Wijziging Ambtenarenreglement, Vakantie- en Verlofregeling en Verordening Van werk naar werk-aanpak en voorzieningen bij werkloosheid Gemeenteblad 2015 Wijziging Ambtenarenreglement, Vakantie- en Verlofregeling en Verordening Van werk naar werk-aanpak en voorzieningen bij werkloosheid Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van de wethouder Haven, Duurzaamheid, Mobiliteit en Organisatie van 20 januari 2015 met kenmerk: 1505542; gelet op artikel 125 van de Ambtenarenwet; besluit vast te stellen: Wijziging van het Ambtenarenreglement, de Vakantie- en Verlofregeling en de Verordening Van werk naar werk-aanpak en voorzieningen bij werkloosheid ArtikelI Het Ambtenarenreglement wordt als volgt gewijzigd. A Na artikel 2 worden de nieuwe artikelen 2a en 2b ingevoegd die, inclusief koptekst, luiden als volgt: Stageplaats Artikel2a Burgemeester en wethouders kunnen een student in het kader van opleiding, studie of onderzoek een stageplaats aanbieden op basis van een stage-overeenkomst. Op de stage-overeenkomst zijn het Ambtenarenreglement en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen van toepassing, met uitzondering van de artikelen 9, 9a, 12 en 13 en de hoofdstukken VII, X, XI en XII van het Ambtenarenreglement en van de regelingen ten aanzien van bezoldiging en andere geldelijke aanspraken, inclusief het uitwisselen van arbeidsvoorwaarden, en regelingen ten aanzien van vakantie en verlof, voorzieningen bij werkloosheid en opleiding en ontwikkeling. De stage-overeenkomst wordt aangegaan voor bepaalde tijd, waarbij de duur afhankelijk is van de leerdoelen van de stagiair. De te verrichten werkzaamheden worden bepaald in samenspraak met de stagiair en onderwijsinstelling, waarbij het leerproces van de stagiair centraal staat. Burgemeester en wethouders zorgen voor adequate begeleiding. Aan de stagiair kan een onkostenvergoeding worden betaald. De stagiair is geen werknemer in de zin van artikel 2:4 van het Pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP. Werkervaringsplaats Artikel2b Burgemeester en wethouders kunnen degene die daarom verzoekt een werkervaringsplaats aanbieden op basis van een werkervarings-overeenkomst. Op de werkervaringsovereenkomst zijn het Ambtenarenreglement en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelingen van toepassing, met uitzondering van de artikelen 9, 9a, 12 en 13 van het Ambtenarenreglement en van de regelingen ten aanzien van bezoldiging en andere geldelijke aanspraken, inclusief het uitwisselen van arbeidsvoorwaarden, en regelingen ten aanzien van vakantie en verlof, aanspraken bij ziekte, voorzieningen bij werkloosheid en opleiding en ontwikkeling. De werkervaringsovereenkomst wordt aangegaan voor een periode van maximaal zes maanden. De werkervaringsovereenkomst kan eenmalig worden verlengd met een periode van maximaal zes maanden. De te verrichten werkzaamheden worden bepaald in overleg met de medewerker, waarbij het leerproces van de medewerker centraal staat. Burgemeester en wethouders zorgen voor adequate begeleiding. Aan de medewerker wordt een onkostenvergoeding betaald. De medewerker is geen werknemer in de zin van artikel 2:4 van het Pensioenreglement Stichting Pensioenfonds ABP. B De artikelen 12 en 13 luiden, inclusief koptekst, als volgt: Duur van de aanstelling Artikel12 Aanstelling geschiedt in vaste of tijdelijke dienst. Aan een aanstelling in vaste dienst gaat in de regel een aanstelling in tijdelijke dienst vooraf. Indien aan de aanstelling in vaste dienst geen aanstelling in tijdelijke dienst voorafgaat, kan aan de aanstelling een proeftijd van ten hoogste een jaar worden verbonden, zonodig in bijzondere gevallen te verlengen met ten hoogste een jaar dan wel zonodig te verlengen met de tijd gedurende welke de ambtenaar de proeftijd niet in werkelijke dienst heeft doorgebracht. Vanaf de dag dat een reeks van twee of drie tijdelijke aanstellingen, die elkaar opvolgen met tussenpozen van ten hoogste zes maanden, een periode van 24 maanden overschrijdt (de tussenpozen inbegrepen), geldt de laatste aanstelling met ingang van die dag als vaste aanstelling. Vanaf de dag dat meer dan drie tijdelijke aanstellingen elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan zes maanden, geldt de laatste aanstelling als vaste aanstelling. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op elkaar opvolgende aanstellingen en arbeidsovereenkomsten tussen een ambtenaar en verschillende werkgevers die, ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid of geschiktheid van de ambtenaar, ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moeten worden elkaars opvolger te zijn. Overgangsrecht Artikel13 Op een aanstelling in tijdelijke dienst die vóór 1 juli 2015 is verleend worden het vierde tot en met zesde lid van artikel 12 pas van toepassing indien binnen een periode van ten hoogste zes maanden na het einde van deze aanstelling een volgende aanstelling wordt verleend. ArtikelII De Vakantie- en Verlofregeling wordt als volgt gewijzigd. Aan artikel 5, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma, een onderdeel f toegevoegd, dat luidt als volgt: f.het ondernemen van activiteiten als arbeidsvoorwaardenadviseur, met dien verstande dat per vakcentrale per organisatie verlof wordt toegekend aan maximaal één arbeidsvoorwaardenadviseur. ArtikelIII De Verordening Van werk naar werk-aanpak en voorzieningen bij werkloosheid wordt als volgt gewijzigd. Artikel 33, derde lid, luidt als volgt: 3.Vanaf 15 juli 2014 eindigt de na-wettelijke uitkering op de eerste dag van de maand, volgend op die waarin de ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt heeft. ArtikelIV Artikel I, onderdeel A, en artikel II van dit besluit treden in werking op de eerste dag na de dagtekening van het Gemeenteblad waarin zij worden geplaatst en werken terug tot en met 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.