Inkoop- en aanbestedingsregeling 2013Burgemeester en wethouders van Borsele; Gelet op artikel 212 van de Gemeentewet en op artikel 25 van de Financiële verordening gemeente Borsele; Besluit: vast te stellen de Regeling inkoop en aanbesteding van leveringen, diensten en werken gemeente Borsele 2013, luidende als volgt: Artikel1Doelstellingen inkoop- en aanbestedingsbeleid. De doelstellingen van het inkoop- en aanbestedingsbeleid zijn: het optimaliseren van de prijs-kwaliteitverhouding bij inkoopactiviteiten van de gemeente; het transparant laten verlopen van inkoop- en aanbestedingsprocessen; het naleven van de relevante wet- en regelgeving; het afleggen van verantwoording over de besteding van publieke gelden; het streven naar openbaarheid, opdat bedrijven gelijke kansen en gelijke behandeling krijgen in het proces van aanbestedingen; het waarborgen van de integriteit van het aanbestedingsproces zowel op bestuurlijk als op ambtelijk niveau. Artikel2Aanbestedingsprocedures 1.Europese aanbestedingen Aanbestedingen voorwerken, leveringen en diensten die boven de Europese grenswaarden uitstijgen, worden conform afdeling 1.2.2 van de Aanbestedingswet 2013 uitgevoerd. 2.Gemeentelijke richtlijnen Bij het bepalen van de aanbestedingsvorm wordt uitgegaan van de richtlijnen en criteria, zoals die zijn opgenomen in bijlage 1 van deze regeling. Van het type aanbesteding kan alleen op basis van een schriftelijk gemotiveerd en openbaar besluit van burgemeester en wethouders worden afgeweken. Artikel3Verbod op splitsen opdrachten Het organisatorisch, inhoudelijk en/of in tijd splitsen van opdrachten om de aanbestedingsplicht te ontlopen is niet toegestaan. Artikel4Inschakelen NMA Indien er twijfels bestaan over prijsafspraken wordt de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMA) ingeschakeld. Artikel5Uitsluitingsgronden De gemeente sluit een gegadigde of inschrijver jegens wie bij een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak een veroordeling als bedoeld in het tweede lid is uitgesproken waarvan de aanbestedende dienst kennis heeft, uit van deelneming aan een opdracht of een aanbestedingsprocedure. Voor de toepassing van het eerste lid worden aangewezen veroordelingen ter zake van: deelneming aan een criminele organisatie in de zin van artikel 2, eerste lid, van Gemeenschappelijk Optreden 98/733/JBZ van de Raad, (PbEG 1998, L 351); omkoping in de zin van artikel 3 van het besluit van de Raad van 26 mei 1997 (PbEG 1997, L 195) respectievelijk artikel 3, eerste lid, van Gemeenschappelijk Optreden 98/742/JBZ van de Raad (PbEG 1998, L 358); fraude in de zin van artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap (PbEG 1995, C 316); witwassen van geld in de zin van artikel 1 van richtlijn nr. 91/308/EEG van de Raad van 10 juni 1991 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld (PbEG L 1991, L 166) zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 2001/97/EG van het Europees Parlement en de Raad (PbEG L 2001, 344). Als veroordelingen als bedoeld in het tweede lid worden in ieder geval aangemerkt veroordelingen op grond van artikel 140, 177, 177a, 178, 225, 226, 227, 227a, 227b of323a, 328ter, tweede lid, 420bis, 420ter of 420quater van het Wetboek van Strafrecht. De gemeente betrekt bij de toepassing van het eerste lid uitsluitend rechterlijke uitspraken die in de vier jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving onherroepelijk zijn geworden. De gemeente kan een inschrijver of gegadigde uitsluiten van deelneming aan een opdracht of een aanbestedingsprocedure op de volgende gronden: de inschrijver of gegadigde verkeert in staat van faillissement of liquidatie, diens werkzaamheden zijn gestaakt, jegens hem geldt een surseance van betaling of een (faillissements-)akkoord, of de gegadigde of inschrijver verkeert in een andere vergelijkbare toestand ingevolge een soortgelijke procedure die voorkomt in de op hem van toepassing zijnde wet- of regelgeving; jegens de gegadigde of inschrijver is een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak gedaan op grond van de op hem van toepassing zijnde wet- en regelgeving wegens overtreding van een voor hem relevante beroepsgedragsregel; de inschrijver of gegadigde heeft in de uitoefening van zijn beroep een ernstige fout begaan die door de gemeente aannemelijk kan worden gemaakt; de inschrijver of gegadigde heeft niet voldaan aan verplichtingen op grond van op hem van toepassing zijnde wettelijke bepalingen met betrekking tot betaling van sociale zekerheidspremies of belastingen; de gegadigde of inschrijver heeft zich in ernstige mate schuldig gemaakt aan valse verklaringen bij het verstrekken van inlichtingen die door een aanbestedende dienst van hem waren verlangd of hij heeft die inlichtingen niet verstrekt. De gemeente betrekt bij de toepassing van het vijfde lid, onderdeel b, uitsluitend onherroepelijke uitspraken die in de vier jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving onherroepelijk zijn geworden en bij de toepassing van het vijfde lid, onderdeel c, uitsluitend ernstige fouten die zich in de vier jaar voorafgaand aan het genoemde tijdstip hebben voorgedaan. Artikel6Advies van het Bureau BIBOB Bij twijfel over de integriteit van de onderneming vragen burgemeester en wethouders een advies van het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bureau BIBOB). Artikel7Groslijst 1.Gegadigden en inschrijvers die hebben bewezen tegen een goede prijs/kwaliteits verhouding te kunnen leveren komen op een groslijst en komen daardoor in aanmerking om in onderhandse procedures opdrachten van de gemeente te krijgen. Eens in de drie
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.