tot en met 33 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur, voor zover daarvan bij de wet niet is afgeweken. 2.Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal en verder zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig vindt of tenminste vijf leden dit schriftelijk verzoeken, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. 3.Artikel 19 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing, waarbij de burgemeester van de gemeente de openbare kennisgeving verzorgt. 4.Elk lid heeft in de vergaderingen van het algemeen bestuur één stem. 5.Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden en regelt hoe de ambtelijke bijstand wordt verleend aan het bestuur. Artikel13Openbaarheid 1.De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer tenminste een vijfde van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. De artikelen 23 en 25 van de Gemeentewet zijn verder van overeenkomstige toepassing. 2.In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over: het vaststellen of wijzigen van de begroting; het vaststellen van de rekening; het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen. Artikel14De werkwijze van het dagelijks bestuur 1.Het dagelijks bestuur vergadert tenminste zesmaal per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of tenminste drie leden van het dagelijks bestuur dit schriftelijk verzoeken, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, in welk geval de vergadering binnen veertien dagen plaatsvindt. 2.De artikelen 28, eerste tot en met derde lid, 29, 30 en 56 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 3.Elk lid heeft in de vergadering van het dagelijks bestuur één stem. 4.De stemming in het dagelijks bestuur geschiedt mondeling, tenzij de voorzitter of één der leden verzoekt om schriftelijke stemming. 5.Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden. Artikel15Commissies Het algemeen bestuur kan commissies van advies en commissies ter behartiging van bepaalde belangen instellen. De secretaris heeft in deze commissies een adviserende stem. HOOFDSTUK7PERSONEEL EN ORGANISATIE Artikel16De directie 1.De directie is belast met de dagelijkse leiding en het beheer van de dienst. Het algemeen bestuur benoemt en ontslaat de directie. 2.Het algemeen bestuur kan besluiten om een tweehoofdige directie aan te stellen. 3.De directie is secretaris van het algemeen en dagelijks bestuur. De artikelen 102 tot en met 105 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 4.Bij een tweehoofdige directie functioneert de door het dagelijks bestuur aangewezen directeur als secretaris. 5.De secretaris woont de vergaderingen bij van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en heeft daarin een adviserende stem. 6.De directie is bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden. Artikel17Rechtspositieregeling Het dagelijks bestuur stelt de rechtspositieregeling voor zijn personeel vast en volgt daarbij het VNG-model van de Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en de Uitwerkingsovereenkomst. Artikel18Ombudscommissie De behandeling van verzoekschriften zoals bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, vindt plaats door de ombudscommissie van de gemeente ’s-Hertogenbosch. Artikel19Organisatieverordening Het dagelijks bestuur stelt in een organisatieverordening regels vast over de inrichting van de ambtelijke organisatie, de op te dragen bevoegdheden en de medische verantwoordelijkheid. Artikel20Archief 1.Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de GGD en stelt daarvoor een regeling vast. 2.De directie is belast met het beheer van de archiefbescheiden. 3.Bij opheffing van de regeling gaan de archiefbescheiden naar in een door het dagelijks bestuur aan te wijzen archiefbewaarplaats. 4.De gemeentearchivaris van de gemeente 's-Hertogenbosch oefent de inspectie uit op het beheer van de archiefbescheiden, als bedoeld in artikel 25, lid 2, van de Archiefwet. HOOFDSTUK8FINANCIËLE BEPALINGEN Artikel21Middelenbeheer 1.De geldmiddelen van de GGD worden afzonderlijk beheerd. 2.Het dagelijks bestuur stelt bij of krachtens een verordening nadere regels voor de financiële administratie en het geldverkeer. 3.Voor de controles op het geldelijk beheer en de boekhouding zijn de artikelen 213, 214 en 215 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. Artikel22Dienstjaar Het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. Artikel23De begroting 1.Het dagelijks bestuur maakt elk jaar op voorstel van de directie een ontwerpbegroting voor het komend dienstjaar en een meerjarenraming, met een toelichting en specificaties. 2.Uiterlijk 15 april stuurt het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting, de meerjarenraming en een raming van de door elke gemeente verschuldigde inwonersbijdrage toe aan de gemeenten. 3.De besturen van de gemeenten leggen de ontwerpbegroting voor een ieder ter inzage, stellen deze algemeen verkrijgbaar en geven hiervan openbaar kennis. 4.De inwonersbijdragen, bedoeld in lid 2 van dit artikel, voor de activiteiten bedoeld onder artikel 4, lid 1 worden vastgesteld op basis van het aantal inwoners per 1 januari van het jaar voor het dienstjaar van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De overige bijdragen van de gemeenten en van derden worden bepaald op grond van de tarieven zoals het algemeen bestuur die heeft vastgesteld. 5.De raden van de gemeenten kunnen binnen zes weken na toezending van de ontwerpbegroting bij het dagelijks bestuur schriftelijk hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. 6.Het dagelijks bestuur voegt deze zienswijzen bij de ontwerpbegroting zoals hij deze aanbiedt aan het algemeen bestuur. Daarna stelt het algemeen bestuur de begroting vast. 7.Het dagelijks bestuur stuurt de vastgestelde begroting binnen twee weken na vaststelling toe aan de raden van de gemeenten. Als deze begroting niet afwijkt van de ontwerpbegroting kan het dagelijks bestuur volstaan met een schriftelijke mededeling daarover. 8.De raden kunnen hierover schriftelijk bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren brengen en sturen dan hiervan een afschrift aan het dagelijks bestuur. 9.Als de begroting en de begrotingswijzigingen de goedkeuring behoeven van gedeputeerde staten, moet onder het achtste lid gelezen worden dat de begroting ter goedkeuring aan gedeputeerde staten wordt toegezonden. Artikel 208 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 10.Op een wijziging van de begroting zijn de bepalingen van dit artikel zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing, voor zover die wijziging leidt tot een verhoging van de inwonersbijdragen voor de taken van artikel 4, lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.