VERORDENING RECHTSPOSITIE WETHOUDERS, RAADS- EN COMMISSIELEDEN GEMEENTE KAPELLE 2014De gemeenteraad van Kapelle; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van , nummer ; gelet op de artikelen 95, 96, eerste en tweede lid, 97 en 147 van de Gemeentewet, de artikelen 22, eerste lid, 23, eerste lid, 27a, vijfde lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders en de artikelen 4, 7a, vierde lid, 13, tweede lid, 14, eerste lid, en 15 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden; b e s l u i t: vast te stellen de navolgende VERORDENING RECHTSPOSITIE WETHOUDERS, RAADS- EN COMMISSIELEDEN GEMEENTE KAPELLE 2014 Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet; commissielid: lid van een commissie, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Hoofdstuk2.Voorzieningen voor raads- en commissieleden Artikel2.Vergoeding voor de werkzaamheden voor raadsleden Van de vergoeding, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, wordt 20% uitgekeerd op basis van het aantal bijgewoonde raadsvergaderingen afgezet tegen het aantal gehouden vergaderingen. Artikel3.Vergoeding voor het bijwonen van commissievergaderingen 1.Aan commissieleden wordt een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies toegekend die gelijk is aan het voor de van toepassing zijnde inwonersklasse vastgestelde bedrag in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. 2.In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd. 3.In afwijking van het bepaalde in het eerste lid ontvangen de leden van de Commissie bezwaarschriften en de Klachtencommissie, gezien hun deskundigheid alsmede de zwaarte van hun taak, een vergoeding die maximaal 250% bedraagt van het bepaalde in het eerste lid. Voor de voorzitters van de genoemde commissies bedraagt dit percentage 300%. Het college stelt jaarlijks de feitelijke vergoeding vast. Artikel4.Reis- en verblijfkosten 1.Aan raads- en commissieleden worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte reis- en verblijfkosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur vergoed. 2.Aan commissieleden worden de reis- en verblijfkosten in verband met reizen binnen het grondgebied van de gemeente ten behoeve van het functioneren als commissielid vergoed. 3.De vergoeding als bedoeld in het eerste en tweede lid is: voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde; voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het overeenkomstig in artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling rechtspositie wethouders bepaalde. 4.In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd. 5.De reis- en verblijfkosten worden alleen vergoed als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze verordening. Artikel5.Buitenlandse excursie of reis 1.De gemeenteraad kan een delegatie uit de gemeenteraad of een raadscommissie toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland als deze door of vanwege de gemeente wordt georganiseerd. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden waaronder het maken van een verslag. 2.De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening van de gemeente. Artikel6.Scholing 1.Raads- of commissieleden die aan scholing als bedoeld in artikel 13, eerste lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden willen deelnemen, die niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dienen daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. 2.De aanvraag bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. 3.Kosten van scholing die wordt georganiseerd door de beroepsvereniging van raadsleden of door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten komt altijd voor vergoeding door de gemeente in aanmerking als voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid. 4.De maximale vergoeding als bedoeld in dit artikel bedraagt € 400,-- per raadslid per jaar. Indien een raadslid voor scholing een hogere vergoeding nodig heeft, dient men hiervoor een gemotiveerd verzoek in bij het Presidium. 5.Aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze verordening worden ingediend, komen niet voor vergoeding in aanmerking. 6.In voorkomende gevallen beslist het Presidium. Artikel7.Computer en internetverbinding 1.Raads- of commissieleden aan wie een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, ondertekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de gemeente. 2.De vergoeding voor de aanleg- en abonnementskosten voor een internetverbinding voor de computer bedoeld in dit artikel, bedraagt ten hoogste € 10,-- per maand, waarbij alleen in aanmerking komen de extra abonnementskosten die gemaakt worden voor een goede vervulling van het raads- of commissielidmaatschap. 3.Een aanvraag om een vergoeding als bedoeld in dit artikel wordt gedaan bij de griffier en gaat vergezeld van de benodigde bewijsstukken. Artikel8.Werkkostenregeling De vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in artikel 13a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.